Herdenking van de vliegramp in de Bijlmermeer, die dinsdag precies 30 jaar geleden plaatsvond.  Beeld Olaf Kraak
Herdenking van de vliegramp in de Bijlmermeer, die dinsdag precies 30 jaar geleden plaatsvond.Beeld Olaf Kraak

Herdenking

Dertig jaar na de ramp krijgt de Bijlmer eindelijk de erkenning die ze verdient

Dinsdagavond is het precies 30 jaar geleden dat een vrachtvliegtuig neerstortte op twee flats in de Amsterdamse Bijlmermeer. ‘Ik kon geen vlees meer eten, de geur bracht me terug naar de ramp.’

Tobiah Palm

Harriët Amelo probeerde dinsdag een schilderij te maken van de Bijlmervliegramp. Het is dan precies dertig jaar geleden dat een vrachtvliegtuig neerstortte op twee flats in de Amsterdamse Bijlmermeer. Er kwamen voor zover bekend 43 mensen om het leven. De 80-jarige Amelo was medewerker van het Rode Kruis en hielp tientallen mensen.

Jaren later lukt het haar nog steeds niet om een kunstwerk van het ongeluk te maken. Alleen moet ze wel iets met het gevoel, dat elk jaar een paar dagen voor de herdenking opkomt. Als ze over de ramp praat, is ze er weer. Hoort ze geschreeuw. Ruikt ze verbrand vlees. Door die pijn, in haar hele lichaam, lukt het vaak niet om naar de herdenking te komen. “Dan had ik weer lood in mijn schoenen.”

‘Overlevers’ begrijpen elkaar

Maar dinsdagavond zit ze er, vooraan, tussen andere hulpverleners, achter de nabestaanden, in het Cultureel Educatief Centrum in Amsterdam. Op haar hoofd een zwarte hoed en zwarte vlinderbril. De ceremonie moet nog beginnen en ze praat met andere mensen die de ramp hebben meegemaakt. Voor haar zijn deze gesprekken de belangrijkste reden om wel te komen: ‘overlevers’ begrijpen elkaar.

“Die week hadden we met het Rode Kruis net een oefening gehad”, herinnert Amelo zich. “De organisatie zei nog dat in Nederland ongeveer eens per dertig jaar een ramp plaatsvond. Ik had geen idee dat dat díe week zou gebeuren.” Ze was thuis, in Osdorp, en zette net twee bossen gele chrysanten – “Die waren toen in de mode” – in een vaas toen haar pieper afging. Zo snel als ze kon vertrok ze naar het verzamelpunt van het Rode Kruis.

Ze stopt met praten als de plechtigheid begint. De zaal is helemaal vol, er zijn zo’n vijfhonderd mensen. “De laatste keer dat het zo druk was, was vijf jaar geleden”, fluistert iemand. Femke Halsema, de burgemeester van Amsterdam (GroenLinks), neemt het woord. “Elk jaar rond 4 oktober wordt het wat stiller in de woonkamers van Zuidoost”, zegt ze. “Dan komen de herinneringen van oranje licht, van hitte, van brandlucht terug. En vandaag staan we stil. Niet alleen bij de mensen die zijn omgekomen, maar ook bij de hulpverleners, de brandweerlieden, de verzorgers, de bewoners die kookten voor hun buren.”

Harriët Amelo (80), vrijwilliger bij het Rode Kruis tijdens de Bijlmervliegramp, voor de herdenking.  Beeld Tobiah Palm
Harriët Amelo (80), vrijwilliger bij het Rode Kruis tijdens de Bijlmervliegramp, voor de herdenking.Beeld Tobiah Palm

Drie maanden lang kon ze geen vlees eten

Amelo werkte in een provisorisch opgezette opvang voor bewoners die hun huis kwijt waren geraakt, of, erger nog, familieleden. “Het was een zaal zo groot als deze”, fluistert Amelo terwijl ze in de rondte wijst. “Er kwamen steeds nieuwe mensen. Het enige wat ik kon doen was rustig blijven en geen valse hoop geven. Ze zeggen dat hoop doet leven, maar als je iemand iets belooft dat je niet waar kunt maken, dan maakt hoop veel kapot.”

Amelo moest praktisch blijven. “Ik weet nog goed dat er een zwangere vrouw tegen me schreeuwde. Gewoonlijk zou je zeggen: doe normaal. Maar nu luisterde ik naar wat ze zei.”

Na die dagen heeft Amelo veel van zich afgeschreven. “Daarna was alles weer normaal. Behalve dat ik drie maanden geen vlees kon eten. De geur van verbrand vlees bracht me terug naar de ramp.”

‘Eindelijk krijgt de Bijlmer erkenning’

Op het podium staat nu dominee Otto Ruff. Hij zegt dat de buurt na de ramp hoopte dat ze een warme deken om zich heen zou krijgen van Nederland. Maar de mensen uit Zuidoost moesten het helaas doen met een koude douche. Amelo herkent dat: “We voelden ons in de steek gelaten.”

Maar we lijken nu wel gehoord te worden, gaat ze verder. De tachtiger loopt vooraan in de stille tocht – waarbij veel wordt gekletst – naar monument De boom die alles zag. De route wordt aangegeven door kinderen die witte rozen in hun handen houden. “Er is veel aandacht voor de ramp. Eindelijk de erkenning die de Bijlmer nodig heeft.”

De stoet staat stil bij de boom. De namen van slachtoffers worden voorgelezen, en om 18.36 uur, het tijdstip dat het vliegtuig neerstortte, is iedereen een minuut stil.

Als er weer gepraat mag worden, kijkt Amelo even naar rechts. “Wie weet”, zegt ze, “misschien lukt het me zo meteen wel om dat schilderij af te maken.”

Lees ook:

Thrillerserie over de Bijlmerramp vermengt feit en fictie. ‘Het was geen complot, maar beslist een doofpot’

Trouw-journalist Vincent Dekker beet zich dertig jaar geleden vast in de Bijlmerramp. Acteur Thomas Höppener vertolkt hem in de thrillerserie Rampvlucht. ‘Nog steeds zijn er geen lessen geleerd uit dat ongeluk.’

In de chaos na de Bijlmerramp namen deze twee vrouwen het voortouw

In de chaos na de Bijlmerramp hebben juist twee vrouwen het voortouw genomen. Noortje van Oostveen en Maureen Sarucco dalen 25 jaar later nog één keer af naar de crisisbunker onder het Amsterdamse stadhuis.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden