Henriëtte van Ooijen, officier van justitie

InterviewHenriëtte van Ooijen

Deze officier eist levenslang voor de Utrechtse tramaanslag: ‘Die straf heeft Gökmen T. over zichzelf afgeroepen’

Henriëtte van Ooijen, officier van justitieBeeld Werry Crone

Officier van justitie Henriëtte van Ooijen eiste in het voorjaar levenslang tegen de man die een aanslag pleegde in de Utrechtse tram. ‘Het is echt een heel zware straf, maar ik heb er niet over getwijfeld.’

Een applaus steeg op in de zittingszaal. Officier van justitie Henriëtte van Ooijen (58) had net haar strafeis tegen Gökmen T. uitgesproken, de hoogst mogelijke straf. Van Ooijen kon het klappen van nabestaanden en slachtoffers best begrijpen, zegt ze terugblikkend op het proces rond de tramaanslag in Utrecht. “Je zou er maar zitten. Een jaar na dato, met zo’n verdachte.”

Ongemakkelijk vond ze het applaus ook. “Je staat daar als officier van justitie niet alleen voor de slachtoffers. Je staat er ook niet voor jezelf en zo’n applaus voelt toch als: goed gedaan.”

Bovendien is het niet niks wat ze net had uitgesproken. Met haar eis van levenslang zei ze tegen T. dat ze vond dat hij misschien wel tot aan zijn dood achter de tralies moet verdwijnen. Een eis bovendien die ze in haar 32 jaar bij het Openbaar Ministerie nog niet eerder op tafel had gelegd. Hoe is dat om over te moeten beslissen?

Puur professioneel is dat niet moeilijk, zegt Van Ooijen. “Maar ik voelde wel de spanning toen ik daar in de zaal stond, het requisitoir voorlas en wist: nu ga ik het zeggen. Het is een heel zware straf. Stel je eens voor hoe het is. Je hebt niets meer te zeggen over je eigen leven. Je staat niet alleen aan de zijlijn van de maatschappij, je maakt er totaal geen deel van uit. Ondertussen gaat die maatschappij gewoon door. Ik moet er niet aan denken.”

Gökmen T. heeft de straf over zichzelf afgeroepen

Dat betekent niet dat Van Ooijen aan ­levenslang heeft getwijfeld. Gökmen T. heeft de straf over zichzelf afgeroepen, zegt ze. Dit is de persoon die op 18 maart 2019 vier mensen doodschoot en er twee ernstig verwondde in een tram op het 24 Oktoberplein. En dat allemaal omdat hij het wilde. Hij wilde de samenleving angst aanjagen.

Toch betekent zijn levenslange straf – de rechtbank ging mee in de strafeis van Van Ooijen – niet dat al vaststaat dat T. nooit meer vrijkomt. In Nederland was jarenlang wel het beleid om levenslanggestraften geen kans te geven op vervroegde vrijlating – de laatste keer dat er gratie werd verleend aan iemand met de hoogste straf was in 1986.

Maar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad oordeelden dat iemand opsluiten zonder perspectief op vrijlating in strijd is met het Europese mensenrechtenverdrag. Dus paste Nederland het beleid aan. Sinds 2017 bestaat er een ­adviescollege dat na 25 jaar zal bekijken of een levenslanggestrafte kan beginnen aan een resocialisatietraject, zodat hij uitein­delijk mogelijk in aanmerking kan komen voor gratie. Tot nu toe heeft dat nieuwe beleid overigens nog niet geleid tot inkorting van een straf.

Van Ooijen noemt dat toetsingsmoment door het adviescollege terecht. “Als je dat moment niet creëert, dan misken je de mogelijkheid dat mensen na 25 jaar kunnen veranderen. Dat ze tot inkeer kunnen komen, dat ze behandeld kunnen worden voor hun stoornissen. Dat moet je incalculeren.” Dat geldt dus mogelijk ook voor de Utrechtse aanslagpleger, erkent ze. “Al weet je natuurlijk niet hoe het beleid er tegen die tijd uitziet.”

Rechters leggen toch niet voor niets levenslang op?

Toch hoor je ook weleens een ander geluid. Bij minister Sander Dekker voor rechtsbescherming bijvoorbeeld, die besluit over ­resocialisatietrajecten en gratieverzoeken van levenslanggestraften. Zijn uitgangspunt: rechters leggen mensen die gruwe­lijke misdaden begaan toch niet voor niets levenslang op?

Van Ooijen ziet dat als officier van justitie zo: “Dat iemand nooit meer vrijkomt, is niet per se het doel als je levenslang eist. Wat wel het doel is, is dat als er niets verandert aan de persoon, aan de omstandigheden en aan de gevoelens van slachtoffers, je de mogelijkheid houdt dat iemand vast blijft zitten.”

Die gevoelens van slachtoffers zijn belangrijk, zegt ze. Tijdens de zitting, maar ook als de resocialisatie nadert. Ze wil het beeld weerspreken dat slachtoffers altijd om de hoogst mogelijke straf vragen. In haar ­gesprekken met nabestaanden ziet ze juist opmerkelijk veel redelijkheid. En als die er niet is, is het aan de officier van justitie om aan ‘verwachtingsmanagement’ te doen, vindt Van Ooijen. Overigens wisten de slachtoffers van Gökmen T. niet vooraf wat de eis zou worden. Ze wisten alleen dat het een zeer aanzienlijke straf zou zijn.

“Ik kan me voorstellen dat als je je vader bij de tramaanslag hebt verloren, of je kind, dat je dan vindt dat hij ook over heel lange tijd nog niet mag terugkeren in de maatschappij”, zegt Van Ooijen. Het verdriet en de behoefte aan vergelding slijt niet bij iedereen.

Anders is dat voor de samenleving als ­geheel, denkt ze. Op een gegeven moment verdwijnt de schok van een bepaalde gebeurtenis naar de achtergrond. Van Ooijen neemt zichzelf als voorbeeld. “Als het toetsingsmoment van Gökmen daar is, ben ik dik in de tachtig. Dan hoop ik nog ongeveer te weten waar de zaak over ging.” In zekere zin, voegt ze eraan toe, regeert ze dus over haar graf heen door levenslang te eisen.

Maar niet alleen met het belang van slachtoffers moet ze rekening houden. Ook die van de verdachte dient ze als magistraat mee te wegen. “Ik heb zaken gehad waarvan ik dacht: wat een verspilling van veel levens. En dan doel ik ook op het leven van de dader. Zoals een zaak van een jonge man die zijn vriendin gedood had. Hij was er kapot van, maar er was wel iemand dood, een jonge vrouw in de bloei van haar leven. Het werd een forse strafeis. Hij gaat zich er ook niet beter door voelen als ik zou zeggen: je bedoelde het niet zo, dus ik eis maar een paar jaar.”

Er is volgens Van Ooijen een verschil ­tussen dader en slachtoffer in zaken die draaien om moord of doodslag. Die eerste kan zijn verhaal doen, die heeft een stem. Het slachtoffer heeft die niet meer.

Was er een reden om in het belang van T. zijn straf te minderen? Zijn persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken en lage intelligentie zijn wel aan bod gekomen in het vooroverleg in aanloop naar de zitting, zegt Van Ooijen. “Maar wij vonden dat er geen sprake kon zijn van een tijdelijke straf met tbs. Hij heeft geen enkele blijk gegeven mee te willen werken aan welke vorm van behandeling dan ook. Wat zou het op­geleverd hebben?”

Van Ooijen en haar collega kregen luchtkusjes toegeworpen

Tijdens de procesdagen maakte T. ook op verschillende manieren zijn afkeer van het hele gebeuren duidelijk. Hij bespuugde de rechters en zijn advocaat, zat opzichtig te knikkebollen en tegen de tafel voor hem te tikken. Van Ooijen en haar collega, ook een vrouw, kregen luchtkusjes toegeworpen.

“Puberaal gedrag”, noemt Van Ooijen het. Gedrag ook dat voor de slachtoffers ­extra leed toevoegde. Maar bijgedragen aan de strafeis heeft het niet. “Levenslang is al de hoogst mogelijk straf, dan valt er weinig te plussen.”

Bovendien vindt ze dat je genuanceerd moet kijken naar het gedrag van verdachten tijdens een rechtszaak. “Als iemand bijvoorbeeld niet of nauwelijks een woord zegt, dan kan dat onverschillig overkomen. Maar het kunnen ook pure zenuwen zijn voor zo’n zitting, omdat alles op die dag aankomt. Mensen laten zich tijdens een zitting nooit zien zoals ze zijn.”

Zijn er wat haar betreft daders die het niet verdienen om ooit nog terug te keren in de maatschappij? Misschien wel daders zoals Gökmen T., die in één klap zo veel verdriet veroorzaakte en daar tot nu toe geen enkel berouw voor toont?

“Dat is een moreel oordeel, het niet verdienen”, zegt Van Ooijen. “Je laat als officier van justitie je eigen moraliteit niet leidend zijn, je blijft professioneel. Dus niet: iemand is de moeite niet waard, maar wel: iemand plaatst zichzelf nu buiten de maatschappij door wat hij gedaan heeft.

“Ik merk dat ik zelf meer heb met het concept dat het vooral belangrijk is dat iemand niet in de gelegenheid komt om nog eens zo’n misdrijf te begaan. En ook dat ­andere mensen weten dat als je zoiets doet, je een lange gevangenisstraf krijgt. Dat het afschrikt.”

T. gaf tijdens de zitting duidelijk te kennen dat hij opnieuw een aanslag zou plegen, mocht hij de kans krijgen. Hij zei ook zelf: geef mij maar levenslang. Het past volgens Van Ooijen bij de rol die hij voor zichzelf ziet. “Eigenlijk is dat ook wel weer dubbel. Ik kon hem geen groter genoegen doen dan levenslang eisen.”

Levenslange celstraf

De komende tijd verschijnen in de ­Verdieping verschillende interviews met personen die privé of professioneel met een levenslange celstraf te maken hebben. Dit naar aanleiding van de discussie die er in Nederland nog altijd wordt gevoerd over het thema.

Zo bekritiseren advocaten en Forum Levenslang, een stichting die pleit voor humane behandeling van levenslanggestraften, minister Dekker, omdat hij weigert gratie te verlenen en resocialisatietrajecten zou blokkeren. De minister voor rechtsbescherming wilde zelf niet meewerken aan een interview.

Lees ook:

Betekent levenslang ook echt tot de dood in de cel?

De minister heeft een te grote politieke invloed op het traject van resocialisatie en uiteindelijke gratie van levenslanggestraften, zeggen juristen. De levenslange celstraf in Nederland is volgens hen daardoor nog altijd uitzichtloos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden