Drugsbeleid

Een jointje op straat: volgens de Opiumwet mag het, maar van twee derde van de gemeenten niet

Een bezoeker rookt een joint op Cannabis Bevrijdingsdag in het Flevopark in Amsterdam.  Beeld  ANP
Een bezoeker rookt een joint op Cannabis Bevrijdingsdag in het Flevopark in Amsterdam.Beeld ANP

Een groeiende groep gemeenten verbiedt via lokale verordeningen het gebruik van drugs op straat. Die verordeningen staan haaks op de landelijke wetgeving.

Van de wetgever mag het, maar gemeenten maken het alsnog onmogelijk. Twee derde van de gemeenten verbiedt drugsgebruik op straat via een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Ze ondergraven daarmee het landelijke drugsbeleid. In de Opiumwet heeft de wetgever er vanwege de volksgezondheid namelijk van afgezien om het opsteken van een joint of het slikken van een xtc-pil strafbaar te stellen. Gebruikers van soft- en harddrugs moet je niet criminaliseren, is het idee, maar waar nodig helpen.

Tegen verstoringen van de openbare orde

Amsterdam was zo’n tien jaar geleden de eerste gemeente die drugsgebruik op specifieke plekken verbood vanwege overlast, stelt de Groningse hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer. “Daarmee is juridisch niets mis.” Na jarenlang gesteggel laat de rechtspraak de lokale verboden toe, maar alleen wanneer het motief handhaving van de openbare orde is. “Het probleem is dat ook talloze gemeenten waar drugs amper overlast veroorzaken, die bepaling in hun APV hebben staan. Zij zagen hun kans schoon om drugsgebruik in de héle gemeente te verbieden, waarmee ze ingaan tegen de wil van de wetgever.”

De verboden zijn in opmars. Twee jaar geleden concludeerde de NOS al dat zo’n 60 procent van de gemeenten het gebruik van hard- en softdrugs niet toestonden in het openbaar. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat inmiddels meer dan twee derde van de in totaal 352 Nederlandse gemeenten zo’n verbod heeft opgenomen in hun APV.

Het Friese Opsterland is zo’n gemeente die geen hinder ondervond, maar openlijk drugsgebruik sinds drie jaar toch verbiedt via de APV. “Een aanleiding was er niet”, stelt een woordvoerder. “Nadat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten die bepaling had opgenomen in de model-APV, die gemeenten als leidraad kunnen gebruiken bij het opstellen van hun eigen APV, hebben wij die simpelweg overgenomen.” Ook de Groningse gemeente Westerkwartier en het Zeeuwse Reimerswaal zeggen het verbod te hebben ontleend aan de modelverordening.

De modelverordening speelt vast een rol bij de groei van het aantal gemeenten waar een verbod van drugsgebruik op straat geldt, denkt Brouwer. Maar net als drugs- en verslavingsdeskundigen plaatst hij de toename ook binnen een bredere ontwikkeling: de Nederlandse tolerantie voor hasj, pep en pillen slinkt. “Er heerst een enorme angst voor drugs.”

Stok achter de deur

Ook opvallend is dat gemeenten amper boetes uitdelen wegens drugsgebruik. Uit cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau blijkt dat er vorig jaar 151 boetes zijn uitgedeeld voor het gebruiken van harddrugs in de openbare ruimte, en 104 voor softdrugs. Vóór de pandemie uitbrak, in 2019, werden er voor drugsgebruik op straat 211 bekeuringen uitgeschreven.

Verschillende gemeenten stellen dat de verboden simpelweg dienen als stok achter de deur. “Drugsoverlast is hier geen issue”, zegt Amstelveen bijvoorbeeld. “De bepaling is er om in te kunnen grijpen als blowende jeugd overlast veroorzaakt of iemand een spuit zet vlakbij kindertjes.” Marian Witte, de burgemeester van Geertruidenberg, gebruikt eenzelfde argumentatie: “Om onze twee boa’s en de politie handvatten te geven om in te kunnen grijpen als dat nodig is.” “Dat de politie overal op basis van dezelfde regels op dezelfde wijze kan handhaven”, stelt haar Reimerswaalse collega José van Egmond.

Maar gemeenten die geen verbod hebben, zeggen zo'n drugsgebruikbepaling helemaal niet nodig te hebben. Het Brabantse Vught bijvoorbeeld, waar het verbod in 2016 weer uit de APV verdween, geeft aan genoeg andere instrumenten te hebben om overlast aan te pakken. Breda en Deventer sluiten zich daarbij aan. Bovendien vinden die gemeenten dat gebruikverboden onwenselijk zijn. Deventer: “Zo’n bepaling is toch een fundamenteel andere benadering van drugsgebruikers.”

Ook hoogleraar Brouwer wijst de noodzaak van de verboden van de hand. “Met die algehele verboden op drugsgebruik op straat houden gemeenten zich mijns inziens niet aan de wet. Ik hoop dat een goede advocaat hier eens induikt.”

Lees ook:

Verboden te gebruiken, past dat binnen het Nederlandse drugsbeleid?

Een meerderheid van de gemeenten verbiedt drugsgebruik op straat. Hoe verhoudt zich dat tot het Nederlandse drugsbeleid, waarin de volksgezondheid vooropstaat? ‘Gebruikers belanden langzaam maar zeker in het verdomhoekje.

De twee gezichten van het Nederlandse drugsbeleid

D66 vindt de oorlog tegen drugs een ‘heilloze weg’, maar volgens de ChristenUnie is de strijd nog niet eens begonnen. Eén ding is duidelijk: het Nederlandse drugsbeleid hinkt al decennia op twee gedachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden