InterviewCiska Postma

‘De levenslange celstraf van de moordenaars van mijn Berend biedt mij geen enkele troost’

Ciska Postma Beeld Werry Crone
Ciska PostmaBeeld Werry Crone

De twee mannen die de vriend van Ciska Postma in 2012 hebben gedood, kregen levenslang. ‘Gerechtigheid, riep ik toen. Maar diep van binnen wist ik dat dat onzin was.’

“Zij waren erbij, zij hebben het meegemaakt.” Ciska Postma wijst op twee van haar hondjes die net rustig op de bank liggen te slapen. “De eerste weken waren ze totaal van slag. Ze wilden helemaal niets. Nog steeds merk ik dat ze angsten hebben. Ze zijn aanhankelijk, snel gestrest en heel beschermend richting elkaar.”

De gebeurtenis waarop Postma (57) doelt is de moord op haar vriend Berend Smit. In 2012 wandelde hij met de honden in het Drentse natuurgebied Dwingelderveld toen hij werd doodgeschoten. De twee broers ­Admilson en Marcos R. uit Hoogeveen, die ook wel bekend staan als de Hoogeveense of Drentse moordbroers, dachten aan zijn auto te zien dat hij rijk was. En een rijk iemand overvallen leek de mannen de eenvoudigste manier om aan geld te komen.

Helemaal in het begin van het gesprek zegt Postma dat waarschijnlijk vooral haar rationele kant zal spreken als ze uitlegt hoe zij tegen de levenslange gevangenisstraf aankijkt, die de broers uiteindelijk kregen. Ze heeft ook een emotionele kant, zegt ze. Die kan compleet kapot zijn. Als ze die toelaat, dan is het verdriet te groot om over ­Berend te praten. “Berend was de liefde van mijn leven, al waren we nog niet zo lang ­samen. Het is nu acht jaar geleden, maar nog elke avond voor ik ga slapen denk ik aan hem. Ik praat met hem. Over mijn dag, of hij trots is op wat ik heb bereikt en hoe ik nu woon. Ik lach met hem over wat we samen hebben meegemaakt.”

Ze had destijds net de boel op orde, vertelt Postma. Anderhalf jaar voor de moord had ze een hersenbloeding gehad. Daarvoor was ze naar eigen zeggen een workaholic, nu zat ze ineens thuis. “Daar had ik het moeilijk mee. Ik ben ervoor in therapie gegaan. Zo heb ik na de dood van Berend ook twee keer hulp gezocht. Als ik op een punt kom dat ik denk: dit moet ik veranderen, zo kan ik niet verder, dan zoek ik hulp.”

Tot aan zijn dood in de cel 

De levenslange straf voor de broers lag er niet meteen. De rechtszaak tegen de mannen, die na Berend ook nog een echtpaar bij een overval in hun woning om het leven brachten, viel samen met de discussie over de hoogst mogelijke straf. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad hadden geoordeeld dat opsluiting zonder perspectief op vrijlating in strijd is met het Europese mensenrechtenverdrag. Toch gold in Nederland het uitgangspunt dat iemand met levenslang tot aan zijn dood in de cel zit. De laatste keer dat een levenslang­gestrafte gratie kreeg, was in 1986.

De rechtbank die de Drentse broers veroordeelde, koos vanwege het oordeel van het Europees Hof en de Hoge Raad niet voor levenslang, maar voor celstraffen van dertig jaar. Een van de mannen kreeg daarnaast tbs met dwangverpleging. Postma: “Ik was eerst content met die straf. Dertig jaar, dat leek in mijn ogen vrij lang, maar toen wees slachtofferhulp mij erop dat daar nog een derde plus het voorarrest vanaf zou gaan. Wat dan overblijft, vind ik heel kort voor ­iemand die drie mensen het leven heeft benomen. Te kort.”

Er volgde hoger beroep. Postma ging met een petitie naar Den Haag om te pleiten voor een verandering van het beleid, zodat levenslang wel weer mogelijk zou worden. De inleidende tekst van de petitie luidde: ‘De daders van mijn vermoorde partner Berend Smit dreigen te ontkomen aan een levenslange celstraf op grond van politieke redenen. Dit mag en hoeft niet te gebeuren. Ik zal er dan ook alles aan doen wat binnen mijn vermogen ligt om te voorkomen dat de daders over 17 jaar alweer vrij rondlopen.’

Ook het kabinet zag in dat er iets moest veranderen. De huidige regeling werd bedacht. Voortaan bekijkt een onafhankelijk adviescollege na 25 jaar detentie of een levenslanggestrafte kan beginnen aan een resocialisatietraject, zoals verlof buiten de muren van de gevangenis. In dat advies worden ook de belangen van nabestaanden en slachtoffers meegewogen.

Na die beleidsverandering veroordeelde het gerechtshof de moordbroers in 2018 wél tot levenslang. Dat betekent dat ze na 25 jaar mogelijk in aanmerking komen voor resocialisatie. Was dat waar Postma op doelde toen zij in Den Haag aan de bel trok met haar petitie?

Veranderen in een beter mens, dat doe je niet zomaar even

Het ging haar er vooral om dat de moordenaars van Berend de hoogste straf niet zouden ontlopen, zegt ze. Als dat betekent dat ze mogelijk ooit weer terugkeren in de maatschappij, dan kan ze daarmee leven. “Stel, ze gaan na 25 jaar een resocialisatietraject in. Als blijkt uit testen, en dan bedoel ik echt goede testen, dat ze capabel zijn, dat ze geen gevaar meer vormen, dan heb ik er geen problemen mee dat ze uiteindelijk weer vrijkomen. Maar veranderen in een beter mens, dat doe je niet zomaar even. Daar is tijd, goede hulp en veel begeleiding voor nodig.

“Dat de daders spijt hebben van hun daden, en dan bedoel ik diepe en oprechte spijt, is voor mij cruciaal. ‘Het spijt me’ zeggen is vrij makkelijk, maar het kunnen loze woorden zijn. Heb je echt spijt of zeg je het omdat je denkt dat je dat hoort te zeggen in zo’n situatie? Bij de broers twijfel ik daarover. Ik heb de jongste tijdens de rechtszaak in de ogen gekeken. Dat wilde ik graag, ogen zijn toch de toegang tot de ziel. Het voelde voor mij alsof hij een toneelstuk speelde. Ik had het idee dat hij dingen zei en deed die hem door zijn advocaat waren ingefluisterd.”

Toch antwoordt dezelfde Postma ontkennend op de vraag of ze boos is op de moordenaars van Berend. “Dat heb ik niet willen toelaten. Ik wilde mijn heldere inzicht niet verliezen. En ik voel niet zo snel woede. Dat had ik als kind al. Net zoals ik niks met vergelding heb. Als ik kwaad dreig te worden, dan zeg ik het. Als mensen niets doen met die opmerking, dan neem ik afstand. Ik denk dat intens verdriet bij mij de woede heeft vervangen.”

Ik wil hen duidelijk maken wat dit met mij heeft gedaan

“Uiteindelijk wil ik wel met ze in gesprek. Voor mijn gevoel is dat de laatste afsluiting die nog nodig is. Ik wil ze in de ogen kijken en vragen wat ze bezield heeft. Waarom het voor hen zo makkelijk is geweest om een mensenleven te beëindigen. Tot nu toe bleven ze stoïcijns. Misschien ter bescherming van zichzelf. Ik wil hen duidelijk maken wat dit met mij heeft gedaan.”

Ze kent de woorden die regelmatig klinken tijdens slachtofferverklaringen in de rechtbank: ik levenslang, dus jij ook levenslang. Ook tegen haar zei de advocaat-generaal (de aanklager in hoger beroep): ‘Jij hebt ook levenslang’. “Ik zei tegen hem: maar zo ga ik er niet mee om. Ik ben nog steeds bezig met gelukkig zijn, of eigenlijk gelukkig worden. Ik bereik er niets mee als ik alleen maar uit ben op wraak, of mezelf zie als iemand die levenslang heeft. Als ik dat vind, dan kan ik mezelf beter van kant maken. Ik wil geen slachtoffer worden. Ik ben een nabestaande, Berend is het slachtoffer. Hij is vermoord, ik niet.”

Waarom dan toch haar belofte om alles te doen wat mogelijk is om de broers zo lang mogelijk achter de tralies te houden? Toen Berend niet terugkwam van zijn wandeling, was haar enige focus hem en de honden vinden, beschrijft Postma. Toen de broers werden opgepakt op verdenking van de moord, verlegde ze haar focus volledig op hen. Alles wilde ze van hen weten. Het gaf haar energie, het gevoel dat ze kon vechten voor Berend. “Dat is het enige wat ik nog voor hem kon doen. Deze jongens mochten hoe dan ook niet snel weer op straat komen. Niet per se voor mezelf, tegen de tijd dat ze vrijkomen, ben ik oud. Maar wel om toekomstige slachtoffers te voorkomen.”

Of het haar heeft geholpen dat de hoogst mogelijke straf uiteindelijk werd uitgesproken? Nee. “Ik voel me niet beter doordat zij levenslang hebben gekregen, het biedt geen enkele troost. Ik heb dat wel geroepen: gerechtigheid voor Berend! Maar diep in mijn hart voel ik dat niet zo. Wat is rechtvaardig in deze situatie? Als Berend terugkomt, dat is rechtvaardig. Maar dat is onmogelijk.”

Dit was het laatste verhaal in de reeks interviews over de levenslange celstraf. 

Lees ook

Betekent levenslang ook echt tot de dood in de cel?

De minister heeft een te grote politieke invloed op het traject van resocialisatie en uiteindelijke gratie van levenslanggestraften, zeggen juristen. De levenslange celstraf in Nederland is volgens hen daardoor nog altijd uitzichtloos.

Deze officier van justitie eiste levenslang voor de Utrechtse tramaanslag

‘Het is echt een heel zware straf, maar ik heb er niet over getwijfeld’, zegt Henriëtte van Ooijen. Gökmen T. heeft de straf volgens haar over zichzelf afgeroepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden