ColumnSylvain Ephimenco

De politiek zal vroeg of laat een verscheurende keuze over het coronavirus moeten maken

Liever nog dan ‘helden’ worden genoemd, willen verpleegkundigen, artsen en specialisten dat er in hun werk wordt geïnvesteerd, hoorde ik gisteren in het Kamerdebat over het coronavirus. Het siert de frontsoldaten van de pandemie. Eerst de middelen terug naar de sector die de laatste jaren veel klappen heeft moeten incasseren.

Maar ze blijven onze helden, voor wie geklapt en gezongen wordt. Vaak uitgeput staan ze dag en nacht om zwaar gehavende patiënten heen, en lopen ze het risico om door de ziekte gevloerd te worden. Neem Italië, waar tot nu toe de meeste slachtoffers vielen onder medisch personeel. Tot 29 maart zijn er in dat land 61 artsen aan het coronavirus gestorven.

Ik kan me heel goed voorstellen dat wanneer je in zulke zware omstandigheden je werk moet doen, je pisnijdig wordt wanneer je de indruk krijgt dat de ziekte door buitenstaanders wordt gerelativeerd. Wacht maar tot je op de intensive care in coma op je buik ligt met een slang in je keel.

Toch zijn het de kille cijfers die me ­bezighouden. Sinds op 6 maart de eerste Nederlander aan Covid-19 stierf, zijn er, tot gisteren, 1.173 slachtoffers gevallen – in bijna vier weken gemiddeld rond de 290, hoewel de laatste week het heftigst is. Als je het hoogste aantal tot nu toe op één dag (175, dinsdag) als gemiddelde neemt, heb je in een virtuele week opgeteld 1225 coronadoden.

Eeen economische ramp die veel gezinnen gaat treffen

Normaal vallen in Nederland in deze tijd van het jaar iets meer dan 3000 doden per week. In 2018, tijdens de griepepidemie, was er zelfs een week die boven de 4000 uitkwam. In dat hele jaar stierven 151.793 mensen in Nederland. In Italië, het hardst getroffen land van Europa, stierven tot eergisteren ruim 12.428 mensen aan Covid-19 – in vijf weken tijd. Normaal sterven gemiddeld 12.400 mensen per week in Italië. (Vorig jaar 647.000 in totaal.)

De sterftecijfers van Covid-19 zijn vrij hoog, maar nog niet extreem, vergeleken met de normale sterfte of zelfs met een zware griepepidemie. Wat wel extreem is: hoe de ziekte zich ontwikkelt bij zware gevallen die lang op de intensive care moeten verblijven en veel zorg en apparatuur nodig hebben.

Daarom is het medisch personeel uitgeput en is er een gebrek aan bedden.

Op het hoogtepunt van de griepepidemie van 2018 lagen er 350 patiënten op de Nederlandse ic’s. Met het coronavirus zitten we nu al op 873. Dat ziekenhuisdirecteurs, ic-chefs, virologen of epidemiologen alarm slaan is begrijpelijk. Maar ik zie en hoor ze overal in Europa om nog veel strengere opsluitmaatregelen en langere lockdownperiodes vragen. Het is vanzelfsprekend niet hun taak om naar de economische ramp te kijken die veel gezinnen gaat treffen, mocht deze situatie voortduren. Maar de politiek zal vroeg of laat een verscheurende keuze moeten maken. Nu al in Zuid-Italië hebben hele gezinnen geen geld meer om boodschappen te doen. Steeds meer zal het dilemma worden samengevat als: optimale zorg of herstart voor de economie.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden