De gesloten jeugdzorg op slot? Wie helpt dan mijn dochter?

Een bewoonster in een leefgroep van jeugdzorginstelling Almata. Beeld Ton Toemen
Een bewoonster in een leefgroep van jeugdzorginstelling Almata.Beeld Ton Toemen

Kinderfonds Het Vergeten Kind wil zo snel mogelijk een eind maken aan de gesloten jeugdzorg. Maar niet iedereen ziet daarnaar uit. Monique, moeder van een dochter met ernstig psychische problemen, breekt een lans voor de gesloten jeugdzorg.

Redactie Trouw

Ze zag het de laatste weken gebeuren. Hoe de actiegroep Het Vergeten Kind met een groots opgezette publiekscampagne de gesloten jeugdzorg hoog op de politieke agenda zette. De 'intensive care' voor jongeren, die een gevaar zijn voor zichzelf en hun omgeving, moet nú dicht, is de eis. Politici, van links tot rechts, schaarden zich hierachter; staatssecretaris Maarten van Ooijen (VWS) komt nog dit jaar met een plan.

Het gaf Monique, de moeder van de 15-jarige Nora, vooral een ongemakkelijk gevoel. Ze herkent zich namelijk helemaal niet in het beeld dat Het Vergeten Kind van de gesloten jeugdzorg heeft neergezet. "Alsof het allemaal grote gevangenissen zijn waar Jan en alleman komen werken." Zo heeft ze ook moeite met het beeld dat kinderen er vooral slechter van zouden worden. "Ik kan natuurlijk alleen maar voor onszelf spreken, maar ik zie hier een huis waar vijf meiden veilig samenwonen en ik weet dat onze dochter hier meer nabijheid en begeleiding ervaart dan buiten mogelijk is. En ook dan wij haar zelf konden bieden: we zijn echt 'op'."

Dat 'hier' is de jeugdzorginstelling Almata aan de rand van Ossendrecht, waar Nora inmiddels drie maanden verblijft. Almata biedt, in een bosrijke omgeving, hoogspecialistische zorg aan kinderen van wie de problemen zo groot zijn dat ze elders eigenlijk niet meer terechtkunnen. Ernstige gedrags- en persoonlijkheidsproblemen, complexe psychische stoornissen: de gesloten jeugdzorg zou door een combinatie van veiligheid, begeleiding en behandeling, hun weer vertrouwen in de toekomst moeten geven. Daaraan schort het nu in de volle breedte, meent Het Vergeten Kind.

Moeder Monique heeft een andere ervaring. In Ossendrecht zijn bijvoorbeeld de woongroepen beperkt tot maximaal zes jongeren en 24 uur per etmaal is er intensieve begeleiding. Er is op het instellingsterrein ook een schooltje, waar Nora op het moment van het interview haar reguliere examenvakken volgt, om niet te ver achterop te raken.

Stevig slot

Er zijn een sportveldje en een restaurant en Almata biedt therapie, als onderdeel van de behandeling, waarvoor ook gespecialiseerde therapeuten van buiten worden ingeschakeld. De voordeur van de huizen waarin de jongeren wonen zijn weliswaar allemaal voorzien van een stevig slot, net als de deur van hun kamers, maar tralies en hekken ontbreken. Er is nog een enkele separeerruimte, maar niet meer in elke woning. Die ruimtes worden volgens de instelling bovendien 'slechts sporadisch en voor korte duur' gebruikt. De jeugdwerkers zijn erin getraind om, als de spanning bij jongeren te hoog oploopt en de veiligheid in het geding is, de situatie te de-escaleren.

"Mijn kind heeft hier ook relatief veel vrijheid", zegt Monique. "Als wij langskomen, mag ze mee wandelen in de bossen of ergens wat gaan drinken. We nemen dan de hond mee, waar ze gek op is. Ze kan haar boodschapjes doen of gaan paardrijden in de manege vlakbij. Wel allemaal onder begeleiding natuurlijk. We weten niet of het goed zal aflopen als ze alleen door het bos gaat omdat de hele dag nare gedachten door haar hoofd spoken."

Want Nora geeft al twee jaar aan dat ze niet meer wil leven. Ze is getraumatiseerd, onder andere door ziekte en overlijden in haar familie, heeft last van PTSS en herbeleving, zegt Monique. "Nora snijdt zichzelf, om de nare gedachten en psychische pijn weg te krijgen en is dus niet veilig voor zichzelf. Twee jaar geleden zei ze nog: 'Mamma, waarom mogen mensen met kanker die uitbehandeld zijn wel doodgaan en ik niet?'"

Om aan alle onheilstijdingen van Het Vergeten Kind tegenwicht te geven, postte Monique enkele weken geleden op Facebook een epistel van bijna drie A4'tjes lang. Waarmee ze ook het zorgpersoneel een hart onder de riem stak.

Jeugdwerker Halil Osman, die is aangeschoven, heeft deze post verschillende keren gelezen. Hij is belast met de dagelijkse zorg voor Nora en raakt elke keer, ook nu weer, door de brief van Monique geroerd. Zijn ogen worden waterig. Niet alleen omdat ook hij zich gesterkt weet door de openlijke steun, ook omdat uit de brief van Monique zoveel onbegrip van de buitenwereld blijkt.

Citaat: 'De berichten over de gesloten jeugdzorg raken ons extra, omdat onze omgeving ons nu aanspreekt om vooral het nieuws te volgen en de petitie van Het Vergeten Kind te tekenen. Want ons kind zit 'daar' toch ook? Ook wordt ons gevraagd of we haar niet beter meteen daar weg kunnen halen, om ons meisje 'lekker thuis' te kunnen hebben, omdat ze in de gesloten jeugdzorg zo enorm beschadigt.'

Halil: "Het ontroert me, zoveel pijn als ik lees in zo'n brief".

Monique, na enige stilte: "Mensen hebben nu eenmaal geen idee wat het betekent om een kind te hebben dat zo ernstig ziek is. Alsof er een keus is.

"Let wel, ik wil niets afdoen aan al die schrijnende verhalen van Het vergeten Kind. Het is heel goed dat daar aandacht voor is", vervolgt ze. Het kinderfonds schakelde bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen in die allemaal getuigden over eenzaamheid en groeiende jeugdtrauma's. Jason Bhugwandass, hoofdpersoon van de gelijknamige documentaire, is verreweg de bekendste van hen. Monique: "Maar er gaan ook dingen wél goed. Waarom worden die niet benoemd?"

'Ambassadeurs'

Dus toen staatssecretaris Van Rooijen aan een talkshowtafel riep dat hij de boodschap van Het Vergeten Kind begreep en ermee aan de slag zou gaan, dacht Monique bij zichzelf: man, weet je wel wat je zegt? "Wat zou ik graag met hem een kopje koffie gaan drinken."

Ook heeft ze zo haar gedachten over hoe BN'ers met het onderwerp aan de haal gingen. Het Vergeten Kind maakt gebruik van 'ambassadeurs' als Natasja Froger, Jörgen Raymann, Johnny de Mol, Glenn Faria, Babette van Veen en Wendy van Dijk. De laatste verkondigde aan een talkshowtafel dat kinderen in de gesloten jeugdzorg niet mogen lachen. "Nou, wij weten wel beter", zegt Monique. "Ik ben helemaal niet tegen het gebruik van BN'ers voor campagnes, maar die moeten dan wel de feiten kennen. Ze hebben een enorm podium en de mensen thuis, die zelf niet met de jeugdzorg te maken krijgen, hebben geen idee hoe het écht werkt. Die schrikken hiervan. Onze dochter heeft wel degelijk haar geluksmomentjes, al kan ze een half uurtje eerder nog bij de psychiater zeggen dat het allemaal geen zin meer heeft."

Halil: "Maar die geluksmomentjes zijn er hoor, ik zie die oogjes dan twinkelen, als ze cake bakt of voetbalt. Ik hoop dat we zoveel van die momentjes kunnen vinden en dat die dan opwegen tegen de rest. Maar ja..." Halil buigt zich even richting moeder Monique. Zij zwijgt.

"Iedere avond, aan het eind van de dienst en voordat ze naar haar kamer gaat, bespreken we met haar de dag", vervolgt de jeugdzorgwerker. "Ik weet, ze heeft een maskertje op, maar daar kunnen we inmiddels redelijk doorheen prikken. Als de storm in haar hoofd opsteekt, houden we er rekening mee. 's Nachts kan ze, als ze zich onveilig voelt, het licht in haar kamer op rood zetten. Dan komt er direct iemand naar haar toe, om nabijheid te bieden. Als ze erg hoog in haar spanning zit, is er altijd wel een medewerker die met haar het bos in kan. Ik zeg dan: 'Je hoeft niet te praten hoor, maar wandelen maakt het hoofd leeg en doet de spanning afnemen'."

Voordat Nora in Ossendrecht terechtkwam, zijn talloze tussenstations aangedaan. Een open ggz-jeugdinstelling bijvoorbeeld. "Totdat onze dochter met een andere cliënt op een viaduct boven de A27 stond. Levensgevaarlijk! Terwijl wij dachten dat ze op dat moment naar therapie was", zegt haar moeder. Ook ambulante zorg is ingezet. "In een tijdsbestek van twee weken stonden er negen mensen aan de deur, allen met andere adviezen en steevast opnieuw de vraag: 'Vertel eens, wat is er aan de hand?' Toen sloot onze dochter zich helemaal af van de buitenwereld."

Hardnekkige cultuur

Omdat in Nederland, zegt moeder Monique, nu eenmaal de hardnekkige cultuur bestaat dat iedereen zijn plasje over iets moet doen voordat er wordt gehandeld, was het nog een hele toer om Nora in Ossendrecht geplaatst te krijgen. "Wij waren uitgeput, konden haar echt niet langer 24 uur per etmaal veiligstellen."

Ook tijdens het civiel trajectberaad, dat uiteindelijk voorafging aan de opname door Almata - een overleg van gemeente, hulpverlenende instanties, Nora en haar ouders - bleven gemeente en ggz aansturen op ambulante begeleiding. "Een paar uur per week therapie en de rest zouden wij thuis moeten opvangen. Maar wij gaven aan: beseffen jullie wel hoe kritiek ze is? Als er nu niks gebeurt, is ze er misschien morgen niet meer."

Uiteindelijk is door de rechter, op basis van de uitkomst van het overleg, besloten tot opname in Ossendrecht. "Het was ook niet zo dat er voor Nora een gevangenisbusje klaarstond, zoals je nu zo vaak in de media hoort. We zijn na de zitting gewoon naar de Starbucks gegaan voor een koffie, hebben thuis wat spullen en de hond opgehaald en zijn op ons gemakje hiernaartoe gekomen. Nora had haar kamer hier al eerder gezien, op uitnodiging van Almata. Zou jij hier willen wonen, Nora, was toen de vraag? Nora heeft toen samen met de woongroepmanager bekeken welke dingen in haar kamer gevaarlijk zouden kunnen zijn. 'Denk je dat die spiegel weg te halen is?', was toen haar vraag. Die spiegel is dus weggehaald, om Nora hier zich veilig en geborgen te laten voelen. Zo is dat gegaan.

"Als ik naar de protocollen hier kijk, is hier echt veiligheid nummer 1. De camera's die van de rechter in haar kamer mogen draaien, staan ook alleen aan wanneer Nora zelf aangeeft dat ze zich niet veilig voelt en zichzelf iets wil aandoen. Ze moet, op basis van vertrouwen en gesprekken met de begeleiding, zelf leren aangeven wanneer dat moment er is of als ze hoog in haar spanning zit. Heeft ze toch iets waarmee ze zichzelf kan bezeren, dan zal de leiding haar dit zelf laten afgeven."

Verder is het vooral afwachten of de traumabehandeling de aftrap naar haar herstel wordt. En of daarmee de suïcidewens naar de achtergrond verdwijnt, zegt moeder Monique.

De namen van moeder en dochter zijn om privacyredenen gefingeerd. De echte namen zijn bij de hoofdredactie bekend.

Praten over zelfdoding kan anoniem bij preventiemeldpunt 113: chat via www.113.nl, bel 113 of bel gratis 0800-0113.

Een waslijst aan klachten

Tien jaar lang is de JeugdzorgPlus, zoals de gesloten jeugdzorg officieel heet, gemonitord. De resultaten, vorig jaar zomer gepubliceerd, zijn niet erg hoopgevend. Een grote groep kinderen met ernstige gedrags- en of psychische problemen schetst een weinig rooskleurig beeld van deze zorg. Het schort aan behandeling, de groepen zijn onveilig, scholing ontbreekt te vaak en de kinderen hebben het gevoel dat er niet naar hen geluisterd wordt. En dat is nog slechts een kleine greep uit de waslijst aan klachten.

"Maar voor een kleine groep is de gesloten jeugdzorg wel degelijk een passende plek", zegt Leonieke Boendermaker, lector Jeugdzorg. "Deze kinderen ervaren het als een welkome time out, een plek waar ze zichzelf veilig weten." Volgens Boendermaker is, net als voorheen in justitiële jeugdinrichtingen, sprake van een falend systeem. "We hebben gewoon niet voldoende intensieve hulp buiten instellingen beschikbaar voor de vaak zeer uiteenlopende complexe problemen van deze kinderen. Dat was twintig jaar geleden bij de discussies over de start van JeugdzorgPlus niet anders."

Bezuinigingen en de tendens om steeds meer aandacht te schenken aan preventie, hebben de therapeutische begeleiding verder onder druk gezet. Boendermaker wijst ook op het zware werk in de gesloten jeugdzorg. "Het is belangrijk dat medewerkers goed geschoold en begeleid hun werk kunnen doen. In de groepen, soms wel tien of twaalf kinderen groot, allen met lastig gedrag en ingewikkelde problemen, is het moeilijk een positieve sfeer neer te zetten." De sector zet inmiddels wel in op kleinschalige groepen, maar zo'n aanpak kost extra geld, terwijl het Rijk vindt dat er bezuinigd moet worden.

Bovendien kunnen jeugdzorgmedewerkers ook elders, vaak beter betaald, aan de slag. "Als ambulant hulpverlener in een wijkteam bijvoorbeeld", zegt Boendermaker. Daarom ook moet de vooropleiding van jeugdzorgwerkers beter, onderstreept de lector. Een hbo-opleiding social work waarbij stage wordt gelopen is volgens haar een te beperkte voorbereiding op dit specifieke vak. "Daarom ook is de Hogeschool van Amsterdam met jeugdzorginstelling Levvel een programma met leerwerkplaatsen gestart. Daarna zou een traineeship en begeleiding 'on the job' helpen om in deze sector op een goede manier het werk te doen."

null Beeld Ton Toemen
Beeld Ton Toemen
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden