Nederland, Enschede, 30 juni 2020. Serge Janssen. Foto: Jorgen Caris

25 jaar na SrebrenicaInterview Serge Janssen

Dutchbatter Serge Janssen zocht na de val van Srebrenica naar zijn Bosnische vriend Esmir

Nederland, Enschede, 30 juni 2020. Serge Janssen. Foto: Jorgen CarisBeeld Jorgen Caris

Dutchbatter Serge Janssen sluit in Srebrenica vriendschap met de jonge Esmir. Als hij hem terug wil vinden, ontdekt hij wat hij al vreesde: Esmir is vermoord.  

Ontspannen kijkt een jongen in zijn net te grote jas de camera in. Hij lacht een beetje guitig. Het regent, achter hem proberen mensen droog te blijven onder hun paraplu.

“Dit is Esmir”, zegt Serge Janssen (47), oud-Dutchbatmilitair in Srebrenica, gebogen over een fotoalbum aan de keukentafel van zijn huis in Enschede. Hij slaat de bladzij om. “En hier zit ­Esmir te schaken met een andere Dutchbatter.” De Bosniër zit met zijn armen over elkaar, spijkerjasje aan, en kijkt uitdagend over het schaakbord naar zijn tegenstander. Hij speelt met zwart en staat riant voor, getuige het grote aantal witte schaakstukken naast het bord. “Het was 1994. Esmir was hier 17. Ik was 21. Daar zat niet zoveel tussen dus”, vertelt Janssen. Een jaar later is de veteraan weer thuis, zijn missie zit er in juli van 1994 op.

De Verdieping van Trouw staat dit weekend in het teken van de val van Srebrenica. Het is 25 jaar dat de moslimenclave viel, waarbij meer dan 8000 moslimmannen om het leven kwamen. U kunt alle artikelen hier lezen. 

Zijn vriend Esmir is dood. Om het leven gebracht door Bosnische Serviërs bij de inname van ­Srebrenica. Dat weet Janssen pas sinds 2013, als hij na een lange zoektocht in Esmirs geboortehuis op bezoek gaat. Zijn tante woont daar, en er is ook een neef met wie Esmir is opgegroeid. Die heeft gereageerd op een foto van Esmir die Janssen in een mede door hem opgerichte facebookgroep heeft geplaatst. Daarin plaatsen ex-Dutchbatters en ­inwoners van Srebrenica foto’s om mensen of ­nabestaanden te traceren. “Die neef ­bevestigde wat ik eigenlijk al wist”, zegt Janssen. “Ik heb gezegd dat ik ­foto’s heb van Esmir. Hoe mooi zou het zijn om die aan zijn moeder te geven. Maar daarmee had de ­familie geen contact meer. Ze waren er een beetje vaag over en wilden het niet echt over haar hebben.”

Esmir, de vriend van dutchbatter Serge Janssen, verdwenen na de etnische zuiveringen in Srebrenica. Beeld Jorgen Caris

De vriendschap tussen Janssen en ­Esmir begint in februari 1994, aan de poort van het VN-wapeninnamepunt in de belegerde enclave waar Janssen vaak de wacht houdt. Esmir hangt daar vaak rond. “Net als andere kinderen. Ze hadden niets, dus het enige wat ze deden was de hele dag naar dat inleverpunt ­lopen, beetje het huis ontvluchten en slap ouwehoeren. Met Esmir kreeg ik een klik. Hij sprak een beetje Engels en was altijd geïnteresseerd. Hij vroeg veel en vond ons werk interessant.”

Het contact met hem levert Esmir kleine privileges op. “Hij werd een keer achterna gezeten door de politie. Toen zei ik: kom maar bij ons op kamp, want daar kunnen ze je niks ­maken. Ik bepaal hier, niet zij!”

Esmir komt steeds vaker langs. Hij gaat vaak houthakken – bossen in de wijde omgeving worden gekapt, want brandstof is er niet. “En dan kwam hij stiekem binnen in de tent. Elke dag hadden we zo iets om naar uit te kijken. Hij, maar ik ook.”

Zuinig met de rolletjes

Vandaag de dag kijken boven de eettafel in Enschede twee meisjes vanachter glas de kamer in. Ook een foto van Janssen. “Ze vroegen om een bonbon, een snoepje. Kijk, die linker moet het nog krijgen, die rechter heeft het net gehad. Dat beeld is sprekend voor die tijd.”

Op tafel liggen nog twee plakboeken vol foto’s, genomen tijdens patrouilles en andere werkzaamheden voor Dutchbat. Al bladerend kom je foto’s tegen van mensen op een voetbalveld, een Servische uitkijkpost, mensen in de stad tegen de achtergrond van kapotgeschoten huizen. De bekende accufabriek die de basis van Dutchbat vormde. Portretten van inwoners. En bussen, met de opschriften Srebrenica Tours en Srebrenica Expres. “Daarmee zijn later bij de val de vrouwen en kinderen afgevoerd. Dat is wel wrang.”

Janssen kon het 26 jaar terug allemaal vastleggen, omdat hij voor vertrek een camera had gekocht. “Een spiegelreflex. Voor zeshonderd gulden, het was een rib uit mijn lijf. Maar ik dacht bij vertrek: ik wil herinneringen vastleggen voor later.”

Dat fotograferen is nog een hele klus. Janssen moet zuinig zijn, want het kan zomaar weken duren voor een nieuw rolletje aankomt. De Bosnische Serviërs bewaken de toegangswegen tot Srebrenica en laten maar mondjesmaat konvooien toe. “Ze namen ook die toestellen in beslag. Na vierenhalve maand ging ik op verlof. Dan moest je langs een controlepost van de Serviërs. Ik had mijn camera helemaal uit elkaar gedraaid. In de ene broekzak de body, in de andere de lens. En in mijn vest had ik de rolletjes verstopt. Ik had er ook al een paar verstuurd via de defensiepost, die controleerden de Serviërs niet.”

Collega’s gooien hun camera’s pardoes in het hoge gras als ze, onder schot gehouden, worden onderzocht, om ze er na afloop weer stiekem uit te halen. Janssen filmt ook met een videocamera. De beelden worden in tv-journaals ­gebruikt, bij gebrek aan journalisten in het gebied. En hij maakt geluidsopnames, met een bandrecordertje. Ook eentje van Esmir. “Jij gaat naar Nederland”, zegt de Bosniër in staccato Engels. “Met foto’s van Esmir. Jij komt ­terug met die foto’s, ok?”

Bang voor de waarheid

Na een half jaar zit Janssens uitzending erop, en gaat hij inderdaad terug naar Nederland. Het afscheid is geen grootse gebeurtenis. Janssen geeft Esmir een hand, en wat toiletartikelen. Van Esmir heeft hij eerder al een sigarettendoosje gekregen, en een schaalmodel van een saz, de lokale variant van een luit. Zelfgemaakt. Srebrenica, 30 mei 1994, heeft hij erin gekerfd. Nu staan die souvenirs op de keukentafel in Enschede. Janssen maakt het sigarettendoosje open. “Kijk, hier is zelfs een vakje voor de vloeitjes. Ik ging terug naar Nederland, en zette eigenlijk het knopje om. Die kinderen bleven me wel bij, ergens in mijn achterhoofd. Maar ja, het leven gaat door.”

De houtgesneden gitaar en sigarettendoos die Esmir maakte voor JanssenBeeld Jörgen Caris

Niet voor Esmir en nog ruim 8000 mannen en jongens in Srebrenica, ­althans na 11 juli 1995. Net als anderen begrijpt Janssen niet meteen wat er gebeurt. Hij zit dan nog bij defensie. “Het kwartje viel maar een beetje. Pas na ­jaren, toen ik een beetje rust gevonden had, drong het helemaal tot me door. Ik werd ouder, en kreeg vragen. Hoe is het afgelopen voor die kinderen, wilde ik weten. En dan vooral met Esmir. Maar ik was toch ook een beetje bang om achter de waarheid te komen.”

Het duurt tot 2008 voor Janssen de stap waagt. Met zijn vriendin gaat hij naar Bosnië, met een stapeltje foto’s. Daarop staat onder meer Azra, een meisje van 14 dat ook vaak aan de poort van het wapeninnamepunt te vinden was. En die bevriend was met Esmir, weet Janssen. Via een arts die met getraumatiseerde vrouwen uit Srebrenica werkte, komt hij haar op het spoor. “Dan sta je daar in een keer uit het niets, als Dutchbatmilitair, tegenover dat meisje. Inmiddels een vrouw natuurlijk. En dan had ik ook nog foto’s van haar. Ze was in shock. Ze had alles weggestopt. En herinnerde zich Esmir ook niet meer.”

Janssen laat Azra ook twee brieven zien die zij destijds aan hem gegeven heeft. Ook die liggen nu op de keukentafel. ‘Schrijf me hoe oud je bent en of je getrouwd bent’, schrijft ze in gebroken Engels aan “Karlo”, de schuilnaam die Serge Janssen in Srebrenica gebruikt. ‘Je zegt dat je het leuk vindt om in Bosnië te zijn, maar ik vind het niet leuk, vanwege de oorlog en omdat ik niet in mijn huis kan zijn. Ik haat de mensen van Srebrenica omdat wat iedereen doet verschrikkelijk is.’

Het liefst wil ze alles vergeten

“Dat vond ze prachtig, die brieven”, herinnert Janssen zich. “Ik heb haar nog een paar keer gezien. Toen kwam ik ­erachter dat ze afschuwelijke dingen heeft meegemaakt. Haar vader en een paar andere familieleden heeft ze verloren, een soort vriendje zag ze weggevoerd worden. Ze stond doodsangsten uit toen ze zag hoe om zich heen meisjes en vrouwen werden geselecteerd om verkracht te worden. In 2010 ben ik op 11 juli met haar bij het graf van haar vader geweest. Elk jaar rond die tijd is ze helemaal uit haar doen, het liefst wil ze alles vergeten.”

Maar van Esmir heeft Janssen dan nog geen spoor. Dat vindt hij alsnog drie jaar later, wanneer zijn neef op die foto in de facebookgroep reageert. In 2019 bezoekt hij zijn graf, samen met zijn zoontje van zes. “‘Pappa, wie is Esmir?’, had die gevraagd toen hij een filmpje had gezien uit mijn tijd in Bosnië. Toen ik hem het had uitgelegd, wilde hij een bloemetje leggen op zijn graf. En dus zijn we daarheen gegaan.”

Esmirs rustplaats vinden is nog niet makkelijk: er liggen ruim 6500 mensen op een zeer uitgestrekt terrein. Tegenover de compound waar Janssen een half jaar sliep, en waar elk jaar bij de herdenking de doodskisten met nieuw geïdentificeerde lichamen worden verzameld. Met hulp van de beheerder lukt het. “Mijn zoontje staat daar met zijn beer op de foto. Die moest ook mee. Toen legden we dat bloemetje. Een soort ­afscheid, na al die jaren.”

De vriendschap aan het hek

Zijn vriend laat hem niet los. Janssen wil proberen Esmirs moeder te vinden. Daarbij krijgt hij hulp van de Nederlandse theatermaker Nick Teunissen, die met zijn Bosnische man in de buurt van Sarajevo woont. Via een in Nederland wonende vrouw uit Srebrenica, haar moeder die daarheen terug verhuisd is, hulp van Bosnisch-Servische gemeenteambtenaren én een locoburgemeester van een naburige stad, lukt het in februari eindelijk contact te leggen met Esmirs halfbroer. Die toont zijn moeder op zijn telefoon een foto van Esmir. Ze breekt. Dit is het eerste van haar zoon dat ze in 25 jaar ziet.

Janssen wil zo snel mogelijk naar haar toe. Om haar de twee foto’s en de ­geluidsopname van Esmir te geven. En misschien figureert hij ook nog wel ­ergens in de uren filmmateriaal die hij heeft. “Zodat ze nog iets van haar zoon heeft. Maar ook dat ze het verhaal een beetje van mij hoort, over die vriendschap aan het hek.” Het is de bedoeling in de aanloop van de herdenking van vandaag bij haar langs te gaan, maar ­corona gooit roet in het eten. Bosnië houdt zijn grenzen nog op slot. Zodra het kan, gaat Janssen alsnog.

Nick Teunissen schrijft een boek over de zoektocht naar Esmir. Dat komt dit najaar uit bij uitgeverij Bloemberk.

Lees meer op Trouw over de herdenking van de val van Srebrenica.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden