InterviewOnderwijsraad

Edith Hooge van de Onderwijsraad over artikel 23: Treed vaker juridisch op tegen scholen

Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad: ‘Artikel 23 kan de belichaming zijn van eenheid in onze pluriforme samenleving’. Beeld Inge Van Mill
Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad: ‘Artikel 23 kan de belichaming zijn van eenheid in onze pluriforme samenleving’.Beeld Inge Van Mill

Er is niets mis met het grondwetsartikel over de vrijheid van onderwijs, vindt de Onderwijsraad. Wel moet duidelijker worden welke burgerschapsvaardigheden scholen leerlingen moeten aanleren en voorleven.

Als de overheid helder afbakent welke burgerschapsvaardigheden er in het onderwijs precies aangeleerd en nageleefd moeten worden, en daar strikt op handhaaft, ziet de Onderwijsraad geen enkel probleem in artikel 23 van de Grondwet.

De raad, die de regering adviseert over onderwijskwesties, wijst in een advies dat dinsdag gepresenteerd werd op alle juridische mogelijkheden die er zijn om gelijkheid, vrijheid van meningsuiting en verdraagzaamheid in het onderwijs te waarborgen. Dat zijn burgerlijke vrijheden, die met name op orthodox-religieuze scholen nogal eens in botsing komen met geloofsovertuigingen. De vraag of scholen daarbij een beroep op de vrijheid van onderwijs kunnen doen, leidt telkens tot veel maatschappelijke discussie.

Aangifte doen

De Onderwijsinspectie moet volgens de Onderwijsraad niet te terughoudend zijn om aangifte te doen tegen een school als burgerrechten in het geding zijn. Ook gemeenten, burgers of andere rechtspersonen moeten zich er bewust van zijn dat ze naar de rechter kunnen stappen over onderwijskwesties.

“Je kunt een klacht indienen bij het College voor de Rechten van de Mens en je beroepen op de Wet gelijke behandeling”, zegt Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad. “In geval van discriminatie kun je ook naar de civiele rechter stappen vanwege een onrechtmatige daad.”

Rechtspraak kan ervoor zorgen dat duidelijker wordt wat precies de reikwijdte is van artikel 23 van de Grondwet. Tot nu toe wordt van die mogelijkheid vrijwel geen gebruik gemaakt. De aangifte die de Onderwijsinspectie onlangs deed tegen het reformatorische Gomarus College in Gorinchem, was de eerste die de inspectie deed vanwege discriminatie. Of de zaak, waarin vooral homoseksuele leerlingen het slachtoffer waren, door het Openbaar Ministerie ook daadwerkelijk voor de rechter wordt gebracht, is afwachten. Zo’n traject kan jaren duren.

Botsende waarden

Toch is het best een opmerkelijk advies om onderwijsrecht, strafrecht, bestuursrecht en civiel recht de grenzen van onderwijsvrijheid vaker te laten afbakenen: leidt dat niet tot een juridisering van Nederlandse onderwijs?

Hooge: “Wij hopen niet dat er meer jurisprudentie nodig is. Maar we zien de aanhoudende debatten over onderwijsvrijheid. Het is fijn als bestaande juridische instrumenten kunnen helpen om botsende waarden te beoordelen.”

Hand in hand met een betere handhaving, adviseert de Onderwijsraad ook om scholen duidelijker te maken wat ze met burgerschapsonderwijs moeten. “Dat betekent een betere omschrijving van wat leerlingen moeten weten van burgerschapsvaardigheden”, zegt Hooge. “Stel preciezere kerndoelen en zorg dat er voldoende tijd aan democratische waarden en maatschappijleer wordt besteed. En leef deze lessen als school ook voor.”

Antidemocratische krachten

Onderzoek heeft eerder aangetoond dat Nederlandse leerlingen weinig weten van democratie en rechtsstaat. Volgens de Onderwijsraad levert dat reële zorgen op over de weerbaarheid van onze samenleving tegen antidemocratische krachten.

Met heldere grenzen kan het grondrecht van onderwijsvrijheid volgens Hooge in Nederland ‘actueler en bruikbaarder’ zijn dan ooit. Maar daarvoor moet het gemeenschappelijk kader dat alle leerlingen krijgen aangeboden als het gaat om burgerschapsvaardigheden, wel duidelijk zijn. “Wil je als school vanuit je religieuze of pedagogische visie daar nog wat aan toe wil voegen, dan kan dat natuurlijk. Maar het uitgangspunt moet voor iedereen hetzelfde zijn. Als je zorgt voor een stevige gedeelde kern, dan kan artikel 23 de belichaming zijn van eenheid in onze pluriforme samenleving.”

Het Gomarus College in Gorinchem. De school kwam in het nieuws door het bericht dat leerlingen er zouden worden gedwongen hun homoseksualiteit aan hun ouders bekend te maken. Beeld ANP
Het Gomarus College in Gorinchem. De school kwam in het nieuws door het bericht dat leerlingen er zouden worden gedwongen hun homoseksualiteit aan hun ouders bekend te maken.Beeld ANP

Voorbeelden van juridisch optreden tegen scholen

Casus 1: Discriminatie op grond van seksualiteit?

In maart onthulde NRC dat drie leerlingen van het reformatorische Gomarus College in Gorinchem 2016 afzonderlijk bij de zorgcoördinator werden geroepen, met de vraag of zij hun ouders over hun seksuele geaardheid wilden vertellen. Anders zou de school dat doen. De ouders bleken al in de school aanwezig. Bij twee meisjes zou de zorgcoördinator de deur in het slot hebben gedraaid. Vervolgens heeft de school de ouders verteld dat hun dochters op meisjes vielen. Geen van hen was daar al van op de hoogte. De meisjes kwamen uit gezinnen waarin homoseksualiteit wordt gezien als een zonde.

De Onderwijsinspectie kreeg een beleidsnotitie in handen waaruit inderdaad bleek dat het Gomarus ouders informeert als blijkt dat een leerling een homoseksuele relatie onderhoudt met een andere leerling. De school zegt dat dit beleid niet uitgevoerd werd op school. Toch deed de inspectie aangifte, voor het eerst vanwege discriminatie.

Casus 2: Discriminatie op grond van levensovertuiging?

Een stichting voor protestants-christelijk onderwijs in Barneveld eist dat een nieuwe natuurkundeleraar meelevend lid is van een protestants-christelijke kerk. Een bevoegde leraar heeft interesse, maar besluit niet te solliciteren omdat hij lid is van de rooms-katholieke kerk. Hij stapt naar het College voor de Rechten van de Mens omdat hij zich gediscrimineerd voelt op basis van godsdienst. Het college oordeelt dat de eis van de stichting gerechtvaardigd is om haar protestants-christelijke grondslag te bewaren. Dat belang weegt zwaarder dan het individuele belang van de man.

Casus 3: Discrimineert een school hoogbegaafde leerlingen?

Het College voor de Rechten van de Mens krijgt meerdere klachten dat scholen verboden onderscheid zouden maken jegens hoogbegaafde kinderen. Door geen aanpassingen te doen om deze kinderen deel te laten nemen aan het onderwijs, discrimineren de scholen op grond van handicap of chronische ziekte, redeneren de ouders.

Het college stelt dat hoogbegaafdheid niet kan worden beschouwd als ‘handicap’ in de zin van de wet. Wel besluit het naar aanleiding van deze zaken een brief aan de demissionair minister te schrijven: hij moet zorgen dat álle kinderen onderwijs krijgen dat past bij hun behoeftes, en de regering moet maatregelen treffen om dat ook voor hoogbegaafde kinderen waar te maken.

Lees ook:

Slob: ik zat vorig jaar fout in debat over antihomoverklaringen

Demissionair minister Arie Slob (Onderwijs) vindt dat hij vorig jaar een fout heeft gemaakt toen het in een debat ging over antihomoverklaringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden