De uitslaapruimte bij de operatiekamers, tijdelijk in gebruik geweest als intensive care voor coronapatiënten, wordt grondig gereinigd, zodat de patiënten na een operatie hier weer veilig kunnen verblijven.

Coronaziekenhuis

Een bittere pil: normaal wordt het in het ziekenhuis nog lang niet

De uitslaapruimte bij de operatiekamers, tijdelijk in gebruik geweest als intensive care voor coronapatiënten, wordt grondig gereinigd, zodat de patiënten na een operatie hier weer veilig kunnen verblijven.Beeld Ellen den Ouden/ETZ

Twee maanden lang werd alles wat niet acuut was in het Tilburgse ETZ-ziekenhuis uitgesteld. Nu mogen ook niet-Covidpatiënten weer komen, maar wie mag eerst?

De cameraploegen zijn vertrokken, maar in de hoofdstraat van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg is het nog half duister en midden op de dag alsof het nacht is zo leeg. Een veertiger strompelt aan de arm van een vriendin richting de koffiecorner. Door zijn spijkerbroek heen is te zien dat het linkerbeen dikker is dan het rechter, waar hij ook langer op lijkt te kunnen staan. Uit de lift komt een vrouw, zestigplus, die bijna trots een ingenieus pleisternetwerk op haar neus aan haar echtgenoot laat zien. In de wachtkamer bij de bloedafname zitten een man of zes. Normaal gesproken is daar iedere plek bezet.

Het is twee maanden nadat de eerste coronapatiënt in hetzelfde ziekenhuis werd opgenomen niet meer alleen corona of superacute spoed wat de klok slaat. De poliklinieken zijn weer open, op maximaal 25 procent van hun normale capaciteit. Binnenkort kunnen ook minder acute operaties weer plaatsvinden.

Maar terwijl de buitenwereld daarover opgelucht ademhaalt, hebben de managers in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis het er moeilijk mee. Ze rennen heen en weer tussen zo mogelijk nog meer vergaderingen dan die eerste weken, toen er een tekort aan bedden op de intensive care dreigde en patiënten tot over de grens moesten worden verplaatst naar andere ziekenhuizen.

Nu moeten ‘gewone’ patiënten weer aan bod komen. Maar terugschakelen van een ziekenhuis dat zich in het hart van de coronacrisis bevond naar normaal blijkt niet eenvoudig.

Ze noemen het de ‘herstart’ of de ‘doorstart’. Alsof ze een fabriek zijn die heeft stilgelegen, waar de machines nu weer één voor één moeten worden nagekeken, schoongemaakt en aangezet. Voor een groot deel klopt dat. Apparatuur moet weer op zijn reguliere plek belanden, dokters weer achter hun eigen bureaus, de deuren van wachtkamers moeten weer open en waar mensen behandeld zullen worden, wordt nu nog heel lang en grondig schoongemaakt.

Opgehoopt tot een stuwmeer 

Alles wat het ETZ in huis had, is in de afgelopen maanden ingezet bij de zorg voor de in totaal ruim duizend Covid-19-patiënten die er verzorgd zijn. Zestien mensen liggen nog met Covid-19 op de intensive care in isolatie, zestig op de verpleegafdeling. De dokters en verpleegkundigen die daarbij nodig zijn, de bedden en de benodigde machines, kunnen niet op twee plekken tegelijk zijn.

Maar de grote moeilijkheid zit hem niet alleen in de inzet van materieel. Het zit hem in de onmogelijke keuzes die nu gemaakt moeten worden. Zeven weken lang is iedere patiënt die niet het stempel ‘acuut’ kreeg, naar huis gestuurd. Mensen met pijn, met kwalen die verergeren als er niet snel iets gebeurt. Mensen van wie de kwaliteit van leven er met een operatie een stuk op vooruit zou gaan. Die zouden nu aan de beurt moeten komen, maar ze zijn opgehoopt tot wat in de vergaderkamers van het ziekenhuis ‘het stuwmeer’ is gaan heten.

Dat stuwmeer, dat iedere dag opnieuw voller loopt, klotst nog altijd tegen een heel hoge dam van door Covid bezette intensive-careplekken. Een paar luikjes maar in de dam kunnen open. En nu is de vraag wie er vooraan mag staan.

Doodgewone heupen, botbreuken, hernia’s

Dolgraag zou iedereen tegelijk weer beginnen, zou het ziekenhuis nu weer helemaal open gaan en zouden er doodgewone heupen, botbreuken, hernia’s en staaroperaties worden gedaan. Maar dat kan alleen maar heel voorzichtig. Wat er aan de ‘gewone’ kant bij komt, moet aan de Covid-kant eraf, terwijl nog elke dag patiënten met Covid worden opgenomen.

Normaal telt de intensive care twintig beademingsbedden bedden. Zestien zijn langdurig bezet door mensen met Covid-19 in isolatie. Daarbovenop komen nog de Covid-patiënten die niet meer in isolatie liggen, maar nog wel op de intensive care. Dat betekent dat nog steeds bijna de volledige, normale, ic-capaciteit nodig is voor Covid-patiënten. Om te voorkomen dat er geen ruimte is voor spoedzorg, heeft de ic daarom nog veertig extra beademingsbedden in gebruik.

Het kan niet anders of het duurt nog heel erg lang totdat het ziekenhuis weer functioneert zoals het gewend was. Lieke van Puijenbroek, voorzitter van de adviesraad namens de verpleegkundigen, heeft er vorige week nog lang met de raad van bestuur over gepraat. Ze bracht de raad de boodschap dat haar mensen graag willen weten hoelang het nog duurt. Dat ze zich afvragen wanneer ze weer naar hun ‘eigen’ patiënten kunnen. Ze kwam terug met deprimerend nieuws. “Ook al blijft Covid dalen zoals nu, we kunnen in onze handjes knijpen als we aan het eind van het jaar weer driekwart van de gewone patiënten kunnen helpen.”

Gevoel van saamhorigheid

Van Puijenbroek, organisatorisch hoofd orthopedie, heeft net als de meeste van haar collega’s de afgelopen maanden bijgesprongen op de Covid-afdeling, waaraan ze tijdelijk leiding gaf. De crisis zorgde voor een enorm gevoel van saamhorigheid waarbij iedereen zijn steentje bij wilde dragen. Maar als ze had kunnen kiezen, had ze het graag willen missen.

“Bij mij op orthopedie sterft eigenlijk bijna nooit iemand. Het was ongelooflijk heftig. Ik ben weleens ’s nachts mijn bed uit gesprongen omdat collega’s belden dat ze het niet meer volhielden, dat er die nacht vier of vijf mensen waren overleden. Dat hoort erbij, maar het knaagt tóch. Je denkt: ‘Heb ik iets gemist? Had ik het kunnen zien? Had ik iets moeten dóen?’”

De normale zorg gaat weer lopen, heet het simpelweg in het NOS-Journaal, maar vraag niet hoeveel vergaderingen de zorgmanagers van het ETZ besteden aan het heropenen van een enkele operatiekamer. Voor komende week staan er twee op het programma, waarmee het Tilburgse ziekenhuis op een totaal van acht komt, terwijl in de wereld vóór corona het ETZ 22 operatiekamers had.

Nu komt het lastige deel

“Het verschil tussen Brabant en de rest van het land is zó groot”, zegt Van Puijenbroek. “Wij vinden het al heel wat als we een paar operatiekamers open hebben. Ik hoop maar dat andere ziekenhuizen dat beseffen. Dat ze ons niet nu ook nog gaan dwingen om onze uitgeplaatste coronapatiënten terug te nemen.”

In de bestuursvleugel van het ziekenhuis hebben de zorgmanagers die ochtend opnieuw met elkaar vergaderd. “De afgelopen zes, zeven weken zijn duizenden operaties uitgesteld”, zegt zorgmanager Ron van der Pennen, lid van het ‘team doorstart’ van het ziekenhuis. “Nu komt het lastige deel. Nu gaan alle specialisten met elkaar in de clinch over wiens patiënt het meest dringend is. De oncologen hebben honderden patiënten van wie zij vinden dat die het eerst op de operatietafel terecht moeten komen, maar de neurochirurgen ook. En ze zijn niet de enigen.”

De afgelopen weken gingen sommige operaties wel nog gewoon door. Acuut bleef acuut, daar was weinig discussie over. Maar welke van de operaties die het stempel ‘binnen twee weken’ meekregen, mag nu als eerste? En wat gebeurt er met de mensen die op dit moment dat stempel krijgen? Als zij achteraan in de rij mogen staan, dan komt er van die twee weken niets terecht. De stroom water die aan de voorkant uit het meer loopt, blijft nog altijd veel kleiner dan de rivieren van patiënten waarmee het aan de achterkant gevuld wordt.

Spitsroeden lopen

Van der Pennen:“Je krijgt het niet weggewerkt. Het wordt nu meeslepend en pijnlijk.” Zijn collega Ard van der Kruis: “Het is spitsroeden lopen. Het is opnieuw crisis, maar dan zonder de heftigheid die Covid had. Alles houdt met alles verband. Je moet ook nog in ogenschouw nemen dat bij iedere versoepeling van de lockdown er ook meer ongevallen zijn. De crisis van nu is wat mij betreft even groot als in begin maart, maar veel complexer.”

In het Brabants Dagblad heeft ziekenhuisbestuurder Bart Berden vorige week al gewaarschuwd: de wachtlijsten worden langer. “Er zal een aantal mensen ernstig de dupe worden van de situatie waar we nu in zitten.”

De zorgmanagers proberen de druk nu regionaal te spreiden. Dat zou een deel van de oplossing kunnen zijn. Maar de reguliere zorg weer opstarten, dat betekent bijvoorbeeld ook dat de verpleging dóór moet.

De verpleegkundigen, die twee maanden geen vrije dag opnamen, die van hun parttimebaan een fulltimebaan maakten, die kunnen ook nu nog niet even ademhalen, want er is dat stuwmeer aan wachtende patiënten. Er is sprake van ’s avonds doorwerken, in weekend, in de rustige zomerperiode.

Maar dat is óók de periode waarop de verpleegkundigen gedacht hadden even in de tuin te kunnen zitten. Zorgmanager Robert Janssen: “We vragen ons af: hoe fit is ons personeel nog? Kunnen die wel door, als wij dat beslissen? En dan is er nog ‘het nieuwe normaal’. Als we het hele ziekenhuis moeten inrichten op anderhalve meter afstand, dan komt er nog meer vertraging.”

Verderop in het ziekenhuis werkt intensivist Hans Kuijsten, medisch manager van de intensive-care-unit, nog altijd even hard. Hij heeft nóg een zorg. “Landelijk zie ik de grafieken. Ik zie inderdaad een dalende trend aan ziekenhuisopnames van Covid-19-patiënten. Steeds minder mensen op de intensive care. Maar hier in onze ic zie ik geen daling meer. We zitten al een flinke tijd op hetzelfde niveau. Het is heel goed mogelijk dat het beeld in Tilburg anders zal blijven. Dat de besmettingsgraad hier toch op een ander niveau blijft.”

Kuijsten rekent het voor: van iedereen die met coronaklachten in het ziekenhuis terecht komt, belandt een kwart op de intensive care. Een verblijf daar duurt meer dan veertien dagen. Dat betekent een enorme belasting voor het ETZ, ook al komen nieuwe coronagevallen nog maar mondjesmaat binnen.

“Ik denk dat een herstart naar 25 procent wel kan, maar niet veel meer dan dat, op dit moment.” 

Bittere pil

Kuijsten wil het wel even duidelijk zeggen: voorlopig zijn de wachtlijsten van zijn ziekenhuis nog niet weg. Was Tilburg gewend dat je met een lekkende hartklep snel geholpen kon worden, het zal nu anders zijn. “Zolang er Covid is zitten wij nog niet op 100 procent”, zegt Kuijsten. Want hij zit met een bijkomend probleem. “Ik had vóór deze crisis al een tekort aan gespecialiseerde intensive-careverpleegkundigen. Nu heeft iedereen alles op alles gezet, is meer dan fulltime gaan werken, iedereen die dat kon hielp mee. Maar hoe ga je daarmee door? Nieuwe mensen opleiden kost tijd.” De rust in de hoofdstraat van het ziekenhuis zal dus nog wel even blijven.

Voor Kuijsten is het duidelijk. Iedereen wil dat de economie en het sociale leven weer opstart, maar van achter zijn bureau kan hij alleen maar zeggen: we kunnen nog niet terug naar normaal. “Corona en de gevolgen ervan zijn er niet een paar weken. We moeten gaan tellen in maanden en wellicht jaren. Dat is een bittere pil om te slikken.”

Lees ook:

Brabantse ic-arts Jos van Oers na piekweek: Dit is nog maar het begin

Brabantse intensive care-artsen werken twaalf uur per dag. Met hulp van de rest van het land hebben ze een eerste piekweek doorstaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden