Wegenwacht Roxanne Beekhuis in Apeldoorn.

Wegenwacht 75 jaar

Een ode aan de 75-jaar jonge Wegenwacht: ze fixen je auto én je rotdag

Wegenwacht Roxanne Beekhuis in Apeldoorn.Beeld Roos Pierson

Een onverwoestbaar humeur en een oprechte wens om mensen te helpen, waar zie je dat nog? Nou, bij de Wegenwacht, weet Quirijn Visscher. De 75 jaar jonge hulpdienst repareert niet alleen ter plekke je auto, maar fixt meteen ook je verpeste dag.

Spreek wat wegenwachten achter elkaar, zoals voor dit artikel, en de zon breekt door in je leven. Wát een onverwoestbaar optimisme. Mannen en vrouwen met een granieten goede luim. Ze zitten nooit verlegen om een passend woordje of een kwinkslag. Zet deze empathische types bij elkaar en je krijgt een volière van verhalen. In 1998 hoorde ik hun uitgelaten geluiden voor het eerst. Als stagiair van de AutoKampioen liep ik langs hun cursuszalen in Den Haag.

Na mijn ANWB-stage kwam ik de Wegenwacht – dit jaar 75 jaar jong – vooral tegen op onverwachte momenten in mijn dagelijks leven. Momenten zoals veel ANWB-Wegenwachtleden die kennen. Het dagelijkse leven staat ineens stil door pech. Je plannen lijken in duigen te vallen. Maar dan komt daar die gele wagen aanrijden met een montere monteur, welk uur van de dag het ook is. De wegenwacht repareert je auto en probeert en passant ook je humeur op te vijzelen.

Wegenwachten lijken ideale mensen. Wat zijn dit voor types? En waar haalt de ANWB ze vandaan? Want wegenwachten moeten niet alleen over bovengemiddelde monteursvaardigheden beschikken; ze behoren ook vele sociale technieken te beheersen. Bij de start van de Wegenwacht in 1946 lette de A.N.W.B. al op hun ‘gedragen beschaving’. “U zult U behoorlijk moeten gedragen als ‘gentleman’ van den weg”, sprak destijds Wegenwacht-directeur Rienstra.

Kom even mee naar mijn pechgeval, vraagt Cor van Dijk mij, een boomlange fietsende wegenwacht. “Het is vlakbij. Dan zie je hoe wij werken.” Ik ben na jaren terug op het ANWB-hoofdkantoor in Den Haag. Even later staan we in een Haagse buurt bij een Opel vol roest, krassen, deuken en gele tape. Probleem: lege accu. De eigenares komt aansnellen. Ze werkt in de zorg en doet haar ronde. Mensen wachten. “De accu is op, ik kan snel een nieuwe plaatsen”, oppert Van Dijk na de starthulp. De vrouw wil dóór, al zal haar auto straks weer haperen. “Ik ga naar huis en fiets mijn ronde wel.”

Van Dijk had ook niet anders verwacht, zegt hij terwijl de Opel krakend wegrijdt. Hij zag het direct. “Je leert mensen lezen. Aan de auto zie je al dat deze mevrouw andere prioriteiten heeft in het leven. Hoorde je die homokineet tikken, trouwens? Dat is niet goed.” Wat mensen doen met aangeboden hulp, is aan hen zelf. Van Dijk zit er niet mee. Ook niet als hij haar straks weer starthulp zal moeten geven. “Geen probleem.” Van Dijk fietst ervandoor, op naar een volgend pechgeval.

Lange dienstverbanden

Van de honderd aanmeldingen voor nieuwe wegenwachten wordt 10 procent toegelaten, vertelt Rian Vreeburg op het hoofdkantoor. Ze werkt 35 jaar bij de ANWB – lange dienstverbanden zijn hier heel normaal. Ze is als directeur Hulpverlening verantwoordelijk voor de Wegenwacht en de Alarmcentrale. “Vaak werven collega’s nieuwe collega’s”, zegt ze. “Ze ontmoeten heel veel mensen en herkennen in iemand een wegenwacht.”

Een echte wegenwacht moet technisch ervaren zijn, zegt Vreeburg. “De toestroom van leerlingen op technische scholen neemt af. Wij bieden daarom bij wegenwachtstation Utrecht een eigen leerweg voor automonteur, samen met ROC Mondriaan.” Utrecht is ook het nationale trainingscentrum. Ook in deze tijd van digitale autotechniek blijft kennis over chokes, contactpuntjes en carburateurs nuttig. Dat leer je daar. Reguliere scholen onderwijzen deze klassieke autotechniek amper nog.

Op nummer één: de lekke band

Nederland telt 785 wegenwachten, waarvan 774 man en 11 vrouw, en 145 ondersteunende collega’s bij ANWB’s Wegenwacht. De meest voorkomende hulpmelding gaat om de lekke band (166.000 keer per jaar), gevolgd door starthulp (151.000 keer), sleutel kwijt/ingesloten (24.500 keer) en de defecte brandstofpomp (15.000 keer). Sinds 1946 heeft de Wegenwacht 45 miljoen pechgevallen verholpen. Op het Auto-themakanaal van de ANWB vloggen enkele wegenwachten over hun belevenissen. Ook vind je daar filmpjes over historische wegenwachtauto’s­­.

“Wegenwachten moeten over voldoende levenservaring beschikken”, vervolgt Vreeburg. “Ze zijn niet al te jong. Ze zijn communicatief sterk, kunnen mensen snappen en kunnen improviseren.” In ANWB-vacatures voor deze redders in nood vind je frases als ‘vriendelijke glimlach’, ‘rustig uitleggen wat je doet’ en ‘mensen geruststellen’. Vreeburg: “Als je als wegenwacht eenmaal bij een klant bent, dan is het aan jou om het op te lossen. Dat is de autonomie van de wegenwacht.”

Een wegenwacht is een wat extraverter type. Elke dag rijden de wegenwachten de levens binnen van honderden mensen met pech. Ze stellen zich voor en maken het liefst een grapje om het ijs breken. Alles om de stress en ontreddering weg te nemen. De meeste mensen reageren vooral opgelucht als de knalgele auto, motor of vrachtfiets arriveert. Een wegenwacht maakt direct na aankomst ook een sociale inschatting: soms is het technisch malheur niet het meest urgente probleem.

Een wegenwacht kan eindeloos vertellen over de belevenissen onderweg. Over die oldtimer uit 1928 op houten wielen die op verkeerde brandstof reed. Of die arts op weg naar een operatie die snel een lift kreeg. Iemands eerste leuke dagje uit na een moeilijke tijd en dan direct nu pech. Wegenwachten leven voor verse hulpvragen en verhalen. Ze stonden in de rij om deze zomervakantie naar Frankrijk en Italië uitgezonden te mogen worden, zegt Vreeburg. “Ze hebben daar altijd aanspraak.”

Helpen maakt hen gelukkig, zo zijn ze nu eenmaal gebakken

De hulpvaardigheid van de wegenwachten is niet gespeeld. Helpen maakt hen gelukkig, zo zijn ze nu eenmaal gebakken. Goede hulp krijgen maakt dankbaar, dat weet ik uit ervaring. Zoals die keer dat ik bij het ochtendkrieken rillend in de vrieskou op Schiphol stond met een lege accu. Mijn dankbaarheid geeft hén dan weer voldoening. En zo is de emotionele cirkel rond. Natuurlijk­­ besef ik dat ik klant ben en heb betaald. Toch ervaar ik een warm gevoel van ouderwetse burenhulp.

Mensen verschillen in de manier van hulp vragen en aanvaarden, merken wegenwachten. “Ouderen proberen soms alles te doen om ons maar niet te hoeven bellen”, zegt de Haagse wegenwacht Daniel Vrolijk. “Dan zeggen ze sorry als ze het toch doen. Jongeren redeneren vaker: ik heb toch betaald?” Op zondag hulp vragen, doen ouderen en Bijbelgordel-bewoners minder snel. Er zijn meer regionale verschillen. Je treft in de stad vaker zakelijkheid, op het platteland sneller noaberschap. Je zou haast denken dat wegenwachten zelf hulpvaardige dorpelingen zijn die omzien naar mensen.

Eddy Segers, wegenwacht in hartje Amsterdam, is een West-Frieslander. “Ook mijn meeste collega’s wonen in dorpen, slechts vier hier in de stad”, vertelt hij peinzend. “Is de hulpvaardigheid in dorpen dan groter? Moeilijk om te zeggen. In Amsterdam kom ik ook saamhorige buurten tegen.” Een check bij de ANWB leert dat wegenwachten, naast in dorpen, ook vaak in provinciesteden wonen.

Na de hulpverlening reageren mensen vol emoties in klantenonderzoeken en reviews. Het is alles of niets; dit in de verhouding ‘meestal alles, zelden niets’. Driekwart van de leden geeft de wegenwacht volgens ANWB een 9 of 10 als rapportcijfer. Maar is men ontevreden, dan zijn de cijfers vernietigend, leert googelen naar reviews. Vijven, zessen en zevens zijn schaars. Gedoe kan er ontstaan vanuit een stress-situatie, zoals over de ­(on-)geldigheid van een abonnement.

Tentoonstelling

Het Louwman Museum in Den Haag toont de iconische gele Wegenwachtvoertuigen van de ANWB in de thematentoonstelling 75 jaar Wegenwacht. De Wegenwacht werd opgericht naar voorbeeld van de Engelse Automobile Association (AA). Eerst reed de Wegenwacht met Harley Davidson’s van het Canadese bevrijdingsleger. Later volgen onder meer BSA-motoren, Eenden, Ami’s, Renaults 4 en Golfjes. De tentoonstelling loopt tot en met 5 september.

Wegenwachten leren harde confrontaties zoveel mogelijk te vermijden en empathisch te reageren. Klantwaardering is immers topprioriteit. Wegenwachten kijken elke maand reikhalzend uit naar hun eigen scorelijst waarin klanten achteraf hun mening geven. Segers kreeg van iemand te horen: ‘die vent verdient een 11’. En Vrolijk las dat iemand blij met hem was, omdat hij geen fooi had proberen los te peuteren. Wegenwachten mogen geen cadeaus en fooi aannemen.

Het Wegenwacht-gevoel ontstaat niet alleen door het hulpvaardige en begripvolle karakter van de wegenwacht. De samenleving is hulpbehoevender geworden. Sinds de Wegenwacht in 1946 begon, is de wereld op de weg sterk veranderd. We zijn massaal gaan autorijden met alle gevolgen van dien. De voertuigtechniek evolueert door de digitale revolutie en elektrificatie. De ANWB is allang gestopt met de cursus Pech Onderweg. Onze technische zelfredzaamheid brokkelt af.

Neem de lekke band. Reservewielen worden vaak wegbezuinigd in nieuwe auto’s. Wie leert er nog een wiel wisselen? Die kennis verdwijnt. Weinigen repareren de band met de noodreparatie-kit. We raken in deze individualistische digitale tijden collectief afhankelijk van de pechhulp. Meer dan 80 procent van de 5 miljoen ANWB-leden is tevens Wegenwacht-lid. De een meldt zich zelden met pech, de ander om de haverklap.

Een fijn gevoel van maatwerk

Ook de autonomie van de wegenwacht draagt bij aan het Wegenwacht-gevoel. Elk pechgeval wordt ter plekke persoonlijk beoordeeld en behandeld door een monteur met een eigen bus. Gemiddeld staat er per geval 20 minuten. Een wegenwacht beslist zelf over de beste oplossing in een situatie. Ook als reparatie langer duurt en extra moeite kost. Dat geeft je een fijn gevoel van maatwerk. De handelingsvrijheid verhoogt het werkplezier van een wegenwacht. Vandaar die goede luim.

Dan is er het karakter van de Wegenwachtservice. Een wegenwacht wil, anders dan een sleepdienst, al ter plekke een voertuig veilig rijdend krijgen, al dan niet met een noodreparatie. Daarbij krijg je in lekentaal uitleg over wat er technisch gebeurt en over de vervolgstappen die je het best kunt zetten. Het is soms alsof je een aflevering van tv-serie Wheeler Dealers kijkt. Direct afslepen druist in tegen de beroepseer van een wegenwacht. Dat gebeurt alleen als het onvermijdelijk is.

Wat is de toekomst van die sociale 75-jarige Wegenwacht? Auto’s veranderen immers in zelfrijdende computers. De ANWB liet de Technische Universiteit Delft een gele Wegenwacht-robot ontwikkelen, een knipoog naar de toekomst. “De robot is bedoeld als hulpje van de wegenwacht om onderdelen te brengen”, zegt Vreeburg. “Ik kan me namelijk niet voorstellen dat ooit de menselijke wegenwacht wordt vervangen. De Wegenwacht is groot geworden door menselijk contact.”

Daniël Vrolijk in Scheveningen: 'We zijn allemaal hulpvaardige types. Mensen met geel bloed.' Beeld Roos Pierson
Daniël Vrolijk in Scheveningen: 'We zijn allemaal hulpvaardige types. Mensen met geel bloed.'Beeld Roos Pierson

Daniël Vrolijk (46) is wegenwacht sinds 1996. Met zijn elektrische Wegenwacht-bakfiets helpt hij klanten in Den Haag-centrum en zijn eigen Scheveningen. Hij twittert veel over zijn belevenissen.

“Eén keer had ik zelf autopech­­, 50 kilometer voor de camping in Frankrijk. Ik kon het zelf niet maken. Ik heb toen ervaren hoe onzeker je je kunt voelen of de beloofde hulp ook echt komt. Als ik bij een pechgeval kom, zie ik de opluchting bij mensen. Ik maak het dagelijks mee. Ik wilde over mijn belevenissen een boek schrijven, maar daar komt het maar niet van. Door te twitteren vergeet ik niet wat ik allemaal meemaak. Ik kijk gewoon de oude tweets terug­­.

Hulpvaardigheid zit in mij. Dat hoort bij alle wegenwachten. Allemaal hulpvaardige types. Mensen met geel bloed. Ik herinner me van mijn sollicitatie nog deze vraag: “Stel, je zit als wegenwacht op een heel drukke dag eindelijk eens even rustig te eten en iemand spreekt je aan met een hulpvraag over een simpel kapot lampje. Hoe reageer je dan?” Het enige goede antwoord is natuurlijk: direct helpen.

Ik werkte eerst bij twee autobedrijven. Je draait productie bij een dealer. Ik miste het contact met mensen. Nu ik met de elektrische Wegenwachtfiets rondrijd, heb ik bij elk stoplicht aanspraak. Ik word ook vaak gefotografeerd door passanten. Laatst zelfs drie keer bij één pechgeval. Toen ze weg waren, vroeg de man die ik hielp, met fluisterende stem: “Meneer, mag ik u wat vragen? Bent u soms beroemd?” Geweldig toch!

Sommigen mensen vinden hulp vragen moeilijk. Ze voelen zich wat gegeneerd. Dan hebben ze de verkeerde brandstof getankt bijvoorbeeld. Ach, zeg ik dan, u bent niet de enige. Elk jaar gebeurt dit zo’n 10.000 keer. Ik probeer ze gerust te stellen. Ik maak graag contact met mensen en probeer te prikkelen. Je krijgt daardoor leukere gesprekken, zoals: “Is het je niet gelukt met de reparatie? Had je geen gereedschap bij je?” Per situatie schat ik in wat ik zeggen kan.”

Roxanne Beekhuis: ‘Ik blijf bij de Wegenwacht tot het 100-jarig jubileum. Minstens.’ Beeld Roos Pierson
Roxanne Beekhuis: ‘Ik blijf bij de Wegenwacht tot het 100-jarig jubileum. Minstens.’Beeld Roos Pierson

De vader van Roxanne Beekhuis (29) is al jaren wegenwacht. Sinds 2014 is ze het zelf. Dochter en vader zitten zelfs in hetzelfde team in de regio Apeldoorn.

“Een wegenwacht moet kunnen praten en repareren tegelijkertijd. Twee dingen. Ha, wat een voordeel toch dat ik vrouw ben. Wegenwachten kunnen goed praten. Dat moeten we wel. We leggen klanten rustig uit wat we aan het doen zijn. Onderling bellen wegenwachten elkaar de hele dag door. Je ziet je collega’s weinig. Zo houden we contact. Praten over pechgevallen. Hoe we met een tiewrap een auto rijdend kregen, dat werk.

Als ik er geen wegenwacht mee was geworden, had ik echt nooit de opleiding autotechniek gedaan. Ik houd van de vrijheid en het buiten zijn. Maar eerst deed ik een sportopleiding, want ik wilde niet de enige vrouw zijn bij autotechniek. Toch stapte ik over. Ik was er inderdaad de enige. Ik zou graag willen dat drempels voor vrouwen lager worden bij technische opleidingen.

Een garagemonteur maakt geen praatjes met mensen, terwijl juist dat zo leuk is. Iedereen is anders. Mensen reageren positief op mij, ook al is hun auto stuk. Ze vertrouwen hun dure bezit aan mij toe. Sommigen vertellen hun hele levensverhaal terwijl ik bezig ben. Heftige verhalen­­ ook.

Ik kom veel eenzaamheid tegen, zeker in coronatijd. Een ouder echtpaar had iets kleins met de auto. Ik was hun eerste gesprek in lange tijd. Daar maak ik dan echt een goed gesprek van. Je kunt soms net wat verder gaan om mensen blij te maken. Soms een beetje geinen om de drempels te verlagen. Je leert mensen lezen.

Sommigen vinden het moeilijk om hulp aan te nemen. Dan zegt iemand dat-ie zelf wel had willen repareren, maar geen gereedschap bij zich had. Ik weet niet of dat is om dat ik vrouw ben. Excuses voor de oproep hoor ik vaker. Van ouderen die al lang lid zijn. Of op zondag. Nou, ik heb juist graag iets te doen in mijn dienst. Ik blijf bij de Wegenwacht tot het 100-jarig jubileum. Minstens.”

Edddy Segers in Amsterdam: 'Durf je doorrijden na reparatie niet aan, dan rijd ik met je op. Ik gooi je niet in het diepe.' Beeld Roos Pierson
Edddy Segers in Amsterdam: 'Durf je doorrijden na reparatie niet aan, dan rijd ik met je op. Ik gooi je niet in het diepe.'Beeld Roos Pierson

Amsterdam-centrum is het terrein van wegenwacht Eddy Segers (43). Hij rijdt er op zijn elektrische motorfiets. Segers was in 2017 met collega Bart Lammerse de beste wegenwacht in Europa.

“In het dorp waar ik opgroeide was er een buurman wegenwacht. Ik was tien jaar en zag op een dag de achterklep van zijn wagen openstaan. Ik zag al dat gereedschap en dacht: dat wil ik ook! Ik was als tiener altijd aan het knutselen met brommers. Van drie kapotte tv’s die ik vond, maakte ik een werkende. Hulpvaardig ben ik ook. Op school was ik iemand die ging bemiddelen als een ander werd getreiterd. Je moet als wegenwacht uit bepaald hout gesneden zijn.

Mensen maken het werk interessant. Het geeft veel voldoening als ik iemand heb kunnen helpen. Een auto rijdend krijgen. Dankbare mensen. Daar doe je het voor. Ik houd ervan dat ik niet weet wat er vandaag gebeuren gaat. Het is het avontuur. Je maakt elke dag zoveel mee. Voorbeelden genoeg. Zo had iemand van een aquariumbedrijf zijn bus afgesloten in hartje Amsterdam met de autosleutel er nog in. Kon ik op zoek naar de sleutel tussen emmers vol piranha’s.

Van dit werk word ik blij. Als wegenwacht moet je niet alleen technische kennis hebben, je moet ook snel kunnen beslissen, je kunnen inleven in anderen

en denken in mogelijkheden. Soms lijkt een storing voorbij als ik ergens arriveer. Toch rijd ik dan nog even achter je aan. Want wie weet komt de storing terug. Mensen zijn soms ook erg in paniek. Durf je doorrijden na reparatie niet aan, dan rijd ik met je op. Ik gooi je niet in het diepe.

Wie boos is omdat-ie moest wachten, neemt toch vaak afscheid met een schouderklopje. Ik zie van tevoren al hoelang iemand wacht. Ik toon begrip voor de situatie. Soms generen mensen zich dat ze me hebben laten komen. De zelfredzaamheid lag vroeger hoger. Ik zeg altijd: het is mijn werk om je te helpen. Goed dat je je meldde.”

Over de auteur

Quirijn Visscher (1976) is freelance journalist. Hij schrijft niet alleen over auto’s en duurzaam vervoer, maar is ook lokaal verslaggever in de kleinste gemeente op het vasteland: Rozendaal.

Wat zijn uw ervaringen met de Wegenwacht? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Elektrische ambulances en brandweerauto’s? In Amsterdam en Drenthe gaan ze ermee pionieren

Kun je diesels vervangen door elektrische ambulances en brandweerauto’s? In Amsterdam en Drenthe gaan ze ermee pionieren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden