AnalyseRechtspraak

De politiek wil strengere straffen, maar waar is dat goed voor? ‘Je creëert mensen zonder enkele binding’

null Beeld ANP XTRA
Beeld ANP XTRA

De Tweede Kamer nam vorige week een nieuwe stap in een richting waar het al langer naar toe beweegt: die van langere straffen en genoegdoening voor het slachtoffer of nabestaanden. Wat zijn de gevolgen van de nadruk op vergelding?

Marco Visser

Een 37-jarige man uit Leiden zit achter het stuur van een BMW die de camping oprijdt in het Drentse Hoogersmilde. Daar woont de 32-jarige man die naast hem zit. Die probeert zich nog af te wenden als de bestuurder van de auto een pistool pakt en vier kogels op hem afvuurt. Dat overleeft de man niet.

Moord? Nee, want het Openbaar Ministerie kan niet bewijzen dat er sprake was van voorbedachte rade. Dat hij een wapen in zijn auto had, wil nog niet zeggen dat de Leidenaar van tevoren de intentie had om kogels op zijn passagier af te vuren. En alleen als het OM de intentie kan aantonen, is er sprake van moord.

De rechter sprak de man vorige maand vrij van moord, iets waarvoor hij 30 jaar cel had kunnen krijgen. Wel kreeg hij 15 jaar cel wegens doodslag, de maximale straf. Vooral omdat hij een jaar of tien eerder een andere man doodstak. Ook toen kreeg hij gevangenisstraf wegens doodslag.

Het zijn dit soort gevallen waar sommige Haagse beleidsmakers met ergernis naar kijken. Zij vinden het verschil tussen de maximale tijdelijke celstraffen voor moord en doodslag te groot. Om het gat tussen de 15 jaar celstraf voor doodslag en de 30 jaar voor moord te dichten, stemde de Tweede Kamer vorige week in met een verhoging van de maximumstraf voor doodslag naar 25 jaar.

Rechters vragen niet om zwaarder straffen

Zorgt dit er nu voor dat rechters doodslag zwaarder zullen bestraffen? Strafrechtadvocaat Veerle Hammerstein ‘gelooft daar niks van’. “Rechters leggen nu al zelden een maximumstraf op. De roep om hogere straffen komt niet van de rechters, maar vanuit de emotie van de samenleving. Dat is vaak gebaseerd op onbegrip. De politiek reageert daarop door de maximumstraffen te verhogen.”

Dat heeft er tot nu toe voor gezorgd dat rechters wel degelijk zwaarder straffen, stelden onderzoekers drie jaar geleden vast. Tussen 1998 en 2018 werden de straffen voor gewelds- en seksuele delicten 65 procent hoger.

Maar of die stijging doorzet nu ook de maximumstraf voor doodslag is verhoogd? Hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden Jeroen ten Voorde is daar niet van overtuigd. “Geen idee hoe rechters gaan reageren. In de stukken die ten grondslag liggen aan het wetsvoorstel voor verhoging van de maximumstraf wordt verwezen naar rechters die zeggen dat zij tegen het plafond van 15 jaar zijn aangelopen. Maar dat was in slechts twee zaken.”

Bekir E.

Een van de zaken waarin dat zou zijn gebeurd, is de strafzaak tegen Bekir E., de man die de 16-jarige Humeyra doodschoot in de fietsenstalling van haar school. Aanvankelijk kreeg hij 14 jaar voor doodslag. Te weinig, vond vooral de familie van Humeyra, die daarin niet alleen stond.

Hammerstein vindt het vreemd dat de verhoging van de maximumstraf in een stroomversnelling kwam na de zaak Humeyra. “Het gerechtshof heeft namelijk korte metten gemaakt met het vonnis van de rechtbank. Niet vanwege de straf zelf, maar vanwege de kwalificatie. Het had moord moeten zijn, niet doodslag. De rechters hadden hoger kunnen straffen als ze de zaak anders hadden gekwalificeerd.”

De rechters zelf houden zich buiten de discussie over de wenselijkheid van hogere straffen. De Raad voor de Rechtspraak, bijvoorbeeld, gaf een blanco advies mee. “Waarschijnlijk omdat het rechters niet veel uitmaakt”, zegt Hammerstein. “Rechters houden niet vast aan het wettelijk strafmaximum. Zij leggen een straf op waarvan zij vinden dat die gerechtvaardigd is.”

Rechters zijn eigenzinnig, zij varen niet blind op Den Haag, zegt Hammerstein. Als voorbeeld haalt zij het verbod op de taakstraffen aan. Sinds enige tijd mag de rechter bij bepaalde feiten niet meer uitsluitend een taakstraf opleggen. Rechters omzeilen dit verbod door één dag gevangenisstraf op te leggen, met aansluitend een taakstraf. “Zo laten ze zich niet leiden door wat de politiek of maatschappij vindt, maar door alle omstandigheden. De rechters willen maatwerk leveren, dat is hun vak.”

Meer zware straffen, meer vergelding

Een deel van de maatschappij wil graag hardere straffen. Meer nadruk dus op vergelding. Dat is een belangrijk onderdeel van het strafrecht. Maar wat vergelding precies inhoudt, wordt niet door iedereen goed begrepen, stelt Ten Voorde. Vergelding gaat niet per definitie over de slachtoffers, maar over de geschokte rechtsorde. “Door moord of doodslag schend je een belangrijk uitgangspunten die wij als maatschappij met elkaar delen, namelijk recht op leven. Het is de schending van deze uitgangspunten die je in eerste instantie wilt vergelden. Dat is natuurlijk erg abstract. Daarom is het tegenwoordig zo dat vergelding ook over slachtoffers en nabestaanden gaat. Het is overigens niet zo dat alle nabestaanden per definitie hogere straffen willen. De politiek haalt het slachtoffer naar voren om hogere straffen te rechtvaardigen, maar dat is een bepaalde invulling die wordt gegeven aan vergelding.”

Veerle Hammerstein ziet dat de laatste jaren de rol van het slachtoffer in het strafrecht steeds groter wordt. Daar moet zeker plek voor zijn, vindt ze. “Maar een strafzaak gaat uiteindelijk wel over de verdachte. Je ziet nu dat het bijna wordt omgedraaid, terwijl het slachtoffer geen procespartij is. We gaan nu de kant op waarin het bijna uitsluitend om vergelding draait. Dat zie je ook terug aan de beperking van de voorwaardelijke invrijheidstelling.” Tot vorig jaar konden gedetineerden een derde deel van hun straf in vrijheid uitzitten. Nu is dat maximaal twee jaar. “Als je nu 12 jaar cel krijgt, zit je er tien vast. Tot vorig jaar was dat 8 jaar. Met de beperkte voorwaardelijke invrijheidstelling blijft er weinig over van resocialisatie.”

Gedetineerden die werken aan resocialisatie gaan op verlof om te wennen aan het leven buiten de gevangenismuren. Zij proberen tijdens die laatste fase van hun straf onder meer werk en een woning te vinden, met behulp van de reclassering.

Reïntegratie moet in sneltreinvaart gebeuren

Het sentiment om almaar strenger te straffen en tegelijkertijd de voorwaardelijke invrijheidstelling te beperken helpt dan niet, ziet ook Hammerstein. “Stel dat een rechter 25 jaar gevangenisstraf oplegt voor doodslag, dan komt een persoon na 23 jaar vrij en heeft hij twee jaar om te werken aan de terugkeer naar de samenleving. Reïntegratie moet dan in sneltreinvaart gebeuren. Bij iemand die zes jaar cel heeft gekregen, is resocialisatie misschien nog te doen. Maar 23 jaar – hoeveel sociale contacten heb je dan nog? Ken jij de omgeving nog waar je vandaan komt? 23 jaar geleden was het 1999. Internet kwam via de kabel en we hadden een Nokia als mobiele telefoon. Natuurlijk krijg je vanuit de gevangenis wel dingen mee, maar wel met vertraging. Je zult buiten enorm moeten wennen. Daarbij, je hospitaliseert in de gevangenis, omdat alles voor je wordt bepaald. Hoe langer dat gebeurt, hoe meer je hospitaliseert, en hoe lastiger het is om weer je eigen leven op te pakken.”

“Ik hou mijn hart vast”, zegt Hammerstein dan ook over de langere straffen in combinatie met de korte resocialisatieperiode. “We weten dat mensen die lang hebben vastgezeten ontzettend verharden en vaak de binding met hun netwerk en familie kwijtraken. Dan creëer je mensen die geen enkele binding meer hebben met de maatschappij. Levert dat het resultaat op dat men wil, namelijk dat deze mensen geen strafbare feiten meer plegen? Dat is toch ook het beoogde doel van de gevangenisstraf. Ja, ook afschrikken is een doel, maar als je in een situatie komt waarin je doodslag pleegt, dan giert echt de maximumstraf niet door je hoofd. Doodslag gebeurt in een opwelling.”.

De verhoging van de maximumstraf op doodslag volgt op de eerdere verhoging van de straf op moord. Maar nu zit er ook weer een verschil in de strafmaat voor doodslag en voor andere delicten.

“Men heeft niet nagedacht over bepalingen die verwant zijn aan doodslag”, zegt Jeroen ten Voorde. “Zware mishandeling, met de dood tot gevolg, bijvoorbeeld. Daar kan je iemand 12 jaar voor geven. Dat is een groot verschil met de 25 voor doodslag.”

De ene verhoging na de andere

Zo dreigt een spiraal naar boven, naar hogere straffen. Laat het verschil intact tussen straffen voor dood door schuld, mishandeling met de dood tot gevolg, doodslag, gekwalificeerde doodslag en moord, zegt Hammerstein. Gooi het niet op een hoop zodat de ene verhoging van de maximumstraf op de andere volgt. De politiek wil moord en doodslag dicht op elkaar brengen. Ten onrechte. Winkeldiefstal en een gewapende overval zijn allebei diefstal, maar wel met een andere strafmaat, zoals dat bij moord en doodslag ook het geval is. Het zijn andere feiten.”

Hammerstein betoogt dat rechters nu al alle ruimte hebben om, als zij dat willen, voor een zwaardere straf op te leggen dan 15 jaar cel. Waarom dan toch het wetsvoorstel? “Wat ik zie bij dit soort wetsvoorstellen is een gebrek aan kennis in de politiek. Zij drukken ergens een stempel op, zonder dat ze de wet kennen. 15 jaar is niet het maximum dat vaak geldt in zaken. Wel voor eenvoudige doodslag, maar voor gekwalificeerde doodslag kan je 30 jaar of levenslang opleggen.

Bij gekwalificeerde doodslag probeert de dader een ander misdrijf te verhullen of te vergemakkelijken. Een voorbeeld daarvan is de strafzaak tegen een 51-jarige man uit Zaandam, eerder dit jaar, vanwege de dood van Milica van Doorn. Zij overleed in 1992. Ze was verkracht en door een messteek om het leven gekomen. Gekwalificeerde doodslag, oordeelde het gerechtshof. De man kreeg 19 jaar en zeven maanden cel.

“Doodslag is vaak gekwalificeerd”, zegt Hammerstein. “Rechters hebben dus al de mogelijkheid zwaar te straffen. Laat het maatwerk aan de rechter, houd het onderscheid tussen de verschillende strafbare feiten en reserveer de hoogste straffen voor moord.”

Lees ook:

Buiten de rechter om deelde het OM straffen uit voor mishandeling en aanranding

Het Openbaar Ministerie mag zelf straffen uitdelen, maar niet voor de zwaardere delicten. Toch gebeurde dat wel. ‘Geeft toch het gevoel van achterkamertjes.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden