Import-Kuunderse Jan Paul Hulsenbek (r) in de moestuin in gesprek met Herman Snelder, die al ruim 20 jaar in het dorp woont.

ReportageDorpsleven

De groeiende kloof tussen stad en platteland is voelbaar in Kuinre

Import-Kuunderse Jan Paul Hulsenbek (r) in de moestuin in gesprek met Herman Snelder, die al ruim 20 jaar in het dorp woont.Beeld Sjaak Verboom

De groeiende kloof tussen het platteland en de (Rand)stad is in het Overijsselse Kuinre voelbaar in de moestuin, bij de slager en op het boerenerf. ‘Maar wij leren ook van de stad.’

Stefan Keukenkamp

In een kas op het volkstuincomplex van Kuinre zit Herman Snelder op zijn hurken. Pluk, pluk, pluk. Het zijn de laatste tomaten van het jaar. “Het mag dan einde seizoen zijn, ik eet nog dagelijks uit de moestuin”, zegt hij trots.

Snelder draagt de tomaten naar de ‘kassa’, een klein houten huisje op het terrein met een gleuf voor muntgeld. Eten uit de moestuin is belangrijk voor ‘Kuundersen’ die al generaties lang in het Overijsselse dorp wonen. “Van oudsher gaat het hier om eten produceren”, zegt Snelder. “Het levert ook geld op voor de verenigingskas.”

De Achterhoeker woont al ruim 20 jaar in Kuinre en ziet dat de laatste jaren een andere wind waait door de moestuin. Daar is Jan Paul Hulsenbek medeverantwoordelijk voor. Hij verhuisde vijf jaar geleden met zijn man vanuit de provincie Utrecht naar Kuinre. Hulsenbek tuiniert net als meer ‘import-Kuundersen’ op een heel andere manier. Met pompoenen en Oostenrijkse bloemen. Zonder gif en kunstmest.

“Daar hebben we best wel eens discussie over”, zegt Hulsenbek. Snelder knikt. “Kuundersen richten hun tuin heel anders in. Bij mensen uit de stad draait het minder om productie. Zij hebben het wel moeilijker zonder Roundup (middel voor onkruidbestrijding, red.). De strijd met het onkruid kun je niet altijd winnen.” Hulsenbek haalt zijn schouders op. “Ach, het is niet erg als iets mislukt.”

Remkes ziet groeiende kloof

De moestuin ligt aan de rand van Kuinre ingeklemd tussen de Bouwdijk en de Linde die ooit uitmondde in de Zuiderzee. Het dorp van ruim 900 inwoners ligt in de nok van Noordwest-Overijssel en behoort net als 30 procent van Nederland tot het platteland. Het platteland voelt een groeiende kloof met de stad en in het bijzonder ‘Den Haag’, constateerde Johan Remkes onlangs in zijn rapport over de stikstofaanpak.

null Beeld Bart Friso
Beeld Bart Friso

Die kloof kenmerkt zich door verschillen op het gebied van culturele waarden, economische positie en de leefbaarheid die onder druk staat. Een kloof die in Kuinre zichtbaar is, al voelen sommige inwoners al grote afstand met het hun gemeentebestuur in Steenwijk, 25 kilometer verderop. “Dan is Den Haag wel heel ver weg”, zegt Hilbert Veenstra (40) terwijl hij de zaag in een stuk rund zet.

Runderen aan plafond

Veenstra verwerkt midden in het dorp “alles met een hartslag”, maar meestal runderen. “Hier op het platteland fokken we een kalf op om het na twee jaar in de diepvries te leggen”, zegt hij. “Kun je in de stad niet verkopen, toch? Bij westerlingen krijgt het kalfje een naam en binnen een week is het een huisdier.” Het platteland is een stuk nuchterder, wil hij er maar mee zeggen.

Vlees is belangrijk in een dorp waar veel inwoners een link hebben met de boeren in de omgeving. Je ziet het overal terug. Wie de zwaarste groente teelt in de moestuin, wint een vleespakket. Tijdens de stamppotavond in voorbereiding op het Kuunderfeest was er één vegetariër: Hulsenbek van de moestuin.

Jelte Mulder helpt nog altijd graag mee in de vleesverwerker als de geslachte runderen op maandagochtend binnenkomen. Beeld Sjaak Verboom
Jelte Mulder helpt nog altijd graag mee in de vleesverwerker als de geslachte runderen op maandagochtend binnenkomen.Beeld Sjaak Verboom

In de zaak van Veenstra hangen de karkassen netjes op een rij aan het plafond. “Er zitten er twee tussen van ruim 400 kilo”, zegt zijn hulp Jelte Mulder trots. Hij snijdt de ossenhaas vakkundig uit het karkas.

De familie Mulder brengt al sinds 1869 vlees aan de man in het dorp. Jelte is inmiddels met pensioen, maar hij werkt nog maar al te graag mee in het bedrijf van Veenstra. “De gedachte is hier: wie niet goed zorgt voor de beesten krijgt ook geen goed vlees.”

Stad dringt mening op

Mulder weet veel over Kuinre. Hij is onlosmakelijk verbonden met het dorp en ziet de laatste jaren meer nieuwkomers. Niets mis mee, maar ze moeten wel rekening houden met de tradities en gebruiken, waarschuwt Mulder.

“Vaak zie je dat juist de nieuwelingen hun vinger opsteken als een functie vrijkomt in een bestuur”, zegt hij. Het is goed dat ze iets doen voor het dorp, maar: “Ze zijn welbespraakt en dringen graag hun mening op.”

Een andere zorg in het dorp is de leefbaarheid. Al vijftien jaar is er geen nieuwbouwproject meer gerealiseerd en de voorzieningen staan onder druk. Wie ’t Kuunders Kwartiertje openslaat, de dorpskrant, kan niet heen om de recente sluiting van de supermarkt in het dorp. De hoge energieprijzen waren de druppel.

De broer van Jelte Mulder, André, runt de slagerij achterin de inmiddels lege supermarkt. Het is een treurig tafereel. Wie een stukje vlees wil inslaan, moet eerst door het donker, langs lege witte stellingen en achtergebleven pakketjes van het gesloten pakketpunt.

De verdwenen supermarkt

Johan Remkes noemt die zorg in zijn rapport. De laatste voorzieningen verdwijnen, en dat heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid van het platteland. “Een gemis, een groot sociaal gebrek”, noemt Mulder het.

Aan de Henric de Cranestraat in Kuinre, vernoemd naar de graaf en roofridder van het dorp, barstte het ooit van de slagers, bakkerijen, kruideniers, maar ook kledingwinkels en later zelfs een vestiging van de Rabobank. Mulder: “Het is door de jaren heen allemaal verdwenen.”

Slagerij Mulder is alleen overgebleven in de onlangs gesloten supermarkt in Kuinre. Beeld Sjaak Verboom
Slagerij Mulder is alleen overgebleven in de onlangs gesloten supermarkt in Kuinre.Beeld Sjaak Verboom

Het voormalige vissersdorp floreerde ooit als handelsplaats met dank aan de gunstige ligging aan de voormalige Zuiderzee. De komst van de Afsluitdijk (1933) en de Noordoostpolder (1942) veranderde dat. Een beloofde sluis voor een verbinding met het IJsselmeer kwam er nooit, in de jaren erna verdween de handel en nijverheid langzaamaan.

Tankshop ’t Kuunders Kwartiertje is een van de laatste winkeltjes die er nog is. Marjan Smid (32) runt de winkel en is actief in het dorp, onder meer bij de Christelijke Partij Burgerbelangen (CPB).

Zeker niet racistisch

Over de verschillen tussen het dorp en de (Rand)stad hoeft Smid niet lang na te denken. “We zijn wel wat rechtser dan in de stad, en conservatiever misschien.” Ze zegt er gelijk achteraan dat de mensen hier zeker niet racistisch zijn. “In het dorp hangt een sfeer van leven en laten leven.”

Deze leus gebruiken meer dorpelingen. Smid wijst op de drie homostellen in het dorp. “Die worden volledig geaccepteerd, maar met regenboogvlaggen hebben we niet zoveel. Ons gevoel is dat het ons allemaal wordt opgedrongen.”

Die acceptatie voelt ook Herald Nobel, de man van Hulsenbek uit de moestuin. Hij is blij dat het stel het huis in Kuinre, een oude boerderij, vijf jaar geleden kocht. Nog voor de woningnood. “Anders lijkt het alsof wij anderen van hier verdringen.”

Vanaf het begin voelde hij zich thuis in het Overijsselse plaatsje. Toch blijft hij een buitenstaander, zo voelt dat althans. Volgens hem is er een duidelijk “gevoelsmatig verschil” tussen de generaties die hier al decennia wonen en zij die veel later naar het dorp kwamen. Oftewel: de import. “De vraag is wel wie dat precies zijn”, zegt Nobel. “In de 19de eeuw trokken inwoners van Schokland ook naar Kuinre, is dat dan ook nog import?”

Regenboogvlag en roze dienst

Laatst nog organiseerde hij een roze dienst in de protestantse kerk in Kuinre. “Heel mooi dat daar ruimte voor is, maar veel mensen uit het dorp kwamen niet. Eigenlijk wel jammer. We doen het ook voor hen.”

Vorig jaar hing Nobel voor het eerst een regenboogvlag op aan zijn gevel op coming-out-day. “Dat was wel even spannend. Steun krijg ik wel, maar dan van de usual suspects. Van mijn buurvrouw bijvoorbeeld, die oorspronkelijk ook niet uit het dorp komt.”

Het valt Nobel op dat de steun voor de boeren groot is. “Tijdens de boerenprotesten leek het wel Koningsdag, door al die omgekeerde vlaggen.” Zelf werkt hij in de Weerribben, het natuurgebied ligt op steenworp-afstand van Kuinre.

Inwoners zien op het oog dat de natuur helemaal niet lijdt. Dus wat is dan precies het probleem, klinkt het. Daar heeft Nobel moeite mee. “Misschien leggen we het niet goed uit? Of het is gewoon een te groot probleem om door te laten dringen.”

Een dorp zonder hiërarchie

De boeren en de natuur, het is een spanningsveld in een gebied waar die twee werelden zo dicht bij elkaar liggen. “De natuur is hier een vanzelfsprekendheid”, zegt Jacqueline Van den Hengel. “Of de natuur in een slechte staat is hier? Ik weet het niet.” De familie Van den Hengel runt als sinds 1971 een melkveehouderij in de Kuunderpolder. Inmiddels bestaat het bedrijf uit twee boerderijen, gerund door zoons Coen en Joost.

Vader Marien van den Hengel en zijn zoon Coen op het boerenbedrijf in de Kuunderpolder. Beeld Sjaak Verboom
Vader Marien van den Hengel en zijn zoon Coen op het boerenbedrijf in de Kuunderpolder.Beeld Sjaak Verboom

Voor Jacqueline is Kuinre een dorp zonder hiërarchie. “Er is geen achterstandswijk. Iedereen gaat naar dezelfde basisschool, vriendengroepen bestaan uit lager en hoger opgeleiden. Mensen begrijpen elkaar hier beter.” Ook in Kuinre is er diversiteit, in mensen en hun opvattingen, zegt haar man Marien. “De kloof tussen stad en platteland is niet zo scherp als Remkes het opschrijft”, vindt hij.

De stad inspireert

Het probleem zit volgens Marien niet zozeer in het verschil stad-platteland, maar meer in de groeiende kloof tussen Den Haag en de samenleving. Remkes beschreef het ook: er is te weinig gevoel dat ‘Den Haag’ echt begrijpt wat daar speelt.

“In de Tweede Kamer zitten 150 mensen die in hun leven in veel gevallen nauwelijks of nooit uitvoerend zijn geweest”, zegt Marien. “Ze maken wetten en regels, maar missen de ervaring van het zelf doen. In Den Haag hebben ze die blauwe plekken nooit zelf opgelopen, en die zijn juist zo hard nodig om te leren.”

In de moestuin aan de rand van Kuinre is Hulsenbek druk bezig met zijn palmkool. Zijn groenten en bloemen hebben andere Kuundersen inmiddels geïnspireerd. “Wij hebben zelfs je pompoenen al verkocht”, zegt Snelder. “O, ja?”, reageert Hulsenbek. Snelder lacht: “We beginnen het ook wel leuk te vinden om nieuwe dingen te proberen. Ik heb inmiddels al wel zes soorten aardappelen. Die verschillen zijn mooi. Zo leren we van elkaar.”

Kuinre is ouder dan Amsterdam

De geschiedenis van Kuinre gaat terug naar de periode rond 1100, toen vissers op een landtong de eerste huizen bouwden. Zij vestigden zich aan de monding van de Linde, een van de beste natuurlijke havens van de Zuiderzee. Roofridder Henric de Crane staat bekend als de eerste graaf van Kuinre en voerde een schrikbewind uit onder de Friezen.

In de eeuwen daarna kwam het dorp tot bloei door (boter)handel, maar werden Kuundersen ook bekend door piraterij. Het dorp is altijd afhankelijk geweest van het water, maar leed ook veel door overstromingen. Na de komst van de Afsluitdijk en de Noordoostpolder werd Kuinre een ‘vergeten dorp’, afgesneden van open water.

Lees ook:

Boerin en GroenLinks-Kamerlid hopen via serie brieven voorbij het vooroordeel te komen

Politici en boeren staan soms zó lijnrecht tegenover elkaar dat het amper nog tot een constructief gesprek komt. GroenLinks-Kamerlid Laura Bromet en melkveehouder Amber Laan willen juist de dialoog aangaan. Dat doen ze via een briefwisseling in de Verdieping.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden