Coronateststraat in een hal op de voormalige militaire luchthaven van Gütersloh.

ReconstructieStrijd tegen corona

Dit kan Nederland leren van de Duitse aanpak van de coronacrisis

Coronateststraat in een hal op de voormalige militaire luchthaven van Gütersloh.Beeld AFP

Ons buurland in het oosten is beter in het bestrijden van corona én in testen. Wat kan Nederland leren van Duitsland? Alex Friedrich, hoofd infectieziekten van het UMC Groningen: ‘Ga maar kijken, wat is daar nou anders?’

De manier waarop Duitsland met de pandemie omgaat, levert internationaal bewondering op. “De Duitse uitzondering?”, kopte The New York Times, terwijl CNN schreef: “Wat Angela Merkel Trump kan leren”. Ook in Nederland is de vraag waarom het buurland, waar de pandemie slechts een dag eerder uitbrak, in vergelijking een relatief laag dodental heeft. In Nederland zijn nu 6273 mensen overleden, in Duitsland, dat vijf keer zo veel inwoners heeft, vielen 9386 doden.

Op medisch vlak doen de Duitsers het beter. De Duitse ic’s lagen nooit vol. Toen het in Nederland druk werd op de ic’s, had Duitsland nog ic-bedden vrij, zodat patiënten uit Nederland, Italië en Frankrijk daar behandeld konden worden. Daarbij lijkt ook het testbeleid beter geregeld. Het lukt Duitsland om steeds verder op te schalen naar ondertussen 1,1 miljoen tests per week, terwijl het Nederlandse testbeleid hapert.

Duitsland krijgt al vroeg de kans zijn coronamantra, ‘testen, testen, testen’, uit te proberen. Op 27 januari krijgt het land te maken met een kleine uitbraak. In de zuidelijke deelstaat Beieren raakt een aantal werknemers van een auto-onderdelenfabrikant besmet met het virus, nadat een collega uit China het bedrijf heeft bezocht. De lokale gezondheidsautoriteiten haasten zich niet alleen de werknemers, maar ook alle contacten te testen. Zo krijgen zij de mini-uitbraak snel onder controle. Maar door die eerste uitbraak gaan de alarmbellen in de zorginstellingen ook al vroeg af.

Een maand later worden zowel Nederland als Duitsland echt geraakt, als reizigers massaal terugkeren uit het zwaar getroffen Italië. In beide landen krijgt het virus de kans zich te verspreiden tijdens carnaval. Terwijl Nederland twijfelt over de juiste strategie en flirt met groepsimmuniteit, kiest Duitsland direct voor indamming en gaat grootschalig testen.

Begin maart zet het Duitse ministerie van volksgezondheid al honderden vacatures online voor contactonderzoekers. In de bijna vierhonderd Gesundheitsämter, de Duitse GGD, gaan vooral studenten geneeskunde aan de slag, die samen dagelijks duizenden positief geteste personen bellen om te achterhalen met wie zij in contact zijn geweest. Die contacten worden ook door de onderzoekers benaderd met het verzoek zich te testen en in quarantaine te gaan.

In Nederland wordt geen poging ondernomen om op die manier de infectieketens te doorbreken. Brabant dreigt overspoeld te worden met besmettingen en het schaarse testmateriaal dat beschikbaar is, wordt gebruikt om patiënten te testen die doodziek in ziekenhuizen aankomen.

Gebrek aan voorbereiding

Toch gaat in Groningen één arts regelrecht tegen het Nederlandse testbeleid in. De van oorsprong Duitse Alex Friedrich, het hoofd van de afdeling medische microbiologie en infectiepreventie van het Groningse ziekenhuis UMCG, wil voorkomen dat het virus ook in het noorden snel om zich heen grijpt. Hij ziet dan dat de zorg een netwerk is, waarin het virus zich snel kan verspreiden naar kwetsbare mensen.  Daarom besluit hij dat zorgmedewerkers zich bij milde klachten meteen kunnen laten testen. “Als je niet mag testen, dan maak je je eigenlijk blind in de bestrijding en dat was het moment dat ik zei: daar kan ik niet achter staan.”

Op zijn beslissing komt kritiek van Hugo de Jonge, die twee dagen ervoor de coronaportefeuille van de afgetreden minister Bruins heeft overgenomen. De Jonge vindt dat er zuinig omgegaan moet worden met testen, omdat er een testschaarste in Nederland zou zijn.

Hij moet de kritiek intrekken als blijkt dat het Groningse UMCG genoeg tests tot zijn beschikking heeft. In tegenstelling tot veel andere Nederlandse zorginstellingen werkt het academische ziekenhuis niet met één, maar met verschillende leveranciers. “Misschien is dit inderdaad iets wat ik in Duitsland heb geleerd, ik heb het ook altijd zo gedaan in Münster”, vertelt Friedrich, die eerder als hoofd infectieziektebestrijding werkte in het academische ziekenhuis in die stad in Noordrijn-Westfalen. “Je moet met verschillende partijen in zee gaan, dan kom je altijd verder.”

De Nederlandse testschaarste is vooral een gebrek aan voorbereiding. In Duitsland gebeurde die voorbereiding wel. Het land nam de ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014 heel serieus en besloot het zorgsysteem gereed te maken voor een volgende uitbraak van een infectieziekte, bijvoorbeeld door infectiecentra op te bouwen en de testcapaciteiten te vergroten. “Ze merkten destijds: als er honderden patiënten waren gekomen, dan hadden ze onvoldoende capaciteit gehad”, vertelt Friedrich aan de telefoon.

Nederland heeft de capaciteiten de afgelopen decennia afgebouwd. “In Nederland hebben wij een heel efficient zorgsysteem opgebouwd, waar wij in normale tijden goed mee kunnen werken”, legt Friedrich uit. “In Duitsland zijn honderden miljoenen gestoken in infectiecentra en met eigen bedden en personeel. Precies het tegenovergestelde gebeurt in Nederland.”

In Duitsland hebben ook de kleinere ziekenhuizen een infectieziektencentrum en een substantieel aantal ic-bedden. Over die maximale zorg is in Duitsland vaak discussie geweest, omdat het Duitsland veel geld kost. Aan het begin van de pandemie had het land maar liefst 28.000 intensivecarebedden en met 34 bedden per 100.000 inwoners is het de koploper van Europa. In Nederland waren dat er 7 per 100.000 inwoners. Waar het Duitse record eerder vooral duur leek, blijkt de kostenpost in crisistijd juist heel waardevol.

Een VW-medewerker wordt in de fabriek in Wolfsburg getest op het coronavirus.Beeld Peter Steffen/dpa

Regionale en Europese samenwerking

Ook uniek in Duitsland is dat de zorg niet landelijk geregeld is, zoals in Nederland. Infectieziektebestrijding is wettelijk de verantwoordelijkheid van de Duitse deelstaten. Daar heeft bondskanselier Merkel het moeilijk mee gehad, met name toen verschillende deelstaten vroeger uit de lockdown wilden komen dan de bondskanselier voor ogen had. Maar het is ook een kracht: omdat de situatie regionaal verschilt, helpt het om lokaal de beslissingen te nemen.

“Het eerste wat ze in Italië deden toen het uit de hand liep, was een wet maken om de regio’s meer macht te geven. Zo konden ze op locatie preciezere en betere beslissingen nemen”, vertelt Friedrich. “Zowel Italië als Duitsland is vanaf het begin ervan overtuigd dat je nationaal wind moet maken, maar regionaal de zeilen moet hijsen.”

Terwijl het virus in het zuiden van Nederland snel om zich heen greep, was het noorden nog nauwelijks getroffen. Door zorgmedewerkers te testen, kon het noorden de situatie nog onder controle houden, oordeelde Friedrich. Maar in andere zorginstellingen werd daar anders over gedacht. In een interview met de Leeuwarder Courant zegt Mieke Draijer van het Friese corona-expertiseteam dat zij liever de landelijke richtlijn wilde volgen: “Het makkelijkst is als je duidelijkheid kan creëren, je wilt niet dat de deskundigen het onderling met elkaar oneens zijn”.

Daar is Friedrich het niet mee eens: “Dat de zorg bij ons niet regionaal is geregeld, is een zwaktepunt”, zegt hij. In Nederland werken de GGD’s wel regionaal, maar voor infectieziektenbestrijding moet je regionaal middelen ter beschikking stellen, zoals het ook bij de aanpak van antibioticaresistentie is gebeurd. “Als je dat dat niet doet, betekent dat ook dat het regionale bestuur zich minder verantwoordelijk gaat voelen. Want, wij hebben niet de middelen, dat moet landelijk geregeld worden.”

Als Italië in februari de frontlinie van de coronacrisis in Europa blijkt, belt Alex Friedrich vanuit het nog ongeschonden Nederland meteen naar collega’s in Bergamo. Het virus is dan nog grotendeels een mysterie en hij wil weten hoe hij zich het beste kan voorbereiden. Ook zullen Europese contacten van pas komen als hij in Nederland geen teststaafjes meer krijgt. Die haalt hij dan uit het Duitse Oldenburg. “Dat is het geluk van Europa”, zegt hij. “Dat je meer voor elkaar krijgt dan wat mogelijk is in eigen land.”

Nederland mag volgens Friedrich in deze crisis meer buiten de grenzen kijken: “Nederland heeft een sterk zelfbewustzijn, maar je moet ook altijd het raam open hebben naar de wereld en luisteren wat anderen doen. Vooral die landen die niet hetzelfde doen als wij.” Want niet alleen van Duitsland kan Nederland leren, ook van landen als Portugal, Griekenland of Tsjechië. “Ga kijken, wat is daar nou anders?”

Bijna negen maanden na de uitbraak van de pandemie ziet Friedrich dat Nederland er veel beter voor staat. Hij maakt zich minder zorgen dan aan het begin van de uitbraak. Ook nu nemen de besmettingen toe, maar omdat Nederland nu testen prioriteert, staat het land er anders voor. “Gisteren hadden we in Groningen hetzelfde aantal besmettingen per dag als op 1 maart. Dan vraagt iedereen: ‘Zijn we terug waar we in maart waren?’”, zegt Friedrich. “Het antwoord is: nee. We hebben nu een vergrootglas.”

Koste wat het kost

Maar er blijven zorgen, ook bij Friedrich. Nederland gooit alle middelen in de strijd, dat is winst. Maar de investeringen steken matig af bij andere Europese landen. Duitsland besloot al vroeg in de crisis het zuinige spaarbeleid, de ‘zwarte nul’, los te laten en daarmee een begrotingstekort te accepteren. De federale overheid steekt continu miljarden in de infectiezorg, die onder andere naar de inkoop van materialen, het uitbreiden van testlocaties, digitalisering van zorg en personeelskosten gaan. De redenering is dat die kosten zichzelf terugbetalen. In juni zei de Duitse gezondheidsminister Jens Spahn: “Te weinig testen kost ons meer dan te veel testen”.

In Nederland mist Friedrich diezelfde carte-blanchepolitiek. Een stad als het Franse Tours, vergelijkbaar met Groningen, heeft meer dan twintig teststraten, terwijl Groningen er een handvol heeft. “Ik merk dat daar nog wordt geaarzeld”, vertelt Friedrich. “Die schaarste en dat vromigheidsmantra in de zorg leidt er normaliter toe dat we heel efficiënt met onze middelen omgaan. Dat staat ons nu in de weg. Nu moeten we even zeggen: koste wat het kost.”

Ook voor de toekomst is het belangrijk dat het Nederlandse zorgsysteem meer vet op de botten krijgt. Waar Duitsland leerde van de ebola-uitbraak, kan Nederland leren van de coronapandemie. In de toekomst kan corona af en toe de kop opsteken, of een andere infectieziekte. In tijden van een piek aan besmettingen moeten testmaterialen en bedden beschikbaar zijn. “Het lijkt heel inefficiënt om iets te hebben dat niets produceert”, zegt Friedrich. “Maar dat is net zoiets als een brandweer hebben als er geen brand is. Efficiënt wordt dat pas op de lange termijn, als er brand uitbreekt.”

Lees ook:

Help, de GGD verzuipt! De coronacrisis legt de kwetsbaarheid van de GGD’s bloot

Een grote verantwoordelijkheid rust op de schouders van de GGD’s, die cruciale taken hebben in de strijd tegen het coronavirus. Maar nu het aantal besmettingen stijgt, kraken de GGD’s, net als tijdens de eerste golf. Hoe kan dat? Een profiel van de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten.

Waarom Nederland minder ziekenhuisbedden heeft dan Duitsland

Jaarlijks daalt het aantal ziekenhuisbedden in Nederland. Daar is een logische verklaring voor, maar het doet toch pijn tijdens een crisis zoals nu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden