Onderzoek Indonesië

Een pijnlijke boodschap: de belangrijkste conclusies uit het rapport over oorlogsgeweld in Indonesië

Gevangenen bij de inlichtingendienst, 1949. Beeld Niod
Gevangenen bij de inlichtingendienst, 1949.Beeld Niod

Het moest een studie worden naar het Nederlands geweld in Nederlands-Indië. Een hekel thema, gezien de gevoeligheden bij oud-strijders maar ook de Nederlands-Indische gemeenschap. Weten we nu meer?

Jeroen den Blijker

Jarenlang werkten historici van drie onderzoeksinstituten (Niod, KITLV en NIMH) aan een omvangrijke studie naar het geweld van Nederlandse militairen in Nederlands-Indië, tussen 1945 en 1949. Dat leverde verschillende, vernieuwende inzichten op.

Bersiap: aantal slachtoffers beduidend lager

Voor het leed van de Indische gemeenschap, maar ook voor bijvoorbeeld Molukkers, is in Nederland lange tijd weinig begrip geweest binnen de Nederlandse samenleving. Illustratief daarvoor is dat er relatief weinig onderzoek naar de bersiap is verricht, de tijd direct aansluitend op de Japanse capitulatie. Terwijl al lange tijd bekend was dat Indonesische jongeren grof geweld pleegden en gruweldaden begingen jegens zo’n beetje iedereen die herstel van de oude koloniale verhoudingen nastreefde. Historici schatten tot nu toe het aantal slachtoffers van de bersiap tussen de 3500 en 30.000.

Maar in de nieuwe studie stellen de onderzoekers Esther Captain en Onno Sinke dit aantal naar beneden bij: zeker niet meer dan maximaal zesduizend. Volgens hen zitten er teveel ‘aannames en niet te traceren bronnen’ in de oude berekeningen. “Mensen waren bijvoorbeeld als vermist opgegeven, maar doken na verloop van tijd toch weer op.”

Captain en Sinke baseren zich nu op gegevens van onder andere de Oorlogsgravenstichting, het Rode Kruis, de stichting Pelita – maatschappelijk werk voor de Indische gemeenschap – en archiefonderzoek. Zo zijn ruim drieduizend slachtoffers met zekerheid getraceerd, en verder wordt er een ‘onzekerheidsmarge van ruim tweeduizend’ aangehouden. “We begrijpen dat dit veel pijn doet; zesduizend is veel lager dan lange tijd is aangenomen”, aldus Sinke. Anders dan ook vaak is beweerd, is de bersiap niet de reden geweest om Nederlandse militairen naar de kersverse republiek te sturen. Dat besluit tot ‘rechtsherstel’ nam de Nederlandse regering al veel eerder.

Nederlandse militairen: institutioneel geweld

In het onderzoek wordt het beeld bevestigd dat veel oud-Indiëstrijders en ex-Knillers vreesden. Grote delen van de krijgsmacht gingen zich te buiten aan excessief geweld jegens burgers en revolutionaire strijders. Dat werd ook gedoogd, én verhuld, door de militaire leiding en de Nederlandse politiek, omdat de oorlog koste wat kost gewonnen moest worden.

De onderzoekers spreken van ‘institutioneel geweld’: zij hebben vooral de rol van de krijgsmacht als instituut willen weergeven in een strijd die ‘extreem ongelijk’ was. Tegenover iedere Nederlandse dode, stonden wel veertig gedode Indonesiërs.

Volgens Ben Schoenmaker, directeur van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), kan je onmogelijk de militairen van destijds als groep aanspreken op het excessieve geweld van de Nederlandse krijgsmacht, al zijn er wel militairen die ‘nadrukkelijk over de schreef gingen’. “Je moet de groep niets verwijten, wij kijken naar de structurele aspecten: hoe is de krijgsmacht omgegaan met alle geweld?” En daaruit blijkt dat de militaire leiding het niet zo’n probleem vond, sterker nog, omdat het aantal revolutionairen veel groter was dan de soldaten die Nederland op de been had gebracht, werd grof geweld vaak gezien als de oplossing. Juridisch leidde het geweld ook zelden tot vervolging.

De politiek: worsteling met het verleden

Het Nederlands bestuur liep veel te lang aan de leiband van de militaire top, zo bevestigt de studie. Indië moest vooral heroverd worden, was ook in Den Haag het idee. “Bestuurders in Indonesië en Nederland voegden zich naar het verhaal van orde en gezag”, aldus onderzoeker Peter Romijn van het Niod.

Breed leefde ook de opvatting dat een Indonesisch leven minder waard was dan dat van een Hollandse jongen. Nadat de Nederlandse troepen Indonesië hadden verlaten, begon een lange periode van ontkenning of het minimaliseren van de Nederlands gewelddadige rol.

“Drees zei: die geschiedenis moet ooit geschreven worden, maar niet nu”, aldus historicus Meindert van der Kaaij van het KITLV. Het was allemaal te pijnlijk, voor politiek en samenleving, ook met oog op de oud-strijders en de Indische gemeenschap. Het gewelddadig verleden kon uiteindelijk niet langer onder het tapijt geveegd worden door nieuwe publicaties in de media, onderzoeken én de zaak tegen de staat van de weduwen van het Javaanse dorp Rawagede. 431 mannen zijn daar in 1947 zonder proces geëxecuteerd, waarvoor de rechter de Nederlandse staat verplichtte tot het betalen van een schadevergoeding en het maken van excuses.

Militaire inlichtingendiensten: grof geweld

Over de rol van militaire inlichtingendiensten in de koloniale oorlog zijn altijd veel vragen geweest. Inlichtingen waren cruciaal voor de Nederlandse troepen, die burgers en strijders nauwelijks konden onderscheiden en met te weinig man waren.

“Indonesiërs hadden ook een thuisvoordeel, ze waren Nederlanders te slim af“”, zegt onderzoeker Remy Limpach van het NIMH. Hij schetst een beeld waarbij ‘martelingen’ - officieel in strijd met de lijn van opperbevelhebber Spoor, maar zelden écht aangepakt - beleid werden. Gevangenen werden ‘uitgeperst’ om inlichtingen over de vijand te vergaren of om bekentenissen af te dwingen.

Het vuile werk werd daarbij opgeknapt door laag militair personeel, vaak met een Indo-Europese, Molukse of Chinese achtergrond. Hoe vaak valse bekentenissen zijn afgedwongen, en welk geweld jegens Indonesiërs dat weer tot gevolg had, is niet bekend. Veel uitgeperste gevangenen werden nadien ook vermoord. “Het is een uitvloeisel van onmacht en frustratie in een conflict dat met normale middelen niet te winnen was.”

Lees ook:

Collectief wegkijken gaf Nederlandse militairen ruimte voor structureel, excessief en extreem geweld in Indonesië

Nederlandse militairen gingen zich in Indonesië aan extreem geweld te buiten. Dat geweld is nauwelijks bestraft, wat past in hoe Nederland zijn rol in de koloniale oorlog zag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden