null

Grensoverschrijdend gedrag

Gevoelens voor je patiënt, hoe bespreek je die (zonder dat je je baan kwijtraakt)?

Beeld Fenna Jensma

Ggz-patiënten houden incidenten van seksueel grensoverschrijdend gedrag soms voor zich, zegt de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd. Instellingen worstelen er zelf ook mee. ‘Er is een groot grijs gebied.’

Jolanda van de Beld en Emy Koopman

“Ik was twintig toen ik met een depressie werd opgenomen in een ggz-kliniek in Voorhout”, vertelt een nu 24-jarige vrouw. “Een van de psychiatrische verpleegkundigen daar had bijzondere aandacht voor me. Ik ging mee wandelen, samen de post halen. Er was veel contact, dat vond ik ook prettig. Ik dacht: hij vindt me gewoon aardig.”

Het is eng om te praten over wat er daarna gebeurde, zegt de vrouw. Haar naam is bij de redactie bekend, maar daarmee wil ze niet in de krant. “Hij begon opmerkingen te maken over mijn uiterlijk, dat hij onder mijn rokje kon kijken bijvoorbeeld. Ik dacht: hij is verpleegkundige, hij zal de grens wel bewaken.” Wanneer de hulpverlener twee weken met vakantie is, benadert hij de vrouw via sociale media. Hij geeft toe dat hij ongepaste dingen heeft gezegd en benadrukt dat niemand daarvan mag weten, want het brengt zijn baan in gevaar. “Ik zei: ik zal niets zeggen en dan houden we het hierbij.”

Toch zoekt de hulpverlener vlak daarna weer contact met de vrouw. Hij wil afspreken buiten de kliniek, om alles te bespreken. De vrouw ontmoet hem op station Lammenschans en denkt dat ze naar een cafeetje gaan. Maar de hulpverlener rijdt naar zijn huis. In eerste instantie praten ze ook echt, waarbij de hulpverlener tegen de vrouw zegt dat dit gedrag niet kan en dat hij geen affaire met haar wil. Ze is het daarmee eens. “Ik dacht dat we klaar waren met het gesprek, maar toen begon hij me aan te raken. Ik bevroor. Hij was groter, sterker, ik had heel veel angst op dat moment. Ik zei geen nee en geen ja, ik heb het ondergaan.”

‘Het mag niet, het mag nooit’

De regels voor romantisch of seksueel contact tussen hulpverleners en patiënten in de ggz zijn helder. ‘Het mag niet, het mag nooit’ is de naam van de brochure die de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd al jaren hanteert. Vanwege de kwetsbare en afhankelijke positie van een patiënt moet een hulpverlener altijd professionele afstand bewaren. Zorgverleners en instellingen zijn bovendien wettelijk verplicht incidenten te melden bij de inspectie. Daarvoor hoeft het niet zo ver te komen als in Voorhout. De meldplicht geldt niet alleen voor aanranding of verkrachting, ook bij seksueel getinte opmerkingen en berichten.

Het aantal meldingen dat de inspectie krijgt van incidenten tussen hulpverleners en patiënten schommelt sinds 2016 jaarlijks tussen dertig en veertig. De inspectie vermoedt dat er sprake is van ‘ondermelding’. Niet omdat instellingen dingen achterhouden, zegt plaatsvervangend hoofdinspecteur Erwin Pietersma, maar “omdat we weten dat in de hele maatschappij niet iedereen die zoiets overkomt melding ervan doet”. Ggz-patiënten houden incidenten soms voor zich, uit loyaliteit naar de betrokken zorgverlener, schaamte of schuldgevoelens, zegt de inspectie.

Platform Investico sprak voor Trouw over seksueel grensoverschrijdend gedrag met de Inspectie, met een (ex-)patiënt, zorgpersoneel, en tien geneesheer-directeuren, de juridisch verantwoordelijke psychiaters van instellingen. Niet alle gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag worden gezien, geven de geneesheer-directeuren toe, vooral niet wat er zich na werktijd afspeelt.

Zelfmoordpoging

Zoals ook gebeurde bij de vrouw in de kliniek in Voorhout. “Na de seks zei hij: je mag hier niet over praten, want dan kan ik mijn baan kwijtraken.” Dus zegt ze er in eerste instantie tegen niemand iets over, ook omdat ze denkt dat het haar eigen schuld is. Ze is immers zelf naar hem toegegaan. “Maar een week erna heb ik het toch verteld aan een vriendin in de kliniek. Direct was ik zo bang dat hij het te weten zou komen dat ik geen uitweg meer zag.” Ze doet in de kliniek een zelfmoordpoging.

“Ik hoorde later dat er al in het begin door een andere cliënt zorgen zijn geuit”, zegt de vrouw, “want anderen zagen ook dat er veel contact was.”

De kliniek handelde achteraf goed, vindt de vrouw. Maar dat gebeurde pas nadat alles was uitgekomen. De kliniek deed zelf een melding bij de inspectie, spoorde haar aan aangifte te doen bij de politie, zette de verpleegkundige op non-actief en gaf een spoedcursus over grensoverschrijdend gedrag aan het personeel.

Meer aandacht voor preventie en bewustzijn

Die gang van zaken is problematisch, erkent de inspectie in haar nieuwe ‘toezichtvisie’ die 20 januari is gepresenteerd, uitgerekend in de week dat The Voice voorlopig niet wordt uitgezonden vanwege meldingen over seksueel wangedrag en machtsmisbruik. “Tot nu toe ligt de nadruk op beheersen en handelen nádat er iets is gebeurd.” De inspectie denkt met die reactieve houding niet het hoogst haalbare te doen voor de veiligheid van patiënten. Daarom past de inspectie het toezicht nu aan, met meer aandacht voor preventie en bewustzijn.

Want, zegt de inspectie, de nadruk op beleid en toezicht achteraf heeft een ongewenst effect op de werkvloer. Het kan bijdragen aan het taboe onder zorgverleners om te praten over positieve en seksuele gevoelens. Plaatsvervangend hoofdinspecteur Erwin Pietersma zegt erover: “De brochure ‘Het mag niet, het mag nooit’ staat als een huis. Maar als een verpleegkundige of een psychotherapeut die afglijdt in een affectieve relatie denkt: ik ga het niet melden, want dan is het end of story voor mijn loopbaan, dan schiet je je doel voorbij.”

‘Je hebt rekkelijken en preciezen in deze wereld’

Dat instellingen in de praktijk worstelen met de regels en gedragscodes, wordt bevestigd in de rondgang langs de geneesheer-directeuren. Over aanrandingen en verkrachtingen is geen discussie mogelijk, vinden ze unaniem, maar daarvoor zit een groot grijs gebied. Wanneer doe je melding en stel je een onderzoek in?

“Je hebt rekkelijken en preciezen in deze wereld”, zegt een geneesheer-directeur die anoniem wil blijven en zichzelf kwalificeert als rekkelijk. “Ik heb ook wel te maken gehad met een directeur die precies was. Toen kwamen er gelijk drie, vier gevallen omhoog. Sommigen vonden dat goed, ik kreeg er het gevoel bij van een heksenjacht.”

Het doen van onderzoek, waarbij je hoor- en wederhoor pleegt, kan ingrijpend zijn voor een afdeling, zegt Remco de Winter, geneesheer-directeur van GGZ Rivierduinen: “Je probeert het niet aan de grote klok te hangen bij de andere hulpverleners, maar het gaat toch vaak gonzen.” Wat je moet proberen te voorkomen, vindt De Winter, is dat er een angstcultuur ontstaat binnen een instelling waardoor hulpverleners die gevoelens ontwikkelen voor een patiënt dat niet tijdig durven te zeggen. “Dat is de andere kant van het verhaal.”

De meesten zitten op een hellend vlak

Geneesheer-directeur Claar Mooij van het Groningse Lentis is het daarmee eens. Ze maakt een onderscheid tussen hulpverleners die moedwillig patiënten misbruiken en hulpverleners met persoonlijke problemen die grenzen overgaan of verliefd worden op een patiënt. “Bij de kwaadwillenden werkt de meldplicht heel goed”, zegt ze. “Bij de mensen die zich op een hellend vlak bewegen, de grootste groep, is het heel erg van belang om aan het begin van die glijdende schaal actie te ondernemen.” Dan is het volgens Mooij veel beter dat een teamleider het gesprek aangaat, in plaats van direct een heel onderzoek op te starten. “Anders maak je het heel zwaar, beladen. Je krijgt dan een cultuur van blaming en shaming, waarin mensen hun mond niet meer open durven te trekken.”

Dat is dus het moment dat de strikte meldplicht het doel voorbijschiet, zelfs averechts werkt. De dreiging van gezichts- en baanverlies en eventueel een tuchtzaak is een belangrijke reden dat hulpverleners en patiënten niet durven te spreken over opbloeiende gevoelens. “Het hangt als een zwaard van Damocles boven het hoofd van zorgverleners die die kant op bewegen”, aldus een voormalig psychologe en ervaringsdeskundige. Ze kreeg een liefdesrelatie met iemand die ze in behandeling had. Het kwam uit en ze werd ontslagen. “Een stap op weg naar voorkómen is het erover hebben”, zegt de ex-psychologe, “maar in opleidingen is er nauwelijks aandacht voor. Zorgverleners die ik spreek, zeggen vaak: ‘Dat gaat mij niet gebeuren’. Het niet onderkennen is een onderdeel van het probleem.”

Die mening wordt breed gedeeld. “Voor preventie van misbruik is het belangrijk dat er een open cultuur is waarbij ook kleine, schijnbaar onschuldige grensoverschrijdingen worden besproken”, zegt Mooij. Die formulering – ‘schijnbaar onschuldige gedragingen’ – is ook opgenomen in de nieuwe toezichtvisie van de inspectie. Binnen instellingen moet juist gelegenheid zijn om te praten over die ene cliënt aan wie een zorgverlener extra tijd en aandacht besteed, of het accepteren van een vriendschapsverzoek op sociale media. Het zijn die keuzes, aldus de inspectie, die ‘kunnen eindigen in afglijden richting een schadelijke situatie’.

‘Geen andere regels, wel een andere toon’

Tot dusver lag de nadruk bij de inspectie op het onderzoeken van individuele meldingen. Vanaf nu zal de inspectie in die gesprekken met bestuurders en zorgprofessionals nagaan of er binnen instellingen ruimte is om te praten over positieve gevoelens, seksualiteit en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag. Ook zonder dat een melding daarvoor de aanleiding is. Maar, benadrukt plaatsvervangend hoofdinspecteur Erwin Pietersma: “De norm blijft hetzelfde. We blijven handhaven. Geen andere regels, wel een andere toon.”

Met de vrouw die in de kliniek in Voorhout zat, gaat het inmiddels goed. Het duurde twee jaar, waarin de verpleegkundige op andere plekken in de zorg werkte, maar begin 2020 kwam het tot een tuchtzaak. De BIG-registratie van de verpleegkundige is doorgehaald – een ‘ingrijpende maatregel’, aldus het Tuchtcollege, maar in dit geval geoorloofd, om andere patiënten in de toekomst te beschermen en omdat de verpleegkundige op andere wijze in zijn onderhoud zou kunnen voorzien. Hij is nu klusjesman.

Voor verkrachting is hij nooit veroordeeld: gebrek aan bewijs. Dat was moeilijk voor de vrouw. “Na de rechtszitting heb ik nog wel veel therapie gehad, het was heel zwaar om hem weer te moeten zien. Maar dat is afgerond.” Ze zit nu in het tweede jaar van de studie psychologie.

De namen van de mensen die anoniem zijn opgevoerd in dit verhaal zijn bekend bij de hoofdredactie.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten

Lees ook:

Als het fout gaat in de psychiatrie, is de laagste medewerker in de hiërarchie meestal de klos

Als het fout gaat in de psychiatrie, is meestal de laagste medewerker in de hiërarchie de klos. En verandert er weinig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden