Archeologie

De opgravingen bij het Gelderse Spijk vertellen veel over het leven van de gewone 16de-eeuwse soldaat

Musketkogels, geproduceerd door soldaten uit het lood dat was geroofd uit glas-in-lood-ramen. Beeld Bram Petraeus
Musketkogels, geproduceerd door soldaten uit het lood dat was geroofd uit glas-in-lood-ramen.Beeld Bram Petraeus

Over stedendwinger Frederik Hendrik wisten we al veel. Archeologen maken nu kennis met zijn soldaten.

Kunsthistorische schatten zitten er niet tussen. Maar dat maakt ze juist interessant, de duizenden objecten die archeologen de afgelopen maanden hebben opgegraven in het Gelderse Spijk. Hier, waar de Rijn Nederland binnenstroomt, stond van 1635 tot 1636 een kampement van het Staatse leger, onder leiding van prins Frederik Hendrik (1584-1647).

“Dit waren de spulletjes van Jan Soldaat”, vertelt projectleider Eric Norde van archeologisch bureau RAAP, over de duizenden objecten die archeologen er hebben aangetroffen: kannen, kruiken, papkommen, munten, gespen en tabakspijpen. “Het was hier een drassige bende, en een zeiknatte winter. Wie hier iets verloor, kon het moeilijk terugvinden in de modder.”

Pijpenkopje in de vorm van een gezicht: aan het kleine formaat valt af te lezen hoe hoog de prijs was voor tabak, dat pas eind zestiende eeuw werd geïntroduceerd in Nederland. Beeld Bram Petraeus
Pijpenkopje in de vorm van een gezicht: aan het kleine formaat valt af te lezen hoe hoog de prijs was voor tabak, dat pas eind zestiende eeuw werd geïntroduceerd in Nederland.Beeld Bram Petraeus

Op de plek moet een aanlegplaats komen voor overnachtende schippers. Al jarenlang was het gebied aangemerkt als potentiële archeologische vindplaats. Even verderop, in het huidige Duitsland, ligt de Schenkenschans, destijds een zeer strategische vesting. Hier takte de Rijn destijds af in de Waal, en wie hier de controle had, beheerste de scheepvaart vanuit het achterland naar Gelderland, Holland en Friesland. In een onbewaakt ogenblik hadden de Spanjaarden in 1635 de vesting ingenomen.

Verhongerd en verzwakt

Frederik Hendrik, bijnaam ‘De Stedendwinger’, was beroemd om zijn omsingelingstactiek, die hij ook rond de Schenkenschans toepaste. Het nu opgegraven soldatenkamp vormde onderdeel van de omsingeling. Norde: “De Spaanse soldaten die het hebben overleefd, waren danig verhongerd en verzwakt. Nadat ze zich in 1636 hadden overgegeven kregen ze een vrije aftocht.”

Het bijzondere, vertelt Norde, is dat je met deze opgraving heel scherp kunt inzoomen op één plek, en één jaar. “Normaal doe je vondsten die in datering minimaal honderd jaar uit elkaar liggen, met allerlei sporen door elkaar. We kijken nu naar een historische gebeurtenis die zich in een tijdsbestek van één jaar heeft afgespeeld.”

Bestudering van de vondsten kan ons veel leren over het soldatenleven, waarover we weinig weten. Textiel en leer is vergaan, maar andere voorwerpen zijn goed geconserveerd onder dikke kleilagen die de rivier bij jaarlijkse overstromingen afzette. Norde: “De Tachtigjarige oorlog is niet alleen een doorslaggevende periode in de Nederlandse geschiedenis geweest, maar ook één van van de best gedocumenteerde. Maar die historische bronnen vertellen wel over het strijdverloop en de aanvoerders, maar niets over het leven van de doorsnee-soldaat”, vertelt Norde.

Een bandoliersluiting in de  vorm van een slang. Dit was de gesp van een diagonaal over het lichaam gedragen leren riem waaraan munitie werd meegedragen. Beeld Bram Petraeus
Een bandoliersluiting in de vorm van een slang. Dit was de gesp van een diagonaal over het lichaam gedragen leren riem waaraan munitie werd meegedragen.Beeld Bram Petraeus

Dit was ook de tijd waarin het leger geprofessionaliseerd werd. “Dat zie je terug in de extreem geordende opbouw van het kamp. Landmeters hadden de indeling bedacht en uitgetekend. De tenten en barakken waren opgesteld in rechthoekige blokken, elk bestemd voor de diverse legeronderdelen en rangen.”

Munten uit allerlei windstreken - van Spaanse matten tot munten uit Trier. Wellicht verloren door gokkende soldaten in de modder van het kamp. Beeld Bram Petraeus
Munten uit allerlei windstreken - van Spaanse matten tot munten uit Trier. Wellicht verloren door gokkende soldaten in de modder van het kamp.Beeld Bram Petraeus

Drie blokken van het kampement zijn nu opgegraven, meer ligt in het verschiet. Norde: “Delen van het kamp zijn verloren doordat een steenfabriek op het terrein er klei won voor de steenproductie. Die steenfabriek is ook een archeologische vindplaats. Als we die eenmaal hebben opgegraven, verwachten we daaronder nog goed bewaarde resten van het kamp, met mogelijk officiersverblijven.”

Alles werd geroofd

Opmerkelijk is de vondst van honderden loden musketkogels, die de soldaten zelf ter plekke hadden geproduceerd: “Het lood van de kogels was onder meer afkomstig uit glas in lood ramen. We hebben ook scherven van glas-in-lood-ramen gevonden, vermoedelijk van kerken of landhuizen uit de omgeving. Zo’n leger was als een sprinkhanenplaag, met in hun kielzog, smeden, bakkers, wielmakers en andere ambachtslui. Als zo’n leger voorbij trok was dat een verschrikking voor de boeren of stadsbewoners. Alles werd geroofd.”

Alle vondsten en sporen worden nu onderzocht door experts. Bijvoorbeeld: waarom lieten de soldaten al die kogels achter, moesten ze licht reizen, omdat ze in grote spoed naar een andere brandhaard vertrokken? Norde: “Onderzoekstechnieken verbeteren in snel tempo. Als we geluk hebben, kunnen we bij de kookplaatsen misschien nog etensresten vinden, waaruit af te leiden is wat die soldaten hebben gegeten.”

Lees ook:

Van een dure wijnfleszegel tot een klotendolk: de Zaanse bagger blijkt een goudmijn voor archeologen

Honderdduizenden objecten lagen onder de Wilhelminasluis in Zaandam te wachten op ontdekking. Voer voor archeologen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden