Jeugdzorg

Goede jeugdzorg? Elke gemeente heeft zo zijn eigen idee

Beeld Trouw/Gemma Pauwels

De jeugdzorg is te versnipperd geraakt, stelt minister De Jonge. Hoe komt dat, en wat zijn de gevolgen? Limburg als voorbeeld van hoe gemeenten uit elkaar drijven.

 Als je dochter ernstige gedragsproblemen heeft, ligt Venlo dan in Noord-Limburg? Wel als ze crisiszorg nodig heeft, maar niet als andere specialistische opvang of pleegzorg geboden is, want die regelt Venlo sinds een paar jaar alleen. En het behandelen van een jongen met een eetstoornis door dezelfde instelling zou de gemeente Weert zomaar meer kunnen kosten dan de gemeente Roermond, 20 kilometer verderop.

Wie in het Nederlandse jeugdzorglandschap duikt, komt terecht in een wirwar van geografische afbakeningen, inkooporganisaties en gemeenten die solo verdergaan. Wat het nog verwarrender maakt: in dezelfde gemeente is dat vaak voor elk type jeugdzorg anders georganiseerd.

Minister Hugo de Jonge wijst die versnippering aan als een belangrijke oorzaak van wat er fout gaat in de jeugdzorg. Vooral complexe jeugdhulp voor kwetsbare kinderen en gezinnen komt in het gedrang. Omdat het om minder kinderen gaat, is die zorg lastig lokaal te regelen. Kinderen ontvangen daardoor te laat goede hulp.

Bij de decentralisatie was samenwerking al de bedoeling

Dat leidt er in het hele land toe dat kinderen onacceptabel lang moeten wachten op hulp, zo bleek vorige maand uit een kritisch rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Ook wordt er veel met kinderen op en neer geschoven tussen verschillende plekken waar ze niet goed passen.

De Jonge wil de gemeenten daarom dwingen jeugdzorg vaker op grotere schaal  te organiseren. Dat samenwerken was al bij de decentralisatie in 2015 de bedoeling: de gemeenten vormden zelf 42 ‘jeugdzorgregio’s’ waarin ze dat doen. Die indeling bestaat op papier nog wel, maar er is in de praktijk weinig van over.

Noord- en Zuid-Limburg, Midden-Limburg-Oost en Midden-Limburg-West

Neem nu Limburg. Zoals in het hele land was de jeugdzorg daar voor 2015 grotendeels op provinciaal niveau geregeld. Na de decentralisatie telt de provincie vier jeugdzorgregio’s: clubs van gemeenten die samen afspraken maken met zorginstellingen over welke jeugdzorg ze verlenen, en wat die mag kosten. Je hebt Noord- en Zuid-Limburg, Midden-Limburg-Oost (vier gemeenten rond Roermond) en Midden-Limburg-West (drie gemeenten rond Weert).

Vanwege hun kleine omvang spraken de twee Midden-Limburgen af om zoveel mogelijk samen te doen. Maar Oost en West dreven de afgelopen jaren uit elkaar. En in Noord-Limburg splitste Venlo zich deels af. Zuid-Limburg viel voor een deel van de jeugdzorg in vier mini-regio’s uiteen. Zo telt Limburg zeker acht jeugdzorggebiedjes. Maar zelfs daarbinnen stellen de afzonderlijke gemeenten vaak hun eigen eisen. Zo heeft een zorginstantie in het ergste geval te maken met 31 afzonderlijke gemeenten.

“Iedere regio of gemeente heeft zijn eigen indicatoren, elk contract moet apart worden nageleefd”, verzucht Hub Bloebaum. Hij is directeur van Rubicon, dat pleegzorg, (crisis)opvang en ambulante zorg aan kinderen en gezinnen verleent in een groot deel van Limburg. Het gevolg van de versnippering is een enorme administratieve rompslomp, zegt Bloebaum. Voor zorgmedewerkers die in verschillende gemeenten werken, is niet meer te begrijpen welke declarabele uren ze moeten schrijven, omdat dat per stad anders is. Bloebaum vraagt hen daarom dan maar alle uren te noteren. De administratie scheidt die urenbrij later op basis van de voorwaarden die elke gemeente hanteert.

Bloebaum denkt dat zo van alle gewerkte uren binnen Rubicon 30 tot 40 procent aan administratie wordt besteed. Zou heel Limburg alles gezamenlijk regelen, dan zou dat kunnen in 20 procent van de tijd.

Buitengewoon lastig om afspraken te maken

Ook het onderhandelen met al die gemeenten kost veel tijd. “Het zou fijn zijn als wij met meerdere regio’s tegelijk afspraken kunnen maken, maar dat gebeurt weinig”, zegt Bloebaum. “Ons huidige contract in Midden-Limburg is van voor de splitsing tussen Oost en West. Straks moeten we misschien met twee inkoopcombinaties onderhandelen. Met Oost zijn we nu al in gesprek over de jeugdzorg in de toekomst, met West nog niet. Straks komt West misschien met hele andere ambities.”

Beeld Trouw

Vooral bij de zeldzamere, complexere vormen van zorg is het buitengewoon lastig om afspraken te maken met individuele of kleine plukjes gemeenten, zegt Bloebaum. “Een gemeente kan dan zeggen: ‘Doe mij maar een bed’. Of: ‘Doe er maar drie, en een vierde als het nodig is.’ Dat is voor ons niet te doen.”

Overal in het land brokkelen de jeugdzorgregio's uit elkaar

Het voorbeeld van Limburg is tamelijk willekeurig, want overal in het land brokkelen de originele jeugdzorgregio’s uit elkaar. Job de Boer van Partners voor Jeugd dat landelijk werkt, weet er alles van. “We hebben te maken met nieuwe inkoopverbanden, een enorme diversiteit en complexiteit aan subsidies, openbare en onderhandse aanbestedingen, contracten waarbij we hoofdaannemer zijn en andere waarbij we onderaannemer zijn. Ik heb inmiddels alle inkoop- en samenwerkingsvormen wel gezien. Wij maken geen afspraken met 42 regio’s, maar met 50 tot 60 contractpartners.”

De Boer staat sinds 2016 aan het hoofd van het contractteam van Partners voor Jeugd, een samenwerking van de William Schrikker en De Jeugd- en Gezinsbeschermers. De Boer ging ervan uit dat zijn team na twee tot drie jaar zou kunnen krimpen tot twee medewerkers, maar dat gaat niet. De zes extra contractonderhandelaars zijn een kostenpost van enkele tonnen.

De Boer somt op: Alphen aan den Rijn en Kaag en Brasem hebben zich afgescheiden uit hun jeugdzorgregio, om samen verder te gaan. In de regio Kop van Noord-Holland is het Hollands Kroon die in zijn eentje aanbesteedt. Drenthe heeft zichzelf gesplitst in Noord en Zuid. “In plaats van één keer vanuit Amsterdam naar Drenthe, moeten we twee keer, soms vaker. Met elke regio moeten we afspraken maken over tarieven en over de verantwoordingseisen”, zegt De Boer. “Ik zou willen dat we al het geld dat we nu aan bureaucratie besteden, kunnen uitgeven aan de medewerkers die rond het kind staan.”

Het overzicht is verre van compleet

Brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland vroeg haar leden, jeugdzorginstellingen uit het hele land, met hoeveel clubs van gemeenten ze voortaan te maken hebben. De voorlopige balans: zeker zeven regio’s hebben zichzelf gesplitst, en vormen nu veertien nieuwe verbanden. Vijf andere regio’s zijn versplinterd in drie, vier of zelfs zes stukjes elk. Vijf gemeenten zijn van de ene naar de andere regio overgestapt. 

Jeugdzorg Nederland zegt het met een flinke slag om de arm: niet alle leden reageerden, dus het overzicht is verre van compleet. En waar de gemeenten zich voor een deel van de jeugdzorg hebben afgesplitst, werken ze op andere terreinen nog wel samen. “Maar zelfs als ze dat voor 99 procent doen, zorgt net dat ene stukje, waarbij bijvoorbeeld Landgraaf het anders dan Kerkrade doet, voor heel veel extra werk”, zegt woordvoerder Eva de Vroome.

Bovendien proberen sommige gemeenten voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten. Bureau Berenschot berekende vorig jaar wat een reële kostprijs is voor de complexere jeugdzorg. Volgens De Boer heeft inmiddels de helft van de gemeenten zijn tarieven verhoogd tot dat niveau. De andere helft bedingt nog steeds goedkopere tarieven. “Ik vind dat heel bijzonder”, zegt De Boer afgemeten. “Wij moeten voldoen aan landelijke normen. Overal moet de ondertoezichtstelling van kinderen op dezelfde wijze worden uitgevoerd. Hoe kan het dan dat er prijsverschillen zijn van 10 procent?”

De gemeenten in Limburg werken op twee gebieden wel samen zoals De Jonge wil. De jeugdbescherming (voor kinderen die uit huis worden geplaatst) en jeugdreclassering (voor kinderen die een misdrijf hebben gepleegd) hebben ze met z’n allen samen aanbesteed. Maar die vormen van jeugdzorg zijn afhankelijk van andere jeugdzorg waarnaar ze moeten doorverwijzen. Neem bijvoorbeeld de pleegzorg en specialistische jeugdhulp. Die zijn ook in Limburg deels versnipperd geregeld, en dat wil De Jonge graag anders.

Geld blijkt het sleutelwoord

De grote vraag: waarom hebben gemeenten dit laten gebeuren? Geld blijkt het sleutelwoord. De gemeenten moesten in 2015 de jeugdzorg regelen voor een budget dat 15 procent lager was. Tegelijkertijd nam de vraag naar jeugdzorg toe.

In Venlo zag de jeugdzorgwethouder vanaf 2016 een fors tekort opdoemen: eerst 3,4 miljoen, later bleek het 5,5 miljoen, en ten slotte 7 miljoen per jaar. Alles bij elkaar komt de gemeente over de afgelopen vier jaar 40 miljoen tekort. De helft daarvan werd recent vergoed vanuit een nieuwe jeugdzorg-stroppenpot van het Rijk, maar de rest komt uit de algemene middelen van de gemeente. Niet zo gek dus dat de gemeenteraad zenuwachtig werd.

Om meer grip op het geld te krijgen, trok Venlo de pleegzorg, verblijfszorg, ambulante jeugdzorg en jeugd-ggz terug uit de Noord-Limburgse samenwerking. “We hadden een open-eindregeling, waardoor we vooraf niet wisten hoeveel geld we kwijt zouden zijn”, legt wethouder Frans Schatorjé uit. “Wij maken nu van tevoren een afspraak voor welk bedrag we zorg inkopen, en betalen dat maandelijks. Voor de andere gemeenten was de financiële noodzaak er minder om iets te veranderen.”

Dat bevestigt wethouder Anne Thielen van Venray.“Mijn belang is in de eerste plaats goede jeugdzorg in Venray.” Is dat niet te rijmen met de Venlose aanpak? “Elk nadeel heb zijn voordeel”, zegt Thielen. “Venlo heeft nu meer overzicht over de kosten, in Venray en de andere gemeenten kan iedereen zich aanmelden voor een breed scala aan zorg.” Waarmee Thielen niet wil zeggen dat kinderen in Venlo nu slechter afzijn, haast ze zich te zeggen.

Verschillende visies op de jeugdzorg

Geldgebrek en een andere visie op de jeugdzorg vormen de cocktail die ook Midden-Limburg-West en -Oost uit elkaar dreef. West wilde meer vrijheid geven aan de zorgverleners door niet meer per handeling of uur af te rekenen. Wethouder Paul Sterk van Weert spreekt over de ‘honderdtallen zorgproducten’ waarmee Midden-Limburg vroeger werkte. West wilde minder administratie, en balde al die zorg samen in zes ‘zorgprofielen’.

“Oost vond dat te snel gaan”, zegt Sterk. “Daar vroegen ze zich af: ‘hoe controleer je dit?’, ‘wat zijn de risico’s?’” Oost kampte met een tekort, waardoor de lust tot experimenteren daar miniem was. “Als het samen met Oost was gelukt, hadden we het gedaan”, zegt Sterk.

Alle wethouders benadrukken dat ze ondanks de verschillen nog steeds ontzettend veel samen doen. En voor wat ze anders doen: tja, het idee van de decentralisatie was dat gemeenten de zorg beter zouden kunnen organiseren, dichter bij de burger. Dan moeten bestuurders wel hun eigen keuzes kunnen maken. De democratisch gekozen gemeenteraden zien daarop toe. Er is bij gemeenten daarom een hoop wrevel over de brief van De Jonge.

“Minister, wat wilt u nu?’, roept wethouder Marianne Smitsmans van Roermond uit. “Wilt u het werkelijk zo dicht mogelijk bij de mensen organiseren, of op een grotere schaal? In dat laatste geval: dat had u eerder moeten bedenken.”

Venlo en Venray hebben er overigens goede hoop op dat Venlo volgend jaar weer volledig terugkeert in de jeugdzorgregio Noord-Limburg. Het overleg loopt. En ook Midden-Limburg-Oost en -West hopen volgend jaar weer meer samen te opereren. Het zou zorgaanbieders Bloebaum en De Boer een lief ding waard zijn als dat lukt.

Lees ook:

De rompslomp in de jeugdzorg moet minder, net als vier jaar geleden

De jeugdzorg gaat op de schop. Minister Hugo de Jonge gaat gemeenten dwingen om samen te werken. Hij besluit daartoe na een vernietigend rapport over een deel van de jeugdzorg.

Jeugdzorg kampt met bezuinigingen, en de banen zijn er niet bepaald leuker op geworden

Bijna een kwart van de jeugdzorginstellingen draait met verlies. Maar ook voor de gezonde organisaties is de huidige situatie onwerkbaar. “Er wordt in codes gepraat over kwetsbare jongeren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden