TerugblikVluchtelingenopvang

De vluchtelingenopvang was al een worsteling toen de Hongaren kwamen

Na maandenlang onderweg te zijn geweest komen op 1 augustus 1992 332 vluchtelingen uit Bosnië- Herzegovina aan in het opvangcentrum voor asielzoekers Harderwold in Zeewolde.   Beeld Werry Crone
Na maandenlang onderweg te zijn geweest komen op 1 augustus 1992 332 vluchtelingen uit Bosnië- Herzegovina aan in het opvangcentrum voor asielzoekers Harderwold in Zeewolde.Beeld Werry Crone

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog ving Nederland meerdere grote groepen vluchtelingen op. Na het welkom komt steeds die ene vraag terug: waar laten we al deze mensen?

Petra Vissers

Het is 1993 en minister Hedy d’Ancona (welzijn, volksgezondheid en cultuur) doet een ‘dringende oproep’ aan gemeenten om meer asielzoekers op te vangen. Door de vele vluchtelingen uit het uit elkaar gevallen Joegoslavië zit de opvang vol.

Ze geeft een analyse van de crisis in de asielopvang die dertig jaar later nog precies dezelfde is: ‘‘De instroom is groot, de afhandeling van procedures duurt te lang, en de uitstroom vanuit de opvangcentra naar de gemeenten stagneert”, aldus de minister in het Nieuwsblad van het Noorden. De opvang van vluchtelingen, zegt ze, is ‘een feitelijk onoplosbaar probleem’.

Hoewel Europa op dit moment geconfronteerd wordt met de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog, met bijna vier miljoen Oekraïners die het land hebben verlaten en 6,5 miljoen mensen die binnen de grenzen van het land ontheemd zijn, is het allerminst de eerste keer dat Nederland grote groepen vluchtelingen bescherming biedt. Ook niet voor het eerst worstelt Nederland met hun opvang.

Mannen voor de mijnen

De Hongaren waren de eerste grote groep Europeanen die na de Tweede Wereldoorlog op drift raakten, nadat in 1956 de Sovjet-Unie op bloedige wijze een volksopstand neersloeg tegen het bewind van de Volksrepubliek Hongarije.

Honderdduizenden mensen wisten het land te ontvluchten en het vrije Oostenrijk te bereiken. Dat land vroeg, net als Polen, Roemenië en Moldavië dat nu doen, al snel aan andere Europese landen om mensen over te nemen die moesten bivakkeren in leegstaande kazernes en scholen.

De reactie van toenmalig premier Drees was in eerste instantie zuinigjes. Vanwege de wederopbouw en de woningnood kon Nederland er niet te veel vluchtelingen bij hebben, zei hij. Duizend mensen was de premier bereid over te nemen van Oostenrijk, beloofde Drees na een bewogen rede van toenmalig tweede Kamervoorzitter Kortenhorst.

“Wij hebben de smaad onze Hongaarse naasten aangedaan, ondervonden als een aanslag op onze eigen menselijkheid en waardigheid”, tekende De Telegraaf op uit diens mond. “Wij staan niet geheel machteloos tegenover het onzegbaar leed van het uiteengereten Hongaarse volk. Wij kunnen helpen door gebed en door offer.”

Treinen vertrokken naar Oostenrijk om de vluchtelingen op te halen, die in eerste instantie sliepen in de Jaarbeurs in Utrecht. Daar werden bedden en ander materiaal voor gebruikt dat over was van de Watersnoodramp in 1953.

Uiteindelijk zouden er niet duizend maar bijna drieduizend Hongaren door Nederland worden geselecteerd om hier naartoe te halen. Dat gebeurde onder druk van publieke opinie, Nederlanders verwelkomden de treinen uit Oostenrijk met chocolade, fruit en muziek, maar ook omdat er in de bouw en in de mijnen behoefte was aan jonge, sterke mannen.

Een Bosnisch-Servische man en vrouw komen aan bij de opvang in Zeewolde, 1992. Beeld Werry Crone
Een Bosnisch-Servische man en vrouw komen aan bij de opvang in Zeewolde, 1992.Beeld Werry Crone

De bril van de Koude Oorlog

Het warme welkom voor de Hongaren is deels te verklaren omdat uitgehongerde Hongaarse kinderen in de jaren na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland waren gestuurd om aan te sterken, maar ook door de machtsverhouding in het naoorlogse Europa.

In die jaren na de Tweede Wereldoorlog werd alles bekeken door een bril van de Koude Oorlog, zegt bijzonder hoogleraar (Universiteit Utrecht) en Niod-onderzoeker Ismee Tames. Ook vluchtelingen. “Mensen uit Hongarije waren ontsnapt, het IJzeren Gordijn doorgekomen. Zij waren helden.”

Het vluchtelingenrecht waar de wereld nu mee werkt, is ontstaan in die jaren, legt ze uit. Na de Tweede Wereldoorlog, met de nieuwe machtsverhoudingen van de Koude Oorlog, vielen tegelijkertijd koloniale rijken uiteen. Tames: “Nog steeds zien veel mensen vluchtelingen als slachtoffers van één slechterik. De vluchtelingen uit Oekraïne passen heel goed in dat raamwerk.”

Eerste landelijke regeling

Voor de Hongaren was er in 1956 nog geen landelijke organisatie of regeling die bepaalde hoe zij werden opgevangen.

Die kwam er halverwege de jaren tachtig, omdat toen de opvang van Tamils uit Sri Lanka spaak liep. Tot dat moment werd veel onderling en regionaal geregeld. Daar waren bijvoorbeeld de verschillende stichtingen van Vluchtelingenwerk bij betrokken, dat eind jaren zeventig was opgericht in Vlaardingen, maar ook kerken, particulieren en gemeenten.

Dat ging prima voor de linkse intellectuele Chilenen, de Vietnamese bootvluchtelingen of de hoogopgeleide Eritreeërs die hun heil zochten in Nederland. Maar het conflict in Sri Lanka kende en begrepen Nederlanders niet goed, waardoor het lastig werd om opvang voor Tamils te vinden.

Vandaar dat de Regeling Opvang Asielzoekers (Roa) vanaf 1987 gemeenten voor het eerst verplichtte om voldoende bedden te regelen. Dat die verplichting in de praktijk lastig is af te dwingen, bleek voor het eerst begin jaren negentig. Toen sloegen met name veel Bosniërs op de vlucht, na het uiteenvallen van Joegoslavië.

“Ook toen zat de opvang al vrij snel aan de capaciteit”, vertelt Jan van der Werff. De gepensioneerde Van der Werff werkte van 1988 tot 2020 voor Vluchtelingenwerk, waar hij afzwaaide als directeur van Vluchtelingenwerk Oost Nederland.

De opvang van asielzoekers was ‘ook toen al beroerd geregeld’, zegt hij. “Met lekkende tenten, net als in 2015.” In dat jaar moesten asielzoekers uit Syrië in tenten slapen omdat er te weinig ruimte was in de normale centra.

Toen veel Bosniërs op de vlucht sloegen zat in Nederland de opvangcapaciteit al snel vol. Het was niet goed geregeld, met ‘lekkende tenten’, zegt oud-directeur van Vluchtelingenwerk Jan van der Werff.  Beeld Werry Crone
Toen veel Bosniërs op de vlucht sloegen zat in Nederland de opvangcapaciteit al snel vol. Het was niet goed geregeld, met ‘lekkende tenten’, zegt oud-directeur van Vluchtelingenwerk Jan van der Werff.Beeld Werry Crone

Gastgezinnen

Maar net als nu voor de Oekraïners, waren er ook in de jaren negentig veel mensen die zich als gastgezin melden voor vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië. Vluchtelingenwerk startte toen een project om dat te coördineren, maar helemaal goed ging dat niet, vertelt Van der Werff.

“Het was hartverwarmend dat mensen iemand in huis wilden nemen”, zegt hij, “maar na een langere periode zorgde het ook voor veel spanning en gedoe. Je zet twee huishoudens bij elkaar, dat is lastig.”

Hij prijst Takecarebnb, dat op dit moment de screening regelt voor gastgezinnen die Oekraïners willen opvangen. “Zij doen het goed in de informatievoorziening. Voor zover ik het kan beoordelen maken zij heel duidelijk dat het best wat vergt om iemand in huis te nemen, en maken ze ook duidelijk dat het tijdelijk moet zijn.”

De moeizame opvang van vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië leidde in 1994 tot de oprichting van het Centraal orgaan opvang asielzoekers (Coa), een zelfstandige organisatie die valt onder het ministerie van veiligheid en justitie. De asielzoekerscentra die we nu kennen werden in de jaren negentig eigenlijk geopend bij wijze van noodoplossing, maar zijn altijd gebleven. De hoop was dat asielzoekers weer op kleinere locaties in de wijken opgevangen zouden worden.

Opvang in de regio

Het grote nadeel daarvan is dat het systeem inflexibel is. Het Coa wordt betaald per asielzoeker, dus zodra de instroom een beetje afneemt moet de organisatie onmiddellijk locaties sluiten, die vervolgens moeizaam weer te openen zijn zodra er ergens op de wereld een oorlog uitbreekt.

De bleek bijvoorbeeld in 2015, toen ruim 18.000 Syriërs asiel aanvroegen in Nederland nadat protesten tegen het regime van Assad waren uitgelopen op een bloedige en onoverzichtelijke burgeroorlog.

De reacties op de komst van de Syriërs waren soms ‘scherp’, kan Van der Werff zich herinneren, met omwonenden die varkenskoppen ophingen om Syriërs ‘af te schrikken’ en grof taalgebruik. “Voor de Joegoslaven was dat minder. Ik kan me ook niet herinneren dat opvang in de regio toen een argument was om die mensen wel of niet op te vangen.”

Het idee van opvang in de regio doet bijzonder hoogleraar en onderzoeker Tames vooral denken aan de manier waarop er aan het begin van de twintigste eeuw werd gesproken over vluchtelingen. “Met het eindigen van de Koude Oorlog kwam het idee terug dat vluchtelingen een probleem zijn, een gevaar. Rare mensen met wie wij Europeanen niets te maken hebben.”

Draagvlak

Het gegeven dat veel vluchtelingen uit Syrië ook moslim zijn, hielp in 2015 ook niet om draagvlak te creëren onder Nederlanders voor voldoende opvang. Kritiek die in de herinnering van Van der Werff veel minder klonk over de Bosnische moslims die in de jaren negentig vluchtten naar Nederland.

“Ik heb hier niet echt onderzoek naar gedaan, maar de Syriërs kwamen na 9/11”, zegt Tames. “Toen we al veertien jaar hoorden dat moslims enge mensen zijn. Dat speelde in de jaren negentig nog niet. Daar komt bij dat de Bosnische moslims in de ogen van veel Nederlanders duidelijker slachtoffers waren, in dit geval van de Serven. Die oorlog was voor veel mensen ook beter te begrijpen dat die in Syrië.”

Maar, benadrukt Van der Werff, ook voor de Syriërs kwam er in 2015 veel moois op gang om mensen welkom te heten. Vluchtelingenwerk Oost-Nederland, waar hij toen directeur van was, was bijvoorbeeld betrokken bij Heumensoord, een van de noodopvanglocaties die het Coa moest openen om de duizenden extra asielzoekers een bed te bieden.

Daar meldden zich in 2015 meer vrijwilligers dan er asielzoekers waren. Op enig moment, zegt Van der Werff, moest Vluchtelingenwerk extra mensen aannemen om het aantal aanmeldingen van vrijwilligers in goede banen te leiden.

Gek van verveling

Van die periode herinnert hij zich ook dat Syriërs ‘gek werden van verveling’. “Ze wilden werken, maar dat was schier onmogelijk.” Ook het lange wachten op de uitslag van een asielprocedure was voor veel mensen zwaar.

Dat laatste hoeven Oekraïners niet te doen, zij mogen in ieder geval een jaar visumvrij in Nederland verblijven. Ook is afgesproken dat zij hier mogen werken en studeren. “Dat lijkt mij een enorme winst”, zegt Van der Werff.

Hoe het over een jaar verder gaat met de Oekraïners is afwachten. Syriërs gingen de reguliere asielprocedure in, met veel kans op een asielvergunning, waarna ze uiteindelijk het Nederlanderschap kunnen aanvragen.

De vluchtelingen uit Joegoslavië kwamen hier ook binnen op een toeristenvisum, waarna er in 1992 voor die groep een speciale ‘ontheemdenregeling’ kwam, waardoor ook zij buiten de asielprocedure om gingen. Dat was toen vanuit de gedachte dat de vluchtelingen hier toch maar kort zouden zijn. Maar het bleef lang onrustig en gewelddadig in de regio, zeker voor etnische minderheden, dus gingen veel mensen nooit terug.

Uiteindelijk kwamen een deel van die voormalige Joegoslaven door die ontheemdenregeling in de problemen. Een later asielverzoek werd afgewezen, maar mensen wilden helemaal niet terug naar de regio. Nog tussen 2007 en 2009 kregen ruim drieduizend mensen uit voormalig Joegoslavië een verblijfsvergunning op basis van het generaal pardon.

Uiteindelijk moet Nederland erop rekenen dat er altijd asielzoekers zullen zijn, zegt Van der Werff. “Kennelijk voelt de mens een neiging tot oorlog voeren. Dus kunnen we erop rekenen dat er ook altijd mensen zijn die, al dan niet tijdelijk, bescherming nodig hebben.”

Lees ook:

Gemeentes krijgen veel telefoontjes van ‘spijtgastgezinnen’ die van hun vluchtelingen af willen

Gastgezinnen wijzen hun Oekraïense vluchtelingen toch de deur. De opvang valt hen zwaarder dan gedacht.

Column: Jaloers op de vluchtelingen uit Oekraïne

‘Na al die jaren van menselijk leed in de wereld, dringt het nu pas tot velen door dat oorlog elders in de wereld verbonden is met onze eigen vrijheid', schrijft columnist Babah Tarawally.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden