null

AnalyseRegeerakoord

De risico’s voor Rutte IV doemen in de verte al op

Beeld Idris van heffen

Een uitgestoken hand naar de oppositie die vooralsnog in de lucht hangt, een economie die zucht onder corona én personeelstekorten, plus moeilijke keuzes die vooruitgeschoven zijn. De risico’s voor Rutte IV.

Wendelmoet Boersema en Bart Zuidervaart

Het debat over de formatie is donderdag nauwelijks tien minuten op gang, wanneer Mark Rutte zijn bekende deemoedigheid toont. Dit coalitieakkoord, zegt hij, ‘is geen eindakkoord’. Het is een begin, een aftrap. “Wij willen de strijd niet alleen voeren”, roept de premier de vergaderzaal in.

Het regent die dag handreikingen. Van Rutte, van Sigrid Kaag, van Wopke Hoekstra. “We zullen de dialoog aangaan”, belooft de CDA-leider. “We zijn allemaal aan zet, laten we dit samen doen”, zegt D66-collega Sigrid Kaag. De oude coalitie is dringend op zoek naar een nieuwe verstandhouding met de oppositie. De lijntjes zijn broos, het onderlinge vertrouwen is het afgelopen jaar zwaar beschadigd geraakt.

Dat het nieuwe kabinet afhankelijk zal zijn van de oppositie, is overduidelijk een achilleshiel. Geen meerderheid in de Eerste Kamer betekent aanvullende steun zoeken bij andere partijen. Rutte is er bekend mee, hij overleeft al elf jaar in het Torentje dankzij goede contacten met zo ongeveer alle partijen, op zowel de linker- als rechterflank, van SP tot PVV.

Toch is er iets wezenlijks veranderd in vergelijking met zijn eerste drie kabinetten. In het geruchtmakende 1 april-debat over de ‘functie elders’ van Pieter Omtzigt zegde de gehele oppositie het vertrouwen in Rutte op. Tot op de dag van vandaag zijn de gevolgen daarvan voelbaar in Den Haag. De VVD-leider staat nog altijd rechtop, dankzij onvoorwaardelijke steun van partijgenoten en dankzij twee miljoen stemmen tijdens de verkiezingen. Maar tussen hem en een groot deel van de Kamer is het vertrouwen nog allesbehalve hersteld.

Op links liggen kansen

De vraag is waar de coalitie de ontbrekende steun moet vinden. Op rechts valt weinig te halen. Geert Wilders noemt Rutte ‘de politieke pyromaan, die opnieuw brandweercommandant wil worden’. Alleen Joost Eerdmans van JA21 hengelt opzichtig naar samenwerking. Op links liggen kansen, hoewel ook daar niets vanzelfsprekend is. SP-fractievoorzitter Lilian Marijnissen vindt dat Rutte IV ‘een niet geloofwaardige doorstart van Rutte III’ is. En ook PvdA en GroenLinks staan bepaald niet te trappelen om samen te werken met deze coalitie.

De pijn bij het linkse duo over het niet mee kunnen formeren, zit diep. Maar het is te makkelijk om de kritiek van Lilianne Ploumen en Jesse Klaver op deze coalitie af te doen als afgunst. Ze vinden de met miljarden euro’s gestutte kabinetsplannen vaag en op belangrijke punten nauwelijks uitgewerkt. Klaver: “Ik heb nu het gevoel overschreeuwd te worden met ambities en stukgegooid te worden met zakken geld. Ik weet wel wat jullie willen gaan doen, maar weet niet waar jullie heen willen.”

Het kan worden opgevat als een handreiking de andere kant op, van oppositie naar coalitie. Voor Rutte IV zal het van essentieel belang zijn dat beide elkaar ergens vinden, in het huidige verziekte debat.

Die zakken met geld zijn niet alleen een politiek twistpunt. Een economische doorrekening van alle plannen ontbreekt nog. Klaver heeft een punt: de exacte bestemmingen van al die miljarden moeten nog ingevuld worden. Geld als smeermiddel maakt sommige dingen wel makkelijker, maar kan het kabinet met deze enorme injecties deze complexe maatschappelijke problemen wel oplossen? Komen de effecten ervan op tijd?

Bedrijven moeten krimpen of worden opgedoekt

Alles staat of valt met de wijze waarop het geld wordt uitgegeven. De coalitie benadrukt dat het met iedereen wil overleggen over de besteding – met de industrie, met boeren, met de oppositie in de Kamer – om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Maar dat worden geen gemakkelijke processen, en ook geen snelle.

Met voldoende geld zal het kabinet misschien voorkomen dat het Malieveld opnieuw volstroomt met boze boeren, leraren of agenten. Al valt zelfs met geld niet de pijn helemaal te verzachten van bedrijven die moeten krimpen, verhuizen of zelfs opgedoekt worden, om de klimaatdoelen te halen.

Voor Rutte is het een compleet nieuwe situatie. Zijn eerste twee kabinetten blonken uit in bezuinigingen, gedwongen door de naweeën van de wereldwijde financiële crisis. Sinds de coronapandemie uitbrak staat er al een geldboom in de tuin van het Catshuis, maar die zal de komende jaren uitgroeien tot een stevige woudreus.

Rutte IV leent zich scheel. Zit het de rit uit, dan geeft het in het jaar 2025 liefst 28 miljard euro extra uit ten opzichte van nu. Van 2022 tot en met 2025 is het kabinet van plan in totaal 75 miljard extra te besteden. Veel van deze miljarden zijn eenmalige uitgaven, dat wil zeggen dat het kabinet dit geld wel echt moet hebben (lenen), maar het komt niet ‘structureel’ op de begroting van ministeries. Zelfs als alleen de structurele verhogingen meetellen dan stijgen de uitgaven ook al tot een indrukwekkende 12,8 miljard euro per jaar. Daarvan profiteren vooral onderwijs en defensie.

Waarschuwingen van de Algemene Rekenkamer

Wat nog ontbreekt is het harde handvat van een financiële doorrekening van het regeerakkoord door de planbureaus. Dat is nog niet gebeurd en houdt een zeker risico in. Ten overvloede dienden PvdA en GroenLinks daar donderdag in het debat een motie over in, ook gelet op waarschuwingen van de Algemene Rekenkamer. Het kabinet zou alle plannen zo snel mogelijk moeten verbinden in ‘concrete afrekenbare doelen’. Na doorrekening kan bijvoorbeeld blijken dat plannen en uitgaven toch niet (genoeg) de gewenste gevolgen hebben, of zelfs ongewenste, nadelige bijeffecten.

Het eenmalige geld komt in twee nieuwe reuzenfondsen. Hiermee wil de coalitie een ‘zachte landing’ creëren voor de klimaattransitie en het oplossen van de stikstofcrisis. Daarnaast is er nog het al bestaande Nationaal Groeifonds, dat de komende jaren projecten voor kennisontwikkeling en innovatie zal stimuleren.

De adder onder het gras is dat de economen van het Centraal Planbureau deze miljardenfondsen mogelijk niet beschouwen als ‘eenmalig’, omdat deze doorlopen tot aan 2030 (klimaat) en 2035 (stikstof). Dergelijke lange termijnen tellen dan voor de begroting als ‘structureel’, waardoor de berekeningen van het begrotingstekort minder gunstig zullen uitpakken. Zeker als de rente in de toekomst stijgt op deze miljardenleningen.

Idealiter werken de miljarden als motor voor een nieuw type duurzame economie, waarmee Nederland – volgens het regeerakkoord – een leidende positie verwerft in Europa. Op dit moment pompt het kabinet de miljarden echter in een economie die behoorlijk goed draait, en ligt oververhitting in de vorm van inflatie op de loer.

Personeelstekort in onderwijs en zorg

Het scenario is zelfs reëel dat het onmogelijk blijkt om alle geplande miljarden uit te geven. Dat zal vooral liggen aan de personeelstekorten, in het onderwijs en de zorg. Ook het gebrek aan goede technici, monteurs en aannemersbedrijven kan de klimaattransitie lelijk opbreken. Salarisverhogingen bieden wel enige verlichting, maar zullen er ook niet meteen voor zorgen dat de vacatures als sneeuw voor de zon verdwijnen.

“Het is geen toverstafje dat alles meteen weer mooi maakt”, zei Gert-Jan Segers van de ChristenUnie daarom donderdag. Maar wie de vijftig pagina’s vol ambitie achter elkaar leest, krijgt toch de indruk van een soort winterwonderland. Rutte weet daarentegen maar al te goed uit zijn eerdere kabinetten dat de politiek niet alles zelf in de hand heeft. De wereld is niet maakbaar, zeker niet in Den Haag. Financiële crises, een beurskrach, een Europese migrantencrisis gevoed door een burgeroorlog ver weg en, last but not least, de coronapandemie, stuurden de gemaakte afspraken en Haagse begrotingen flink in de war.

Merkwaardig genoeg staat er weinig in het coalitieakkoord over wat er gebeurt als corona langer onder ons blijft. Er is alleen een post van 300 miljoen per jaar om Nederland klaar te maken voor een eventuele volgende pandemie. Terwijl ondertussen door de omikronvariant de zoveelste golf alweer voor de deur staat, en opnieuw miljarden aan coronasteun nodig zullen zijn. De compensaties voor ondernemers en extra zorgkosten hebben Nederland al tientallen miljarden gekost, die eveneens zijn geleend. Het is maar de vraag of dit kabinet in krap drieënhalf jaar zijn grote ambities kan waarmaken terwijl het virus nog rondraast.

Het moeizaam bevochten compromis over Moria

Gebeurtenissen op het wereldtoneel kunnen bovendien de persoonlijke verhoudingen in de coalitie stevig onder spanning zetten. Dat geldt zeker voor de afspraken over migratie, waarover tijdens de formatie op het scherpst van de snede is onderhandeld. VVD, D66, CDA en ChristenUnie zal nog helder voor ogen staan hoe de oude coalitie trilde door de Moria-deal, het moeizaam bevochten compromis waarmee Nederland na de brand in het opvangkamp toch honderd mensen opving uit Griekenland. Of het politieke getouwtrek over de hoofden van de Armeense kinderen Lili en Howick, dat eindigde in een nieuw kinderpardon.

Het aantal asielzoekers is de afgelopen anderhalf jaar laag geweest vanwege corona, maar het laat zich raden dat er spanningen ontstaan als er weer meer mensen komen, of nieuwe conflicten aan de randen van Europa uitbreken. Veel van de afspraken over terugkeer en opvang in de regio uit het regeerakkoord hangen af van de bereidwilligheid van andere landen om zaken met Nederland te doen, die vaak niet al te groot bleek.

Ook dat vormt een groot risico voor de stabiliteit van Rutte IV: de bereikte politieke compromissen kunnen gaan wankelen door invloeden van buitenaf. Waardoor uitvoering niet mogelijk blijkt, of doordat de coalitie zelf de invoering ver voor zich uit heeft geschoven.

Neem kernenergie. Het coalitieakkoord ligt woensdagmiddag nog warm op de printer, als de VVD triomfantelijk verkondigt dat er twee kerncentrales worden gebouwd. Het is een al langer gekoesterde wens van deze partij én van het CDA, die beide vinden dat de politiek zich in de energietransitie niet blind moet staren op duurzame bronnen als wind en zon.

Grote plannen, zoals rekeningrijden

Het kan heel goed een voorbarige juichkreet worden, gezien de vele onzekerheden rond de bouw van kerncentrales. De aanlooptijd is lang, de kosten zijn enorm. Het nieuwe kabinet is bereid er 5 miljard euro voor te reserveren, bedoeld om marktpartijen financieel te helpen, regelgeving in orde te maken en veilige opslag van het afval te waarborgen. Maar of die centrales er werkelijk komen, is niet zeker. Het is een voornemen dat ergens na 2030 realiteit moet worden.

Het regeerakkoord bevat diverse grote plannen die de huidige coalitie zelf niet zal realiseren. Het zijn beloftes die anderen zullen moeten inlossen. Zo vinden VVD, D66, CDA en ChristenUnie dat er rekeningrijden moet komen, waardoor automobilisten betalen naar gebruik. De coalitie mikt op 2030.

Het invoeren van rekeningrijden is een al decennialang terugkerend streven. Wim Kok was er eind vorige eeuw enthousiast over, tijdens Paars I. “Je kunt met het nemen van maatregelen niet wachten totdat de automobilist zijn eigen straat niet meer uitkomt”, zei hij in 1995. Sindsdien zakten alle voorstellen om een vorm van kilometerheffing in te voeren weg in het politieke moeras.

Ook nu rijzen er vragen. Hoe automobilisten straks zouden moeten betalen, hoeveel precies en of het voor alle trajecten geldt, is niet helder. Mocht die duidelijkheid pas komen rond de invoering, zijn we zeker twee en mogelijk drie kabinetten verder. Ervan uitgaande dat het plan dit keer niet voortijdig sneuvelt.

Het is logisch dat regeerakkoorden open eindjes kennen. Sterker: het is zelfs een uitvoerige wens van zo ongeveer alle partijen dat het document alleen hoofdlijnen bevat en dat niet alles dicht is geregeld. Maar er komt een moment dat er toch echt gekozen moet worden. Bijvoorbeeld in de stikstofcrisis, waar een concreet aanvalsplan ontbreekt. Wat er met de veestapel gebeurt, in hoeverre boeren uiteindelijk gedwongen kunnen worden te stoppen met hun bedrijf: de coalitie spreekt zich er niet over uit.

De noodzaak keuzes te maken geldt ook in de uitvoering. Als de vorige kabinetten Rutte één ding lieten zien, is dat uitvoering van beleid altijd zwaar wordt onderschat op het Binnenhof. Het ‘gepaste realisme’ waar Sigrid Kaag donderdag over sprak, zal hard nodig zijn. Een toverstafje misschien ook.

Lees ook:

De strijd over medische ethiek verplaatst zich naar de Tweede Kamer

Het was het lastigste onderwerp in de kabinetsformatie. Maar ChristenUnie en D66 vonden elkaar uiteindelijk vrij vlot over medische ethiek.

Klimaat en stikstofbeleid: Ook Rutte IV worstelt met het gat tussen glimmend papier en de grillige praktijk

Het klimaat- en stikstofbeleid was een moeizame worsteling voor kabinet-Rutte III. Dat moet anders, zegt het nieuwe regeerakkoord. Maar hoe? En wat gaat dat opleveren? Een analyse in twee delen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden