Het Korte Voorhout werd ook geraakt bij het bombardement van 3 maart 1945.

75 jaar laterBombardement Den Haag

De identificatie van de slachtoffers na het bombardement op Bezuidenhout loopt nog altijd

Het Korte Voorhout werd ook geraakt bij het bombardement van 3 maart 1945.Beeld Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Honderden mensen kwamen om op 3 maart 1945 – dinsdag precies 75 jaar geleden – door een bombardement op de wijk Bezuidenhout. Wie waren de slachtoffers? Stichting WO2 Sporen probeert die vraag nog altijd te beantwoorden.

Ronald Klomp, archiefspeurder en medeoprichter van Stichting WO2 Sporen, vond vorig jaar een briefje over de vermoedelijke dood van twee dames in het Haags Gemeente Archief. De zussen Guldenberg, beiden de zeventig gepasseerd, zouden op 3 maart 1945 tijdens het bombardement op Den Haag zijn omgekomen, is zijn vermoeden na lezing. Zijn stichting zoekt al jaren in archieven naar sporen van slachtoffers van het bombardement op de Haagse wijk Bezuidenhout en het Korte Voorhout, dat honderden ­levens kostte. Met succes, zegt Klomp, de slachtofferlijst wordt steeds completer.

Klomp en enkele andere vrijwillige archiefonderzoekers geven die informatie door aan de Stichting 3 maart ’45, die jaarlijkse herdenkingen organiseert. Die Britse bommen op Bezuidenhout waren bedoeld voor Duitse raketinstallaties, maar misten hun doel. Vandaag is dat precies driekwart eeuw geleden en wordt er in Den Haag uitgebreid bij stilgestaan.

Beeld Louman & Friso

In de hitte en het puin zijn mensen verdwenen van wie niemand weet

In de chaos na het bombardement, in de hitte en het puin zijn mensen verdwenen van wie niemand weet, zegt Klomp aan zijn eettafel in Den Haag. “Zoals de zussen Guldenberg.” Klomp beschrijft de inhoud van de notitie over hen, die hij aantrof in de correspondentie van de gemeente. Louisa en Anna Guldenberg, beiden in 1945 de zeventig jaar gepasseerd, verlieten op 3 maart 1945 hun woning aan de Emmastraat 150, verklaart een zekere Jan-­Willem Deetman, diaken van de Nederlands Hervormde Kerk. Het staat op een getypt papiertje uit juli 1947. Na die derde maart heeft deze Deetman nooit meer iets van de twee ­oude dames vernomen, meldt hij twee jaar na het bombardement aan de gemeente. “Hetgeen zeer bevreemdend is”, schrijft hij. Hij stond in nauw contact met de zussen.

De gemeente heeft meer van dit soort ­briefjes, zegt Klomp. Ze gaan over onbekende oorlogsslachtoffers en met deze notities over vermissingen is volgens hem hoogstwaarschijnlijk verder nooit meer iets gebeurd. “In 1947, toen deze diaken zich meldde, waren de dossiers over het bombardement van 3 maart 1945 al gesloten.”

De verklaring van Jan-Willem Deetman over de dood van de zussen Guldenberg.Beeld Haags Gemeentearchief / Stichting WO2 Sporen

Is de opgave van vermissing van twee dames door een diaken voldoende bewijs dat de zusters slachtoffer waren van dit bombardement? Klomp durfde het op basis van deze ene bron niet aan te nemen. Toch staan ze vandaag wel degelijk op de lijst met slachtoffers, want er is een tweede bron gevonden die over de ­dames vertelt, zegt Klomp.

Elders in het archief van Den Haag kwam in juni 1946 een briefje terecht. Daarin vertelt een ambtenaar dat zich een heer Meijer meldde, blijkbaar een inwoner van het pand, waar ook de zussen woonden. Hij overleefde de bommen. De dames, zo beschrijft hij, liepen die 3 maart 1945 ongeveer honderd meter van hem vandaan, toen tussen hen in een bom viel. Daarna had hij niets meer van ze gehoord.

Daarmee mogen de twee op de slachtofferlijst van het bombardement. Klomp: “Daar leggen wij de grens: minimaal moeten er twee ­primaire bronnen zijn voor een vermist persoon als slachtoffer wordt erkend.”

Herdenking, 75 jaar na het bombardement

Dinsdag 3 maart begint om twaalf uur in de Christus Triumfatorkerk in Den Haag de herdenking van het bombardement op Bezuidenhout met een korte gebedsdienst. Om 13.30 uur volgt een ceremonie met kranslegging en toespraken van de burgemeester en ooggetuigen. Ook worden gedichten van scholieren voorgedragen bij het Juliana van Stolbergmonument in de getroffen wijk.

Al enkele jaren probeert Klomp met zijn Stichting WO2 Sporen de verhalen van alle slachtoffers van het bombardement op het Haagse Bezuidenhout te achterhalen. De speurders van de stichting brengen veel vrije tijd in archieven door. Steeds gedetailleerder wordt het beeld van wat zich die dag afspeelde.

Het eerste luchtalarm klonk ’s ochtends om twee over acht en de laatste bommen vielen om tien voor een in de middag. De Britse bommenwerpers mikten op V2-installaties van de Duitsers, maar kregen verkeerde coördinaten, zo wil althans de meest gehoorde verklaring. Naar de oorzaak doet Klomp geen onderzoek, naar de slachtoffers wel.

In die woelige laatste maanden van de oorlog heersten chaos en honger

Hoeveel mensen in deze wijk woonden op het moment van de bommenregen is onbekend. “Het was een goede welstandswijk, een chique wijk, zeg maar”, typeert hij Bezuidenhout. In die woelige laatste maanden van de oorlog heersten chaos, honger en verhuisden mensen geregeld.

In de weken voor 3 maart lieten al zo’n tweehonderd mensen het leven door verdwaalde bommen, zegt Klomp. “Ik heb mensen gevonden die in een huis aan de Bezuidenhout zaten, juist omdat hun eigen woning eerder was getroffen door een bom. Ze zijn overleden door een tweede bom, op hun vluchtadres.”

Klomp: “Tijdens het bombardement gingen de hulpdiensten het getroffen gebied niet direct in, dat was te gevaarlijk. De mensen moesten zichzelf en hun geliefden zien te redden. Wie uit het puin kwam, deed een poging ook huisgenoten te vinden, begon soms zelfs te graven.” De gemeente Den Haag en de omringende gemeenten konden de grote hoeveelheid lijken niet aan. “Het lag overal al vol met bombardementsslachtoffers en hongerdoden van de voorgaande dagen en weken.”

Een schoolgebouw in Den Haag en een ­badhuis in Voorburg deden dienst als mortu­arium. “Eén dokter deed honderden schou­wingen”, zegt Klomp. “De identificatie van de slachtoffers was een groot probleem. Daar vonden ze een voet, daar een arm. Beender­resten werden aangeleverd bij het Identifi­catiebureau Zuidwal in emaillen pannen, (akte)tassen, toiletemmers, groentekistjes, ­radiobekistingen, enzovoorts.”

In een loods werden beenderen opgeslagen, met andere spullen, zoals een bos sleutels of een stuk van een ballijnen korset. Misschien dat familieleden die later zouden herkennen. 

Bombardement was een vergissing van de geallieerden

Het bombardement was het gevolg van een opeenstapeling van fouten. Het waaide veel harder dan verwacht, er werden verkeerde coördinaten gebruikt en er was sprake van miscommunicatie. Dat zijn de meest genoemde oorzaken in studies en boeken die zijn geschreven over de ramp die Den Haag op 3 maart 1945 trof.

De geallieerden hadden het ­gemunt op V2-raketinstallaties in het Haagse Bos, maar door die vergissingen liep het mis, met honderden doden, gewonden en daklozen als gevolg. Toch zijn er nog vragen over de oorzaak onbeantwoord, zegt onderzoeker Ronald Klomp. “Je ziet het op debatfora op internet: mensen blijven vragen stellen over hoe dit kon gebeuren.”

Klomp deed onderzoek naar de slachtoffers, niet naar oorzaken. Hij vond meerdere getuigenissen waarin wordt gesproken van beschietingen, niet alleen van vallende bommen. “Ik heb geen idee hoe dat kan, ik constateer het alleen”, zegt hij. “Er zijn nog veel tegenstrijdigheden rondom dit bombardement waar opnieuw onderzoek naar zou kunnen worden ­gedaan.”

Over het aantal slachtoffers doen volgens Klomp verschillende verhalen de ronde; de meeste schattingen liggen tussen 450 tot 550 doden. “Er is niet altijd bijgehouden wie zwaar gewond was als gevolg van het bombardement en later overleed. Best begrijpelijk in de hectiek van de oorlog, maar daardoor ontstond een scheef beeld van het aantal slachtoffers. Zomaar wat getallen roepen zonder namen te noemen, is niet ons ding.”

Het speuren in archiefdozen van talloze ziekenhuisregisters, begraafplaatsen, gemeenten en bij mensen thuis leverde nieuwe namen op. Klomp weet dat er minstens 533 slachtoffers zijn. Dat is inclusief zestien doden in de nacht van 3 op 4 maart, toen ook nog een V2 in ­Bezuidenhout neerkwam.

De verhalen van slachtoffers zijn vaak dramatisch

Op websites, van onder meer de Oorlogs­gravenstichting, staan de vaak dramatische verhalen van slachtoffers. Neem de eerste naam: Adèr. Klomp: “Johannes Adèr kwam vast te zitten onder het puin. Hij leefde nog en heeft gesproken met zijn vrouw en dochter. Hij zei dat ze snel hulp moesten halen, omdat het puin waar hij onder lag, begon te branden. Hij is dus levend verbrand. Heel aangrijpend.”

Er kunnen nog altijd meer slachtoffers zijn van dit bombardement, denkt Klomp. “Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat die nog uit bronnen van het Haags gemeentearchief komen, want dat hebben we echt doorgeploegd.” Toch houdt het onderzoek nooit op, denkt hij. Er kan altijd een nieuw feit opduiken dat naar een slachtoffer van het bombardement op Bezuidenhout verwijst. “Alleen al in Den Haag zijn nog zo’n 2500 onbekende, nooit geïden­tificeerde slachtoffers van bombardementen, landmijnen, honger, zelfmoorden en liquidaties.”

‘Mijn dochter werd aldaar in de gang doodelijk getroffen’

Op 2 mei 1945 vertelde Hendrik Mulder zijn ooggetuigenverslag aan de politie. De volgende  tekst komt uit het proces-verbaal.

Twee jonge slachtoffers: Henrica Mulder (17) en haar buurmeisje Barta (Niny) Beek (23 jaar). ‘Op 3 maart 1945, te omstreeks 8 uur bevond ik (Hendrik Mulder) mij met mijn vrouw en dochter (Henrica Mulder) in mijn woning perceel Schenkstraat 232 alhier. Op dat moment vielen er in het Bezuidenhout reeds bommen. Ik ben met mijn dochter in de gang van mijn woning gaan staan, daar ik de kamers te gevaarlijk vond. Mijn vrouw begaf zich nog even naar de voorkamer. Ongeveer een half uur later kwam het meisje van BEEK bij mij vragen of zij bij ons mocht schuilen daar er van haar familie niemand thuis was. Na eenige oogenblikken viel er in de achtertuin van mijn huis een bom die de keuken gedeeltelijke vernielde. Het meisje van BEEK zeide toen, “Ik ga even kijken of er bij mij iets kapot is.” 

Ik wilde met mijn gezin het huis verlaten, doch op dit oogenblik werd er vanuit vliegtuigen geschoten. De kogels vlogen bij mij door de gang en voorkamer. Mijn dochter werd aldaar in de gang doodelijk getroffen. Ik heb daarop mijn dochter naar buiten gedragen en voor het perceel op straat gelegd, alwaar zij korten tijd later is overleden. Op een afstand van ongeveer 5 meter vanaf de plaats waar ik mijn dochter had neergelegd zag ik het meisje van BEEK. Zij was ook getroffen door uit de vliegtuigen afgeschoten kogels en was in het gezicht deerlijk verminkt. Ik constateerde dat zij was overleden. 

Ik heb daarop mijn vrouw weggebracht. Toen ik ­terug kwam zag ik dat er in de onmiddellijke nabijheid van mijn woning 5 bommen waren gevallen en het huis was ingestort. De lijken van mijn dochter en het meisje van BEEK waren onder het puin bedolven. Na eenigen tijd, de juiste datum weet ik niet meer, ben ik met eenige werklieden in het puin van mijn woning gaan graven en heb aldaar de beenderresten van de bedoelde meisjes gevonden.’

Het grafregister van de Bonifatiusparochie in Rijswijk bevestigt het verhaal van Hendrik Mulder over het lot van Henrica.Beeld Bonifatiusparochie Rijswijk

Lees ook:

Bommen op Den Haag , een ‘vergeten’ vergissing

Vijftig jaar na het bombardement op Bezuidenhout,  in 1995, werd ook al uit dit artikel in Trouw uit die tijd. 

Geallieerde bommen maakten de meeste slachtoffers: ‘Ik zie de lichamen nog liggen’

Hengelo werd in de Tweede Wereldoorlog tientallen keren getroffen door geallieerde bommen, net als veel andere Nederlandse steden. Over de ‘vergissingsbombardementen’ werd niet gesproken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden