Nationale controverse

De Gouden Koets staat nu in een museum, maar komt hij daar ooit nog wel uit?

De Gouden Koets bij het Amsterdam Museum Beeld Amsterdam Museum Monique Vermeulen
De Gouden Koets bij het Amsterdam MuseumBeeld Amsterdam Museum Monique Vermeulen

Na een restauratie van vijf jaar is de Gouden Koets weer te zien voor publiek. 18 juni opent in het Amsterdam Museum een tentoonstelling.

Iedereen kent haar, velen hebben er een mening over, maar slechts weinigen kennen de geschiedenis ervan: de Gouden Koets. “Ik heb nog nooit over zo’n geweldig object een tentoonstelling gemaakt”, zegt Annemarie de Wildt, conservator van het Amsterdam Museum. “Die koets biedt de mogelijkheid om zóveel verhalen te vertellen. Het hoogst actuele debat over wat te doen met beladen erfgoed kun je aan de hand van deze koets voeren – niet in abstracto, maar concreet, met dit controversiële object.”

De koets werd van nationaal symbool tot nationale controverse, toen tien jaar geleden protesten losbarstten over het zijpaneel ‘Hulde der koloniën’. Daarop presenteren onderdanige mensen uit de Oost en de West koloniale waren aan de koningin, of de Nederlandse maagd.

Van deze controverse was nog geen sprake in 2008, toen De Wildt in het Amsterdam Museum een expositie organiseerde waarop de Oranjes en ook de koets figureerden. “Die tentoonstelling ging over de haat-liefdeverhouding van Amsterdam met de Oranjes. We hadden ook een zaaltje ingericht over Oranje en de koloniën, waar de voorstudies van de panelen op de Gouden Koets hingen. Daar kwam weinig reactie op, heel opmerkelijk vond ik dat.”

De koets in limbo

Reacties opwekken is uitdrukkelijk de bedoeling van deze tentoonstelling, sterker: om die reden is er ook een ‘volksraadpleging’ aan de expositie verbonden. De Wildt: “De koets verkeert in een soort limbo: gaat ze nog gebruikt worden of niet? We gaan het land in met een mobiele ‘onderzoeksinstallatie’: een aantal panelen die informatie geven over de Gouden Koets. We vragen mensen wat ze ervan weten, en wat ze ervan vinden. Je kunt kaartjes invullen, een video inspreken, gericht op de vragen: kende je die geschiedenis, en wat vind jij, moet ze gebruikt blijven worden?”

De tour voert langs alle provinciehoofdsteden. De Wildt: “In december hebben we een try out gedaan in Den Haag, daar was ik zelf ook bij. Ik heb echt interessante, verrassende gesprekken gehad, variërend van iemand wiens broer in de koninklijke stallen had gewerkt, tot een zwarte vrouw die zei ‘Ik heb vaak langs de kant gewuifd naar die koets, maar ik had geen idee dat dit erop stond.”

Dat het Amsterdam Museum is uitverkoren om dit nationale icoon gerestaureerd en wel te tonen is logisch. De Gouden Koets was een Amsterdams initiatief, om precies te zijn van de Oranje Vriendenkring in de Jordaanse Willemsstraat. De Wildt: “Het verhaal wil, dat daar in 1896 het idee was ontstaan voor een gala-rijtuig, aan te bieden bij de inhuldiging van Wilhelmina die zou plaatsvinden in 1898. Emma (moeder van Wilhelmina en regentes totdat de kroonprinses achttien werd) reageerde in eerste instantie met de mededeling dat de koningin geen geschenken wenste te aanvaarden bij haar inhuldiging.”

De details van deze geschiedenis blijven in nevelen gehuld, legt De Wildt uit. “We hebben heel veel detectivewerk gedaan, maar blijven zitten met veel vragen. Er is zo’n idee dat Wilhelmina die koets niet wilde omdat ze hem niet mooi vond. Maar dat kan niet waar zijn: toen hij in eerste instantie geweigerd werd, was er nog helemaal geen ontwerp, er was alleen het idee om haar een galarijtuig te geven. We kunnen alleen maar speculeren over de ware redenen. Mogelijk had Emma al een koets besteld voor Wilhelmina. Die open koets, bekend als de crème calèche, heeft Wilhelmina gebruikt bij de inhuldiging.”

Een maand na de koninklijke afwijzing wilde Wilhelmina het geschenk toch aanvaarden, vertelt De Wildt. “Alleen niet bij haar inhuldiging, maar op een later tijdstip.” Vanaf dat moment kon er in ieder geval geld ingezameld worden, en kon de koets besteld worden, bij rijtuigenfabriek Spyker in Amsterdam.

Comité van heren

Om de koets alsnog aanvaard te krijgen moet er fiks gelobbyd zijn, denkt De Wildt. Door wie dat gebeurde kunnen we alleen vermoeden. Het oog valt daarbij op bankier Jan Herman van Eeghen en koopman Herman Jan Rahusen (bijnaam miljoenen-Jantje). De Wildt: “De Oranjevrienden uit de Jordaan hadden met andere volkswijken, Kattenburg en de Jodenbuurt, een comité gevormd. Niet veel later komt er ook een erecomité met heren. Van Eeghen is daarvan de voorzitter, en Rahusen de penningmeester. Zij hadden een interessante dubbelfunctie: allebei waren ze ook commissaris bij koetsenbouwer Spyker.”

Van Eeghen en Rahussen beheerden ook de gelden van de inzameling. Eén brief tussen Van Eeghen en Spyker is bewaard gebleven. “Daarin gaat het over de betaling van de termijnen, waaruit we afleiden dat de koets waarschijnlijk rond de 70.000 gulden gekost heeft – een enorm bedrag voor die tijd.

Het idee van het initiatief was: iedereen betaalt een kwartje. Maar dat bracht lang niet genoeg op. Vermoedelijk hebben Van Eeghen en Rahussen bijgepast. Hoeveel is niet duidelijk. Maar als de koets voorbij kwam, werd in de familie van Eeghen gezegd: ‘Kijk, daar gaat de koets van oom Jan’.”

De bemoeienis van de grachtengordel laat onverlet dat de koets een initiatief van onderop was. De Jordaan kende een rijke, volkse Oranjetraditie, zeker in de naar koning Willem I genoemde Willemsstraat. De Wildt: “Als de koning in Amsterdam was, toerde hij vaak door de Jordaan. We tonen in het museum een tekening van het lokaaltje van de Oranjevereniging, met een voorzitterstafel en vaandel aan de muur. Daar kwamen ze bijeen om Oranjeliederen in te studeren. Ook organiseerden ze er de erebogen die de straten sierden als de koning jarig was en bij een Oranje-jubileum.”

Maar niet heel de Jordaan was bij die gelegenheden één juichkreet. De Wildt: “De socialisten en anarchisten waren anti-Oranje. De monarchie vonden ze geldverspilling. Socialistische bladen ageerden heftig tegen het idee van de ‘Gouden Kwartjeswagen’: belachelijk om een koets te laten maken voor iemand die al 150 rijtuigen heeft.”

Het geborduurde hoesje van Emma

De Oranjeversieringen werkten bij hen als een rode lap op een stier, zoals omgekeerd die rode vlaggen de woede van de Oranjeklanten opwekten. De tentoonstelling illustreert dat met twee objecten van de Jordanese, zeer Oranjegezinde familie Mens. De Wildt: “Zij hebben tijdens het Palingoproer (1886) een rode vlag van een brug gehaald. Als dank voor dit optreden tegen de socialisten kreeg vader Leen Mens een koninklijke onderscheiding, en een sigarenkoker met een hoesje dat volgens de familie door Emma persoonlijk geborduurd zou zijn.”

De Oranjegezinden hadden jarenlang reikhalzend uitgekeken naar de achttiende verjaardag van Wilhelmina, waarop ze, acht jaar na de dood van haar vader koning Willem III, werd ingehuldigd. De Wildt: “Als er ook maar één halfbroer was blijven leven dan was die koning geworden. Wilhelmina was de eerste vrouw op de troon. Er werd betwijfeld of een vrouw dat wel zou kunnen, maar Emma heeft al het mogelijke gedaan om de harten en geesten van het volk te winnen: ze trok met Wilhelmina door het land, die overal openingen verrichtte en boten te water liet.”

Koningin Wilhelmina stapt uit de gouden koets op weg naar de Ridderzaal voor opening van de Staten Generaal in 1937.   Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo
Koningin Wilhelmina stapt uit de gouden koets op weg naar de Ridderzaal voor opening van de Staten Generaal in 1937.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

De dag na de inhuldiging kwam Wilhelmina de Gouden Koets bezichtigen. De Wildt: “Daar was het Paleis van Volksvlijt voor geregeld. We tonen fantastische foto’s waarop ze de koets bekijkt. Maar de koets blijft dan nog drie jaar bij de firma Spyker. Pas bij haar huwelijk in 1901 gaat hij eindelijk naar Den Haag, dan wordt de Gouden Koets de huwelijkskoets. Er ligt een oorkonde in de tentoonstelling waarop staat dat ze hem aanvaard heeft ter gelegenheid van haar huwelijk.”

De Oranjes moesten gezien worden als samenbinders – van alle klassen, maar ook van alle geloven. Dat maakt ook de koets duidelijk. De Wildt: “In het houtsnijwerk zie je een Bijbel, een kruis en het Joodse wetboek. In de tentoonstelling lichten we dat uit. Als de koets wordt aangeboden benadrukt dominee De Visser in zijn toespraak dat de Oranjeliefde alle geloven samenbrengt.”

Als de koets mensen nu nog samenbrengt, dan zijn het toch vooral degenen die zich binnen tegenovergestelde kampen bevinden. De rookbom die Provo’s in 1966 naar het rijtuig gooiden tijdens het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus was het eerste vege teken, in 2002 volgde een verfbommetje tegen de ruit bij het huwelijk van Willem-Alexander en prinses Máxima.

Die protesten richtten zich vooral tegen de monarchie. Maar vanaf 2011 richtte het ongenoegen zich op het zijpaneel. Het debat werd aangezwengeld door enkele Kamerleden en activisten, die in een opiniestuk in de NRC erop wezen dat deze afbeelding ‘herinnert aan een gruwelijke periode in de Nederlandse geschiedenis’. Mede-ondertekenaars van die brief Jeffry Pondaag en Barryl Biekman zijn ook geïnterviewd voor de tentoonstelling.

Ruben La Cruz demonstreerde al jaren eerder

Zij waren echter niet de eersten, zegt De Wildt: “We brengen in de tentoonstelling ook het verhaal van beeldend kunstenaar Ruben La Cruz, van Curaçaose origine. Hij zag eind jaren tachtig in Den Haag op Prinsjesdag dat paneel op de Gouden Koets langskomen en dacht ‘Wat zie ik hier?’ La Cruz heeft tijdens het Rotterdamse Zomercarnaval in 1990 een performance uitgevoerd, met een koffertje, refererend aan het Prinsjesdag-koffertje, waarop stond ‘Negers te koop’. In een kartonnen Gouden Koets zat een witte koningin. Ze zongen een lied ‘Wie heeft ons vermoord? De Hollanders. Wie heeft ons bestolen? De Hollanders’, enzovoort. Dat is het eerst bekende protest tegen het paneel.”

Hulde der koloniën, op de flank van het rijtuig. Beeld Brunopress
Hulde der koloniën, op de flank van het rijtuig.Beeld Brunopress

In de beeldvorming is de koets nu teruggebracht tot dat ene paneel, erkent De Wildt. “Die blik proberen we een beetje te verruimen, al speelt dat koloniale verhaal natuurlijk een grote rol, dat is immers waar het debat nu over gaat. We beginnen de tentoonstelling met de debatten die er geweest zijn, tussen de socialisten en Oranje-aanhangers van toen, en benoemen ook de meningen van nu, bijvoorbeeld die van Wilders, die zei: “Eerst moest Zwarte Piet weg, nu de Gouden Koets. Ik zeg: niet buigen, niet knielen, laat ze allemaal de rambam krijgen.”

Bezoekers, zowel van het Amsterdam Museum als van de bijeenkomsten in de provinciehoofdsteden, mogen daar hun eigen mening aan toevoegen. “Niet alleen is het spannend om een tentoonstelling over dit object te maken, nog spannender is het dat we er ook een volksraadpleging van maken”, zegt De Wildt. De uitkomsten worden gepresenteerd op goudenkoets.nl en gebundeld in een rapport. Nee, weet De Wildt, de uitslag is niet bindend. “De koets is van de koning, hij moet er formeel over beslissen.”

Lees ook:

Commentaar

De Gouden Koets weer in gebruik nemen, getuigt van weinig inlevingsvermogen

‘Geschiedenis herschrijven door vernielen koets? Bizar’

Prinsjesdag brengt niet alleen discussies teweeg over de Troonrede, de Miljoenennota, het ceremonieel koningschap of de hoedjes van de vrouwelijke politici. De derde dinsdag van september blijkt ook oude wonden open te rijten. Zoals dit jaar bij de nazaten van de Afrikanen die in het koloniale verleden slaven waren van Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden