InterviewBela Kubat

Forensisch patholoog Bela Kubat onderzocht slachtoffers van de MH17-ramp: ‘Élk slachtoffer is hetzelfde, voor God’

Forensisch patholoog en bijzonder hoogleraar Bela Kubat. Beeld Roger Dohmen
Forensisch patholoog en bijzonder hoogleraar Bela Kubat.Beeld Roger Dohmen

Bela Kubat (65) is internationaal geroemd als forensisch patholoog. Ze was onderdeel van het onderzoeksteam bij de ramp met MH17 en deed de sectie op de Servische oud-president Milosevic. Haar vlucht op haar veertiende uit Tsjecho-Slowakije draagt bij aan haar motivatie. ‘Ik ben ongelooflijk trots dat ik een schakel kan zijn in democratische waarheidsvinding.’

Jette Pellemans

“Wat er nog Tsjechisch aan mij is? Nou, dit.” Bela Kubat spreidt haar armen in haar woonkamer. “Ik hoor van Nederlanders dat ze dit een typisch Tsjechische inrichting vinden.”

In het ruime appartement van Kubat in het centrum van Maastricht staat tegen de ene muur een donkere, houten servieskast met gegraveerd glaswerk. Tegen de andere muur een houten dressoir met een theeservies op een bijpassend dienblad – gemaakt van dat zilver dat je netjes moet poetsen. Een antiek vloerkleed bij de bank, zachtgroen op de muren, met werken van Tsjechische schilders.

Toch is dit duidelijk Limburg, want Kubat serveert verse Maastrichtse kersenvlaai bij de koffie. Ze woont hier nu twee jaar, na lange tijd in Den Haag te hebben gewoond, dicht bij haar werkgever: het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Sinds ze vanuit het NFI is gedetacheerd bij haar ándere werkgever, het Maastricht UMC+, waar ze voorheen al twee dagen in de week als bijzonder hoogleraar werkte, werd het reizen haar te veel. Dus installeerde ze zich hier, 250 kilometer naar het zuidoosten.

Emigrantenkind

Ze vond het niet lastig om te aarden in Maastricht. “Als emigrantenkind heb ik mijn leven lang de instelling gehad: je moet altijd je koffers klaar hebben staan, want je weet maar nooit wanneer je weer weg moet. Op alle plekken waar ik heb gewoond, wortelde ik me slechts oppervlakkig. Zodat ik die wortels zó”, ze maakt een beweging alsof ze een zak oppakt en dichtknoopt, “mee kan nemen naar een andere plek.”

Bela Kubat werd in 1957 geboren in Praag in een artsengezin: haar beide ouders zijn patholoog. Op haar veertiende vluchtte het gezin, met ook nog haar vijf jaar jongere broertje, vanuit het toenmalige Tsjecho-Slowakije naar Nederland. Bela Kubat voltooide hier het vwo en studeerde geneeskunde. Uiteindelijk specialiseerde ze zich tot de internationaal gewaardeerde forensisch patholoog die ze nu is, één van de vijf in Nederland.

Als forensisch patholoog onderzoekt ze inwendig het lichaam van een persoon die op een niet-natuurlijke wijze om het leven is gekomen. Kubat hielp in die hoedanigheid mee bij de identificatie van de slachtoffers van de tsunami in Thailand in 2003, was onderdeel van het onderzoeksteam bij de ramp met MH17 en deed de sectie op de Servische oud-president Milosevic, die in 2006 in zijn cel in Scheveningen overleed. Hij stond terecht voor het Joegoslaviëtribunaal wegens onder meer oorlogsmisdaden en genocide. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzocht de doodsoorzaak. Regelmatig treedt Kubat aan in de rechtszaal om haar rapportage toe te lichten.

Kubat is een kleine, gesoigneerde vrouw: fel als het moet en humoristisch als het kan. Ze heeft bovendien een missie: ze wil dat het aantal ‘klinische obducties’ in Nederland omhooggaat. Nu staat Nederland qua percentage op de twee na laagste plek van Europa.

Waarom zou dat zo zijn?

“Ik weet het niet. Misschien vinden mensen het toch een eng idee dat hun dode vader of moeder wordt opengesneden en onderzocht. Maar het is zeer belangrijk, want uit de obducties leren we enorm veel. Zo zijn bij overleden coronapatiënten bloedstolsels teruggevonden in de longvaten. Naar aanleiding van die bevindingen krijgen patiënten nu bloedverdunners om dat te voorkomen. Dat is een prachtig resultaat. Het is jammer dat we het niet vaker mogen doen, terwijl ik kan zeggen: we verzorgen de patiënt na de obductie netjes en met respect en de nabestaanden krijgen het lichaam gewoon weer terug.”

Heeft u ooit weerzin gevoeld bij het snijden in een levenloos lichaam?

“Nee. Kijk, die eerste keer dat je een mes in een lichaam moet zetten, dat is even doorzetten. Maar ik heb het nooit vies gevonden. Toen het NFI in 2002 aan me vroeg of ik voor hen wilde werken, moest ik wel even uitzoeken of ik ook tegen die oude lijken kon. Toevallig hadden ze net een obductie aan de gang waar ik even binnen kon lopen om dat te testen.

“Tja, aangenaam is het niet. Aangenaam is Chanel nummer vijf. Maar ik kon het. Ik werd er niet misselijk van en kreeg ook geen nachtmerries, dus heb ik ‘ja’ gezegd.”

Vervolgens bent u bij bijzondere zaken betrokken geweest, zoals de sectie op het lichaam van Milosevic. U onderzocht de doodsoorzaak. Zijn dat zaken die je anders beleeft dan een obductie op een doordeweekse dinsdag?

Stellig: “Nee, nee.” Op onderwijzende toon: “Élk slachtoffer is hetzelfde, voor God en voor de dokter. Natuurlijk ben je je bij die bijzondere projecten bewust van de media-aandacht en de mogelijke politieke consequenties. Maar het werk is altijd hetzelfde. Waarom zou Milosevic een speciale behandeling krijgen en een opa die op straat wordt overvallen en in elkaar geslagen niet? Alles wat ik kán waarnemen, loop ik na. Of het nu gaat om opa of Milosevic.”

Hoe was het om onderdeel te zijn van zo’n belangrijk politiek onderzoek?

“Erg bijzonder. Het NFI had van het Joegoslaviëtribunaal de opdracht gekregen de dood van Milosevic te onderzoeken. Zulke obducties doe je nooit alleen, dus was ik samen met twee collega’s van het NFI en vanuit Servië waren er twee observanten die ons controleerden. Toch waren we erop bedacht dat de Russen een nieuw onderzoek zouden willen doen (zij trokken de natuurlijke doodsoorzaak in twijfel, red.). Vanuit mijn achtergrond, misschien ten onrechte, had ik een sterk gevoel: het zou kunnen zijn dat iemand er baat bij heeft de uitslag te vervalsen, iets te verzinnen. Bijvoorbeeld dat Milosevic is vergiftigd in Nederland. Zie het dan maar eens te ontkrachten. Daarom hebben we bijvoorbeeld alle bemonsteringen dubbel gedaan, voor de zekerheid. Om maar zo transparant en open mogelijk te zijn.”

Wat was uiteindelijk de conclusie?

“Dat hij een natuurlijke dood is gestorven aan een hartinfarct. Iedereen, ik ook, was zeer opgelucht toen we op tv zagen dat de Russische delegatie stelde dat het onderzoek op hoog internationaal niveau verricht was en een tweede onderzoek in Rusland niet nodig was.”

Het is wel bijzonder dat u, gevlucht voor een totalitair regime, 45 jaar later een aandeel heeft in de strafzaak tegen een leider van een ánder totalitair regime.

“Daar ben ik ook ongelooflijk trots op. Dat ik in mijn leven de mogelijkheid gekregen heb om in een democratische en neutrale staat als Nederland een bijdrage te leveren aan de waarheidsvinding, dat is altijd mijn grote motivatie geweest. In Tsjecho-Slowakije had ik geen forensisch patholoog kunnen zijn. Gedwongen worden om naar de gevangenissen te gaan en daar de gemartelde politiek gevangenen zogenaamd ‘gezond’ verklaren? Nou, dat nooit.”

Hoe beleefde u de onderzoeksdagen tijdens zo’n grote Milosevic-zaak?

“Als arts neem je afstand van de situatie op het moment dat je ermee bezig bent. Aan de snijtafel kun je niet bezig zijn met de juridische of politieke consequenties: anders doe je je werk niet goed. Bij een obductie probeer ik puur technisch te kijken naar het lichaam en waar de doodsoorzaak ligt. Ah, de schotwond heeft een schuine inslag; dan zal de dader daar en daar hebben gestaan. Punt. Tegelijkertijd kun je niet voorkomen dat sommige zaken je raken, bijvoorbeeld met de MH17-ramp. We maakten toen met een team lange dagen om alle slachtoffers te onderzoeken en identificeren. De dood was voelbaar om ons heen. Als je daar nooit emoties over voelt, is het ook niet goed.”

Wat deed u om met die emotie om te gaan?

“Naar buiten. Onder de levende mensen zijn. Je zit tijdens zo’n klus toch in een vreemd soort werkelijkheid waarin je bent omringd door mensen die een vreselijk lot is overkomen. Dus dan is het goed om op je vrije dag óók die andere werkelijkheid te zien: mensen die lachen, lol hebben, genieten. Op een terrasje heb ik me toen heel bewust met dat leven omringd.”

Als u dan weer terug moest naar die onderzoeksruimte, voelde u dan weerstand?

Stellig weer: “Nee. Nee hoor, geen weerstand. Het is mijn vak, hier ben ik voor opgeleid. Dat is de filosofie van mijn ouders: als je de intelligentie hebt gekregen om een bijdrage te kunnen leveren, dan is het je plicht om dat te doen.”

In 1971 kwam Bela Kubat met haar moeder en vijf jaar jonge broertje vanuit Tsjecho-Slowakije naar Nederland. Haar vader werkte toen al een paar maanden in Nijmegen voor de Wereldgezondheidsorganisatie. Drie jaar daarvóór woonde het gezin nog in Praag, waar net de Praagse lente aanbrak: onder Alexander Dubcek gloorde toen even vrijheid en democratie na een langdurig communistisch regime. Die lente duurde echter maar kort. Na zes maanden reden de tanks van de Sovjet-Unie onder vlag van het Warschaupact de straten binnen om Tsjecho-Slowakije over te nemen. Drie jaar later vluchtten Kubat en haar gezin.

Zag u die vlucht als een kans op een nieuw leven of was het vooral erg uw land achter te laten?

“Voor mij was het een absolute opluchting. Ik wilde weg. Ik had de drie jaar daarvoor de politieke zuiveringen meegemaakt, waarbij ze mij uit de klas haalden om me te ondervragen over wat ik wist van de ‘broederlijke hulp van de legers van het Warschaupact’. Ik vertelde ze dat die broederlijke hulp niets minder was dan een vieze vuile bezetting, nog erger dan de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Dus voor mij was de komst naar Nederland een kans. Een kans om naar school te gaan en te studeren, want vanwege mijn ‘slechte politieke profiel’ zat dat er in Tsjecho-Slowakije niet in.”

Heeft dit vluchtverhaal iets te maken met het vak dat u uiteindelijk hebt gekozen?

“De keuze voor Geneeskunde was, denk ik, wel gemotiveerd door de emigratie ja, omdat ik zag hoe internationaal het vak is. Als we wéér zouden moeten emigreren, kon ik overal dokter worden. Met een studie Nederlands Recht houdt het snel op. De pathologie kwam daarentegen toevallig op mijn pad, maar het was liefde op het eerste gezicht. Al die vormen, kleuren en structuren van het weefsel dat ik onderzocht; het práátte tegen mij. Het vertelde me wat er met die patiënt aan de hand was. Niet met woorden, maar met beelden. Dat vond ik meteen fantastisch.”

U bent een harde werker en heeft veel bereikt in uw carrière. Is dat bewijsdrang geweest?

“Nee, dat is het niet. Ik hecht niet aan aanzien, titels of materiële zaken. Wat me drijft, en dat komt ongetwijfeld door mijn jeugd, is de achterliggende gedachte dat ze me die kennis en specialisaties nooit meer kunnen afnemen. Ze kunnen mijn spullen pakken, mijn huis, maakt me niet uit. Maar mijn kennis zal, zolang ik nog leef, blijven bestaan.”

Bela Kubat

Bela Kubat (1957) werd geboren in Praag en kwam op haar veertiende vanuit het toenmalige Tsjecho-Slowakije naar Nijmegen, waar haar vader als arts werkte voor de Wereldgezondheidsraad.

Kubat studeerde geneeskunde en werd daarna forensisch patholoog, gespecialiseerd in beschadigingen aan de hersenen. Ze werkt voor het Nederlands Forensisch Instituut en is bijzonder hoogleraar bij Maastricht UMC+.

Bela Kubat woont in Maastricht heeft een latrelatie met haar partner uit Eindhoven. Uit een eerdere relatie heeft ze twee volwassen zoons.

Lees ook:

Geen bliksem, meteoor of brand: MH17 moet wel door Buk-raket zijn neergehaald, stellen onderzoekers

Is het toestel daadwerkelijk neergehaald door een Buk-raket? Of was er misschien sprake van een ongeval? Dinsdag ging het MH17-proces inhoudelijk van start. Ruim zes uur lang besprak de rechter de details van de onderzoeken naar de ramp in 2014.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden