Drugsput op de Brabantse Wal, eind maart ontdekt door boswachter Erik de Jong.

ReportageDumpingen

De grootste drugsput uit de Nederlandse geschiedenis is gevonden in een kwetsbaar natuurgebied

Drugsput op de Brabantse Wal, eind maart ontdekt door boswachter Erik de Jong.Beeld Erik de Jong

Een stuk natuurgebied op de Brabantse Wal is zwaar verontreinigd, nadat criminelen enorme hoeveelheden drugsafval ondergronds loosden. Deze ontdekte ‘drugsput’ tekent de steeds roekelozere manier waarop criminelen hun chemicaliën storten.

Met zijn donkergroene Suzuki Jimny rijdt boswachter Erik de Jonge over onverharde ­paden op de Brabantse Wal. Het met hellingen omgeven natuurgebied staat volop in bloei, de vogels fluiten aan een stuk, maar De Jonge kijkt ernstig. Onderweg wijst de boswachter om de haverklap plekken aan waar hij onlangs dumpingen van drugsafval ontdekte. “Hier langs de weg vonden we in december nog vaten chemicaliën. En daar verderop was het in januari raak, ook drugsafval.”

Deze dumpingen van chemicaliën, het restproduct van de productie van synthetische drugs, zijn deze ochtend ‘slechts’ de opmaat naar wat De Jonge een nachtmerrie noemt. We zijn op weg naar een in maart ontdekte ondergrondse ‘drugsput’ op de Brabantse Wal, een natuurgebied in West-Brabant dat zich uitstrekt tot de Belgische grens.

Hoewel hij de omvang van de verontreiniging door de megalozing nog nauwelijks kan overzien, weet De Jonge nu al: “Dit is de grootste drugsafvalstort in de natuur die ooit is ontdekt in Nederland. Een drama waar we al langer bang voor waren.” Er zijn langdurig – mogelijk jarenlang – chemicaliën gedumpt. De locatie van de put vol chemisch afval moet voorlopig strikt geheim blijven, drukt de boswachter op het hart. Hij is vanuit zijn rol als boswachter nauw betrokken bij de zaak. “Er loopt nog een politieonderzoek van de landelijke recherche en dat mag op geen enkele manier in gevaar komen.”

In natuurgebied de Brabantse Wal vond boswachter Erik de Jonge onlangs een enorme drugsput waar drugsafval in is gedumpt.  Beeld Roos Pierson
In natuurgebied de Brabantse Wal vond boswachter Erik de Jonge onlangs een enorme drugsput waar drugsafval in is gedumpt.Beeld Roos Pierson

Het natuurgebied waar De Jonge al veertien jaar werkt, mag je gerust een van dé drugsdumpplaatsen van ons land noemen. In het gebied, eigendom van Brabants Landschap, vinden jaarlijks 300 afvaldumpingen plaats, de helft daarvan is drugsgerelateerd. “Extreem”, noemt hij het in vergelijking met andere natuurgebieden. “Het overgrote deel bestaat uit hennep, het andere deel is afval afkomstig van de productie van synthetische drugs zoals xtc en amfetamine.”

Niet zo gek, Noord-Brabant is de provincie waar de meeste drugslaboratoria worden ontdekt (vorig jaar 31). De Jonge heeft dan ook meer weg van een rechercheur dan van een boswachter, maar wel een die vecht tegen de bierkaai. “Mijn directeur maakt zich vaak zorgen, criminelen die dit doen, behoren toch tot de zware misdaad.”

Eerder die ochtend laat De Jonge op zijn kantoor in het bezoekerscentrum van de Brabantse Wal weten dat het menens is. “Geen beschrijvingen en foto’s die herleidbaar zijn naar de locatie, geen interviews met landeigenaren in de buurt en geen woord over de exacte locatie”, klinkt het streng. Hij heeft vooraf ruggespraak gehad met de landelijke recherche, die nog volop onderzoek doet naar wat zich heeft afgespeeld rond deze grote drugsafvallozing. Daarover moet de boswachter zijn mond nog houden.

‘De dampen waren zo sterk, je moest gelijk een gasmasker op’

Het begon allemaal met een telefoontje op 23 maart dit jaar. Een rechercheur belde met De Jonge. De boodschap: ‘Er is een politieonderzoek bezig op de Brabantse Wal, je moet onmiddellijk komen’. Wat de aanleiding is dat de politie juist daar met een onderzoek bezig was, moet de boswachter nog even geheim houden.

Terwijl het politieonderzoek gaande was, rook De Jonge in het bos een sterke chemische geur. Na even speuren viel zijn oog op een bergje takken. “Het waren takken van loofbomen, terwijl het bos volstaat met naaldbomen. Dat vond ik gek.” Hij haalde de takken weg. “Ik stuitte op een soort tapijt. Nadat ik het aan de kant trok, rook ik een zure, zwaar chemische lucht. Het rook heel ongezond. De dampen waren zo sterk, dat je eigenlijk gelijk een gasmasker op moest.”

Nu, tweeënhalve maand later, is De Jonge terug op de plek des onheils. Hij groet vier bodemonderzoekers aan de rand van een stuk bos. Zij zijn bezig met nauwkeurig onderzoek naar de omvang van de lozing. De boswachter springt daarna over het prikkeldraad, sluipt door een paar struiken en wijst vervolgens naar een rood-wit lint. Het stuk plastic kronkelt in een wijde cirkel om een gat van ongeveer anderhalve meter diepte. “Hier onder de grond is een enorme hoeveelheid zwaar chemisch afval van de hoogste categorie gestort”, vertelt hij.

Hij trof in het gat een soort zwarte chemische prut aan van 1,20 meter. “Dat is de substantie die achterblijft als je dit soort drugsafval loost”, verduidelijkt hij. Het duidt op een lozing van duizenden liters aan chemische vloeistoffen, die weglekken in het natuurgebied. En dat kan, omdat het hier gaat om een zogenoemde ‘droge zandkop’. De Jonge vergelijkt de grond met een toilet. “Wie een gat graaft, kan er vandaag 1000 liter chemicaliën in laten verdwijnen. En morgen weer, en die dag daarna weer. Het is een bodemloze put.”

Iets verderop is een winningsgebied voor drinkwater. “Het moet zo snel mogelijk gesaneerd worden, maar dat kan nog niet omdat we nog niet weten hoe wijdverspreid het is.” Hij somt aangetroffen stoffen op als benzeen, tolueen, propanal en aceton. ­“Torenhoge waardes, die gevonden zijn tot aan de kleilaag op 6 meter diepte. Na elk nieuw onderzoek blijkt de verontreiniging nog wijder verspreid dan we al dachten.”

Bodemexperts in oranje overalls

Overal zijn peilbuizen geslagen. De vier bodemexperts in oranje overalls, witte helmen en zwarte oorschelpen slaan een nieuwe witte buis in de grond. De boswachter wijst. “Daar, zo’n 26 meter van het gat, is ook gemeten, op 7 meter diepte. Er is daar meer verontreiniging gevonden dan in de buurt van het gat. Daar moet nog meer aan de hand zijn en stelt ons voor nieuwe raadsels.”

Bodemdeskundigen zijn bezig met onderzoek op de Brabantse Wal. Er worden peilbuizen geslagen om de verontreiniging in kaart te brengen.  Beeld Roos Pierson
Bodemdeskundigen zijn bezig met onderzoek op de Brabantse Wal. Er worden peilbuizen geslagen om de verontreiniging in kaart te brengen.Beeld Roos Pierson

Minder dumping, meer drugslabs

De ondergrondse megadumping op de Brabantse Wal is kenmerkend voor een verschuiving in drugsafvalland. De ‘traditionele’ stort van vaten met chemicaliën langs een bosweggetje, maakt plaats voor steeds inventievere manieren van criminelen om van drugslaboratoriumafval af te komen.

In de cijfers van de politie is goed te zien dat het aantal traditionele vatenvondsten terugloopt. In Noord-Brabant kwam de politie in 2018 109 keer een zelfgemaakte vuilnisbelt tegen met afval van de productie van synthetische drugs. Vorig jaar liep dat terug tot 55. Ook in het landelijke beeld is die afname terug te zien (zie grafiek).

Maar er is iets geks aan de hand: terwijl de drugsvuilvondsten dalen, stijgt in Noord-Brabant het aantal opgerolde drugslaboratoria, van 22 in 2018 naar 31 vorig jaar. “Het is aannemelijk dat criminele organisaties andere werkwijzen hanteren om zich te ontdoen van het afval”, zegt Max Daniel, portefeuillehouder drugs bij de Nationale Politie.

Landelijke cijfers dumpingen drugsafval

Landelijke cijfers aantal ontdekte drugslabs en dumplocaties.  Beeld brechtje rood
Landelijke cijfers aantal ontdekte drugslabs en dumplocaties.Beeld brechtje rood

Niet de traditionele vaten langs een landweggetje dumpen in het bos, maar afval lozen op het riool, in een ondergrondse put, achterlaten op locaties van drugslabs of in een loods. Daniel: “De ‘ouderwetse’ manier van dumpingen van vaten in een bos valt op. Burgers zijn alerter op busjes of aanhangers in natuurgebied en maken sneller melding.”

Niet te overziene opruimkosten

En dus zoeken criminelen naar veiligere manieren waarbij de pakkans kleiner is. Waterschappen in vooral het zuiden van het land zijn al beducht op drugsafval in het riool. Onderzoeker Thomas ter Laak van wateronderzoeksinstituut KWR doet onderzoek naar deze vorm van lozingen.

Het begon bij rioolwateronderzoek naar drugsconsumptie, maar al snel kwamen onderzoekers erachter dat bij onderzoek in de regio Eindhoven grote hoeveelheden drugsresten en chemicaliën voorbijkwamen in de zuivering. “We zagen dermate hoge pieken, dat we met zekerheid konden zeggen dat het ging om drugsproductie”, vertelt Ter Laak. “Daarbij zagen we ook patronen ­waarbij steeds op dezelfde dag werd geloosd. We zagen de eerste jaren vooral amfetamine en xtc in de lozingen, de afgelopen twee jaar kwamen er opeens resten van crystal meth bij.”

De gevolgen kunnen groot zijn. Een afvalwaterzuivering in het Brabantse Baarle-Nassau raakte volledig ontregeld door grote hoeveelheden drugsafval en moest worden gereinigd. Bij zuiveringen komt het verontreinigde afvalwater uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht.

Zwaartepunt van de productie

Volgens Ter Laak kunnen overheden veel meer uit dit soort onderzoek halen, mits er op meer plekken wordt gemeten. Tot nu toe gebeurt het incidenteel, maar Ter Laak zou graag gebruikmaken van de infrastructuur die er sinds vorig jaar ligt voor metingen naar het coronavirus bij alle 314 afvalwaterzuiveringen. “Als je het landelijk structureler meet, levert dat tactische informatie op. Je kunt aan lozingen namelijk zien waar het zwaartepunt van de productie ligt.”

Het afnamen van een monster voor rioolonderzoek naar drugsafval. Beeld KWR
Het afnamen van een monster voor rioolonderzoek naar drugsafval.Beeld KWR

De opruimkosten voor natuurorganisaties, waterschappen en andere land- en loodseigenaren zijn intussen niet te overzien. Op het terrein van het Brabants Landschap kosten traditionele dumpingen tussen de 4000 en 40.000 euro (jaarlijks gaat het om enkele tonnen). Dat ligt bij de nieuwste ondergrondse afvalvondst heel anders. De Jonge wil zich nog niet wagen aan exacte bedragen, maar het is een feit dat het werk nu in de buurt komt van wat de totale schade normaal is. En dan is de sanering nog niet eens begonnen.

De overheid dwingt de natuurorganisatie om zo snel mogelijk te saneren. De Jonge: “Het stuk bos is zo groot, dat afgraven onmogelijk lijkt. Dan moet je alles hier kappen.” Een alternatief zijn damwanden en eeuwigdurende nazorg met grote finan­ciële gevolgen. Die komen terecht bij de natuurorganisaties. Er is weliswaar een potje om landeigenaren te compenseren, maar de spelregel is dat er maximaal 25.000 euro per keer wordt uitgekeerd. “Dat is natuurlijk bij lange na niet genoeg.”

Maar het ergst vindt De Jonge nog de tijd en energie die hij erin moet steken, die ten koste gaat van de natuur. “Al die tijd en energie is slopend, je loopt hier echt op leeg.” De nachtmerrie is voorlopig niet voorbij. “Ik ben hele dagen met die rotput bezig en het einde is nog lang niet in zicht.”

Compensatie voor dumpingen drugsafval

In de provincie Noord-Brabant vinden de meeste drugsdumpingen plaats. Om landeigenaren te compenseren begon de provincie enkele jaren geleden als eerste met een speciale regeling om geld uit te keren aan landeigenaren die werden gedupeerd door een dumping. Inmiddels heeft minister Grapperhaus 1 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld. Vorig jaar is ruim 293.000 euro toegekend aan particulieren en gemeenten uitgesmeerd over 38 dumpingen in 2019 en 2020. Landelijk is 700.000 euro uitgekeerd.

Inmiddels is de provincie Brabant ook geïnformeerd over de grote vondst op de Brabantse wal. “Dat dit in de Brabantse natuur gebeurt, vind ik echt verschrikkelijk”, steekt gedeputeerde Wil van Pinxteren van wal. “Ik begrijp dat er grote zorgen zijn, dit is niet meer in proportie.” Een dumping van deze orde valt in de buitencategorie, waarbij aanspraak maken op de subsidiepot bij lange na niet genoeg zal zijn. Toch wil de gedeputeerde niet vooruitlopen op eventuele financiële hulp. “Daar moeten we eerst het gesprek over voeren.”

Lees ook:

Gemiddeld een keer per week wordt er drugsafval gedumpt in het riool van Eindhoven

Om er onzichtbaar van af te komen, lozen criminelen drugsafval deels via het riool. In de regio Eindhoven is daar nu onderzoek naar gedaan. Het gebeurt er gemiddeld één keer per week.

De hele wereld slikt Nederlandse pilletjes - en het afval ligt op straat

In een week tijd stuitten politie en brandweer op acht dumpingen van drugsafval. Een nieuw dieptepunt in een toch al druk jaar. De chemische troep zorgt voor levensgevaarlijke situaties, dus trekt de minister extra geld uit voor opsporing. Wat is er aan de hand?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden