Bezoekbeperking

Eén bezoeker per dag: was het een nuttige regel of een dode letter?

Er kon de afgelopen drie maanden slechts één persoon per dag langskomen, bijvoorbeeld om een kop koffie te drinken. Beeld Colourbox
Er kon de afgelopen drie maanden slechts één persoon per dag langskomen, bijvoorbeeld om een kop koffie te drinken.Beeld Colourbox

Drie maanden lang mocht er maar één persoon per dag op bezoek komen. Die beperking riep veel verzet op. Werd deze regel daarna een dode letter?

Hoe zuur, zucht Paul van Lange. Dat je met Pasen maar één van je twee kinderen mocht ontvangen, en nu ziet hoe het land zich opmaakt voor grootschalige proefevenementen met duizenden mensen opeengepakt. Volgens hem heeft het kabinet de afgelopen tijd haar eigen ‘dringende advies’ om maar één persoon per dag te ontvangen, behoorlijk ondermijnd.

De maatregel was niet meer houdbaar, vindt de hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit. Al bij invoering stuitte het verder inperken van bezoek tot één persoon op maatschappelijk verzet en onbegrip: wel in je eentje bij je ouders langs, maar zij niet bij jou? Kranten schreven dat ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ dreigde.

Nu het kabinet weer verruimt naar twee, is de vraag wat de impact was van drie maanden maar één iemand per dag op bezoek. “Anders dan bij de avondklok dreigde bij het overtreden van deze maatregel achter de eigen voordeur geen straf. Mensen konden zelf de regels wat naar hun hand zetten, en dat is waarschijnlijk ook gebeurd”, denkt Van Lange.

Mensen vonden de regel ‘onpraktisch en niet logisch’

Hij zag met lede ogen toe hoe de bezoekbeperking mensen soms dwong om te kiezen: jij mag wel komen, en jij niet. Dat leverde vervelende afwijzingen op. “Voor de naleving van deze maatregel is het behoorlijk ingewikkeld dat de samenleving uit heel veel duo’s bestaat. Die kunnen dat een tijdje volhouden, maar op een gegeven moment is de koek op.”

Volgens de gedragswetenschappers bij het RIVM, die onderzoeken hoe goed mensen zich aan de maatregelen houden, was dit ook het voorschrift dat mensen het lastigst vonden om na te leven. Uit interviews bleek dat veel deelnemers de regel ‘onpraktisch en niet logisch’ vonden. Ze verruimden de maatregel zelf naar één huishouden, of één bezoeker per bewoner per dag.

Toen Van Lange zich onlangs strikt opstelde tegenover een kennis, toen het ging om deze maatregel, kreeg hij te horen: “Zeg, het is maar een advies.” Het tekent voor hem een ontwikkeling: waar eind januari de meerderheid van de mensen nog gemotiveerd was om zich hieraan te houden, is één persoon op bezoek een minderheidsstandpunt geworden.

Minimaal 69 procent hield zich aan de bezoekbeperking

Is deze maatregel dan gewoon een dode letter geworden, een regel waar niemand zich meer aan hield? Dat beeld klopt niet helemaal met de cijfers op het coronadashboard. Uit een representatieve steekproef die elke drie weken wordt uitgevoerd, blijkt dat bij de afgelopen twee peilingen 69 procent zich in de week die achter hen lag aan de bezoekbeperking hield: een ruime meerderheid, hoewel het een stuk minder is dan de gehoorzame 80 procent eind januari.

Ook het RIVM en de GGD’en doen vanaf het begin van de pandemie eens in de zes weken een groot gedragsonderzoek, onder in totaal 47.000 personen, die iets hoger opgeleid en ouder zijn dan gemiddeld. Uit dat onderzoek komt een nog hoger cijfer: eind maart zei nog ruim 72 procent in de afgelopen week maximaal één bezoeker per dag te hebben ontvangen.

Nu heeft het hoofd van de gedragsunit van het RIVM, Mariken Leurs, wel het idee dat deze groep ‘iets meer steun heeft voor het beleid’ dan gemiddeld. “Je moet deze cijfers daarom zien als trends.” Uit dezelfde vragenronde bleek wel dat nog maar 37 procent van de mensen die meededen ziet dat de omgeving deze maatregel óók gehoorzaamt. Dat was eerder nog de helft.

Een selectief geheugen

Het probleem met eerste cijfers is dat mensen over zichzelf rapporteren, zegt Van Lange. “Ik kan mij heel goed voorstellen dat mensen bij het invullen van zo’n vragenlijst een selectief geheugen hebben en vooral denken aan situaties waarin ze zich hebben aangepast en minder aan de momenten dat ze zich er niet aan hielden.”

Hoeveel mensen zich er daadwerkelijk aan hielden, is dus niet precies te achterhalen. Toch heeft de beperking heeft volgens Leurs wel degelijk impact gehad. “De combinatie tussen de avondklok, die een paar dagen later inging, en deze maatregel heeft tot een vermindering van het aantal contacten tussen mensen geleid.” En daarmee tot minder besmettingen.

Tegelijkertijd ziet Leurs in de onderzoeken ook terug dat de maatregel, naarmate deze langer van kracht was, een negatieve impact had op het welbevinden van mensen, zeker van de veertigminners: de groep die zich deze maatregel ook het minste steunt, blijkt uit de gedragsonderzoeken.

Maar er is ook goed nieuws: mensen bleken een-op-een contact waardevol te vinden, vertelt Leurs. “Je hebt meer ruimte voor een goed gesprek.” Dat positieve effect herkent Van Lange, die veel onderzoek deed naar omgang. “Daaruit blijkt dat mensen een-op-een contact over het algemeen het prettigst vinden. In dat opzicht was deze maatregel niet zo slecht.”

Lees ook:

Nóg minder bezoek. Wat zijn hiervan de gevolgen

Het aantal sociale contacten werd eind januari verder beperkt. Wat zijn daarvan de gevolgen, vroeg Trouw toen ook al aan hoogleraar psychologie Paul van Langen. Toen blikte hij vooruit: “Ik snap dat het kabinet wordt uitgedaagd om te reageren op de situatie rond het virus, maar wat mij wel zorgen baart, is dat de de komende tijd voor de meest kwetsbare mensen een heftige beproeving wordt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden