Overijsselse Merentocht

De schaatstocht van 200 kilometer die al 24 jaar bestaat, maar nog nooit werd verreden

Roelof Groen staat op de route van de Overijsselse Merentocht. Beeld Herman Engbers
Roelof Groen staat op de route van de Overijsselse Merentocht.Beeld Herman Engbers

Het is bijna een mythe: de 200 kilometer lange Overijsselse Merentocht. Schaatsfanaten fluisteren dat hij de Elfstedentocht misschien wel overstijgt. Al 24 jaar liggen de draaiboeken klaar, maar de tocht is nog nooit verreden.

Het is dé tegenhanger van de Tocht der Tochten. Tweehonderd kilometer lang, slingerend door plaatsjes als Blokzijl, Kalenberg en Vollenhove, langs de besneeuwde rietkragen van de Weerribben. Over de uitgestrekte meren van de Beulakerwijde en onder de sprookjesachtige bruggetjes van Giethoorn door. Aan de start in Steenwijk is plek voor vijftienduizend schaatsers, duizend vrijwilligers en hulpverleners staan paraat en ruim zesduizend leden betalen jaarlijks contributie voor een gegarandeerd startbewijs.

Achter de Overijsselse Merentocht in de Kop van Overijssel gaat een organisatie schuil die zijn weerga niet kent. De draaiboeken liggen klaar. Maar er kleeft iets aan waardoor deze schaatsexpeditie mythische proporties begint te krijgen. Deze schaatstocht is namelijk 24 jaar geleden bedacht en opgetuigd, maar werd nog nooit verreden.

null Beeld Sander Soewargana
Beeld Sander Soewargana

‘Enorm frustrerend’

Voorzitter Roelof Groen, oud-wielerprof, zit verslagen op de hoekbank in zijn woonkamer in Giethoorn. Eindelijk is er een kans op de Merentocht, maar nu gooit de pandemie roet in het eten. “Je mag best weten, dit is enorm frustrerend. Ik begin nog net niet te janken, maar zo voel ik me wel.”

Afgelopen november kwam op voorhand het besluit: corona maakt de organisatie onmogelijk. ‘Ach, het lukt al meer dan twintig jaar niet. Hoe groot was die kans nou?’, was de gedachte. “Als grap zei ik nog: laten we bidden op een zachte winter. En nu dit.”

Elk jaar begint hij met het negenkoppige bestuur en vier adviseurs vol goede moed aan de voorbereidingen. Elk jaar volgt teleurstelling. Groen wijst naar een bronzen beeld van een schaatser, ontworpen door kunstenaar Jan Krikke. “Voor de winnaar van de Overijsselse Merentocht.” De prijs staat al elf jaar onaangeroerd onder zijn raam. Zolang is Groen al voorzitter van de in 1997 opgerichte stichting om de tocht te organiseren.

1 miljoen euro

Ruim 6500 schaatsfanaten uit binnen- en buitenland betalen al die jaren al zes euro contributie en hebben daarmee de garantie om te starten. Er is in die jaren al één miljoen euro binnengekomen bij de organisatie. “Ze geloven er allemaal nog in. En die buffer is nodig. Alleen al het organiseren kost een half miljoen. We hebben er ook materialen van gekocht om het ijs te prepareren, en ondersteunen veertien lokale ijsclubs die onmisbaar zijn bij de voorbereiding.”

Oud-marathonschaatser Rob Hadders (37), opgegroeid in het naburige Kraggenburg, is een van de leden. Zijn vader schreef hem in 1997 in. Dertien was hij toen. “Sinds die tijd staat hij op de kalender. De eerste jaren was ik nog te jong. Ik hoopte dat het nog een paar jaar zou duren. Nu is het te laat.” Hadders stopte in 2015 met schaatsen. Hoewel hij de Merentocht nooit reed, is zijn liefde ervoor niet verdwenen. “De hunkering naar deze tocht is heel bijzonder. Eentje die langzamerhand mythische porties krijgt.” Hadders weet het zeker: “In potentie is deze voor de rijders mooier en spannender dan de Elfstedentocht.”

Een sprookje

Dat weet ook Klaas Naberman. De 79-jarige oud-wethouder van de voormalige gemeente Brederwiede bedacht de tocht nadat Evert van Benthem uit Sint Jansklooster in de jaren tachtig twee keer de Elfstedentocht won. “Je wordt als schaatser nooit moe als je door dit sprookje rijdt.” Naberman weet nog dat de tocht in 1997 meteen op het laatste moment werd afgeblazen omdat de dooi intrad. “Ik had nooit kunnen bedenken dat het er ruim twintig jaar later nog altijd niet van is gekomen.”

Groen wil niet net zoals zijn drie voorgangers de boeken ingaan als de voorzitter die de tocht nooit organiseerde. “Wanneer ik denk aan stoppen, bekruipt mij de angst dat de tocht het jaar erop wordt gehouden.” Voor het eerst in ruim tien jaar kan hij de komende dagen vrijuit schaatsen, zonder de druk van de voorbereiding. “Maar met elke slag die ik schaats, denk ik aan die tocht.”

Lees ook:

Elfstedenkoorts: tussen hoop en vrees

Het is als een Shakespeareaans drama: uitgerekend in een jaar dat hij écht niet verreden kan worden, bood de ‘pluim’ tot vandaag uitzicht op een Elfstedentocht – voor het eerst in 24 jaar. Waarom had hij sowieso niet door kunnen gaan, waarom had hij sowieso wel door moeten gaan?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden