Jeugdbescherming

Geweld tegen jeugdbeschermers: krijgen zij een koekje van eigen deeg?

Beeld Ilse van Kraaij

Van scheldkanonnades tot geladen pistolen: jeugdbeschermers krijgen nogal wat voor hun kiezen. Hoe is die agressie te verklaren?

Hij is onderweg en heeft een pistool bij zich”, klinkt het door de telefoon van gezinsmanager Arjan Romijn (48) uit Zaandam. Samen met een collega heeft hij over pakweg een half uurtje een afspraak met een vader die graag zijn kinderen weer wil zien. Maar volgens het familielid aan de andere kant van de lijn komt vader niet voor een goed gesprek. Integendeel.

Als de wiedeweerga belt Romijn de politie. Die houdt de vader staande op de stoep voor het kantoor van Jeugdbescherming Amsterdam. Hij heeft een geladen pistool op zak. De man gaat mee naar het bureau en het loopt met een sisser af. Romijn gaat door met zijn werk, bang aangelegd is hij niet. En bedreiging ‘is toch een soort onderdeel van het werk’, zegt hij.

Het voorval is alweer een paar jaar geleden. Zijn collega belandde tijdelijk in de ziektewet. Maar bij Romijn daalde pas later in, toen hij vaker met intimidatie en bedreiging door ouders te maken kreeg, hoe heftig dit incident was. “We hebben op de situatie kunnen anticiperen omdat we dat telefoontje kregen. Maar wat was er anders gebeurd? De wachtruimte zat vol met ouders en kinderen.”

Gezinsmanager Romijn is initiatiefnemer van het manifest dat zestien zorginstellingen afgelopen weekend aan politiek Den Haag stuurden. Daarin eisen ze meer bescherming tegen agressie door ouders van kinderen die dreigen onder toezicht gesteld of uit huis geplaatst te worden. Acht op de tien jeugdhulpverleners kreeg afgelopen jaar met agressie te maken.

Een affiche met zijn foto: dead or alive

Waar komt al die boosheid vandaan? Volgens Romijn reageren ouders zich, als ze de regie over hun kind verliezen, af op het ‘gezicht’ van dat hele traject: gezinsmanagers zoals hij, de uitvoerders. “Dat is zo oneerlijk, want de rechter beslist of kinderen uit huis geplaatst worden en wij dienen daarnaar te handelen. Maar de woede richt zich wel op ons.”

Zo duidelijk strafbaar als de aanstormende man met pistool bezig was, is het meestal niet, legt Romijn uit. Juist dat maakt het zo frustrerend. Zo sloot een moeder, tevens ggz-patiënt, hem na een slechtnieuwsgesprek op in haar huis. Ze liet hem achter in de woonkamer en ging zelf naar de keuken. Hij was bang: ging ze alleen telefoontjes plegen of een mes halen? Romijn: “En dan zit je daar alleen.”

Drie keer heeft hij aangifte gedaan bij de politie van smaad, laster en bedreiging, maar nooit kwam er iets uit voort. Zo krijgt hij nog altijd e-mails van een vrouw van wie de kinderen uit huis geplaatst werden. Rioolrat, noemt ze hem, gore homofiel. Ze stuurde een affiche met zijn foto rond met daaronder de tekst ‘dead or alive’. Dat kwam in de mailbox van Kamerleden terecht.

“Het Openbaar Ministerie schreef letterlijk aan mij terug: vervelend voor u, maar hier zit geen strafrechtelijke vervolging in. En deze vrouw gaat maar door. Wat ik graag zou willen, is dat er dan even een wijkagent langs gaat die zegt: hier mag u niet mee doorgaan, mevrouw. Deze situatie veroorzaakt een groot gevoel van onveiligheid voor mij. Daarom is er betere bescherming nodig.”

Het schort aan waarheidsvinding

Zo’n oproep, daar kan toch niemand tegen zijn? Nou, toch wel. Op sociale media lieten ouders en actiegroepen van zich horen afgelopen dagen. Hun boodschap: jeugdbescherming roept de agressie zelf over zich af door haar werkwijze. Veel commentaar op het pamflet heeft een hoog koekje-van-eigen-deeg-gehalte.

32.000 keer jeugdbescherming

Afgelopen zomer waren er bijna 32.000 lopende jeugdbeschermingsmaatregelen, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In twee derde van de gevallen ging het over een vorm van ondertoezichtstelling. Bij ondertoezichtstelling beperkt de rechter het gezag van de ouder. Vergeleken met vorig jaar is het aantal ondertoezichtstellingen iets gestegen. Bij ongeveer een derde ging het over voogdijmaatregelen. De ouder verliest dan het gezag over het kind. Het aantal voogdijmaatregelen bleef afgelopen jaar nagenoeg gelijk. Ongeveer 10.000 kinderen in Nederland hebben een voogd. Gemiddeld duurt een voogdijmaatregel ruim tweeduizend dagen.

Ook advocaat familierecht Marco Erkens sprak zich uit. In het pamflet wordt het gebrek aan publieke verontwaardiging over verbale en fysieke agressie aan de orde gesteld, schrijft hij op zijn website. “Maar mijn cliënten missen de publieke verontwaardiging over het vaak te snel en zonder noodzaak uiteenrukken van een gezin.”

Het traject waar ouders in terecht komen, begint meestal bij een melding bij Veilig Thuis. Daarna stelt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek in. Die schrijft een rapport en brengt advies uit bij de rechter. Hier begint meestal het conflict tussen jeugdbeschermers en ouders. Op de rapporten is namelijk veel kritiek.

Volgens advocaat Erkens schort het aan waarheidsvinding door hulpverleners. Ook de Kinderombudsman sprak zich uit over de kwaliteit van de rapporten. In 2013 schreef hij over geregeld voorkomende fouten zoals de “te eenzijdige duiding van incidenten, het vermengen van feiten en meningen in de rapportage, en van onzorgvuldige bronvermeldingen tot het niet navolgbaar formuleren van conclusies”.

Blind vertrouwen op de gezinsvoogd 

Kees Bakker, onderzoeker en oud-bestuurder van kenniscentrum Nederlands Jeugdinstituut, herkent deze kritiek. “Het lastige is dat er binnen families situaties zijn die je moeilijk precies kunt duiden”, zegt hij.

“Dan komt in zo’n rapport informatie die niet altijd klopt. Vaak ook in stellige bewoordingen. Ik kan me voorstellen dat je daar als ouders kwaad over wordt.”

Ook de rol van de rechter is problematisch, aldus Erkens. Die zou volgens hem over het algemeen weinig oog hebben voor de kant van ouders. “Een rechter in Groningen schreef heel specifiek in twee beschikkingen dat hij blind moet kunnen vertrouwen op de informatie die de raad of een gezinsvoogd verstrekt. Dus je moet als ouder bewijzen dat de mening van de gezinsvoogd of raadsonderzoeker niet juist is. Dat zou andersom moeten zijn. De rechter moet pas een beslissing nemen als er materiaal is waaruit blijkt dat de zorg terecht is.”

Ook de Kinderombudsman vindt dat rechters kritischer moeten kijken naar de rapportages, die nu dus niet altijd even grondig getoetst worden.

Wat ook niet meehelpt om de boosheid van ouders te verminderen, is dat jeugdbeschermers zich vooral opstellen als toezichthouders in het gezin, in plaats van hulp te bieden aan de ouders, ziet onderzoeker Bakker. “Er is een scheiding tussen hulp en recht. De medewerkers worden geacht toezicht te houden en met de kinderrechter te kijken of er wel of niet moet worden opgetreden, en zo ja: hoe dan.”

Er is nog een slag te halen

Gezinsmanager Romijn vindt deze kritiek niet helemaal terecht. “Jeugdbescherming start pas na een heel traject. Ouders hadden vrijwillig met het jeugdteam aan de bak gekund om maatregelen te voorkomen. Maar dat is niet gebeurd, dus zijn wij nodig. Ja, dan is het logisch dat het in de eerste plaats gaat om toezicht.”

Tegelijk erkent hij dat er ‘nog een slag te halen is in de bejegening van ouders’. Stel, een gezinsmanager kent een gezin nog niet, maar gaat al inlichtingen inwinnen bij een school over een kind, zegt hij. “De ouder die daarachter komt, is natuurlijk razend en zegt: wie denk jij dat je bent? Dan is er gelijk weerstand.”

Dat ouders boos zijn bij uithuisplaatsing vindt Romijn heel begrijpelijk en ook niet slecht. “Ik zou het raar vinden als een moeder niet boos is als haar kinderen niet meer thuis mogen wonen.” Hoe medewerkers omgaan met boosheid, kan echt verschil maken, zegt hij. Denk aan een time-out inlassen als iemand boos wordt, of bespreken wat er gebeurt als iemand zich agressief uit.

Hoe bijzonder dat kan uitpakken, ervoer hij in het contact met een moeder met borderline. Nadat op een middag haar kinderen waren weggehaald, stuurde hij haar een appje: “Hoe is het nu met je?” Waarop zij woest reageerde: hoe had hij het gore lef om haar op dit precaire moment te benaderen? Ze dreigde brand te gaan stichten, heel Amsterdam moest in vlammen opgaan om het leed dat haar was aangedaan te vereffenen.

Romijn: “Ik zei: ‘Ik begrijp het. Maar nu wil ik dat je deze kracht, deze woede, deze vechtlust gebruikt om je kinderen weer terug te krijgen. Pak je problemen aan.’ Dat zorgde ervoor dat de verbale agressie omdraaide in iets moois: wilskracht.”

Lees ook: 

Waarom het zo moeilijk is om geweld in de zorg te bestraffen

Geweld tegen hulpverleners in de jeugdzorg blijft vaak onbestraft. Het probleem speelt ook in andere zorgsectoren. Hoe komt dat? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden