InterviewNIOD-directeur Frank van Vree

‘Excuses van de Nederlandse regering is een historisch moment’

Frank van Vree, directeur van het NIOD. Beeld Phil Nijhuis

Komen Rutte's excuses voor het handelen van de overheid tijdens de Tweede Wereldoorlog niet veel te laat? 

In een toespraak bij de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam heeft premier Mark Rutte excuses aangeboden namens de Nederlandse regering voor ‘het overheidshandelen’ tijdens de Tweede Wereldoorlog. “De bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend”, verwees hij naar de Jodenvervolging. Frank van Vree, directeur van het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, duidt de betekenis.

U was zelf aanwezig gisteren bij de Auschwitz-herdenking in Amsterdam. Was dit in uw ogen een historisch moment, 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz?

“Ja, dit is de eerste keer dat de politiek verantwoordelijkheid neemt voor het optreden van ambtelijke apparaten waar zij overigens tijdens de oorlog formeel gezien geen zeggenschap over had. Dit past in een ontwikkeling die we de laatste tijd ook op andere plekken zien, zoals bij de Nederlandse Spoorwegen, die excuses hebben aangeboden voor het vervoeren van slachtoffers van de Holocaust en ook tot betaling zijn overgegaan.”

We leven in een tijd waarin het een trend is om excuses te maken?

“De erkenning van wat er in het oorlogsverleden gebeurd is, gaat in golven, zo zie ik dat. We zitten nu in de vierde golf. Deze laatste, vierde golf begon in mijn ogen met de kwestie van de erfpacht in Amsterdam in 2013. Toen kwam naar buiten dat de gemeente Amsterdam erfpacht is blijven heffen tijdens de oorlog. Overlevenden van de kampen kwamen terug en moesten allerlei boetes betalen. Onder burgemeester Eberhard van der Laan is dat eindelijk uitgezocht. Er is toen ook besloten om geld vrij te maken voor een schadefonds. Maar er zijn veel meer voorbeelden. Het lijkt wel of allerlei instellingen op dit moment naar hun eigen geschiedenis kijken.”

Aan wie denkt u nu?

“Om een ander voorbeeld te noemen: wij doen op dit moment onderzoek naar de psychiatrie en gehandicaptenzorg in de Tweede Wereldoorlog. Ook daar willen instellingen nu weten wat ze hebben gedaan in de oorlog. We zitten in een soort nieuwe fase van in de spiegel kijken. Die excuses vandaag kwamen dus niet onverwacht.”

U heeft het over een vierde golf, wat waren de eerste drie?

“Heel in het kort geschetst: de eerste was direct na de oorlog. Er kwamen regelingen voor teruggave van woningen, effecten en andere bezittingen die grote groepen mensen waren kwijtgeraakt. Rond 1970 volgt de erkenning van de verschillende groepen burgerslachtoffers, onder wie de overlevenden van de concentratiekampen, met bijbehorende regelingen. Rond 1998 volgde de restitutie van banktegoeden en verzekeringen, de Liro-gelden, maar ook van gestolen kunst. En nu zie ik een soort vierde golf waarin allerlei instituties hun eigen rol onder de loep leggen.”

Maar waarom komen die excuses voor het handelen van de overheid zo laat, 75 jaar na het einde van de oorlog?

“Dit is de eerste keer dat het zo expliciet in termen van excuses gaat, maar er is wel al eerder het een en ander over gezegd. Koningin Beatrix bijvoorbeeld duidde in 1995 in het Israëlisch parlement er al op dat de bescherming van Joodse medeburgers in Nederland tekort is geschoten.”

Onder premier Wim Kok in 2000 bood het kabinet excuses aan voor de ‘kille ontvangst’ na de oorlog van Joden die de Holocaust hadden overleefd. Het kabinet-Kok stelde destijds geld beschikbaar voor verschillende groepen slachtoffers.

“Er zijn dus al eerder dingen gezegd en gedaan, maar nooit expliciet die excuses. Ik weet eerlijk gezegd niet waarom daar zo lang mee gewacht is. Ik vermoed dat premier Rutte zich er persoonlijk hard voor gemaakt heeft. Hij wilde dit misschien nog graag doen voor het einde van zijn regeertermijn?”

Kan die late reactie ook komen doordat de regering formeel niet voor het ambtelijk apparaat onder de Duitse bezetting verantwoordelijk was?

“Dat zou kunnen. Het ambtelijk apparaat stond natuurlijk ook onder Duitse heerschappij. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld de geschiedenis in Indonesië, waar de Nederlandse overheid wel verantwoordelijk was voor wat er gebeurde. Je biedt dus nu excuses aan voor iets waar je niet volledig verantwoordelijk voor bent, dat heeft iets ingewikkelds.”

U bedoelt: het land was bezet door de nazi’s, in hoeverre kun je ambtenaren verwijten maken?

“Dat is dus lastig. De regering die naar Londen vertrok zei dat iedereen op zijn plek moest blijven. Wat doe je dan als je machinist bent bij de spoorwegen of ambtenaar bij het bevolkingsregister? De continuïteit van bestuur ging voor. Nederland was gezagsgetrouw, de meeste mensen bleven doorgaan met hun werk, keken eerst maar eens aan wat er ging gebeuren. Sommigen probeerden de Duitsers tegen te werken, sommigen gingen zelfs in het verzet. Maar er waren ook heel wat ambtenaren die meewerkten met de nazi’s, soms zelfs met enthousiasme.”

Bent u blij met deze excuses?

“Ik denk dat het goed is. Direct na de oorlog is deze hele geschiedenis verdrongen. Het is historicus Jacques Presser geweest die in 1965 met zijn boek ‘Ondergang’ de vraag voor het eerst zo nadrukkelijk stelde. Wat deden de gemeentelijke diensten tegen de Jodenvervolging? Wat deden de ambtenaren, de rechters, de politie? Hij stelde daarmee dus ook voor het eerst de medeverantwoordelijkheid van Nederland bij de Holocaust ter discussie. Dat was twintig jaar na de oorlog. En nu 55 jaar later krijgt Presser zijn antwoord: een volmondig ja, we zijn als overheidsapparaat tekortgeschoten. Ook al waren we politiek niet verantwoordelijk. We hebben het niet goed gedaan.”

U vindt het dus niet te laat?

“Het is zeker ironisch, of misschien beter: wrang, dat dit gebeurt terwijl er bijna niemand meer in leven is die de concentratiekampen zelf heeft meegemaakt. Ik werd vlak voor de herdenking voorgesteld aan een man die in Auschwitz zat – hij was de enige dit jaar, zo werd mij verteld. Tegelijk vind ik dat ook wel weer iets moois hebben: dat ten minste één overlevende dit nog hoort uit de mond van de minister-president. Het is letterlijk het laatste moment dat dit nog kan, dat heeft iets symbolisch. Het is wel laat, ja, maar het is nu in elk geval gebeurd.”

In een toespraak bij de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam heeft premier Mark Rutte excuses aangeboden namens de Nederlandse regering voor ‘het overheidshandelen’ tijdens de Tweede Wereldoorlog. “De bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend”, verwees hij naar de Jodenvervolging. Frank van Vree, directeur van het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, duidt de betekenis.

Lees ook: 

Excuses van Rutte verrassen Joodse gemeenschap

Premier Rutte maakte vandaag zijn excuses voor de houding van de regering tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor de Joodse gemeenschap kwam dat als verrassing.

‘Ik was dáár. Ik heb Auschwitz overleefd’.

Vlak voor de bevrijding van vernietigingskamp Auschwitz, 75 jaar geleden, moesten tienduizend gevangenen het kamp verlaten van de Duitsers. Max Rodrigues Garcia (toen 20, nu 95), een Joodse jongen uit Amsterdam, was een van hen. ‘Ik heb Auschwitz geroken met mijn neus, gehoord met mijn oren.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden