Epidemieën

De verrassende parallellen tussen deze coronatijd en de Gouden Eeuw

Een lepralijder in een kostuum zoals dat in Engeland werd gebruikt, die met kleppers waarschuwt dat hij eraan komt.

Ook in de Gouden Eeuw hielden besmettelijke ziekten huis. Historicus en museumdirecteur Ad Geerdink ziet in de reactie daarop ‘verrassende’ parallellen met deze coronatijd. 

Net als nu, teisterden epidemieën de bevolking in de zeventiende eeuw, weet Ad Geerdink, directeur van het Westfries Museum. “Het interes­sante is dat opvallend veel van de maatregelen die wij nu nemen ­vanwege het coronavirus lijken op de maatregelen van toen.”

Zijn museum in Hoorn, gespecialiseerd in de bloeitijd van deze regio tussen 1500 en 1800, zal begin ­volgende maand weer opengaan, in aangepaste vorm. Tot dan plaatsen zijn medewerkers wekelijks op de museumwebsite vlogs en podcasts waarin vergelijkingen tussen heden en verleden worden getrokken, ook over de gezondheidszorg. 

Het ‘allergrootste’ verschil in de omgang met een epidemie is dat er eeuwen terug geen enkel zicht was op een vaccin of medicijn, vertelt historicus Geerdink. “Wie in 1600 in Hoorn geboren werd, en 65 jaar leefde, had alleen al elf kleinere en grotere pestepidemieën meegemaakt. Die kostten soms aan een op de drie inwoners het leven. En dat alleen voor de pest. Er waren veel meer ­ernstige besmettelijke ziektes, zoals lepra, dysentrie, tyfus en ­pokken”. 

Die ziektes werden gezien als straf van God, over de oorzaak wist men niks. “Wij hebben nu natuurlijk veel meer medische kennis over de werking van virussen en bacteriën. Wij kunnen deze ziekte gaan be­strijden. Onze medische zorg is bovendien onvergelijkbaar goed met toen.”

Uit beschrijvingen van het leven in de Gouden Eeuw krijg je wel een idee hoe de stad Hoorn er uitzag als een epidemie ernstig huishield en daar zitten de overeenkomsten. “Net als tijdens een lockdown nu, was het stil in de straten, de scholen gesloten, de werkplaatsen dicht, markten en kermissen afgelast.”

Geerdink schetst vijf overeenkomsten met bijvoorbeeld de aanpak van lepra in Hoorn in de zeventiende eeuw.

1. Geen medicijn

Geerdink: “Bij lepra denken veel mensen aan een ziekte die alleen in de tropen voorkomt, maar lepra was in de middeleeuwen in onze streken een groot probleem. Vermoedelijk is de ziekte via de kruistochten naar Europa gebracht. Het is een ­besmettelijke langzaam slopende ­infectieziekte veroorzaakt door een bacterie, die de huid aantast, de ­botten en de zenuwen en leidt tot ernstige ­vervormingen aan handen, voeten, gezicht. En net als bij corona -tot nu toe dan- het geval is, was er geen ­vaccin of medicijn voor de ­zieken.”

2. Handelscontacten over de wereld

Aan het begin van die Gouden Eeuw zie je het aantal melaatsen of leprozen toenemen. Dat had te maken met de bloei van de economie en de vele handelscontacten over de ­wereld. Net als met corona, leidt meer rondreizen tot verspreiding.

En dus kwamen er quarantaine­-maat­regelen: bemanning van ­schepen die uit besmette landen kwamen, moesten eerst een bepaald aantal dagen aan boord blijven. ­Geerdink: “Het woord quarantaine komt daar zelfs vandaan: in Italiaanse steden moesten ze veertig dagen wachten.”

3. Isolatie

Er kwamen speciale opvanghuizen buiten de steden voor mensen die aan lepra leden. Ze moesten zich aan strenge regels houden, een bepaalde mantel dragen, een witte doek om hun hoofd binden, zodat voor iedereen zichtbaar was dat ze ziek waren. Ook nu moet iedereen die ver­schijnselen van corona heeft zich isoleren, ziet Geerdink. “Er wordt nu gewerkt aan een corona-app zodat je ziet wie mogelijk besmet is. Apart zetten, indammen, het is hetzelfde idee.”

Een leprozenklepper, zoals te zien in het Westfries Museum van Hoorn. Beeld westfries museum

4. Afstand houden

“Het stadsarchief Enkhuizen heeft nog twee leprozenkleppers uit 1694 en 1696”, vertelt Geerdink. Die ­waren verplicht voor wie de straat op ging met lepra. Een soort castagnettes die je van ver hoorde. “Zodat mensen afstand hielden. Nu hebben we de anderhalvemetersamenleving, die had je toen dus in feite ook.”

5. Testen, testen, testen

“Als je op die kleppers kijkt, zie je het wapen van Haarlem. Daar moest je naartoe om je te laten keuren als je verdacht werd van lepra. Een ­medische commissie testte je daar, stelde vast of je wel of niet aan de ziekte leed.” Zo niet dan kreeg je een schoonbrief mee. Zo ja, dan werd het een vuilbrief. “Het was van groot belang om te weten als je een bepaalde huidaandoening had of zoiets, of het lepra was of niet. Want anders kreeg je zeker geen werk, werd je verstoten. En had je het wel, dan kon je je vestigen in een leprozerie. Daar kreeg je in elk geval nog enige verzorging. Maar je raakte wel totaal ­geïsoleerd van je familie, werd ­verstoten uit de maatschappij, als onrein gezien.” In de loop van de achttiende eeuw dooft lepra uit, weet hij. “Maar dit spotliedje is gebleven: ‘Klikspaan boterspaan, mag niet door mijn straatje gaan’. Dat kennen we nu nog en sloeg op die kleppertjes van leprozen.”

Lees ook:

Pandemieën horen erbij – en bepalen vaak genoeg de loop van de wereldgeschiedenis

Pandemieën hebben meer dan eens een hoofdrol gespeeld in de wereldgeschiedenis. Soms met grote gevolgen. ‘Epidemieën leggen zwakten in onze samenlevingen bloot.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden