ReportageKansen(on)gelijkheid

De sociale advocatuur is uitgehold, de behoefte eraan juist gegroeid: ‘De menselijke maat? Niet bij de IND’

Sociaal advocaten Ellen Gelok, Els van Blokland en Thomas Vetter van Advocatenkollectief Oost. Beeld Jean-Pierre Jans
Sociaal advocaten Ellen Gelok, Els van Blokland en Thomas Vetter van Advocatenkollectief Oost.Beeld Jean-Pierre Jans

De sociale advocatuur is uitgehold in twintig jaar tijd, zeggen de sociaal advocaten van AK Oost. Met kunst- en vliegwerk houden ze hun praktijk draaiende. En hun cliënten, die hebben het nog moeilijker. ‘Voor mensen aan de onderkant pakken bureaucratisering en juridisering dramatisch uit.’

Ellen Gelok (56) kijkt op van haar notitieblok en zet zuchtend een bril met bruin montuur op haar neus. “Ik ben niet heel optimistisch”, zegt ze. Het is maandagmiddag half drie. Ondanks corona houdt de advocaat, specialist vreemdelingenrecht, gesprekken met nieuwe cliënten.

Tegenover haar zit een Surinamer van in de vijftig. Jas met camouflagepatroon, zwarte pet. Een half jaar geleden vloog hij van Suriname naar Nederland om bij zijn vader te zijn, “zolang hij er nog is”. Die ligt ernstig ziek in een verzorgingshuis. De zoon kon door corona zijn vader slechts een paar keer bezoeken. Sinds kort mag hij er weer heen. Alleen: zijn visum is verlopen. Daarom wil hij een verblijfsvergunning aanvragen.

Het is lastig communiceren met de man. Hij is afwachtend, geeft summiere of vage antwoorden. Naast hem zit een maatschappelijk werker die hem begeleidt. Ze springt vaak bij, maar weet ook niet alles. De vader, zoveel wordt duidelijk, vertrok naar Nederland toen de Surinaamse man nog maar zeven was. Sindsdien heeft hij hem nooit meer gezien – tot een half jaar geleden.

Telefonisch contact was er jarenlang ook niet, en toen het er rond 2000 opeens was, hield het al even abrupt weer op. Waarom blijft onduidelijk. Via een familielid bereikte de zoon vorig jaar het bericht dat zijn vader een herseninfarct had.

“U heeft geen hechte band met uw vader”, concludeert Gelok. “U heeft eigenlijk geen gezamenlijk verleden. Dat weegt zwaar voor de IND, hoor!” Ze geeft hem niet veel kans, maar neemt zijn zaak wel aan. “Ik zal mijn uiterste best doen, maar ik ga u niets voorspiegelen. Makkelijk wordt het niet. Dat zeg ik er eerlijk bij. En zo’n aanvraag is ook niet risicoloos. Mensen die direct een afwijzing krijgen, worden soms meteen in vreemdelingenbewaring gestopt. Ik denk niet dat het bij u zo zal gaan, maar ik heb er wel vaker mensen zien belanden van wie ik het niet had verwacht.”

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart belicht Trouw steeds een week lang onderwerpen die in de campagne en daarna een belangrijke rol zullen spelen. Deze week staat in het teken van kansen(on)gelijkheid. ­Volgende week komt de wooncrisis aan bod.

Als de man na een uur weg is, zegt ze. “Dat was een mooi voorbeeld van hoe moeilijk het soms is om informatie te krijgen.” De zaak zal wel weer te veel tijd kosten, denkt ze. Gelok is sociaal advocaat, ze staat cliënten bij die niet genoeg geld hebben voor een advocaat. De overheid financiert rechtsbijstand via een puntensysteem; elke punt is een uur werk. Volgens Gelok worden bijna altijd te weinig punten toegekend. “Ik besteed gemiddeld dubbel zoveel uren als ik vergoed krijg.”

Het administratief personeel is ontslagen, de advocaten doen de post nu zelf

Ze zit in een kamer van amper vijf vierkante meter. Grijs laminaat, in de hoek hangt een toga. Een zwart ladeblok met stapels dossiermappen. Twee boekenplanken aan de muur. Op de ramen – van systeemplafond tot vloer – zit zichtwerend folie. Advokatenkollektief Oost, in de Amsterdamse Watergraafsmeer, zit op de begane grond.

Ellen Gelok: ‘Ik ben steeds aan het begrenzen’. Beeld Jean-Pierre Jans
Ellen Gelok: ‘Ik ben steeds aan het begrenzen’.Beeld Jean-Pierre Jans

Zeven sociaal advocaten werken hier, in dit grijze gebouw. Het bureau is opgericht in 1979. Waar de meeste ‘kollektieven’ zich in de loop van de tijd ‘kantoor’ gingen noemen en meer commerciële klussen aannamen, hield AK Oost koppig vast aan dat kollektief en richt het zich nog steeds haast exclusief op mensen die geen advocaat kunnen betalen.

Gelok werkt al 29 jaar bij AK Oost, dat drie jaar geleden naar dit eenvoudige kantoor verhuisde om kosten te drukken. En het ontsloeg het administratief personeel, vier personen. De advocaten hebben de administratie onderling verdeeld.

“Ik ben steeds aan het begrenzen”, zegt Els van Blokland (63), familierechtspecialist. “Je voelt vaak heel erg dat je meer tijd nodig hebt. Ik doe veel echtscheidingen en het is belangrijk om mensen goed door zo’n periode te helpen, maar om extra punten voor een zaak te krijgen, moet je aantonen dat die juridisch complex is. Veel familiezaken zijn dat niet, maar ze zijn wel emotioneel complex. Behalve juridische, heb je ook psychische knowhow nodig. Je ziet veel stress mensen die vaak een taalprobleem hebben. Daar gaat tijd in zitten.”

‘Mevrouw snapt niet dat het niet even snel geregeld kan worden’

Dat kan Heidi Lichteveld (55) ­beamen. Ze werkt 27 jaar bij AK Oost en doet ook familierecht. Alle advocaten zijn het erover eens: het familierecht is er het ergste aan toe, daar valt het minst aan te verdienen.

Lichteveld heeft net een zaak van een Eritrese vrouw aangenomen. “Ze is weg bij haar haar man, maar de scheidingsprocedure duurde een jaar, omdat de man geen bekend adres had. Net voor de scheiding definitief werd, kreeg ze een kind bij een ander. Op de geboorteakte staat haar ex-echtgenoot nu als wettige vader vermeld.”

Dat wil ze veranderen. “Mevrouw snapt niet dat het niet even snel geregeld kan worden”, zegt Lichteveld. “Ze kent ons rechtssysteem niet. En omdat ze geen Nederlands spreekt, moet alles vertaald worden door een vertaler die inbelt.”

De sociale advocatuur is de afgelopen twintig jaar uitgehold, zien ze bij AK Oost. De vergoedingen gingen omlaag en de wet- en regelgeving werd complexer, waardoor advocaten meer tijd en expertise nodig hebben om cliënten bij te staan. Ze zien sociaal advocaten die ermee ophouden of nee moeten verkopen aan nieuwe cliënten.

De behoefte aan bijstand is juist gegroeid, merken ze. Ellen Gelok: “De bureaucratisering en juridisering zijn toegenomen en pakken dramatisch uit voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Er worden telkens nieuwe ondoordachte regels of veranderingen op ze afgevuurd. Het wordt steeds ingewikkelder. Het idee van zelfredzame burgers? Nou, drama’s. Alleen maar drama’s. Je moet heel veel voor mensen doen, anders komt er niks van terecht.”

In het vreemdelingenrecht zag ze rond 2000 een kantelpunt. Het beleid werd strenger, er was minder ruimte voor schrijnende gevallen. “De menselijke maat? Niet bij de IND, hoor. Vreemdelingen krijgen nooit het voordeel van de twijfel.”

Belandt een zaak, na tal van bezwaren en beroepen, bij de Raad van State, dan kan ze het wel vergeten: “Die oordeelt zelden in het voordeel van de vreemdeling en die hoeft dat sinds de Vreemdelingenwet van 2001 ook niet meer te motiveren. Je krijgt gewoon ‘nee’. Het orakel van de Kneuterdijk noemen wij de Raad. Je levert doorwrochte stukken in en krijgt één velletje terug. Al dat werk – met één pennenstreek afgedaan.”

Wat haar boos maakt, is dat er ­behalve een ‘koppelingsbeginsel’, dat toegang tot sociale voorzieningen verbond aan rechtmatig verblijf in Nederland, ook een ‘doorkoppelingssysteem’ kwam: “Als jij als Nederlander een partner hebt die niet legaal in Nederland is, dan verlies je zelf ook elk recht op toeslagen. Dat heeft voor mensen in de bijstand schrijnende gevolgen, vooral die met kinderen. Ook hun kindgebonden budget wordt gekort. Dat kan om honderden euro’s per maand gaan.”

‘Je kunt iemand helpen die wordt gemangeld door het systeem

“Nou, ik ben dus de jongste hier”, lacht Thomas Vetter (44), in een kamertje tegenover Ellen Gelok. Spijkerbroek, sneakers, vriendschapsbandje om de pols. De sociale advocatuur vergrijst, zegt hij.

“Qua aanwas is het dramatisch. Vroeger was er nog een subsidieregeling voor stagiairs bij sociaal-advocatenkantoren, maar die werd net voordat ik begon afgeschaft. Vele kunnen geen stagiaires in loondienst nemen. Wij ook niet. Wie toch stage wil lopen, neemt een groot risico. Die moet meteen een eigen praktijk draaien als ondernemer, naast een zware en peperdure beroepsopleiding, die je zelf moet betalen.”

Vetter doet bestuursrecht en sociale zekerheid – uitkeringen, toeslagen. De sociale advocatuur was een natuurlijke keuze, zegt hij. “Zo ben ik opgevoed, je zet je in voor de maatschappij.” Hij begon direct na zijn studie en vond het ‘fantastisch’. “Je staat, zeker in het bestuursrecht, tegenover die machtige overheid. Je kunt iemand helpen die gemangeld wordt door het systeem. Heel waardevol. En je kunt voor een veel grotere groep iets betekenen door jurisprudentie te scheppen.”

AK Oost hield koppig vast aan ‘kollektief’. Beeld Jean-Pierre Jans
AK Oost hield koppig vast aan ‘kollektief’.Beeld Jean-Pierre Jans

Dinsdagochtend, tien uur. Vetter heeft een intakegesprek met een nieuwe cliënt, een Marokkaans-Nederlandse man, die met zijn 17-jarige dochter plaatsneemt. De man kreeg sinds een paar jaar een wia-uitkering omdat hij langdurig arbeidsongeschikt was geworden. Maar na een herkeuring is zijn uitkering onlangs beëindigd en kwam hij in de bijstand. Dat wil hij aanvechten.

“Wat voor werk deed je precies?”
“Metaalwerk. Aan het spoor. Zwaar werk.” Hij is geopereerd aan schouders, knieën en enkels, zegt hij.
“Artrose?”, vraagt Vetter. De man knikt.
Vetter vraagt om zijn stukken. “Ik vind het schandalig. Dat mensen zoals jij, die jarenlang kneiterhard hebben gewerkt, in de bijstand komen met een versleten lichaam. Dat is dan je beloning, na 25 jaar werk.”
“36”, verbetert de man hem.

“Bij artrose beweren ze vaak dat je nog wel zittend werk kunt doen en daarom niet volledig arbeidsongeschikt bent. Het grote probleem is dat het niet gaat om de diagnostiek, maar om de beperkingen voor je functioneren die daaruit voortvloeien. Daarover zegt de arts niets, dus die moet jij aantonen. Je hebt een bewijsprobleem als burger. We moeten een onafhankelijke deskundige benoemd zien te krijgen bij de rechter. Zonder zo’n contra-expertise is je slagingskans heel klein. En dan zijn er, lees ik hier, nog je psychische klachten: moeheid, depressies, slapeloosheid…”
“Ja, dat heb ik allemaal.”

Vetter zwijgt. “Dit wordt een ­procedure van de lange adem. En van heel veel frustratie. Heel veel mensen gaan iets van je vinden. Artsen, deskundigen. Mensen zullen betwijfelen of je ziek bent, dat is zwaar.”
Vetter rekent uit hoelang het kan duren. “Eens kijken. Vier, vijf maanden voor het bezwaar. Een of twee jaar voor het beroep, en nog eens een of twee jaar voor het hoger beroep.”
“Zó lang?”, zegt de man vertwijfeld.
“Ja”, zegt Vetter verontschul­digend. “Wij kunnen nog jarenlang tegen elkaar aankijken.”

Als de man weg is, schudt Vetter zijn hoofd. “Het is zuur. Wia-zaken zijn zeer complex, steeds meer iets dat alleen een specialist kan doen.” Vetter is somber over de ontwikkelingen in zijn vakgebied. “Bezuinigingen op voorzieningen in combinatie met complexere wetgeving heeft geleid tot de verdere marginalisering van kwetsbare individuen.”

Wetgeving slingert ‘al naar gelang welke wind er waait’

Waar hij zich de laatste tijd sterk over opwindt: de opvang voor daklozen in Amsterdam. “Dat is een drama. Het aantal daklozen is enorm toegenomen. Er wordt niet genoeg gebouwd en er is geen doorstroom op de woningmarkt. Aan de onderkant zie je dan: mensen belanden op straat. Crisisopvang is er alleen ’s nachts.

“Mensen hebben recht op maatschappelijke opvang, maar de wachtlijst is gemiddeld 2,5 jaar. Door inschrijvingsproblemen krijgen mensen geen uitkeringen, want die zijn gekoppeld aan een adres. Schulden stapelen zich op. En een dakloze vrouw met kinderen en niet al te veel psychische problemen, wordt al snel als zelfredzaam gezien.”

Hij ziet in zijn werk hoezeer de waan van de dag de politiek beheerst. De wetgeving slingert, “al naar gelang welke wind er waait”. Dat heeft soms ook onverwachts positieve gevolgen, zegt hij. “Vroeger deed ik veel bijstandsfraude, nu veel minder. De reden: een nieuwe wethouder, die niet meer inzet op opsporing. Terecht, denk ik, want het bedrog ging maar om een klein percentage. Voor die wethouder er was, controleerde de stad streng. Er werd heimelijk geobserveerd, etnisch geprofileerd. In 2013 heb ik hier een zaak tegen aangespannen, die ik won. Dat was van grote invloed op de rest van Nederland. Het hoogtepunt van mijn carrière, kan ik wel zeggen.”

Kort daarna had hij een burn-out. “Ik had tien jaar keihard gewerkt, maar ons kantoor werd geconfronteerd met allerlei bezuinigingen, waardoor we onze vaste lasten nauwelijks konden betalen en de inkomsten gering waren. Ik heb zes maanden niet kunnen werken. Vlak voor mijn burn-out kon ik ook niet voldoende afstand meer houden tot het werk. Ik had een zaak van een moeder die haar kinderen bedreigde; een ander wilde zichzelf in brand steken in de rechtszaal. Ik nam die dingen mee naar huis.”

Nu probeert hij dat anders te doen, al is hij zijn gedrevenheid niet kwijt. “Ik verbaas me vaak over het onvermogen van de overheid om de menselijke maat toe te passen. Het gaat altijd over welke regels zijn toegepast en zelden over de vraag: wat is nou een redelijke uitkomst? Wat is de beste uitkomst voor iedereen? Ik denk heel vaak: dit is toch zielig? Is dit nou rechtvaardig? Het recht zou een weerspiegeling moeten zijn van rechtvaardigheid, vind ik, maar dat is vaak niet het geval.”

Lees ook:
Twee derde van sociaal advocaten overweegt de toga aan de haak te hangen

De rechtsbijstand aan mensen die dat zelf niet kunnen betalen loopt gevaar. Twee derde van de sociaal advocaten overweegt met dit werk te stoppen vanwege de te lage vergoedingen die de overheid ervoor geeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden