BinnenlandZiekenhuizen

De zorg zet zich schrap: ‘Ik vraag me af of we een tweede ronde wel aankunnen’

Zorgmedewerksters op de intensive care (IC) van het HMC Westeinde ziekenhuis.Beeld ANP

Voor veel ziekenhuizen zou een nieuwe coronagolf te vroeg komen. Personeel voelt zich nog steeds overbelast.

Ziekenhuisdirecteur Bart Berden van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg kijkt bezorgd naar de stijgende coronacijfers. Zijn personeel is nog aan het bijkomen van de eerste golf en de voorbereidingen voor een nieuwe uitbraak zijn nog in volle gang. “Ik hoor van mensen die terugkomen van vakantie dat uitrusten hen niet meeviel. In mijn management vertonen mensen tekenen van overbelasting.”

Als voorzitter van het Noord-Brabantse ROAZ, de Acute Zorgregio, weet Berden dat dit ook in andere ziekenhuizen speelt. “Ik hoorde her en der dat zorgpersoneel zou willen stoppen. Zelf merk ik dat niet zo, maar we moeten oppassen,  dit soort berichten werken heel demotiverend.”

De huidige besmettingscijfers doen Berden denken aan februari, toen na de eerste patiënt de Brabantse ziekenhuizen ineens volstroomden. “Als er vandaag 100 patiënten besmet zijn, weten we dat van hen een bepaald percentage na vijf dagen het ziekenhuis in komt en van hen weer een  percentage op de ic terechtkomt.”

Dat neemt niet weg dat het ziekenhuis beter voorbereid is op een uitbraak. Alleen al de kennis over Covid-19 is veel groter dan in maart. “We zijn in Brabant  bezig met het verdelen van zo’n 90 extra ic-bedden. Maar voor elk ic-bed heb je ook drie extra reguliere coronabedden nodig. Dat zijn er dus zo’n 270.”

Ondertussen werven ziekenhuizen nieuw personeel en scholen zij medewerkers om voor de ic. Die opleiding is specialistisch en duurt een paar maanden, ook moeten nieuwe teams gemaakt worden. De ziekenhuizen zijn daarom pas in oktober of november echt klaar voor een tweede golf. “Gradueel raken we steeds beter voorbereid, maar laten we alsjeblieft met zijn allen voorkomen dat het weer oplaait.”

Tijdens de eerste golf werden ook de verpleeghuizen hevig geraakt. Was het virus eenmaal in een instelling, dan greep het hard om zich heen onder de kwetsbare bewoners. Personeel moest dubbel zo hard werken, zegt Tamara Pieterse, bestuurslid bij branchevereniging Actiz. “De coronazorg kwam bovenop de reguliere zorg.”

Ook in de verpleeghuizen waar het virus niet of nauwelijks binnen kwam, werd veel van het personeel gevraagd. Zij kregen immers ook te maken met het bezoekverbod en extra protocollen. Desalniettemin is Pieterse voorzichtig positief: “Ik heb er vertrouwen in dat we een tweede golf aankunnen.”

Het personeel in de verpleeghuizen is inmiddels aan het bijkomen, zegt zij. “Het verzuim ligt nog wel iets hoger dan normaal, maar mensen kunnen wat afstand nemen.”

Het landelijke bezoekverbod zorgde voor veel stress bij bewoners en personeel. Actiz heeft er vertrouwen in dat een nieuw verbod niet nodig is. Pieterse: “We kunnen nu bij lokale uitbraken passende lokale maatregelen nemen, in overleg met betrokkenen. Zoals tijdelijk minder of geen bezoek. op specifieke afdelingen. Dan kunnen andere afdelingen open blijven.”

Onlangs zei minister Hugo de Jonge (zorg) dat hij een mondkapjesplicht in verpleeghuizen niet nodig vindt, omdat dit de schaarste vergroot. Actiz verwacht duidelijkere regels van het kabinet. “Er zijn nu voldoende beschermingsmiddelen, maar bij een uitbraak kunnen tekorten ontstaan. We verwachten een duidelijke landelijke richtlijn op basis van de laatste inzichten.” Wat dat betreft schort het er ook nog aan wat testen betreft. Niet in alle regio’s krijgen zorgmedewerkers voorrang. Pieterse: “Wij pleiten ervoor dat vitale beroepen als eerste getest worden en als eerste de uitslag krijgen.”

Zij stonden aan de frontlinie toen het coronavirus genadeloos om zich heen greep. Is het zorgpersoneel klaar voor een tweede golf? Twee van hen vertellen.

Kubra Lekesiz. ‘Soms wist ik niet wat ik tegen bange patiënten moest zeggen.’Beeld Werry Crone

Kubra Lekesiz (27), longverpleegkundige in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht

Soms voelt het nog wat onwennig, zegt verpleegkundige Kubra Lekesiz (27), nu de longafdeling van het ziekenhuis niet meer overladen wordt met coronapatiënten. Sommige behandelingen heeft ze al weken niet meer uitgevoerd. Zoals vernevelen, waarbij longmedicijnen als een fijne mist worden toegediend. “Dat is standaard voor mensen die benauwd zijn of een longziekte hebben. Maar bij Covid mocht dat niet zomaar: de luchtdeeltjes zouden een besmettingsgevaar voor anderen zijn.”

Haar afdeling was een van de eerste die tot corona-unit werd omgetoverd. In totaal zouden dat er zes worden. Opeens kwam er voor elk patiëntbezoek een omkleedritueel met maskers en schorten, en moesten collega’s van andere afdelingen bijspringen. Lekesiz was op dat moment niet bang, maar vooral nieuwsgierig. “Het was een duik in het onbekende. Toen onze eerste coronapatiënt kwam, dacht ik: daar is -ie dan.”

De longafdeling heeft veel sterfgevallen gehad. Zelfs meer dan op de intensive care. Patiënten op de ic die weinig kans maakten, door ouderdom of een andere aandoening zoals diabetes, kwamen dan ook bij haar terecht. “Vaak waren het er meerdere op een dag, en bij elke overdracht aan het begin van je dienst hoorde je: die persoon is overleden. Als je daar dagelijks mee wordt geconfronteerd, kom je vanzelf in een negatieve spiraal terecht.”

Tijdens de piek in maart en april lagen er wel honderd Covid-patiënten op de verschillende corona-afdelingen; nu telt de longafdeling er nul. De speciale corona-units zijn stuk voor stuk afgebouwd. Als een patiënt nu de typische klachten vertoont, wordt die op de eigen afdeling in een kamer geïsoleerd. Sindsdien heeft Lekesiz de handen weer vrij voor ‘haar’ longpatiënten, en is er meer rust. “We zitten weer lekker in ons oude ritme. Dat doet me goed.”

Dat de hoeveelheid besmettingen in Nederland weer oploopt, is voor Lekesiz geen reden voor paniek. “Eerlijk gezegd weet ik niet hoe ik me moet voelen. We horen het wel in het nieuws, maar zien het op de ziekenhuisvloer nog niet terug. En als die tweede golf komt, weten we deze keer wat ons te wachten staat.”

Wat de verpleegkundige wel zorgen baart, zijn de ethische vraagstukken waar ze mee te maken kreeg. Bij een tweede golf ziet Lekesiz daar het meest tegenop. “Als een patiënt zijn laatste levensdagen ingaat, komt er normaal gesproken een geestelijk verzorger aan het bed. Die gaat met een patiënt in gesprek: wat zit je dwars, hoe geef je het een plek?” Vanwege de corona-maatregelen kon er maar een beperkt aantal medewerkers op de afdeling zijn. Lekesiz en haar collega’s moesten die moeilijke gesprekken daarom zelf voeren. “Soms wist ik niet wat ik tegen patiënten moest zeggen. Soms waren ze doodsbang voor het virus of in paniek omdat iedereen in pakken en maskers rondliep. Die mentale ondersteuning is dan ontzettend belangrijk, zeker wanneer mensen niet zomaar hun familie en naasten mogen zien.”

Marita de Kleijne. ‘We hebben mensen zoveel verdriet aangedaan.’

Marita de Kleijne (59), verzorgende Individuele Gezondheidszorg in een verpleeghuis

Als Marita de Kleijne (59) na drie weken vakantie in juli weer aan het werk gaat, keert ze terug in een andere wereld. “Buiten gaan mensen het liefst weer hun normale gangetje, maar in het verpleeghuis is er weinig veranderd.” De bewoners zijn amper bijgekomen van de vele weken zonder bezoek, zegt De Kleijne. “Je ziet de wanhoop in hun ogen, wat het met hen gedaan heeft. En ze zijn bang dat het bezoekverbod terugkomt.”

De Kleijne werkt in een verpleeghuis in Noord-Brabant en is tevens voorzitter van het ‘platform verzorgenden’ bij haar beroepsvereniging V&VN. In de verpleeghuizen ontbrak het aan het begin van de crisis vooral aan een ‘stukje menselijkheid’, zegt De Kleijne. “Mens zijn betekent elkaar aanraken en vasthouden, in goede en in slechte tijden. Als je aan het einde van je leven bent, is je mentale gezondheid vaak al niet optimaal. Hun lijf en ziel schreeuwt: geef me een knuffel.”

De Kleijne heeft veel mensen zien overlijden. Dat familie zelden afscheid kon nemen, heeft haar het meest geraakt. Zo was er een bejaard echtpaar dat op aparte afdelingen van het verpleeghuis woonde. Door de strenge veiligheidsmaatregelen konden zij elkaar niet meer zien, vertelt de verzorger. Toen de vrouw zou sterven, mocht haar man pas in beschermende kleding naar haar toe. “Uiteindelijk is hij in de laatste week van de lockdown ook overleden. Beiden zijn meerdere keren op corona getest, met negatief resultaat. Hun vier kinderen hebben beide ouders verloren zonder normaal afscheid te kunnen nemen.” Haar stem trilt. “En zo zijn er meer. We hebben mensen zoveel verdriet aan gedaan.”

De Kleijne kijkt met angst en beven naar het stijgende aantal besmettingen. De verzorger meet haar eigen temperatuur nog altijd twee keer per dag, net als in maart. Ze hoort van collega’s dat nog lang niet elk verpleeghuis over voldoende beschermende middelen beschikt, zoals mondkapjes en handschoenen. “Dat moet echt anders. Wij kunnen ons werk niet veilig doen, zoals mensen uit bed halen en medicijnen toedienen. Ik vraag me oprecht af of we een tweede ronde wel aankunnen.”

In aanloop naar een tweede golf zegt De Kleijne zich te willen beschermen tegen de emotionele klap die ze de afgelopen periode heeft gehad. “Lichamelijk ben ik wel uitgerust, maar emotioneel sluit ik mij nu meer af. Dat is een moeilijk besluit, maar als ik het niet meer trek schieten de bewoners er ook niks mee op.”

Lees ook:

Uiteindelijk draait het om gedrag van burgers bij het terugdringen van het virus

Is een gedeeltelijke mondkapjesplicht een druppel op een gloeiende brandhaard, of is met deze en andere maatregelen het vuur definitief te doven?

Zorgmedewerkers beginnen te reflecteren op wat er is gebeurd tijdens de coronacrisis

Het Moreel Archief Corona interviewt zorgmedewerkers en hoort voor welke dilemma’s zij stonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden