Joop Hueting in 2012

ProfielIndonesië-veteraan

De klokkenluider die gelijk kreeg over Indonesië. ‘Er werd verschrikkelijk gemarteld’

Joop Hueting in 2012Beeld Joost van den Broek, ANP

Zonder veteraan Joop Hueting was het onderzoek naar het Nederlandse geweld in Indonesië er misschien nooit gekomen. Wie was deze ‘bekendste klokkenluider van naoorlogs Nederland’?

Rianne Oosterom

“Ik heb meegedaan aan oorlogsmisdaden en ze zien verrichten”, zegt een welbespraakte man primetime op televisie. Hij is gestoken in een stemmig pak, draagt een keurige middenscheiding, heeft lichte wallen onder zijn ogen. Johan Engelbert Hueting is zijn naam. Dókter Joop Hueting, zegt de presentator - het gaat hier om een gepromoveerd psycholoog.

Hueting praat kalm, maar wie goed kijkt ziet dat zijn ogen waterig zijn. “Ik kan u vertellen dat er kampongs doorzeefd werden, waarvan niemand de militaire noodzakelijkheid destijds inzag”, zegt hij tegen de presentator. “Dat er verhoren plaatsvonden waarin op een verschrikkelijke manier gemarteld werd.”

Hueting heeft het over zijn tijd in Indonesië eind jaren veertig, waar hij 2,5 jaar werkte als militair bij de stoottroepen en voor de inlichtingendienst. Hij vertelt dat er tijdens de patrouilles jongens waren die, terwijl er geen vuurcontact was met de Indonesiërs, gewone boeren neerschoten. ‘Prrtt’, zegt Hueting als hij dat vertelt.

Mega-studie à twaalf boeken

Je zou het de Boos-uitzending van de zestiger jaren kunnen noemen, het interview dat Hueting gaf bij het Vara-programma Achter het Nieuws op 17 februari 1969. Het werd televisiegeschiedenis. Vooral door een zinnetje dat Hueting uitsprak, waarmee hij Nederland op z’n kop zette: “Het waren geen incidentele gevallen, dit was de normale gang van zaken”.

Wat de daadwerkelijke aard, omvang en de context was van het geweld dat het Nederlandse leger gebruikte in Indonesië, is vijftig jaar later onderwerp van een mega-studie à twaalf boeken, waarvan de algemene conclusies donderdag gepresenteerd worden. Dit onderzoek, waaraan onder andere oorlogsinstituut Niod meewerkte, moet het finale antwoord geven op de vraag hoe structureel en extreem dit geweld was.

Zonder de onthullingen van Hueting was dit onderzoek er misschien nooit gekomen. Wie was deze psycholoog uit Den Haag, die zo graag zijn verhaal kwijt wilde? Wat zegt zijn levensverhaal over de omgang van Nederland met deze moeilijke en nog steeds enorm gevoelig liggende dekolonisatiegeschiedenis?

De mythe van een vreedzaam leger

“Het is eigenlijk raar dat niemand een biografie over hem schreef”, zegt historicus Niels Mathijssen, die zich vanuit zijn specialisatie in koloniale geschiedenis ook verdiepte in het leven van Joop Hueting. “Hij is de persoon die de mythe van een vreedzaam Nederlands leger ontkrachtte”, zegt hij.

“Hij heeft absoluut een sleutelrol vervuld in het debat over deze oorlog”, zegt ook jurist en schrijver Maurice Swirc, auteur van het pas verschenen boek De Indische doofpot, waarin ook Hueting aan bod komt. “Je zou kunnen zeggen dat hij de bekendste klokkenluider uit de naoorlogse geschiedenis is.”

Maar volgens Swirc is Jeffry Pondaag als voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden van even grote historische betekenis. “Met rechtszaken van Indonesische slachtoffers tegen de Nederlandse staat zorgde hij er samen met mensenrechtenadvocaat Liesbeth Zegveld vanaf 2008 voor dat het Nederlandse koloniale geweld weer op de politieke agenda kwam.”

Het pistool dat Joop Hueting als militair in Indonesië gebruikte. Beeld ANP / Joost van den Broek
Het pistool dat Joop Hueting als militair in Indonesië gebruikte.Beeld ANP / Joost van den Broek

Na de uitzending in 1969 ontving de Vara 885 brieven van kijkers - zowel razende brieven van veteranen die zich bedrogen voelden, als brieven van oud-militairen die hem bijvielen, omdat ze het beeld dat hij schetste herkenden. Hueting kreeg tweehonderd telefoontjes en meer dan honderd brieven thuis, blijkt uit het boek Revolusi van schrijver David van Reybrouck.

Dreigmail anno 1969

Een kleine greep uit de brieven die Van Reybrouck inzag: ‘Jou om zeep helpen, dat moet niet te snel gebeuren, wij hebben zo onze eigen methoden. Je hebt je tijd gehad, de onze breekt aan!!’ Of: ‘Wurgen zullen we je smeerlap, rooie landverrader wurgen zullen we je.’ Hueting en zijn gezin (hij heeft twee dochters) doken onder in een hotel op de Veluwe.

Dochter Hanna Wahab was nog zo klein dat ze het zich niet herinnert. Last heeft ze in ieder geval niet gehad van haar vaders oorlogsverleden en klokkenluiderschap. “Hij heeft er altijd heel open over gesproken thuis.” Dat haar vader een belangrijk televisie-interview gegeven had, merkte ze vooral aan de vele journalisten die door zijn leven heen hun huis bezochten.

Waarom wilde hij zijn verhaal zo graag kwijt? “Mijn vader is altijd iemand geweest die geen blad voor zijn mond nam”, zegt ze. “Hij schuwde controversiële zaken niet. Zo heeft hij uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van doping op sportprestaties. En het artikel Doping bestaat niet geschreven, waarop ook veel reacties kwamen.”

Tegelijk was hij een wetenschapper pur sang, zegt ze. Ook vanuit zijn beroep als psycholoog was hij geïnteresseerd in de dynamiek van de bandeloze oorlogsvoering, schrijft Van Reybrouck in Revolusi. De Belgische auteur was een van de laatsten die hem interviewde, voor hij overleed op 11 november 2018.

Voor zijn neus zien gebeuren

“De gedrevenheid van mijn vader om als klokkenluider naar buiten te komen, zit ‘m toch echt wel in de reden die als stelling is opgenomen in zijn proefschrift”, zegt Wahab. Hueting schrijft: ‘Men kan zich afvragen, waarom in Nederland nog geen begin is gemaakt met het onderzoek naar de juridische, historische, sociologische en psychologische aspecten van de oorlogsmisdaden, begaan door militairen in dienst van dit land in de periode 1945 tot 1950’.

Hij kon niet begrijpen, noch zich erbij neerleggen dat er amper over de oorlogsmisdaden werd gepraat, terwijl hij die voor zijn neus had zien gebeuren. Nederland moest zichzelf eerlijk durven aankijken, vond hij. Er werd twintig jaar na de oorlog nog maar weinig over wandaden gesproken, zegt auteur Swirc. “De beerput ging pas open toen Hueting zijn verhaal deed.”

Tijdens de research voor zijn boek stuitte Swirc op nieuwe informatie over de psycholoog. Hij werd al lang vóór de uitzending van Achter het Nieuws gevolgd door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de voorloper van de AIVD. De reden: zijn politieke activiteiten. Hij was actief lid van de Communistische Partij Nederland, bevestigt zijn dochter ook.

Communistische sympathieën

Ten tijde van de Koude Oorlog was het ‘rode gevaar’ alom en de BVD volgde iedereen verbonden met communistische sympathieën - zoals ook het linkse weekblad De Groene Amsterdammer, zo blijkt uit het boek van Swirc. Dat Hueting zich aangetrokken voelde tot de CPN, kun je ook weer geen verrassing noemen, zegt hij: die partij was fel tegenstander van het Nederlandse Indonesië-beleid.

In de BVD-notitie over Hueting staat onder andere dat hij behoorde tot de ‘intieme vriendenkring’ van de pro-Russische communist Sigfried Baruch. Uit ‘kwetsbare bron’ heeft de geheime dienst vernomen dat Hueting zijn plan om naar buiten te treden met de oorlogsmisdaden, met de aan Moskou gelieerde Baruch heeft besproken.

De relatie tussen Rusland en het onafhankelijke Indonesië was een tijdlang goed: er ging zelfs geld Soekarno’s kant op. Maar schrijft de BVD zelf al: er zijn geen aanwijzingen dat Hueting zijn verhaal deed op instigatie van Baruch. Daarnaast, zeg Swirc: de relatie tussen Moskou en Indonesië was alweer bekoeld ten tijde van het Vara-interview, waardoor het de vraag is in welke mate het verhaal van Hueting de belangen van Rusland nog dient.

Betrouwbare, beschaafde bron

Maakt deze informatie van Hueting een minder betrouwbare bron? Dat wil Swirc zeker niet beweren. “Het geeft vooral een extra dimensie aan zijn verhaal: Hueting was een man van uiterst sterke overtuigingen.” Het is wel opvallend, zegt hij, dat de overheid deze informatie niet gebruikte om Hueting te diskwalificeren. “Zeker in 1969 had dit zijn positie als betrouwbare, beschaafde bron kunnen beschadigen.”

Januari 1969: Joop Hueting spreekt in een café over het geweld in Indonesië.  Beeld ANP
Januari 1969: Joop Hueting spreekt in een café over het geweld in Indonesië.Beeld ANP

Eerder het tegenovergestelde gebeurde: de regering kondigde als reactie op het interview een onderzoek aan. Nog datzelfde jaar verscheen de Excessennota – what’s in a name? – waarin 110 gevallen van extreem geweld naar voren kwam. Uit historisch onderzoek is gebleken dat de uitkomst van de nota van tevoren vaststond: het geweld was incidenteel, niet structureel.

“Joop Hueting wilde de doofpot rond oorlogsmisdaden doorbreken, maar doordat de regering in haar rapport de term excessen gebruikte, werd een nieuwe doofpot geboren”, zegt Swirc. “Want hiermee werd in feite onderuitgehaald wat Hueting had verklaard.” Met deze geruststellende uitkomst werd het maatschappelijk debat tot bedaren gebracht. De opluchting spatte van de voorpagina’s, zegt historicus Niels Mathijssen.

Excuses van koning Willem-Alexander

Het officiële regeringsstandpunt is, excuses van koning Willem-Alexander aan Indonesië voor de ‘geweldsontsporingen’ in 2020 ten spijt, nog steeds hetzelfde als toen. Van ‘systematische wreedheid’ van Nederlandse zijde was geen sprake geweest. De krijgsmacht als geheel heeft zich in Indonesië correct gedragen.

Hueting werkte na de onthullingen twintig jaar als hoogleraar experimentele psychologie aan de Vrije Universiteit in Brussel. Hij bleef zijn hele leven het verhaal van de oorlogsmisdaden vertellen. Volgens zijn dochter hield hij minutieus bij wat erover in de kranten verscheen. “Hij bewaarde alles.”

Heeft hij inmiddels gelijk gekregen? Volgens Maurice Swirc wel. “Er zijn de afgelopen jaren verschillende boeken verschenen die aantonen dat het geweld echt structureel was.” Hij noemt met name het boek De brandende kampongs van Generaal Spoor uit 2016, geschreven door de Zwitsers-Nederlandse historicus Rémy Limpach, dat indringend en veelomvattend toont hoe extreem én structureel van aard het geweld was.

Versluierd daderschap

Wat Niels Mathijssen opvalt, als hij het leven van Joop Hueting bekijkt, is dat het amper ging over zijn eigen daderschap in interviews. “Terwijl hij aan het begin van die uitzending eigenlijk zegt: ik ben een oorlogsmisdadiger. Maar daar is nooit op doorgevraagd. Er is altijd gezegd: hij heeft zijn kameraden verklikt. Maar hij heeft ook zichzelf verklikt.”

In het boekje Oost-Indisch Doof stuitte Mathijssen op een interessante anekdote. De vrouw van Hueting zette zich in voor Amnesty International en toen ze er daar achter kwamen dat ze met Hueting getrouwd was, vroegen ze hem mee te doen aan een antimartelcampagne.

“Zijn reactie: ‘Heel vreemd: deze mensen begrijpen niet dat ik behoor tot het gilde der beulen’.” Volgens zijn dochter Wahab moet hij dat met een glimlach gezegd hebben, omdat hij later wel veel voor Amnesty heeft gedaan en ook wetenschappelijke artikelen over folteren schreef, vertelt ze.

Maar dat op Huetings daderschap in ieder geval geen nadruk kwam te liggen, is volgens Mathijssen ook een vorm van doofpot - daarover praten ligt gevoelig, ook nu nog. “Hueting was een echte vechtsoldaat, een diehard, zo noemt hij zichzelf. Maar in de beeldvorming kennen we die kant van hem niet.”

Tendens in veel schrijfsels

Waarom niet? Mathijssen zoekt de verklaring hiervoor in de problematische relatie die Nederland heeft met daderschap, omdat het idee van slachtofferschap, zoals in de Tweede Wereldoorlog - dat belangrijke morele ijkpunt - er enorm ingebakken zit. Hij ziet het ook in de brieven aan de Vara terug. Wie was Hueting om Nederlanders van Duitse praktijken te betichten, was de tendens in veel schrijfsels.

Die houding van toen ziet Mathijssen nog steeds terug. Bijvoorbeeld als het gaat om de discussies rond de film De Oost over de twintigjarige soldaat Johan, waarin het nota bene gáát over daderschap, maar niet in het debat dat erna loskwam, ziet hij. “Hoe het nou kan dat gewone jongens vreselijke dingen zijn gaan doen, die vraag wordt weinig gesteld met betrekking tot de oorlog in Indonesië”, zegt hij.

Ook niet in het grote Indonesië-onderzoek dat donderdag verschijnt, iets wat hij betreurt. “Ik vrees dat Nederlanders nog steeds niet klaar zijn voor dit onderwerp. Er is nauwelijks gesprek over koloniaal daderschap op individueel niveau, op een manier zoals de Holocaust en de Vietnamoorlog wel zijn uitgeplozen.”

In een ongedateerd typoschrift dat zich bevindt in het privéarchief van Hueting en is opgenomen in het boek Revolusi, schreef de beroemd geworden veteraan dat oorlog ‘dodelijk vermoeiend’ en ‘ontzettend angstig’ is. ‘Een gevecht is een groot gat dat naar aarde ruikt, waarin je ontzettend zweet en hijgt, en bang bent, en de tijd er niet meer is.’ Hij schreef ook dat oorlog een ieder vernedert, ‘en jezelf’.

Lees ook:

Collectief wegkijken gaf Nederlandse militairen ruimte voor structureel, excessief en extreem geweld in Indonesië

Nederlandse militairen gingen zich in Indonesië aan extreem geweld te buiten. Dat geweld is nauwelijks bestraft, wat past in hoe Nederland zijn rol in de koloniale oorlog zag.

De kinderen van de hoofdrolspelers

Van Soekarno’s zoon tot de kleindochters van legercommandant generaal Spoor: documentair fotograaf Suzanne Liem zocht voor een serie de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog op. Lees hier de verhalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden