Interview Tweede Wereldoorlog

De vader van Evert Kous kwam niet terug na de grote razzia in Putten

Evert Kous. Zijn vader Couzijn Kous is bij de razzia van Putten weggevoerd en nooit teruggekeerd. Op de herinneringsmuur achter hem staan de namen van de slachtoffers. Beeld Herman Engbers

Vandaag en morgen herdenkt Putten de razzia waarbij meer dan zeshonderd mannen werden weggevoerd, en 552 omkwamen. Onder hen de vader van Evert Kous.

Urenlang wachtte de vierjarige Evert Kous onder een beukenboom aan de straat op zijn vader. “Waar blijft papa?”, vroeg hij zijn moeder steeds. Zijn vader was op 2 oktober 1944 in een puffende trein weggevoerd naar Kamp Amersfoort. Aan de hand van zijn moeder was Evert die dag naar het station gelopen om nog een glimp van hem op te vangen.

Een Wehrmacht-soldaat blokkeerde de weg, drukte een pistool tegen de borst van zijn moeder. Aan de weg genageld hoorden ze het piepen en kraken van de vertrekkende trein. De trein met 659 mannen erin, vaders, broers, neven, allemaal opgepakt in Putten tijdens een grote razzia de dag ervoor.

Na de oorlog keerden 48 mannen levend terug; 58 waren om gezondheidsredenen vrijgelaten. Putten werd al gauw het ‘dorp der weduwen’ genoemd. De razzia was een vergeldingsactie voor een aanslag van het verzet op een wagen van de Wehrmacht. Daarbij kwam een officier om het leven. De precieze achtergronden van de aanslag zijn nooit helemaal opgehelderd.  

Dinsdag en woensdag herdenkt Putten het drama, dat nu 75 jaar geleden is. Met een stille tocht, het zingen van psalm 84 bij het monument en woensdag een herdenkingsdienst. Waar de tranen na de oorlog vooral binnenskamers werden gehuild, is het dorp nu juist actief bezig met het overdragen van de geschiedenis, ziet Evert Kous (78).

Ook Duitsers bij herdenking

Naast nabestaanden en inwoners van Putten, zullen ook zo’n 35 Duitsers bij de herdenking van de razzia zijn, zegt Ard Kleijer van de Stichting Samen Verder Putten, die zich inzet voor verbroedering en het doorgeven van de geschiedenis.

De meeste Duitsers komen uit het dorp Ladelund. Daar stond tijdens de oorlog een werkkamp, waar 111 Puttense mannen overleden. Al sinds 1950 heeft Putten contact met dit Noord-Duitse dorp met amper 1500 inwoners. “De mensen slapen gewoon bij Puttenaren thuis”, zegt Kleijer. “Er wordt altijd gezegd dat we hier conservatief zijn, maar op dit punt zijn we juist heel vooruitstrevend.” 

“Elke nabestaande heeft zijn eigen verhaal”, zegt Kous in de gedachtenisruimte in Putten. “Samen vormen ze de geschiedenis van wat hier gebeurd is.” Hij loopt naar de plakkaten aan de muur en zoekt zijn vader. In het midden, linksonder, staat zijn naam: Couzijn Kous, 29 jaar. Overleden in Neuengamme.

Kous komt hier vaker. Even op het bankje te zitten, alleen zijn met z’n gedachten. Dan denkt hij aan de man die hij alleen van foto’s kent. De harde werker, met z’n handeltje in landbouwzaden, die de boerendochter van zeshonderd meter verderop versierde. Hij denkt aan de keren dat zijn moeder zei: “Je lijkt je vader wel als je zoveel troep laat slingeren.”

Als hij daar op het bankje zit, dan is het verdriet even van hemzelf. En niet van heel Putten.

Beeld Herman Engbers

Net als veel andere kinderen in het dorp groeide Kous op zonder vader. De winter na de razzia woonde hij met moeder Eef en zusje bij een oom en tante in. Al gauw werd moeder Eef ziek, waarschijnlijk als gevolg van het trauma, zegt Kous. Zij trok in bij haar ouders, Evert en zijn zusje kwamen onder de hoede van hun andere opa en oma. 

In 1948 werd het gezin herenigd. Het was behelpen soms, maar tegelijk was het volgens Kous óók onbezorgd. Het leven ging door, als kind maakte je je niet druk. Als andere kinderen op het schoolplein aan Evert vroegen wat zijn vader deed, zei hij: “Die is weggevoerd bij de razzia”, en speelde weer verder. 

Hoewel er vooral gezwegen werd, borrelde het verdriet wel aan de oppervlakte. Kous herinnert zich nog goed hoe hij op z’n veertiende stiekem naar het Bevrijdingsfeest in het dorp was geweest, samen met wat vriendjes. Toen zijn oma daarachter kwam, berispte ze hem. “Dat had jij niet mogen doen”, zei ze. “Of ben je soms vergeten wat er gebeurd is?”

Een paar jaar terug dook er, na het overlijden van Kous’ tante, een brief op in haar nalatenschap. Een optimistische brief van vader en zijn broer, vanuit de trein aan het thuisfront geschreven. De oorlog zou gauw voorbij zijn, ze zouden vast bij een Duits boertje komen te werken. En dan dat ene zinnetje van zijn vader, waar Kous nog waterige ogen van krijgt. “Evert zal wel heel veel naar mij vragen?”

Lees ook: 

Puttense lijdzaamheid is een mythe
Het beeld van de Puttense razzia moet worden bijgesteld, bleek tien jaar geleden. Strenggelovige Puttenaren die lijdzaam hun lot ondergaan, de helende werking van de kerk, de verzoening met de Duitsers. Allemaal veel te kort door de bocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden