Doorfietsroutes

Deze nieuwe fietssnelwegen moeten de forenzen op twee wielen krijgen

Beeld ANP

De provincies ontvouwen plannen voor de aanleg van nieuwe fietssnelwegen. Wat zijn de haken en ogen? 

De kogel is door de kerk: de F28, de 21 kilometer lange snelweg voor fietsers tussen Utrecht en Amersfoort, ligt er eind 2022, zo maakte de provincie Utrecht vorige maand bekend. Ook in Zeeland ligt er dan een gloednieuwe fietssnelweg, tussen Terneuzen en Gent. Een paar weken terug zette ook de provincie Groningen het sein op groen voor een nieuwe fietsroute tussen Groningen en Winsum. Het plan voor de aanleg van het fietspad tussen Groningen en Assen is bijna in kannen en kruiken.

Zo ontvouwt de ene na de andere provincie momenteel plannen voor de aanleg van een nieuwe fietssnelwegen. Ook in Noord-Holland en Overijssel zijn plannen daarvoor in een vergevorderd stadium. En er zitten er nog veel meer in de pijplijn.

Fietssnelwegen, ook wel doorfietsroutes genoemd, zijn paden van soms wel 20 tot 30 kilometer lang en liggen kriskras door de provincies. Ze hebben vooral de functie om forenzen te stimuleren de auto of het openbaar vervoer te verruilen voor de fiets. Fietsen is immers milieuvriendelijk én gezonder. Lange en ruime paden met zo min mogelijk stoplichten, scherpe bochten en andere hindernissen maken fietsen aantrekkelijker, zo beogen het Rijk en de provincies.

Virusuitbraak stimuleerde verkoop e-bikes

“Afstanden tot in ieder geval 15 kilometer kunnen prima overbrugd worden met de fiets”, zo stelde staatssecretaris Van Veldhoven van infrastructuur en waterstaat (IenW) al meermaals. Eind 2018 – er lag al voor 500 kilometer aan fietssnelweg door het land – meldde ze dat er de komende jaren nog eens grofweg 1000 kilometer aan zou worden toegevoegd. Daar werd een slordige 350 miljoen euro voor opzijgelegd.

De eerste resultaten zijn spoedig zichtbaar, en komen als geroepen. De fietssnelwegen fungeren vooral als infrastructuur voor elektrische fietsen. De vraag naar e-bikes neemt sterk toe: waar er in 2007 nog 84.000 e-bikes werden verkocht, waren dat er vorig jaar 423.000. De virusuitbraak heeft die groei nog meer gestimuleerd. Tot en met mei dit jaar werden al 149.000 e-bikes verkocht, een stijging van 12 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Mei was een absolute recordmaand, met 58.000 verkochte e-bikes.

Beeld Louman & Friso Nijmegen

Beheer van de snelwegen

Het streven was dat er van die 1000 kilometer aan nieuwe fietspaden al 600 zou liggen voor 2021. Dat lijkt niet te gaan lukken. Her en der zit er een kink in de kabel, bijvoorbeeld als het gaat om de financiering. Het Rijk legt toe, maar het gaat om ‘zeer beperkte bedragen’, zegt Paul van Weenen, omgevingsmanager van de provincie Utrecht.

Voor de F28 tussen Utrecht en Amersfoort kreeg de provincie zo’n 1,5 miljoen euro, misschien 10 procent van de totale kosten. De rest is voor de provincie en voor gemeenten. En daar gaat het soms mis. “Politiek vinden gemeenten zo’n fietsroute uiterst interessant, maar financieel is het een moeilijk verhaal. Het geld is er niet”, zegt Van Weenen.

Uiteindelijk lukte het in Utrecht met behulp van de rijksbijdrage én de wil van gemeenten. Maar die wil is er niet altijd. Een bekend voorbeeld is de route tussen Rotterdam en Delft die maar niet van de grond kwam omdat een tussenliggende gemeente niet wilde investeren in een fietspad waar vooral inwoners van andere gemeenten gebruik van zouden maken.

Een ander punt is het beheer. Wat als er straks takken op het pad liggen, of er voor vrieskou gestrooid moet worden? Wie is dan verantwoordelijk? En dan zijn er ook nog vragen over bijvoorbeeld de bewegwijzering en de verlichting van de paden, zaken waar provincies en gemeenten zelf invulling aan moeten geven. Onder meer de Fietsersbond pleit voor meer landelijke richtlijnen.

Kritiek kwam er vorig jaar van de ANWB, die negen bestaande fietssnelwegen testte. De paden waren soms te smal, te slecht verlicht of wel erg saai, luidde het oordeel. Niet erg stimulerend.

Forensfietsers

De belangrijkste vraag is of forensen wel gebruikmaken van de paden. Volgens het ministerie van IenW ging – ver voor de coronacrisis – maar 2 tot 5 procent van de fietsers voorheen met de auto. Eind 2019 waren dat er al meer, maar nog lang niet zo veel als de gewenste 200.000 extra forensfietsers. Door corona fietst men meer, maar werken ook meer mensen thuis, wat tegen elkaar wegvalt.

We mogen al heel blij zijn met dat kleine beetje extra fietsers, zegt Dick de Waard, adjunct-hoogleraar verkeerspsychologie in Groningen. “Het blijkt ontzettend complex om mensen de auto uit te krijgen. Het lijkt misschien niet zo, maar die cijfers zijn positief. In het buitenland hebben ze tijdens deze crisis ook de fiets ontdekt. Maar omdat er geen infrastructuur voor is, pakt men nu weer de auto of het openbaar vervoer. Het begint met een goede infrastructuur.” 

Lees ook:

De keerzijde van e-bikes: criminelen slepen ze voor handel naar Oost-Europa

Jaar op jaar worden er minder fietsen gestolen, toch neemt de schade alleen maar toe. Vooral Polen transporteren de steeds duurder wordende e-bikes naar het oosten van Europa, blijkt uit nieuw onderzoek. ‘Het is een criminele niche.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden