Tekorten in de zorg

De zorg schreeuwt om personeel, maar het potentieel van statushouders wordt niet benut

Nederland kampt met tekorten in de zorg. Migranten kunnen een deel van de oplossing bieden. Beeld ANP
Nederland kampt met tekorten in de zorg. Migranten kunnen een deel van de oplossing bieden.Beeld ANP

Nederland heeft een schreeuwend tekort in de zorg en vergeet het potentieel van asielmigranten, stelt de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. De overheid moet het roer omgooien.

Het lukt asielmigranten in Nederland niet om een baan te krijgen in de zorg. Terwijl er op dit moment een tekort is van zo’n 50.000 tot 70.000 zorgmedewerkers, een aantal dat in 2030 mogelijk tot 130.000 zal oplopen. De overheid moet barrières wegnemen en meer investeren om asielmigranten, van huishoudelijke hulp tot artsen, aan het werk te krijgen, adviseert de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) dinsdag aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het ministerie had de onafhankelijke commissie opdracht gegeven voor onderzoek en advies.

Het aantal artsen en verpleegkundigen met buitenlandse diploma’s is in Nederland ‘extreem laag’, signaleert Monique Kremer, voorzitter van de Adviescommissie. In België en Duitsland is zo’n twaalf procent van de artsen in het buitenland opgeleid, in Nederland is dat slechts zo’n twee procent. Het aantal verpleegkundigen hier dat in het buitenland is opgeleid is zelfs maar een half procent. Ver onder het gemiddelde van dik zeven procent onder alle landen die zijn aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Ook is in Nederland het aantal verpleegkundigen dat is geboren in het buitenland laag: zes procent, vergeleken met bijvoorbeeld zestien procent in Duitsland.

Wat doen we fout in Nederland? Kremer, ook bijzonder hoogleraar Actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam, legt uit dat begeleiding naar werk nu ‘heel ingewikkeld’ is. “Mensen weten eerst lang niet of ze mogen blijven. Als ze mogen blijven, krijgen ze vaak geen goed begeleidingstraject naar werk.” Een groot probleem, zegt ze, is dat het in Nederland buitengewoon lastig is om met diploma’s gehaald in het buitenland aan de slag te gaan. “Iemand die arts was in Irak, heeft minimaal vier jaar nodig om aan de slag te kunnen. En dat proces kost geld.” Kremer ziet relatief vaak gebeuren dat asielmigranten in de bijstand belanden, waarna gemeenten ze soms verplichten om ongeschoold werk te doen, in plaats van zich te ontwikkelen, bijvoorbeeld tot verpleegkundige. “Terwijl we juist in de zorg extra handen nodig hebben.”

Statushouders niet aan de slag tijdens pandemie

Voor asielmigranten geldt altijd al dat ze moeilijker aan werk komen dan andere soorten migranten, zoals arbeidsmigranten. Ze zijn hier vanwege onleefbare omstandigheden in hun eigen land, hebben minder kansen gehad zich voor te bereiden, en minder vaak een diploma.

Toch ziet Kremer ook bij deze groep potentie voor de Nederlandse zorg. “Tijdens de coronapandemie hebben honderden statushouders zich aangemeld bij Extra handen voor de zorg, een platform dat acute tekorten in de zorg mede oplost. Slechts enkelen werden opgeroepen.” Nederland moet juist investeren in asielmigranten, zegt Kremer. Ter indicatie: tussen 2014 en 2018 kregen 129 duizend mensen een verblijfsvergunning, vaak na verblijf in een asielopvang.

De aantallen zijn aanleiding geweest voor Justitie en Veiligheid om actief te vragen om advies, legt Kremer uit. “We kampen met schijnbaar onoplosbare tekorten in de zorg, en hebben hier een groep in ons land die kan bijdragen aan de oplossing.”

Concreet adviseert de Adviescommissie dat de overheid wettelijke beperkingen kan schrappen voor asielmigranten om te werken. Als die stap te groot blijkt, moet op zijn minst meer geïnvesteerd worden om asielmigranten naar een baan in de zorg te begeleiden. Ook heeft de IND meer budget nodig om de slagkracht te vergroten en achterstanden in asielaanvragen weg te werken. Het COA zou beter moeten signaleren wanneer asielmigranten in het land van herkomst in de zorg werkten, en ze enthousiasmeren om hier ook in de zorg aan de slag te blijven. Gemeenten zouden moeten werken met ‘dedicated casemanagers’, die voorkomen dat asielmigranten in de bijstand en ongeschoold werk blijven hangen.

Taal is een probleem

Basale vaardigheden, zoals beheersing van de Nederlandse taal zijn een groot obstakel, erkent Kremer. “Maar taal leer je ook op je werk. En iemand die vaccineert, hoeft geen volledige kennis van de Nederlandse taal te hebben om met dat werk aan de slag te kunnen. We moeten creatiever zijn om dit probleem op te lossen.” Ook voegt Kremer toe dat juist in de zorg behoefte is aan mensen met een diverse achtergrond. “Voor een patiënt met een Arabische achtergrond kan het juist fijn zijn om iemand aan het bed te hebben uit het land van oorsprong.”

Kijkend naar de omvang van de tekorten in de zorg, is veel meer nodig dan slechts het laten doorstromen van asielmigranten. Kremer is daarom al aan het volgende onderzoek begonnen in opdracht van het ministerie. “We gaan nu kijken in hoeverre het voor Nederland nodig is om actief in het buitenland mensen aan te trekken voor werk in de zorg hier.”

Lees ook:

Het grootste knelpunt voor ziekenhuis in coronatijd blijft het tekort aan personeel

De vrijheid van Nederlanders hangt af van het aantal patiënten dat ziekenhuizen aankunnen, en dus van het aantal zorgmedewerkers, waar een groeiend tekort aan is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden