Chantal Lindsens dochtertje Roos, voor hun tuinhuisje.

ReportageWachtlijsten

De nieuwe generatie volkstuinbezitters wil ruimte en rust, geen tuinkabouters

Chantal Lindsens dochtertje Roos, voor hun tuinhuisje.Beeld Boudewijn Bollmann

Volkstuinen zijn in trek. Wie er een wil, komt op een lange wachtlijst terecht. Op de complexen zelf woedt ondertussen een richtingenstrijd. Mag er worden ontspannen, of moet er gebikkeld worden in de tuin? ‘De regels moeten wel worden gehandhaafd.’

Anton Slotboom

Nico van der Loos is blij. Hij, 82 jaar oud, is sinds vier jaar eigenaar van een volkstuin op het Rotterdamse complex van Amateur Tuin Vereniging Toepad. Dat telt 82 tuinen, allemaal verscholen in het groen naast de Van Brienenoordbrug. Van der Loos betaalde vier jaar geleden 6000 euro voor het huisje en de pacht van het bescheiden lapje grond. Jaarlijks betaalt hij sindsdien ook nog enkele honderden euro’s contributie. Niet veel geld, vindt hij, voor het non-stop vakantiegevoel dat hij sindsdien heeft.

“Dit huisje was niet veel toen ik het kocht,” zegt hij. “Maar kijk nu toch eens.” Van der Loos heeft de handen zelf uit de mouwen gestoken, benadrukt hij. En daar is hij trots op. “Eén keer ben ik geholpen, door mijn zoon, bij het leggen van de riolering. Verder doe ik alles zelf.” Stil zitten is er nauwelijks bij. “Ik ben graag lekker bezig.”

Nico van der Loos voor zijn tuinhuisje op het volkstuincomplex in Rotterdam. Beeld Boudewijn Bollmann
Nico van der Loos voor zijn tuinhuisje op het volkstuincomplex in Rotterdam.Beeld Boudewijn Bollmann

De animo voor dit Rotterdamse complex is, net als voor complexen in de rest van Nederland, enorm. De Amateur Tuin Vereniging Toepad dateert van 1969, wie er een tuin wil moet lang wachten. Dit soort complexen werden in de jaren dertig van de vorige eeuw op allerlei plekken geïntroduceerd om ook burgers uit de lagere sociale klassen te kunnen voorzien van ruimte, groen en ontspanning. Op de tuinen zijn door de jaren heen steeds mooiere huisjes komen te staan, waar vaak hele zomers in wordt geslapen. Voor lagere inkomens alleen zijn dergelijke tuinen al lang niet meer: het fenomeen siertuin is op de achtergrond geraakt, nieuwe bewoners komen voor hun rust.

Sinds de coviduitbraak is het hebben van een eigen plek in het groen populairder dan ooit: op veel complexen is het niet eens meer mogelijk op een wachtlijst te worden gezet. De tuinen worden tegenwoordig bevolkt door allerlei verschillende groepen gebruikers, die soms met argwaan naar elkaar kijken. Doe-het-zelver Van der Loos is bijvoorbeeld van het type dat z’n eigen tuintje blijmoedig bijhoudt. “Dat sommigen weinig aan hun tuin doen vind ik jammer. Er waren er hier zelfs twee die bijna werden weggestuurd. Die zijn nu gelukkig toch ook een beetje aan het onderhoud begonnen. Maar ik zeg er niks van, hoor.”

Volkstuinveteraan Adrie Braber voor zijn tuinhuisje op tuinvereniging Toepad. Beeld Boudewijn Bollmann
Volkstuinveteraan Adrie Braber voor zijn tuinhuisje op tuinvereniging Toepad.Beeld Boudewijn Bollmann

‘Zij denken: goh dat is lekker zitten!’

Niet iedereen blijft stil toekijken. Volkstuin-veteraan Adrie Braber, 81, is juist van het type dat kritisch kijkt naar deze nieuwste ontwikkeling en dat laat horen ook. “Ik zie een ander soort mensen komen,” zegt deze oud-brandweerman in het gangpad voor zijn eigen, aangeharkte tuin. “Het verandert hard. En weet je wat het is? Zoals wij het tuinieren zien, zo zien zij dat niet. Zij denken: goh, dat is lekker zitten! Maar die mensen moeten eigenlijk naar de camping.”

En dat terwijl dit altijd een van de mooiste complexen van Rotterdam en omgeving was, voegt hij er aan toe. “Moet je nu eens kijken. Er zijn regels, maar die moet je wél handhaven. Anders wordt het een zooitje.” Het mag allemaal wel wat strenger, vindt hij. “Ik zie het vervlakken.” Maar, zegt hij: “mijn generatie is hier aan het verdwijnen. We geven het langzaam maar zeker op.”

Dat de volkstuincomplexen aan het veranderen zijn, merkt de belangenvereniging AVNN, het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland, ook. “De volkstuinen zijn op dit moment zo populair omdat moestuinieren de laatste jaren in trek is geraakt en omdat gezinnen uit steden op zoek zijn gegaan naar een groene plek voor de kinderen,” zegt voorzitter Ruud Grondel. “Maar de oude generatie bewoners zegt weleens: deze nieuwe mensen willen alleen maar klaverjassen. Soms wordt er met misprijzen naar elkaars tuintjes gekeken. Maar het mooie is wel: dit soort verenigingen zijn kleine democratieën, waarin mensen met elkaar over zaken beslissen.” Dat, stelt Grondel, is uniek. “Hier vind je nog echt samenhang.”

Chantal Lindsen met haar dochtertje Roos, voor haar tuinhuisje. Beeld Boudewijn Bollmann
Chantal Lindsen met haar dochtertje Roos, voor haar tuinhuisje.Beeld Boudewijn Bollmann

Iedereen een verplichte tuinbeurt

Op het Rotterdamse complex steekt een van de nieuwkomers, fanatiek bergbeklimmer Chantal Lindsen (37), ondertussen de handen wel degelijk uit de mouwen. Van siertuinen en tuinkabouters houdt ze niet, ze werkt aan een wat wild ogende oase in het groen. “Ik heb ook geen groene vingers, maar leer snel. Er is op een complex als dit inderdaad veel sociale controle, de bewoners houden elkaar goed in de gaten. Ik zat laatst met een vriend in de tuin, ‘s avonds en met kaarsjes erbij – gewoon als verlichting. Kwam er iemand voorbij: ‘oh, wat romantisch!’ Maar ik krijg tegelijkertijd van dezelfde mensen ook allerlei handige tips. Dankzij een van die tips is bijvoorbeeld de kersenboom in mijn tuin deze lente gaan bloeien.”

Door haar harde werk is ze geliefd, ook bij de veteranen hier. Terwijl dochtertje Roos (4) door de tuin scharrelt, en Lindsen een kop door net geplukte bloesem gezeefd water inschenkt, vertelt ze wat haar zo aantrekt in het hebben van een nu nog bouwvallig houten huisje in een alleen met hard werk te temmen tuin. “Ik woon op fietsafstand, maar mijn appartement is maar klein. Hier vind ik ruimte en rust. Dat is zo fijn, ook voor Roos. Ik zie haar hier genieten.”

De verplichte tuinbeurten heeft ze al in de agenda gezet, al moest ze wel onderhandelen: op zaterdagen werkt ze elders. “Ik mag ze nu in mijn eigen tijd doen.” Dat komt goed uit. “We willen hier hele zomers gaan blijven.”

Lees ook:

Waar je op moet letten voor een goed bijenhotel

Weer of geen weer: wat kun je doen om bijen, hommels, vlinders en andere insecten te helpen? Maak je tuin niet te netjes! Of lees een van de andere tuincolumns van Loethe Olthuis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden