Week van de pleegzorg

Geen pleeggezin, maar een gezinshuis. ‘Natuurlijk sluit je de kinderen steeds verder in je hart’

Noodles maken in de keuken van het gezinshuis van de familie Swart. Vlnr: pleegzoon Damian (14), vader Johannes, dochter Danae (12), moeder Femke, dochter Naely (9), pleegdochter Celine (16) en dochter Beau-Isa (10). Beeld Koen Verheijden
Noodles maken in de keuken van het gezinshuis van de familie Swart. Vlnr: pleegzoon Damian (14), vader Johannes, dochter Danae (12), moeder Femke, dochter Naely (9), pleegdochter Celine (16) en dochter Beau-Isa (10).Beeld Koen Verheijden

Pleeggezinnen melden zich steeds minder, maar gezinshuizen nemen toe. Gezinshuisouders Johannes en Femke Swart zien de formule als ‘maximale toenadering tot het kind met behoud van distantie’.

Laura van Baars

Als dochter van ouders met een pleegkind kent Femke Swart- Baas de valkuilen van pleeggezinnen. “Het zit hem vaak in de wederkerigheid”, zegt ze. “Wat je geeft, verwacht je ook terug. En dat lukt niet altijd.”

Toch komt voor Femke, opgeleid als pedagogisch hulpverlener, en haar man Johannes Swart, danser van beroep, een droom uit nu zij hun gezin met dochters Danae (12), Beau-Isia (10) en Naely (9) gaan uitbreiden met vier tot zes tieners die niet meer thuis kunnen wonen. Het verschil zit ’m erin dat ze geen pleegouder zijn, maar ‘gezinshuisouder’ van Damian (14) en Celine (16). Gezinshuizen zijn ondernemingen gerund door ouderparen, stellen of vrienden. Voor januari verwacht het stel nog twee jongeren.

“Een pleegkind wordt familie”, zegt Johannes aan de bar in hun woonkeuken met uitzicht op het ruime erf in Duiven, de centrale plek van het huis. “Het moet mee naar verjaardagen van ooms en tantes, op vakantie en krijgt vaak zelfs dezelfde achternaam. Bij ons niet. Wij kunnen ons daarom iets minder emotioneel opstellen en professioneler kijken welke vragen een kind heeft. Een weekend per maand zijn we ‘vrij’ en gaat het kind naar de eigen familie en ook de zomervakanties brengen we niet samen door. Dit weten we allemaal bij voorbaat al van elkaar.”

Gunstiger dan een instelling

De gezinshuizen nemen toe, al weet niemand hoeveel er precies zijn in Nederland. In 2020 waren er ruim 500 zelfstandige gezinshuizen, waar gemiddeld 4 tot 5 uit huis geplaatste kinderen wonen. De gezinsomgeving is meestal gunstiger voor hen dan een instelling. De opvangouders worden ondersteund door een zorginstelling en een soms franchisegever zoals gezinshuis.com waar Femke en Johannes bij zijn aangesloten. Gezinshuis.com helpt momenteel 202 gezinshuisparen bij alle financiële zaken en de zorg. Johannes denkt dat de groei van gezinshuizen te maken heeft met de vergoeding die voor gezinshuizen fors hoger ligt dan voor pleeggezinnen. “Ons voortraject was ook intensiever: voor we alle tests doorlopen hadden en een geschikt huis hadden gevonden duurde twee jaar.”

Nu wonen ze in de landerijen rond Duiven in een groot huis met een weiland, een schuur en een tuin met trampoline en klimhuisje. Ondernemer Johannes, die met Femke ook een dansschool heeft, ziet allerlei kansen ‘van een mini-camping tot feestlocatie’ op het terrein “maar we focussen ons nu eerst op het gezinshuis”, lacht hij. Hun geloof speelt voor hem ook een belangrijke rol bij de oprichting van het huis. Ze vingen de afgelopen jaren al geregeld kinderen uit hun eigen netwerk op.

Als echte ‘gezinshuisouders’ was Damian (14) in september hun eerste kind. Nadat zijn familie niet meer voor hem kon zorgen werd opvang in de buurt van Arnhem gezocht. “We hebben eerst gedurende twee maanden matchingsgesprekken gehad met de voogd, gedragsdeskundige, biologische familie en uiteindelijk Damian zelf”, vertelt Femke. “Toen is hij op proef een nachtje bij ons komen slapen om te kijken of het goed voelde.”

‘Wees gewoon jezelf’

De eerste dag dat Damian kwam, zei hij bij de voordeur meteen: “Dit is nu mijn thuis”, vertelt Johannes. “Hij wil alles weten, vraagt de hele dag. Voor hem is het de eerste keer dat hij buiten familieverband woont. Met onze oudste klikt het goed, maar met de andere twee botst het nog wel eens. ‘Waarom zijn we ooit een gezinshuis geworden!’ roepen ze dan. Daar praten we dan over tijdens familievergaderingen. Iedereen krijgt spreektijd. Dat lucht erg op.”

Celine (16), die vier jaar geleden uit de Filippijnen kwam en afgelopen jaar in een crisisopvang doorbracht, vraagt een andere benadering, vertelt Femke. “We hebben bijvoorbeeld als regel dat mobieltjes niet mee naar boven mogen. Maar Celine had die zo nodig om contact te hebben met haar moeder en broertjes in andere gezinshuizen, dat we het voorlopig toch goed vinden. Damian en onze eigen dochters vinden dat oneerlijk. Dan moeten we hen uitleggen dat ieder kind om eigen opvoedmethodes vraagt.”

Femke rapporteert iedere week aan de zorgverlener hoe het gaat met de kinderen. “Wij stellen ons twee doelen: het helpen van het kind om een eigen identiteit op te bouwen, en het herstellen van het netwerk met de biologische familie. Zo hebben we, toen Celines opa onlangs op de Filippijnen overleed, haar moeder en broertjes uitgenodigd om te komen logeren. De nacht voor de begrafenis hebben ze met zijn allen op de slaapbank doorgebracht, om vervolgens samen te kijken. Dat was voor hen belangrijk. Langzaam komt ze iets uit haar schulp.”

Het credo van de gezinshuisouders is om maximale toenadering tot de kinderen te zoeken met behoud van distantie. “Maar natuurlijk sluit je de kinderen steeds verder in je hart”, zegt Femke. “Toen Celine met de laatste trein terugkwam na een dagje Rotterdam, had ik ’s avonds geen moment rust.” Als het aan Femke en Johannes ligt, hebben ze nog een lange toekomst met Celine en Damian. “Er moeten appartementen komen voor begeleid wonen van twee jongvolwassenen. Als ze ouder zijn, kunnen ze daar ook terecht. We hopen ze tot hun 21ste bij ons te houden.”

Lees ook:

Opgroeien in een adoptie- of pleeggezin: ‘Dat is toch niet je ‘echte’ zus?’

Broer en zus hoef je niet te zijn, je kunt het ook wórden- zo laat het boek Als broers en zussen zien. Het laat bovendien een vergeten groep aan het woord: de biologische kinderen in adoptie- of pleeggezinnen, die zo hun eigen problemen hebben.

Pleegouders: ‘Een pleegkind brengt ook vrolijkheid en avonturen mee’

Nu er hard nieuwe pleegouders nodig zijn, delen Ellen Feller en Moon Helling hun ervaringen. ‘Begin er uitgerust en goed voorbereid aan’.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden