Strafmaat

De maximale straf voor doodslag moet omhoog, vindt OM-topman

Gerrit van der Burg, voorzitter van het college van procureurs-­generaal.Beeld Phil Nijhuis

Sinds de verhoging van de maximale straf voor moord naar dertig jaar is het verschil met de strafmaat voor doodslag wel erg groot, vindt het Openbaar Ministerie. Topman Gerrit van der Burg pleit voor aanpassing.

Verhoog de maximale celstraf voor doodslag, zodat het gat met de straf voor moord kleiner wordt. Daarvoor pleit Gerrit van der Burg, topman bij het Openbaar Ministerie (OM), vandaag in een interview met Trouw. Eerder betoogde de rechtbank Rotterdam hetzelfde.

Juridisch gezien is er een belangrijk verschil tussen moord en doodslag. Doodslag is een impulsdaad. Moord betekent dat een dader van plan was iemand om het leven te brengen, of in ieder geval genoeg tijd heeft gehad om zich te beraden op die daad. Dat kan moeilijk te bewijzen zijn, zeker nadat de Hoge Raad sinds 2012 striktere eisen is gaan stellen aan het bewijs voor voorbedachte raad.

Volgens Van der Burg, voorzitter van het college van procureurs-­generaal, de landelijke top van het OM, is het logisch dat moord een hogere maximale straf kent dan doodslag. Toch is het verschil volgens hem wel erg groot sinds de wetgever de mogelijke straf voor moord, naast levenslang, verhoogde van twintig naar dertig jaar cel. Op doodslag kan hoogstens vijftien jaar volgen.

Soms is niet te bewijzen dat het om moord gaat

Van der Burg: “Terwijl impulsdaden ook een sluitstuk kunnen zijn van een kwalijk patroon. Juridisch is het dan misschien niet te bewijzen dat het om moord gaat, maar het zou goed zijn als dat verschil wat meer wordt rechtgetrokken.”

De verhoging van twintig naar dertig jaar voor moord, noemt Van der Burg ‘wel te volgen’. “Twintig jaar klinkt nog als een straf die te overzien is. Praat je over dertig jaar dan is dat echt anders.”

Ook de rechtbank Rotterdam sprak eerder over een wel erg groot gat tussen straffen voor moord en doodslag. Dat was na de uitspraak in de zaak van het omgebrachte 16-jarige meisje Hümeyra. Zij werd op 18 december 2018 op haar school doodgeschoten door haar ex-vriend Bekir E., nadat hij haar al langer had gestalkt en bedreigd. Volgens de rechter ‘dringt de term executie zich op’ bij de manier waarop E. het meisje ombracht. Toch was er niet genoeg bewijs dat het om moord ging.

Wat daarin volgens de rechter meespeelt is dat het bewijs voor moord in Nederland vooral draait om de vraag of een dader zich kon beraden. Andere aspecten, zoals de manier waarop iemand de daad uitvoert of het motief, tellen niet mee. In een aantal andere landen is dat laatste wel zo, constateert de rechtbank Rotterdam.

Omdat het bij Hümeyra om doodslag ging, ging ook de mogelijke straf van E. flink naar beneden. Dat verschil heeft de wetgever bepaald, benadrukte de rechter in het vonnis. E. kreeg uiteindelijk veertien jaar cel en tbs met dwangverpleging opgelegd. Het OM, dat wel vindt dat het moord is, ging in hoger beroep. Die zaak loopt nog.

Het verschil is niet uit te leggen

Justitieminister Ferd Grapperhaus erkent dat er sprake is van een te groot gat tussen de straffen. Het verschil is niet goed uit te leggen, schreef hij dit najaar aan de Tweede Kamer. Zeker als ‘een moord en een doodslag dusdanig veel gelijkenis vertonen’. Daar is in 2006, toen de maximale straf voor moord omhoog ging naar dertig jaar, niet over nagedacht. Het ministerie werkt aan een wetsvoorstel om het strafgat te dichten. Hoeveel de maximale straf voor doodslag omhoog zou moeten, is niet bekend.

In Nederland komt een veroordeling voor doodslag veel vaker voor dan voor moord. Volgens cijfers die de Erasmus Universiteit in Rotterdam vorig jaar voor het kabinet in kaart bracht, zijn er tussen 2006 en 2018 in totaal 345 veroordelingen voor moord uitgesproken. In dezelfde periode ging het om 688 veroordelingen wegens doodslag.

Lees ook:

‘De nadruk in de samenleving ligt op vergelding, daar luisteren we goed naar’

Dat we strenger zijn gaan straffen in Nederland, vindt Gerrit van der Burg, topman bij het Openbaar Ministerie, een logische ontwikkeling. Al moet strafrecht volgens hem niet als oplossing worden gezien voor alle maatschappelijke problemen.

Het doden Hümeyra (16) gebeurde in een opwelling, dus geen moord

Bekir E. doodde de 16-jarige Hümeyra in een opwelling. Daarom is er sprake van doodslag en niet van moord, oordeelt de rechtbank in Rotterdam. Hij moet veertien jaar de cel in en krijgt tbs met dwangverpleging.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden