Forugh Karimi.

Tien GebodenForugh Karimi

Forugh Karimi: Religie is een warenhuis vol kruitvaten. Daar moet je niet met een brandende lucifer in rondlopen

Forugh Karimi.Beeld Mark Kohn

Schrijver en psychiater Forugh Karimi woont al een kwart eeuw in Nederland, maar heeft Afghanistan nooit echt verlaten. Dagelijks denkt ze aan familieleden en vrienden die nog steeds gebukt gaan onder het Taliban-bewind. Ze voelt zich vrij, maar weegt haar woorden zorgvuldig. ‘Ik ga niemand in gevaar brengen omdat ik het nodig vind om te kunnen zeggen wat ik wil.’

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Toen ik een kind was, nog heel onbevangen, stelde ik voortdurend aan iedereen vragen. Zo vroeg ik op een dag aan mijn oma, van moederskant, of God soms bang was voor een rivaal. Ze raakte een beetje in paniek, zei dat ik onmiddellijk berouw moest tonen omdat God me anders zou straffen voor mijn zondige gedachten. Mijn oma had zélf een rivaal – mijn opa was met twee vrouwen getrouwd – en was dus waarschijnlijk net zo fel gekant tegen de polygamie als God tegen het polytheïsme.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“We mochten ons geen voorstelling maken van God, dus zorgden mijn vragen voor steeds meer ongemak: was God een man of een vrouw? Jong of oud? En welke taal sprak hij eigenlijk? Een van mijn klasgenootjes vertelde dat ze van hem had gedroomd: God bleek héél erg lange tanden te hebben. Voor mij was God een soort wolk, hoog aan de hemel, maar gaandeweg begon ik hem te zien als een entiteit die niet buiten mij, maar in mezelf bestond; iemand met wie ik op mijn angstige momenten – schuilend voor het oorlogsgeweld in Kaboel, hoogzwanger op de vlucht naar Nederland – dialogen kon voeren. Hij was niet langer een straffende God, maar een beschermer en een vriend, iemand aan wie ik me kon hechten.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Religie is een warenhuis vol kruitvaten; daar moet je niet met een brandende lucifer in gaan rondlopen. Wat denk je dat er gebeurt als ik me nu uitspreek over de manier waarop het geloof bij ons thuis werd beleden? Of hoe ik bijvoorbeeld denk over het beledigen van de profeet Mohammed? Het verbaast me eerlijk gezegd dat je ernaar vraagt, maar dat is waarschijnlijk jouw westerse, individualistische manier van denken: dit ben ik, hier sta ik en het kan me niet schelen hoe je over me denkt. Zo’n luxueuze gedachtegang kan ik me niet permitteren. Als ik kritiek uit op de religie, kunnen familieleden in Afghanistan daar last van krijgen. Hier zullen ze zeggen dat ik moedig ben, een vrouw die zich niet de mond laat snoeren, maar ik zou het zelf vooral egoïstisch vinden. Ik ga niemand in gevaar brengen omdat ik het nodig vind om te kunnen zeggen wat ik wil.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Verplicht niets doen is niks voor mij. Ik kom tot rust door altijd bezig te zijn.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn vader werd geboren in een afgelegen dorp in Oeroezgan. In de jaren vijftig verschenen daar gezanten van de overheid die als taak hadden om bij ieder gezin minstens één kind op te halen dat in Kaboel onderwijs zou moeten gaan volgen. Mijn vader was de jongste, zijn broers werkten al, dus de keuze viel op hem. Samen met de andere jongens van het dorp moest hij, op slecht schoeisel, over onverharde wegen naar de provinciehoofdstad lopen. Daarvandaan ging het met de bus naar Kaboel, waar ze in een of ander leerlingen-verblijf werden ondergebracht. Mijn vader heeft me verteld hoe hij daar werd gepest, hoe machteloos hij zich voelde en hoe erg hij zijn familie heeft gemist. Al die verschrikkingen heb ik als filmpjes in mijn hoofd zitten. Hij kon goed leren, mocht later landbouwtechniek studeren in Kiev en is, voordat hij mijn moeder, die vijftien jaar jonger was dan hij, ontmoette, ingenieur geworden.

“Mijn vader was een lieve, zachtaardige man die het zonder mijn moeder nooit gered zou hebben. En zij heeft ook geen makkelijke jeugd gehad. Mijn opa was militair, had dus twee vrouwen – wat voor mijn moeder ook ingewikkeld was – en moest vanwege zijn werk voortdurend verhuizen. Mijn ouders zijn nog tijdens mijn moeders studie getrouwd. Kort daarna werd ik geboren. Twee jaar later kwam mijn broertje. Mijn moeder heeft keihard geknokt om alles draaiende te houden.

“Als je zulke ouders hebt, hoe kun je je als kind dan separeren? Hoe kun je boos worden op een vader wiens aangrijpende verhalen je zo goed kent? Of op een strenge moeder die dag en nacht vecht voor haar gezin, die alles op alles zet om haar kinderen een goede toekomst te geven?

“Niet lang nadat mijn man en ik uit Afghanistan waren gevlucht, kwamen ook mijn ouders naar Nederland. We gingen dicht bij elkaar wonen. Ik voelde me voor hen verantwoordelijk en zij hebben vaak voor onze kinderen gezorgd toen ik moest studeren. Zo bleven we aan elkaar vastgeplakt zitten en werd het steeds moeilijker om af en toe ook voor mezelf te kiezen.

“Eigenlijk is het me nooit echt helemaal gelukt om los te komen van mijn ouders. Er is wel een verschil: mijn vader was puur, hij nam geen blad voor de mond en kon zijn liefde uiten. Hij is zeven jaar geleden overleden. Ik mis hem, maar ons verhaal is rond. Met mijn moeder was het contact lastiger en voor ik de kans kreeg om ergens doorheen te breken, begon ze te dementeren. Langzaam maar zeker is ze alles kwijt geraakt; ik kan haar nergens meer op aanspreken, er valt niets meer te bevechten. Ze is pas 68, fysiek in orde, maar in feite al jaren aan het sterven. Haar bestaan is betekenisloos en ze is beroofd van alles wat haar mijn moeder maakte. Het is een marteling om hier getuige van te zijn.

“Om bij haar kamer in de instelling te komen, moet ik een lange gang door. Op de heenweg voel ik me paniekerig – hoe ga ik haar dit keer aantreffen? – en op de terugweg huil ik aan één stuk door. Ik ben inmiddels op een punt aangekomen dat ik zeg: je mag gaan. God, kom haar alsjeblieft halen…

“Ik moet me erbij neerleggen dat ik me nooit op een goede manier van haar heb kunnen losmaken. Misschien heb ik nóg een boek van vijfhonderd pagina’s nodig om dat verdriet te verwerken. Die tijd moet nog komen. Mijn debuutroman is niet autobiografisch, maar het voelt wel als een bevrijding. Ik heb het boek opgedragen aan mijn kinderen, de toekomstige generatie. Mijn ouders heb ik in mijn leven al trots genoeg gemaakt. En ik voel me niet schuldig dat ik doorleef, van alles meemaak en dingen te vieren heb, vooral ook omdat ik zeker weet dat ze blij voor mij zijn – er schiet me nu iets te binnen: mijn boek werd gepresenteerd in de Verkadefabriek in Den Bosch. Ik had een filmpje gemaakt waarin een mooi liedje te horen was en allerlei foto’s van vrienden en familieleden voorbijkwamen. Dat filmpje zou op een groot tv-scherm vertoond gaan worden. Voordat de genodigden kwamen, wilde ik nog één keer proefdraaien. De film startte, maar bij een foto van mijn ouders – genomen toen ze net getrouwd waren – bleef het beeld ineens stil staan. Wat we ook probeerden: er was geen beweging in te krijgen. De hele boekpresentatie stonden ze daar, mijn vader en mijn moeder, de mensen aan wie ik zo verschrikkelijk veel te danken heb.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Laatst zag ik op sociale media een bericht waarin twee foto’s naast elkaar waren geplaatst: een van het Amerikaanse Hooggerechtshof na het besluit om het landelijk recht op abortus af te schaffen en een van de Taliban-leiders die vrouwen toegang tot het onderwijs en de arbeidsmarkt hadden ontzegd. Ze leken precies op elkaar in de manier waarop ze poseerden, trots en zelfvoldaan: wij bepalen hoe vrouwen zich gedragen, wij beslissen over leven en dood. Walgelijk. Mensen die bij abortusklinieken demonstreren en vrouwen in nood een schuldgevoel bezorgen: het is zó egoïstisch! Als je dan zo betrokken bent, waarom ga je dan geen actie voeren voor kinderen die honger lijden en al op hun vijfde jaar moeten gaan werken of kindsoldaat worden? Waarom kom je niet op voor kinderen die door het oorlogsgeweld zonder ouders, zonder liefde moeten opgroeien? Het maakt me soms moedeloos. Zal er ooit iets veranderen? Einstein heeft gezegd: ‘Two things are infinite: the universe and human stupidity. And I’m not sure about the universe.’”

VII Gij zult niet echtbreken

“Mijn man, Abdul, is een paar maanden ouder dan ik. We kennen elkaar al vanaf ons zeventiende, als klasgenoten. We werden verliefd, we zijn getrouwd en toen ik zwanger was van ons eerste kind zijn we samen naar Nederland gevlucht. Iedere relatie is een groeiproces waarin je verschillende fases moet doorleven, maar ik denk dat wat wij gezamenlijk hebben meegemaakt ons nóg meer met elkaar heeft verbonden. Toen we net samen waren, was ik er van overtuigd dat alles was voorbestemd. Ik dacht ook nog in romantische idealen, maar gaandeweg ben ik realistischer geworden. Het gaat erom dat je ergens veilig bent, dat je de ander door en door kent. We kunnen elkaar vrij laten omdat we weten dat het goed zit tussen ons.”

VIII Gij zult niet stelen

“Het is al 44 jaar oorlog in mijn land. Eerst was er de militaire bezetting die volgde nadat de Russen in 1978 de Democratische Volkspartij in het zadel hadden geholpen. Daarna kwamen de moedjahedien, religieuze rebellen die door het Westen werden gesteund. In 1996 namen Talibanstrijders de macht over, die ze na 11 september 2001 weer kwijtraakten; maar toen het Amerikaanse leger zich terug begon te trekken, werd hun invloed weer groter en sinds vorig jaar augustus werd de macht gewoon weer aan diezelfde Taliban overgedragen.

“Ik vind het moeilijk om niet verbitterd te raken. Ik snap dat niet iedereen geholpen kan worden, maar ik vraag me wel af waarom er zo weinig empathie is voor een land dat in feite het slachtoffer is van de Koude Oorlog tussen Rusland en de rest van de wereld. Het mag niet ten koste gaan van de hulp aan Oekraïne, maar hoeveel aandacht blijft er over voor mijn arme, berooide land, dat onlangs nog door een aardbeving werd getroffen waarbij duizend doden en 1500 gewonden te betreuren vielen? En waar is de solidariteit met vrouwen die keer op keer van hun vrijheden worden beroofd?”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“We zaten in het raamkozijn op de eerste verdieping van ons huis. Ik was vier of vijf, mijn broertje twee jaar jonger. Ik weet nog goed dat ik dacht: oh, hij valt! Maar voordat ik iets kon doen, lag hij al beneden. Op de stenen in de tuin. Met z’n ogen dicht, alsof hij sliep… Ik herinner me niet alles precies, maar dit zie ik zo weer voor me: mijn moeder, huilend, met mijn bewusteloze broertje in haar armen. En dat ik heel erg begon te ratelen; hoe ik heus had geprobeerd hem tegen te houden, dat ik de slip van zijn pyjama nog had vastgepakt, maar dat hij te zwaar was geweest…

“Het emotioneert me me nu weer, weet je dat? Het was allemaal gelogen, maar ik voelde me zo schuldig. Ik had hem willen redden, alsnog. De taxi kwam om mijn broertje naar het ziekenhuis te brengen, waar hij nog een paar dagen in coma heeft gelegen. Alles is gelukkig goed gekomen, maar het zou heel goed kunnen dat ik daardoor nog steeds een zwak voor hem heb, dat ik onvoorwaardelijk van hem houd en al zijn fouten en tekortkomingen heel makkelijk kan vergeven.

“Ik denk dat het aan mijn moeders strengheid lag dat ik nooit een leugen, hoe klein ook, heb durven opbiechten. Als ik zou opbiechten dat ik ergens over had gelogen, zou ze me nooit meer geloven. Het was beter om niet te liegen, want ze kwam toch overal achter. Ze vond zichzelf een echte detective en was daar nog trots op ook. Daarom moet alles moet kloppen. Nog steeds.

“Mijn man en ik zijn met valse documenten naar Nederland gevlucht. Eenmaal hier moesten we die papieren overdragen aan de persoon die ons in opdracht van onze ‘reisagent’ had begeleid en hebben we ons bij een politiebureau gemeld, waar we een papier kregen met daarop het adres van een aanmeldcentrum. Toen we daar een dag later, apart van elkaar, werden verhoord, maakte ik me zorgen om de kleinste details: zou mijn man wel precies dezelfde antwoorden geven? We waren in Afghanistan helemaal niet politiek actief geweest en kregen zonder al te veel problemen om humanitaire redenen een verblijfsvergunning, maar ik kwam nu eenmaal uit een dictatoriaal land waar alles, altijd werd gecontroleerd en ik ben opgevoed door een moeder die er steeds op uit was om ons ergens op te betrappen, dus mijn geweten is wat dat betreft bijzonder goed ontwikkeld: in wezen ben ik slecht, ik wéét dat ik kan liegen dus ik moet er voor waken dat ik het niet doe.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Het is goed mogelijk dat ik jaloers ben geweest op de vrijheid van anderen toen ik me moest schuilhouden in de kelders van Kaboel. Als ik terugdenk aan die tijd, zie ik voor me hoe ik bij het schijnsel van een kerosine-lamp zat te lezen. Dat was mijn manier om me te distantiëren van de gruwelijke realiteit – de raketten die links en rechts insloegen – waaruit ik maar niet kon ontsnappen. Toen het ons lukte om te vluchten, nam ik de herinnering aan die verschrikkingen met me mee. Leo Vroman heeft geschreven: ‘Kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen’. Ik herinner me alles, tot in detail, en ik voel me bezwaard als ik denk aan iedereen die ik daar achter heb moeten laten. Maar zo is het nu eenmaal: soms moet je door de modder lopen om bij een stukje grasveld uit te komen. Dat maakt het leven juist de moeite waard.”

CV

Forugh Karimi (Kaboel, Afghanistan, 1971) vluchtte in 1996 samen met haar man naar Nederland. Ze heeft geneeskunde gestudeerd en is werkzaam als psychiater en psychotherapeut. Begin dit jaar verscheen bij Meridiaan Uitgevers haar debuutroman De moeders van Mahipar.

Lees ook:

Aardbeving in Afghanistan legt dilemma bloot.

‘Het Westen wil de Taliban straffen, maar de bevolking is de dupe

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden