ReportageZwemles

Een kijkje bij de oudste zwemclub van Europa. ‘Het mag geen elitesport worden’

Janell (in het geel) en Succes (blauw) oefenen tijdens zwemles voor hun zwemdiploma C in het Bijlmer Sportcentrum zwembad in Amsterdam ZuidoostBeeld Jean-Pierre Jans

De oudste zwemclub van Europa begon met deftige heren aan het Amsterdamse IJ. Inmiddels is de locatie Zuidoost, en zien de zwemmers er heel anders uit.

De glimmende schoenen van Succes (10) vallen het meeste op, aan de zwembadrand van het Bijlmersportbad in Amsterdam. Op commando springt zij met vijf anderen met een koprol het water in. Met kleren aan, want ze oefenen reddend zwemmen voor diploma C. De ‘beste vriendin’ van Succes, Janell (9), is vanavond – de eerste training na de vakantie – de snelste. Dankzij haar roze zwembril? “Doktersvoorschrift”, legt juf Mia Schwegler (64) uit. “Wij zwemmen in principe zonder bril want als je onder water raakt, moet je je ook kunnen redden.”

Na 100 jaar bestaan wordt een bedrijf of vereniging in Nederland automatisch koninklijk verklaard. Maar 150 jaar volhouden vereist heel wat extra inzet. De jubileumpenning die deze Koninklijke Amsterdamsche Zwemclub (KAZ) in de zomer van de locoburgemeester kreeg, benadrukt de toonaangevende rol die de club heeft gespeeld.

Zo was KAZ belangrijk voor de introductie van schoolzwemmen in Nederland. Het begon allemaal met notabelen die in 1870 hun zwempartijtjes in het IJ een officiële vorm gaven. KAZ nam in 1888 het initiatief voor oprichting van de Koninklijke Nederlandse Zwembond. Tegenwoordig draait de club op vrijwilligers, organiseert zij trainingen en zwemlessen, maar ook schoolzwemkampioenschappen en zomerkampen. In Zuidoost probeert KAZ het bijzonder lage zwemdiplomagehalte van het stadsdeel te verhogen. Elk jaar weer verdrinken kinderen van asielzoekers en nieuwkomers, omdat niet iedereen het gevaar van water kent.

De allerkleinsten trainen

“Ik kom van Texel, en leerde van mijn moeder eerder zwemmen dan lopen”, zegt clubsecretaris Marielle Beers, die via haar dochter bij de club kwam en al zeven jaar de allerkleinsten traint. “Vijf jaar is de beste leeftijd om te leren zwemmen. Oók voor kinderen die van huis uit niet meekrijgen dat water leuk én gevaarlijk is.”

In Zuidoost wacht de jeugd liever een kwartier op de bus dan zelf te lopen of fietsen, ziet zij in haar buurt. Je zou hulp verwachten van scholen om hen op zwemles te krijgen, ‘maar scholen hebben het al heel zwaar’. Beers: “Tachtig procent van de leerlingen hier heeft een niet-Nederlandse ouder. Schoolzwemmen lukt alleen als er genoeg begeleiding is van ouders. We zien dat Afrikaanse ouders twee banen hebben, of dat het een moeder die zwanger raakt niet meer lukt om haar kind naar het zwembad te brengen.”

De strenge Schwegler – al 25 jaar zwemjuf bij KAZ – maakt het niet uit aan wat voor kinderen zij lesgeeft: “Je ziet hier veel soorten, rassen en dingen”, zegt zij met een Amsterdamse tongval. Er zijn zo’n dertig vrijwilligers en 330 leden van zeker 25 nationaliteiten. “Wij zijn bij wedstrijdzwemmen de meest gekleurde club van Nederland, maar intern is dat bij ons nog de minst diverse afdeling.”

Alle ramen afplakken 

Er zijn ook lesgroepen voor volwassenen en een voor vrouwen. “Dan plakken we alle ramen af, een heel karweitje”, zegt Mia. Ze mompelt richting water: “Wat is die nou aan het doen?” Met haar harde stem roept ze een correctie. “Het mooiste is als de kinderen zichzelf kunnen redden. En als hun ouders op les komen.” Bij zwemles voor volwassenen gaat het soms meer om kletsen in het ondiepe. Maar ook voor hen is afzwemmen een happening met vaantje, chips en foto’s.

Tot verdriet van het clubbestuur wordt ondanks subsidie het zwemwater steeds duurder: 118 euro per uur is de Amsterdamse huur, tegen elders gemiddeld zestig euro. “De gemeente wil dat we meer sporten. Dan moet het betaalbaar blijven”, zegt Beers. “Zwemmen is duur met 300 tot 400 euro per jaar. Ook vervoer naar wedstrijden is een drempel. Maar het mag geen elitesport worden, of dat de portemonnee van ouders bepaalt hoe het met jouw talent gaat.” Als teams van KAZ de regio bezoeken, vallen ze op door gezelligheid en verschillende huidskleuren, aldus Beers: “We moedigen veel aan en hebben veel lol.” Dat vinden ook Succes, die zo de bus naar huis pakt en Janell, die gaat lopen: “Het leukst is duiken, borstcrawl en ringen oprapen. En ik wil een pop van de bodem redden, dat zag ik op YouTube.” 

Lees ook:

Waarom blijft de tennisjeugd in Nederland zo wit?

Diverser en gekleurder dan voetbal kan een sport niet worden. Maar verenigingssport nummer twee, tennis, blijft al tientallen jaren zo blank als onze top der duinen. In Amsterdam-Zuidoost gaat het anders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden