Fred van Vliet met zijn (adoptie)moeder.

FototentoonstellingJoodse onderduikkinderen

De smokkelkinderen: net op tijd gered en liefdevol opgevangen in Friesland

Fred van Vliet met zijn (adoptie)moeder.

Honderden Joodse baby’s en peuters werden tijdens de oorlog naar Friesland gebracht, vaak door jonge studentes. De ‘smokkelbern’ (Fries voor smokkelkinderen) staan centraal in een fototentoonstelling, vanaf vrijdag in Leeuwarden, en in verschillende andere activiteiten.

Fred van Vliet (77) uit Harlingen wist tot zijn elfde niet van zijn Joodse afkomst. En hij wist niet beter dan dat Marten en Helene van Vliet uit Sneek zijn biologische ouders waren. Op zijn elfde hoorde hij dat dat niet zo was. “Ik werd uitgescholden voor rotjood en vroeg thuis wat dat was. Mijn moeder legde toen uit wat er in de oorlog was gebeurd. Daarna ging ik gewoon verder spelen.”

Fred van Vliet werd geboren op 9 december 1942 in Amsterdam als enig kind van Salomon en Rachel Schachner. Zijn vader gaf hem een dag na zijn geboorte al aan bij de burgerlijke stand, vertelt Van Vliet thuis in zijn woonkamer in Harlingen. “Joden werden in Amsterdam toen al opgepakt en vervolgd. Ik denk dat hij dat deed om mij een naam te geven. Want als je een naam hebt, besta je. Ik heette Alfred Alexander Schachner.”

Salomon werd opgepakt in mei 1943 en Rachel wist dat haar eenzelfde lot wachtte. Van Vliet: “Ze voelde dat het mis zou gaan. Ik was vijf maanden, toen ze me in mei 1943 aan de directeur van de koffiebranderij in Amsterdam gaf, waar mijn vader werkte. Ze wist dat ze mij waarschijnlijk nooit meer zou zien en dat moet vreselijk voor haar zijn geweest. Maar door dat te doen heeft ze mij voor de tweede keer het leven gegeven.” Zijn ouders werden in januari 1944 vermoord in Auschwitz.

Van Vliet is een van de 210 Joodse kinderen die door het Amsterdamse studentenverzet naar Friesland zijn gesmokkeld. Medicijnenstudent Iet van Dijk (24) bracht hem in 1943 naar een kinderloos echtpaar in Den Helder. Na verraad (‘De buurvrouw belde de politie, omdat er Joodse kinderen werden mishandeld’) belandde hij in de kindercrèche tegenover de Hollandsche Schouwburg, van waaruit Amsterdamse Joden naar doorgangskamp Westerbork werden gedeporteerd.

Iet van Dijk smokkelde hem, vermoedelijk in een koffer, per trein naar Sneek. Net op tijd, want binnen een maand werden alle baby’s uit de crèche afgevoerd naar Westerbork. Bij de doopsgezinde predikant Mesdag in Sneek, die een centrale rol speelde in de onderduik, werd Fred uit de koffer gepakt. Groentehandelaar Martin en zijn vrouw Helene vingen hem op. Helene was Duits. “Het verzet snapte niet dat een Joods kind bij een Duitse ondergedoken zat, maar mijn moeder verborg ook andere mensen”, vertelt Van Vliet. “Er kwam wel eens een jonge Duitse soldaat met heimwee bij haar langs. Die waarschuwde ons, als er razzia’s aankwamen.”

Fred van Vliet werd in de oorlog als baby van vijf maanden door zijn Joodse ouders meegegeven om te onderduiken. Hij kwam terecht bij een gezin in Sneek. Zijn beide ouders zijn vermoord. Beeld Sjaak Verboom

Yad Vashem-onderscheiding

Van Vliet hield na de bevrijding de naam van zijn adoptieouders aan. Al noemt hij ze zelf gewoon ouders. “Ze hebben me zo liefdevol opgevoed, ze droegen mij op handen. Mijn biologische ouders zouden het niet beter hebben kunnen doen. Dat zeg ik niet uit disrespect, maar om aan te geven hoe goed ze voor me zijn geweest.” Van Vliet vroeg voor zijn ouders de Yad Vashem-onderscheiding aan die ze vorig jaar postuum kregen toegekend.

Van Vliets redster Iet van Dijk wist zo’n honderd kinderen uit de crèche te redden en naar Friesland te brengen. Er waren meer vrouwen die, vaak verkleed als verpleegster, Joodse kinderen naar Friesland smokkelden. In totaal arriveerden er 210 van wie er nog ongeveer 70 in leven zijn. Het project ‘De Terugkeer van de Joodse Kinderen 1945-2020’ wil ze opsporen en rond Bevrijdingsdag laten terugkeren naar Friesland. Het idee komt van de Friese documentairemaker Gerard van der Veer en journalist Marja Boonstra van de Leeuwarder Courant, die elkaar een klein jaar geleden op een verjaardag troffen.

Opgevangen in dorpen

Van der Veer maakte drie jaar geleden voor Omrop Fryslân een driedelige documentaire over onderduikers in Friesland. Hiervoor interviewde hij ook Lea Tropp, die als meisje zat ondergedoken bij een bakkersfamilie in Abbega. Het aangrijpende relaas liet hem niet meer los. Lea was 4 jaar toen haar moeder haar meegaf aan iemand van het verzet. “Ik kom je halen”, beloofde ze haar dochtertje. Maar Lea zou haar moeder nooit meer zien. Haar ouders werden vermoord in Auschwitz. Het vastleggen van de Friese onderduikgeschiedenis is een doel van het project. Boonstra: “De Joodse kinderen werden opgevangen in families in dorpen, die als een cocon om hen heen stonden. De bakker, de slager, de dominee, iedereen stond rond deze mensen. Als een echte mienskip.”

Een terugkeer is ook een erkenning voor wat de onderduikkinderen hebben moeten doorstaan. Die is er na de oorlog weinig geweest, zegt Van der Veer.

In november vorig jaar ging een onderzoeksteam aan het werk. Na oproepen in de beide Friese kranten Leeuwarder Courant en Friesch Dagblad en op Omrop Fryslân (die in het project samenwerken) stroomden al honderden reacties binnen. “Onze mailbox knalde eruit”, aldus een van de onderzoekers, student geschiedenis Martijn van Dijk. “Ook van familieleden van onderduikfamilies.” Er verschenen inmiddels diverse artikelen in beide kranten. 

Tientallen Joodse onderduikers doen voor het eerst hun verhaal. Zoals Jan Binnema (zijn onderduiknaam) uit Hilversum, die als zes weken oude baby in 1943 naar Ferwert werd gesmokkeld. Hij kwam er bij Jaap en Tine Binnema. Boonstra: “De zus van Tine heet Catharina en dat is weer de schoonmoeder van een oud-collega van ons. Die bleek nog een foto te hebben van Catharina met de kleine Jan op haar armen. Bleek dat Jan die babyfoto van zichzelf nooit gezien had. Hij had maar twee foto’s van zichzelf uit die tijd, dus hij was als een kind zo blij.”

Ook Van Vliets verhaal komt aan bod in de documentaire. In Leeuwarden wordt vrijdag een fototentoonstelling geopend, waar portretten zijn te zien van de Joodse onderduikkinderen. Daaronder ook die van de kleine Fred naast zijn moeder, olijk kijkend in de camera.

Rachel Schrijver

Rachel Schrijver was amper een jaar oud, toen ze op de boerderij Djiplân in Burgwerd aankwam. Daar werd ze liefdevol opgevangen door de jonge weduwe Petronella (Pietje) van der Werf-de Boer, die er met haar vier kinderen en zwager woonde. Ook Rachel was als baby uit de crèche gered door Iet van Dijk, van de Amsterdamse verzetsgroep. Met de boot bracht ze Rachel naar Lemmer en van daaruit naar Sneek.

Rachels onderduiknaam was Martina (Matti) Haagens. Ze ging in de oorlog in Friesland door het leven als evacué uit Rotterdam. Matti overleefde de oorlog, maar haar ouders werden vermoord in Auschwitz. Na de bevrijding bleef ze wonen op Djiplân. Ze trouwde in 1966 en kreeg drie kinderen. Na haar dood in 2008 werd ze bijgezet in het familiegraf van de Van der Werfs in Burgwerd.

Het pleeggezin van Rachel Schrijver (met strik).

Estha Tsaig-Gobes (1939)

Estha was bijna vier, toen ze in 1942 vanuit Amsterdam onderdook bij de schippersfamilie Wierdsma in Sneek. De Wierdsma’s hadden twaalf kinderen en voedden Estha als hun eigen kind op. “Ik viel niet op. Ik werd gewoon in de rij gezet.” Haar ouders overleefden de oorlog en kwamen na de bevrijding per schip naar Sneek om haar op te halen. Haar vader zag zijn dochtertje, sprong van blijdschap in het water en zwom naar de wal. Estha schrok erg. “Ik ben huilend naar huis gerend.” Het liefst wilde ze in Sneek blijven en niet met die ‘vreemde man’ mee naar Amsterdam. Ze woont nu in Israël. Toen ze trouwde, waren haar Friese ‘heit’ en ‘mem’ haar getuigen.

Estha Gobes

David Willem Vischjager (1943)

Als baby van nog maar drie maanden werd David Willem uit de Amsterdamse crèche naar Friesland gesmokkeld. Eerst dook hij met zijn moeder onder in Amsterdam, maar daar konden ze niet blijven: David huilde te veel. Zijn oom bracht hem naar de crèche en de verzetsgroep van Iet van Dijk smokkelde hem naar Sneek. Daar kwam hij terecht bij Jelte en Hotske Boot en hun drie oudere kinderen. Ze gaven David de naam Ids Boot. “Ik was een echte Sneker jongen”, zou hij vaak zeggen.

Hoewel zijn moeder de oorlog overleefde, werd besloten Ids in zijn vertrouwde omgeving te laten. Hij kreeg officieel de achternaam Boot. Later vond hij het jammer dat hij niet de naam van zijn ‘vroegere vader’ had. Ids Boot overleed in 2004 aan de gevolgen van kanker.

David Willem Vischjager

Joseph Schijveschuurder (1940)

Josephs vader was betrokken bij de Februaristaking en werd bij een oproep daartoe opgepakt. In 1941 werd hij gefusilleerd. Zijn moeder werd in 1943 in Sobibor vergast. In de loop van dat jaar dook Joseph onder bij de familie Venema in Bolsward. Zij hadden vier kinderen en Joseph had er een fantastische tijd. Traumatisch was dat hij daar eind 1946 werd opgehaald. Het afscheid van zijn onderduikfamilie deed hem veel verdriet. Hij kwam bij een nieuw echtpaar in Amsterdam. Toen zij gingen scheiden, werd hij door zjin pleeggezin naar Oost-Duitsland gestuurd. Daar bouwde hij zijn leven op, trouwde en kreeg kinderen. In 1975 verhuisde het gezin naar Bolsward, waar zijn oudste zoon nog woont. Via een omweg langs Luxemburg en Trier kwam hij uiteindelijk terecht in Dresden.

Joseph Schijveschuurder

Lees ook:

‘De hemel was zo helder verlicht, het leek alsof het dag was’

Het grote bombardement op Dresden 75 jaar geleden, maakte Kees Verhulst (toen 22, nu 96) op enkele kilometers afstand mee. Als dwangarbeider werkte hij in een wapenfabriek vlakbij die stad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden