AnalyseVaccinatiesceptici

Een van de schades die de pandemie heeft aangericht: intolerantie

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Soms moet wat moreel mooi is wijken voor wat beleidsmatig verstandig is. Tijdens de coronapandemie bleek dat ware tolerantie met zo’n pragmatische keuze is gediend, schrijft Fleur Jongepier in haar bijdrage aan het net verschenen boek Ware tolerantie. Hoe we onszelf kunnen zijn en elkaar toch kunnen verdragen.

Fleur Jongepier

Wat is tolerantie? Traditioneel een concept dat de relatie bepaalde tussen de overheid en de burgers, heeft tolerantie tegenwoordig ook relevantie om de onderlinge verhouding te begrijpen tussen individuen in hun hoedanigheid van partners, buren, familieleden en collega’s. Hoe tolerant ben je wanneer de kersenboom van je buurvrouw steeds verder over jouw tuin begint te groeien? Wanneer je partner aangeeft een open relatie te willen? Wanneer je oom zich niet wil laten vaccineren?

Tolerantie is haast synoniem geworden voor het wel of niet ‘opbrengen van begrip’ of ‘de ander in zijn waarde laten’. Maar niet alle sociale lijm is terug te voeren op tolerantie, want soms doen we het uit liefde, soms uit onwetendheid of vooringenomenheid, soms uit beleefdheid en soms uit angst. Neem die ongevaccineerde oom. Het was de vraag die menige krant stelde terwijl de coronapandemie voortdenderde: moeten we tolerant zijn naar vaccinatiesceptici, en zo ja, tot waar? Algauw bleek het al te gemakkelijk om de oom – laten we hem Kees noemen – plat te slaan tot antivaxer, tot wappie, tot iemand die niet geloofde dat het coronavirus bestond of dacht dat je van het vaccin om middernacht veranderde in een weerwolf.

Een persoon met vele gezichten

Maar Kees bleek vele gezichten te hebben. Hij was soms daadwerkelijk een wappie, maar soms een persoon die niet al te veel van ‘ons’ verschilde, die moeilijk kon geloven dat een vaccin zo snel ontwikkeld kon worden zonder dat je er iets engers door zou oplopen dan het coronavirus zelf. De andere keer bleek Kees een jonge, hoogopgeleide vrouw die vaccinatie onnatuurlijk vond, dan weer een Baudet-aanhanger die op de politie wilde beuken en voor wie coronaprotesten goed uitkwamen. Soms was hij een achttienjarige die per ongeluk in de verkeerde tunnel op Youtube was beland, en soms was hij Fatima die het Nederlands nog niet goed machtig was en bij wie informatie niet aankwam (ook al dacht iedereen van wel). Soms was hij iemand die boos werd van de toon waarop hij indirect op persconferenties werd aangesproken. En Kees was regelmatig werkloos, verveeld en sociaal geïsoleerd en kende niemand die ernstig ziek was geworden van corona.

Het leek dus alsof het een makkelijk verhaaltje was, met aan de ene kant verstandige mensen die zich uit pure solidariteit lieten vaccineren en aan de andere kant wappies die molotovcocktails gooiden naar de politie. Maar dat was een sprookje.

Als we de vraag stellen of we tolerant moeten zijn naar Kees, wat betekent dat dan precies? Dat Kees dit bij de verjaardag van Bep hardop kan zeggen zonder dat we weglopen? Dat we begrip moeten hebben voor Kees’ standpunten en keuzes? Dat Kees’ brieven aan de krant soms geplaatst moeten worden? Dat op persconferenties niet op een bepaalde toon over vaccinatiesceptici moet worden gepraat? Of dat er geen vaccinatieplicht wordt ingevoerd?

Tolerantie tussen mensen onderling

Dit kleine spervuur aan vragen laat zien dat tolerantie in de verhouding tussen de overheid en de burgers iets anders is dan tolerantie tussen mensen onderling. Het is mogelijk dat Bep intolerant is naar Kees en de overheid juist tolerant, of dat zij dat zou moeten zijn. We kunnen ons voorstellen dat Bep zou weglopen bij de verjaardagsborrel zodra Kees zijn standpunten uit, hem zou honen, of niet toelaten tot familieactiviteiten totdat hij volledig gevaccineerd is, terwijl de overheid – metaforisch gezien – niet van Kees weg zou lopen. Bijvoorbeeld door juist zoveel mogelijk met vaccinsceptici in gesprek te blijven, hen niet op persconferenties te bespotten en hen niet te dwingen tot vaccinatie.

Een manifestatie op het Museumplein in maart 2022 voor, volgens de deelnemers, ‘verbinding en vrijheid’. Ook werd gedemonstreerd tegen de arrestatie van de voorman van Viruswaarheid, Willem Engel.  Beeld Joris van Gennip
Een manifestatie op het Museumplein in maart 2022 voor, volgens de deelnemers, ‘verbinding en vrijheid’. Ook werd gedemonstreerd tegen de arrestatie van de voorman van Viruswaarheid, Willem Engel.Beeld Joris van Gennip

Het zou zonder meer mooi zijn als alle Kezen en Beppen tolerant zouden kunnen zijn voor elkaars sterk uiteenlopende opvattingen over vaccinatie. Er zijn te veel vriendschappen stukgelopen op standpunten die antivaxers of vaccinatie-enthousiastelingen zo stellig uitten dat het onmogelijk werd elkaar in zijn of haar waarde te laten. Dit is een van de schades die de pandemie heeft aangericht.

Iedereen behandelen als moreel-politieke gelijken

Toch zijn er moreel-filosofische gronden om te argumenteren dat de overheid toleranter moet zijn dan Bep of Kees. We kunnen dan Voltaire, Thomas Paine of Thomas Jefferson van stal halen. We kunnen argumenteren dat tolerantie gegrond is in wederzijdse erkenning, of dat er belangrijke niet-instrumentele redenen zijn om tolerant te zijn naar andersdenkenden, bijvoorbeeld omdat het in een liberale samenleving van basaal respect getuigt dat we alle burgers behandelen als moreel-politieke gelijken. We zouden, kortom, tolerantie primair als iets krachtigs en als iets positiefs kunnen beschouwen, en niet enkel als een noodzakelijk middel dat voorkomt dat we ons als wolven tot elkaar verhouden en gewapend met rotte tomaten naar familie-uitjes vertrekken.

Het beleid gedurende de pandemie laat echter ook het belang van een praktisch of instrumenteel argument voor de overheid zien om, anders dan Bep, tolerantie voor Kees en zijn vrienden op te brengen. Dat argument is niet zozeer op humanistische of liberale waarden gegrond, maar op de verwachting dat, om een dwarsstraat te noemen, 2G of verplichte vaccinatie het rijksvaccinatieprogramma tot ver in de toekomst serieuze schade kan berokkenen. Dat een Beppige houding kan leiden tot nog meer onrust en meer agressie. Dat intolerantie naar vaccinatiesceptici contraproductief zou kunnen zijn en de kans alleen maar kleiner maakt dat Kees zich zal laten vaccineren. Dat het sommige Kezen in de handen drijft van politici die niet vies zijn van propaganda en het verkondigen van leugens en onwaarheden.

Er zijn dus zwaarwegende, puur instrumentele argumenten voor overheden, vooral in pandemische tijden, om tolerant te zijn naar andersdenkenden. Niet primair omdat zij manieren van denken en doen hebben die gerespecteerd moeten worden – hoewel daar met een beroep op de filosofie ook argumenten voor zijn – maar simpelweg om erger te voorkomen. Tolerantie is in tijden van een pandemie niet zozeer moreel mooi, maar beleidsmatig verstandig.

Vriendschap loopt stuk op vaccinatie

Als we dit argument volgen, dan is het denkbaar dat je erachter komt het niet voor elkaar te krijgen, of te willen krijgen, verdraagzaam te zijn voor een goede vriendin die zich niet wil laten vaccineren, en dat misschien zelfs jullie vriendschap ‘breekt op vaccinatie’. En dat dat, in zekere zin, oké is. Tegelijkertijd kun je tot de conclusie komen dat het wenselijk is dat gemeentes en de GGD wél met haar in gesprek proberen te komen en te blijven, en dat de premier en de minister van volksgezondheid niet met haar breken.

Deze instrumentele tolerantie roept de vraag op: is dit nog wel tolerantie? Je kunt je voorstellen dat een minister van volksgezondheid niet écht gelooft dat Kees’ standpunten of keuzes in zekere zin ‘gerespecteerd’ moeten worden, en hij eigenlijk van mening is dat Kees juist met ferme hand moet worden gestuurd – dat de minister stilletjes denkt wat Macron hardop zei: “Ongevaccineerden wil ik echt op hun zenuwen werken, tot het eind aan toe”. Maar dat de minister dit toch tijdens persconferenties allemaal inslikt en een benaderbare houding en toon aanneemt, en begrip laat zien dat er niet werkelijk is. Een beetje zoals een medewerker van een helpdesk of servicenummer die zegt: ‘Ik begrijp uw frustratie’, hoewel je weet dat hij dat alleen maar zegt om te voorkomen dat je écht uit je vel springt.

Onoprechtheid

Instrumentele tolerantie zal dus vaak gepaard gaan met een zekere mate van onoprechtheid. De tolerantie zit hem niet in positieve idealen of ideeën, maar puur in de praktische omgang en beleidsmatige keuzes. Is dat erg? Is het compatibel met ‘echte’ tolerantie?

Ik denk niet dat dat de meest interessante vraag is om te stellen. De pandemie heeft zeker diepe en urgente filosofische vragen opgeworpen, klassieke vragen waarvan we hoopten dat ze braaf in de tekstboeken zouden blijven, zoals: wie moet er wel en wie niet gered worden bij schaarste van zorg? Hoe weeg je sterfte tegen vrijheid af? We kunnen ons kortom, geconfronteerd met Kees, Bep en Fatima, afvragen wat tolerantie écht is. Deze neiging tot puurheid is begrijpelijk, al is het maar omdat instrumentele tolerantie iets tragisch heeft: het is in zekere zin toegeven aan de frailty, error en folly, de zwakte, de fouten en de dwaasheid van sommigen.

Tegelijkertijd heeft de pandemie ons laten zien dat het formuleren van antwoorden op vraagstukken die zich in de echte wereld voordoen alleen maar kan wanneer we het empirische, het rommelige, het praktische, het onwenselijke en het niet-ideale meenemen. Wat moreel gezien juist is om te doen – bijvoorbeeld tolerantie van vaccinatiesceptici door coronaprotesten toe te staan en niet te grijpen naar vaccinatiedwang – kun je niet los zien van de praktische consequenties die het tot gevolg heeft.

De conclusie is: misschien heeft de pandemie ons wel meer geleerd over morele reflectie en de ethiek in de praktijk dan dat de ethiek ons heeft geholpen om te gaan met morele dilemma’s in een pandemie.

Dit is een ingekorte versie van de bijdrage van Trouw-medewerkster Fleur Jongepier aan het nieuwe boek Ware tolerantie. Hoe we onszelf kunnen zijn en elkaar toch kunnen verdragen. Van Gennep, 19,99 euro. Het boek, onder redactie van oud-Trouw-journalist Marcel ten Hooven (De Groene Amsterdammer), verschijnt naar aanleiding van het Coornhertjaar. Het is dit jaar 500 jaar geleden dat de Nederlandse humanist Dirck Volkertsz. Coornhert werd geboren. Met bijdragen van onder anderen Stevo Akkerman, James Kennedy, Kees Schuyt, Paul van Tongeren, Halleh Ghorashi en Lotfi El Hamidi.

Lees ook:

Vaccineer kinderen niet om groepsimmuniteit te bereiken

Zolang een groep volwassenen zich niet laat vaccineren tegen het coronavirus, mogen we kinderen niet gebruiken om een hogere vaccinatiegraad te bereiken, vinden kinderarts Károly Illy en socioloog Danielle Jansen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden