Hasan Nuhanovic moest aanzien hoe zijn familie de VN-basis bij Srebrenica moest verlaten, ook al werkte hij als tolk voor Dutchbat.

25 jaar na SrebrenicaInterview Hasan Nuhanovic

De wanhoop van een gezin op drift

Hasan Nuhanovic moest aanzien hoe zijn familie de VN-basis bij Srebrenica moest verlaten, ook al werkte hij als tolk voor Dutchbat. Beeld TRBEELD

Honger, angst voor mortiervuur en kou die overal doorheen dringt. Hasan Nuhanovic beschrijft in ‘De tolk van Srebrenica’ hoe zijn familie in de jaren voor de val van de enclave moest overleven in de bossen van Oost-Bosnië. De geschiedenis voordat Dutchbat kwam.

Eigenlijk had hij de vertaling van zijn boek ‘Voor de komst van de Nederlanders’ als titel willen meegeven, zegt ­Hasan Nuhanovic via een korrelige skypeverbinding vanuit zijn woonplaats Sarajevo. De uitgever koos uiteindelijk voor ‘De tolk van ­Srebrenica’. Zo werd Nuhanovic immers ­bekend; als de vertaler bij Dutchbat die de ­Nederlandse staat aanklaagde omdat die had nagelaten zijn familie te beschermen. Maar dit boek gaat niet over die jaren van procederen, waarbij hij uiteindelijk door de rechter in het gelijk werd gesteld. Sterker nog, de Nederlanders duiken pas in het laatste hoofdstuk op, in de originele versie zelfs helemaal niet.

Dit boek moest nadrukkelijk gaan over de jaren voor de val van Srebrenica, zegt Nuhanovic. “Als de wereld het over Srebrenica heeft, gaat het altijd over de massamoord in juli 1995. Ik wilde laten zien wat ons allemaal al is overkomen voordat de Nederlanders hier op het toneel verschenen. Over die periode is heel weinig geschreven. Als je mijn boek goed leest, zie je dat de genocide al in 1992 is begonnen. Maar in die periode was er in het afgelegen Srebrenica geen journalist te bekennen. Hier in Sarajevo waren al verslaggevers van de BBC, CNN en persbureaus uit de hele wereld neergestreken die elke dag vertelden wat er gebeurde.”

Ook Nuhanovic begint zijn verhaal in Sarajevo, waar hij in 1992 werktuigbouwkunde studeerde. Als een lange colonne tanks en trucks van het Joegoslavische Volksleger aan zijn studentenhuis voorbij trekt, de etnische spanningen tussen medestudenten in de ­gemeenschappelijke woonkamer de kop opsteken, voelt hij dat hij beter kan vertrekken. Hij weet zijn vriendin Mirza ervan te overtuigen naar haar familie in Servië te gaan. Op het busstation van Sarajevo nemen ze afscheid. Zelf reist hij af naar zijn ouders en broer in het Oost-Bosnische dorp Vlasenica.

De Verdieping van Trouw staat dit weekend in het teken van de val van Srebrenica. Het is 25 jaar dat de moslimenclave viel, waarbij meer dan 8000 moslimmannen om het leven kwamen. U kunt alle artikelen hier lezen.

Te laat om te vertrekken

Daar probeert hij zijn vader er tevergeefs van te overtuigen om met het gezin naar het buitenland te vluchten. “Op een gegeven ­moment was het te laat om nog te vertrekken.” Wat volgde, was een maandenlange tocht door de bossen en de bergen van Oost-Bosnië, voortdurend opgejaagd door Servische milities – de četnici of cetniks– die een steeds groter ­gebied veroverden. “We moesten letterlijk rennen voor ons leven.”

Samen met duizenden andere Bosnische moslims zwierven ze ‘als een kudde verschrikte schapen’ van plek naar plek, verscholen zich achter dennebomen als de cetniks begonnen te schieten. Ze hoorden kogels en granaten langs zich suizen en sliepen in geïmproviseerde hutten en grotten. Van die periode is Nuhanovic de honger het meest bijgebleven. “We waren niet alleen bang dat de wolven, de bommen uit vliegtuigen of cetniks ons zouden doden, we waren ook voortdurend bang voor honger.”

De honger zorgde ervoor dat Nuhanovic naarmate de weken en maanden verstreken zich ‘steeds meer een dier en minder een mens’ voelde. De zware omstandigheden deden iets met het gezin; een stuk brood dat niet eerlijk zou zijn verdeeld, leidde tot een woedeaanval. “We hadden momenten waarop we als gezin bij de rand van de afgrond stonden. Maar daarna vergaven we elkaar alles weer.”

Het gezin Nuhanovic in 1987. De toen 19-jarige Hasan (boven midden) voerde destijds de verplichte militaire dienst in het Joegoslavische leger uit.Beeld Familiearchief Hasan Nuhanovic

De enige die kan spreken

Eerlijk en gedetailleerd schrijft Nuhanovic over zijn ouders en jongere broer. Over de spanningen binnen het gezin, maar ook over de liefde en het verantwoordelijkheidsgevoel voor elkaar, hoe ze op kritieke momenten bij elkaar kropen. “Om het boek in deze vorm te schrijven, was voor mij een moeilijke keuze. Mijn familieleden zijn vermoord, ik ben de enige die nog voor hen kan spreken. Maar ­alleen door het zo intiem op te schrijven, wordt het een menselijk verhaal en kan het echt doordringen. Op sommige momenten hadden we de hoop compleet verloren.”

Een sprankje hoop voelde Nuhanovic toen ze na een levensgevaarlijke tocht door een kloof en over de rivier uiteindelijk Srebrenica bereikten en dachten veilig te zijn. Destijds werd de stad bevolkt door tienduizenden vluchtelingen uit omliggende dorpen die door Servische militairen waren ingenomen en vaak met de grond gelijkgemaakt. Een groot deel van de oorspronkelijke bevolking was al in het voorjaar van 1992 gevlucht. Maar ook hier gingen de beschietingen en de strijd tegen honger en kou door. Vanuit de stad werden ­‘acties’ voorbereid; massale rooftochten van een paar duizend mensen naar Servische dorpen in de buurt om aan voedsel te komen. De familie Nuhanovic deed er niet aan mee. Vader legde tientallen kilometers te voet af langs vrienden en kennissen in de hoop dat ze hem wat aardappelen of maïs wilden geven of voor een redelijke prijs wilden verkopen. Hulpkonvooien bereikten de stad nog altijd niet.

Nuhanovic besluit zichzelf Engels te leren, wat later van pas komt als hij als tolk aan de slag kan bij de Verenigde Naties die in Srebrenica zijn neergestreken en de stad als veilig ­gebied hebben bestempeld. “In drie maanden tijd heb ik de taal geleerd, mijn hersenen ­waren helemaal opgezwollen”, zegt hij ­lachend. “Misschien hielp het leren van de taal mij wel om de honger te vergeten. Het was fijn om met iets constructiefs bezig te zijn; ik was omgeven door verwoesting, alles was stuk.”

‘Als ik ooit levend uit deze hel kom, zal ik de naam Srebrenica nooit meer in de mond ­nemen’, schrijft Nuhanovic dan ook halverwege zijn boek. Zodra het kon, zou hij uit Bosnië vertrekken, nam hij zich voor. “Ja, zo voelde ik mij toen”, zegt de vijftiger Nuhanovic nu. “Maar uiteindelijk heb ik Bosnië nooit verlaten. Ik kon niet weg, vond ik, zolang de lichamen van mijn familieleden niet waren gevonden. Dat gebeurde pas na tien en vijftien jaar. Als ik mijn familie niet had verloren, dan zat ik waarschijnlijk ergens in het buitenland. Maar nu is mijn leven getekend door deze gebeurtenissen; ik kan er niet vandaan rennen, daar is het te laat voor.”

Herdenking

Lange tijd kon Nuhanovic geen weiland in Oost-Bosnië passeren zonder zich af te vragen of onder het golvende reliëf misschien botten van vermiste personen lagen. Toch komt hij nog altijd graag in de bergen en de bossen waar hij destijds moest zien te overleven, hij heeft er zelfs een vakantiehuisje in de buurt. Nuhanovic wijst naar het raam van zijn werkkamer: “Je zou de bergen hier moeten zien, ze zijn zo prachtig!” Ook in zijn boek beschrijft hij hoe de natuur – groene weiden vol wilde bloemen in de bontste kleuren – hem zelfs op de moeilijkste momenten nog weet te betoveren.

Anders is het gevoel voor Srebrenica, zegt hij. “Daar hou ik het telkens maar een paar uur uit. De bossen en bergen hebben ons beschermd, maar Srebrenica heeft mijn familieleden geen bescherming gegeven.” Terwijl ze daar wel recht op hadden. In het allerlaatste hoofdstuk – dat hij speciaal voor de Nederlandse vertaling schreef – beschrijft Nuhanovic de dramatische gebeurtenissen op de VN-compound. Hoe hij, nadat de enclave was gevallen, probeert zijn ouders en broer zo lang mogelijk op de basis te verbergen. Tevergeefs; uiteindelijk werd ook hen verzocht de basis te verlaten, ook al werkte Nuhanovic als tolk voor Dutchbat. ‘Ik zal nooit de juiste woorden vinden om te beschrijven hoe ik mij op dat moment voelde en gedroeg’, schrijft Nuhanovic. ‘Niet in dit boek en ook niet in enig ander boek dat ik ooit zal schrijven.’ Op de dag van de herdenking van de val zou hij Srebrenica het liefst mijden. Toch zal hij zorgen dat hij er deze keer, 25 jaar later, bij zal zijn. “Ik moet wel.”

Wil Nuhanovic ten slotte nog vertellen hoe het met zijn vriendin Mirza is afgelopen? “Daar kan ik opnieuw een boek over schrijven”, glimlacht hij. “Maanden heeft het mij gekost om haar tegen het einde van de oorlog door Servië en Kroatië hier in Bosnië te krijgen.” Vervolgens wijst hij enthousiast naar links: “Nu is zij daar, aan de andere kant van de deur.”

‘De tolk van Srebrenica’, Hasan Nuhanovic. Singel Uitgeverijen, 360 pagina’s, 23,99 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden