Corné Klijsen, eigenaar van restaurant De Elsakker in het buitengebied van Prinsenbeek, biedt zijn gasten 'coffee to go'.

ReportagePrinsenbeek

Een jaar geleden werd Prinsenbeek zwaar getroffen door corona. Hoe is het er nu? ‘De mooie momenten komen terug’

Corné Klijsen, eigenaar van restaurant De Elsakker in het buitengebied van Prinsenbeek, biedt zijn gasten 'coffee to go'.Beeld Maikel Samuels

Een jaar geleden verbleef de pop-upredactie van Trouw anderhalve week in het Brabantse Prinsenbeek om verslag te doen van de schade die het coronavirus aanrichtte. Deze week troffen we er een dorp aan dat zich heeft herpakt.

De eerste honderd jaar van zijn leven kwam het er niet van, maar zes ­weken geleden kreeg Jan Bras­penning – geboren in 1919 – eindelijk de steek op zijn hoofd aangemeten. Niet de officiële van Boemeldonck, maar op carnavalsmaandag mocht hij in woonzorgcentrum Hagedonk dan toch de prins zijn. In zijn appartement op de tweede verdieping, met uitzicht op de dorpskern van Prinsenbeek, glimmen zijn ogen als hij er honderduit over praat. “We hebben heel wat afgelachen, hoor. Lekker stukske muziek erbij. Het was een hele gezellige dag.” Braspenning grinnikt nog eens in zichzelf. De herinnering aan één mooie dag (met inachtneming van de regels, de rollonaise was verplicht met één rolstoel ruimte tussen de deelnemers) lijkt sterker dan de ellende die corona een jaar lang met zich meebracht.

Onzichtbaar monster

Bij ons vorige bezoek aan Prinsenbeek konden we hier niet naar binnen. Hagedonk was in maart 2020 afgesloten van de buiten­wereld. Hoewel hier nooit meer dan twee mensen tegelijk corona hebben gehad, heerste er onder de 82 bewoners en de ­medewerkers veel angst. Op 17 maart zou de volledig verbouwde keuken van het restaurant met een groot feest worden geopend. De champagneflessen bleven dicht en geen bewoner haalde het in zijn hoofd om zijn appartement te verlaten. Voorbij de voordeur, daar was het onzichtbare monster dat levens nam. “Er zijn in die tijd zo veel mensen doodgegaan in het dorp”, zegt gast­vrijheidscoördinator Paul van Herwaarden. “Dan zag ik Nelleke hier opeens niet meer voor het raam staan. Overleden. Of de overbuurvrouw die hier koffie kwam drinken met de bewoners. Hier in huis ook, twee mannen met wie ik op maandag altijd koffie dronk als NAC had gewonnen.”

De zwarte herinneringen zijn voor de eeuwigheid, de zorgen niet. Aan een tafel in de gemeenschappelijke ruimte speelt een groep dames rummikub. Het spel werd voor corona al sporadisch gespeeld, maar nooit zo omarmd als nu. De eetzaal is omgetoverd tot filmzaal. “We hebben het afgelopen jaar zo veel mogelijk activiteiten georganiseerd”, zegt Van Herwaarden. “In het klein deden we de dingen zo groots mogelijk, alles begint toch met een waardevolle dag. Gisteren hebben we alle foto’s van de coronatijd bij elkaar gelegd. Dat was leuk.”

Het dorpscentrum van Prinsenbeek. Beeld Maikel Samuels
Het dorpscentrum van Prinsenbeek.Beeld Maikel Samuels

“Meer dan duizend.” Corné Klijsen kan het ook bijna niet geloven, terwijl hij er toch zelf bij was. Zo veel kerstdiners verkocht hij samen met zijn horecacollega’s op 24 en 26 december. Het moet een gekkenhuis zijn geweest bij café Marktzicht, waar Bekenaren hun feestmaaltijd konden op­halen om thuis af te maken. Coronaproof ­uiteraard. Als je van dichtbij hebt meegemaakt wat het virus doet, kijk je wel uit. “We hadden verwacht een paar honderd diners te verkopen. Geen duizend natuurlijk. De saamhorigheid in het dorp is echt heel leuk.”

Beekse borrelplank

Klijsen staat voor zijn café Elsakker, in het buitengebied. Voor de deur staat een ­tafeltje waar fietsers of wandelaars een ‘coffee to go’ kunnen bestellen. Voor de inkomsten hoeft Klijsen dat niet te doen, het levert niet veel op, maar zo spreekt hij weer eens wat mensen. Een jaar geleden kozen we zijn café als onze uitvalsbasis. Dat was om precies te zijn voor drie dagen; toen kwam de beroemde boodschap van Mark Rutte dat de horeca op zondagavond direct moest sluiten. “Als het geen maanden duurt, overleef ik het wel”, zei Klijsen destijds letterlijk. Een jaar later staat de zaak nog vrijwel stil, op een paar mooie zomermaanden na waarin zijn terras goed werd bezocht. “Door de regelingen houd ik het langer vol. Maar het gaat wel allemaal van onze spaarcenten af.”

Toch staan Klijsen en zijn partner Linda er vrolijker bij dan je zou kunnen vermoeden. Het jaar heeft weinig hoogtepunten gekend, maar de weinige dingen die wel konden geven energie. Naast de kerstdiners was er de goed ontvangen Beekse borrelplank, de fijne zomer en die ene groep vrienden die hier altijd op carnavalsvrijdag komt eten voordat het feest losbarst. Die traditie bleef vorige maand intact, in zoverre dat Corné en Linda kookten en de vrienden de maaltijden allemaal in hun eigen huis – online met elkaar verbonden – opaten. Zelfs op de begrafenis van Cornés vader Cor, waarvan we op 17 maart verslag mochten doen, kijken de twee een jaar later met een goed gevoel terug. Er waren door de beperkingen veel minder mensen, maar het afscheid was in hoofdlijnen toch zoals Cor het zou hebben gewild.

Sterke band

Je kunt echt zeggen dat Prinsenbeek is opgestaan, zegt Martijn Meeuwissen. De nog jonge vicevoorzitter (24) van het Dorpsplatform wist al dat hij in een positief ingesteld dorp woonde, maar dat gevoel is de afgelopen twaalf maanden alleen maar versterkt. “De boel stond hier in maart en april op zijn kop, tientallen mensen zijn weggevallen. Maar we stonden er voor elkaar. De kerst­diners van de gezamenlijke horeca zijn maar één voorbeeld. Willekeurige mensen stuurden bloemen naar Hagedonk, iedereen koopt lokaal. De band tussen de mensen is sterk.”

Natuurlijk hunkert Meeuwissen naar het samenzijn. Met zijn vrienden naar het Veehandelshuis, zijn stamkroeg, of net als af­gelopen zomer op de volle terrassen op de Markt. Het grote dorpsfeest vanwege de herinrichting van diezelfde Markt is nu al voor de derde keer verplaatst. Naar oktober deze keer, maar van afstel willen ze hier niets weten. Koningsdag, de ijsbaan en ­horecatentjes tijdens WinterWonderBeek, de Beekse Quiz, de wekelijkse gezelligheid in de kantine van Beek Vooruit: de Bekenaren hebben genoeg moeten missen. Maar het gaat allemaal weer komen.

Martijn Meeuwissen van het Dorpsplatform staat op de Markt in Prinsenbeek. Beeld Maikel Samuels
Martijn Meeuwissen van het Dorpsplatform staat op de Markt in Prinsenbeek.Beeld Maikel Samuels

En carnaval natuurlijk. Tja, carnaval. Het saamhorigheidsfeest in de sporthal, vorig jaar op de zondag dat de optocht vanwege de weersomstandigheden werd afgelast, is de laatste keer geweest dat heel Prinsenbeek tegen elkaar aangeplakt stond. Ongeremd, want wat wisten we in die tijd nou van corona? “Het begin van alle ellende”, weet voorzitter John Meeuwissen (geen familie van Martijn) van de Beekse Algemene Karnavalsstichting (BAK) met de kennis van later. Dit jaar was er natuurlijk geen samenzijn, maar Prinsenbeek zou Boemeldonck niet zijn als er niets op poten werd gezet. “We hebben drie dagen televisie gemaakt. Carnavalsverenigingen maakten koppen die we in het hele dorp hebben neergezet. En de 16 meter hoge kerstboom die hier op de Markt stond, bouwden we opnieuw op om alle vlaggen van die clubs erin te hangen. Dat waren er zo’n 110.”

Livestreams

Carnaval bracht het dorp zelfs iets nieuws. De livestreams van de BAK bleken kwalitatief zo goed dat de kerk er ook wel oren naar had. Meeuwissen: “De donderdag voor carnaval houden wij altijd een mis. We hoeven daar nooit iets voor te betalen. De pastoor heeft ons nu gevraagd of we binnenkort voor de kerk de eerste communie willen streamen. Dat gaan we doen natuurlijk. Als test hebben we met Kerstmis ook al de avondmis uitgezonden. Naast alle narigheid is dat het bijzondere van een pandemie: je pakt samen dingen op die je anders nooit voor elkaar had gedaan.”

Zo pakte Prinsenbeek na ons vertrek de draad snel weer op. Wat wellicht meespeelde: de eerste weken van de coronacrisis vormde het dorp een heuse brandhaard, daarna werd de impact van het virus hier minder. Natuurlijk stonden ook hier kleinkinderen voor het raam naar hun opa en oma te zwaaien, voelen ondernemers nog steeds de pijn van de maatregelen. “Het is even ­ellende, maar elke eeuw heeft nu eenmaal zo’n periode”, zegt John Meeuwissen. “De mooie momenten – samen een pilsje drinken, uit eten gaan – komen vast snel terug.”

Ton en Adrie Bertens in woonzorgcentrum Hagedonk. Ton mag als enige niet-bewoner elke dag in het restaurant koffie drinken met zijn vrouw Adrie. Beeld Maikel Samuels
Ton en Adrie Bertens in woonzorgcentrum Hagedonk. Ton mag als enige niet-bewoner elke dag in het restaurant koffie drinken met zijn vrouw Adrie.Beeld Maikel Samuels

De saamhorigheid helpt om hoopvol vooruit te kunnen kijken. Vorig jaar vertelden vier dames uit het dorp over het Corona Hulpteam dat ze hadden opgezet. Dat team blijkt enkele maanden later weer te zijn ontbonden. Er was genoeg aanbod om hulp te verlenen, maar geen vraag. “We hebben voor iemand medicatie opgehaald bij de apotheek, eens een oudere meneer bezocht en de Zonnebloem twee keer bijgestaan. Dat was het”, blikt Yvonne Holleman terug. “De dorpelingen vinden blijkbaar voldoende steun bij elkaar.”

Biefstuk en paling

Ook de 78-jarige Ton Bertens kan weer lachen. We troffen hem vorig jaar in de Groenstraat, in de kou dapper zijn vrouw voortduwend in haar rolstoel. Ze woonden sinds een maand gescheiden van elkaar: zij in Hagedonk, hij alleen in de woning die ze 52 jaar samen hadden bewoond. Een kopje koffie met elkaar drinken kon alleen nog bij hem, en dus haalde Ton zijn Adrie op. Hij heeft de ontmoeting nog helder op zijn netvlies staan, zij na twaalf herseninfarcten niet.

Het gaat hun relatief goed. Ton mag weer naar binnen bij zijn vrouw en komt haar trouw elke dag opzoeken. De zomer was geweldig, legt hij uit. “We maakten wandelingen van tweeënhalf uur en gingen daarna bij Marktzicht zitten voor koffie met gebak.” Hij hoopt dat hun nog zo’n seizoen wordt gegund. “Mijn vrouw wil dat we ook eens met de auto weggaan, maar we kunnen nergens stoppen om wat te drinken. Dus dat werkt niet. Het zou fijn zijn als de cafés en restaurants weer open kunnen, zeker nu mijn vrouw gevaccineerd is. Ze heeft graag biefstuk en paling. Op dit moment kan dat allemaal niet. Maar wie weet hoe mooi de zomer voor ons weer wordt.”

Lees ook:

Hoe het coronavirus het Brabantse Prinsenbeek in het hart raakt

De pop-upredactie van Trouw verbleef anderhalve week in het Brabantse Prinsenbeek om de sociale impact van het coronavirus op te tekenen. Per dag werd het rustiger op straat. Inmiddels heeft ook de dood. Prinsenbeek bereikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden