‘Geschenkwoningen’ in Puttershoek.

Watersnoodramp

De ‘geschenkwoningen’ die Nederland kreeg na de watersnoodramp dreigen te verdwijnen

‘Geschenkwoningen’ in Puttershoek. Beeld Jerry Lampen

Na de watersnoodramp in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, vandaag op veel plaatsen herdacht, kwam internationale hulp op gang. Daaronder vielen ook achthonderd houten huizen die uit vooral Scandinavië werden verscheept. De huizen dreigen nu te verdwijnen.

In 1953 dienden ze om mensen die na de watersnoodramp van 1 februari hun huis verloren, te redden: ruim achthonderd houten huizen, ‘geschenkwoningen’ uit Scandinavië en Oostenrijk. Ze kwamen in grote en kleine losse onderdelen via Rotterdam en werden in stadjes en dorpen van de door het water getergde provincies Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant in elkaar gezet.

Nu moet dit cadeau zelf van de ondergang worden gered, zeggen betrokkenen. Eind vorig jaar waarschuwde Erfgoedvereniging Heemschut in een nieuwsbrief dat er al honderden van deze geschenkwoningen zijn afgebroken of ingrijpend en onherkenbaar verbouwd.

Het is zo zonde, zegt voormalig SP-statenlid Bart Vermeulen uit Zuid-Holland. Hij zwengelde de kwestie van het behoud van de houten huizen in 2018 aan bij de provincie. Op Radio Rijnmond noemde hij de geschenkwoningen zelfs ‘de enige tastbare overblijfselen in het landschap die nog aan de wederopbouw na de watersnoodramp doen denken’. Tot zijn eigen verbazing, vertelt hij, vond hij gehoor bij het provinciebestuur.

Vorig jaar overlegden de drie provincies naar aanleiding van vragen van Vermeulen met elkaar over de houten huizen. Besloten werd eerst een extern bureau te laten inventariseren wat er nog van over is. Dat bureau begint daar deze maand mee, meldt een woordvoerder van Zuid-Holland. Later dit jaar zal duidelijk worden waar dat precies toe leidt. Er zijn vooralsnog geen plannen bij de provincies om de overgebleven geschenkwoninigen zelf te gaan beschermen, stelt de woordvoerder. “Maar wel om gemeenten en andere belanghebbenden te attenderen op de bijzondere waarde van dit erfgoed.”

Ze staan in ongeveer zestig dorpen en stadjes

Janny Lock (70) schreef een boek over de historie van deze huizen. Zij woonde zelf tussen 1999 en 2008 in het Noord-Brabantse Raamsdonksveer in een geschenkwoning uit Noorwegen. “Ik huurde zo’n leuke houten woning”, vertelt ze. “Van mijn buren hoorde ik voor het eerst over de verbinding met de watersnoodramp. Dat ben ik gaan uitzoeken.”

De geschenkwoningen kwamen uit Noorwegen (ruim 325), Zweden en Denemarken (ieder rond de 230), Finland (15) en Oostenrijk (circa 70). Daarnaast waren er nog 140 vakantiewoningen op Schouwen-Duiveland, die niet voor permanente bewoning waren bedoeld, maar waar wel nog lang mensen gewoond hebben. “Er waren vele types”, vertelt Lock. “Eénlaags bungalows, maar ook huizen met een boven- en benedenverdieping en twee-onder-een-kapwoningen.”

Herdenkingen

Op verschillende plekken in het rampgebied van de grote overstroming van 1953 wordt vandaag de watersnoodramp herdacht. Bij die ramp kwamen in Nederland in de nacht van 31 januari op 1 februari ruim 1800 mensen om het leven. Tienduizenden mensen verloren hun huis en hun bezittingen.

De huizen waren bestemd voor mensen die door de watersnoodramp hun huis waren kwijtgeraakt. Ze staan in ongeveer zestig dorpen en stadjes. Soms maar eentje, soms vormden ze met meerdere bij elkaar een klein wijkje. “Die zie je in de zwaarst getroffen stadjes.” Vaak werden de schenklanden geëerd met een straatnaam naar een stad of een lid van het koninklijk huis, zoals de Oslostraat of Koning Haakonstraat.

Een ingelijste foto van een Noorse stad of natuurgebied was verplicht

Nationale Rode-Kruisverenigingen van de schenklanden stelden voorschriften op over hoe met dit geschenk moest worden omgegaan. Lock vond ook notulen van een vergadering op het Binnenhof in Den Haag, gedateerd 24 augustus 1953, toen de gemeenten die het betrof overlegden over de uitvoering. Lock: “Gemeenten kregen heel veel voorschriften.”

Beeld Jerry Lampen

Zo moest bijvoorbeeld het houten huis wegens brandgevaar op een ruime kavel staan. Maar ook werd bepaald dat ‘asociale’ elementen moesten worden geweerd. “Iedere gemeente kreeg een vragenlijst over de potentiële nieuwe bewoner en daar stond dan bij: wat is de sociale reputatie van het gezin?”

Een ander gedetailleerd voorschrift, speciaal voor de Noorse woningen, betrof het ophangen van een ingelijste foto van een Noorse stad of een Noors natuurgebied. “Die moest in de hal of in de woonkamer komen en daar tien jaar blijven hangen.”

De woningen waren niet direct geliefd. “Houten huizen riepen in eerste instantie een associatie op met schuren, barakken en keten.”

Maar de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog was nog gaande, schetst Lock, en er was grote woningnood. “En die houten huizen waren luxueus, ze boden veel meer comfort dan de meeste getroffenen voor de watersnood gewend waren. Bij velen sliepen de kinderen nog op zolder bij elkaar, nu kwamen er aparte kinderslaapkamers. Er was een toilet dat spoelde, een badkamer met een douche. Dus toen mensen er een tijdje woonden, nam de waardering snel toe.”

‘In Hank zijn negen Noorse woningen afgebroken’

In 1954 vereerde de Noorse koning Haakon de huizen met een bezoek en een jaar later volgde de Zweedse koning Gustaaf Adolf VI. Maar de woningen raakten in de loop der decennia uit de belangstelling. Lock: “Media-aandacht ging al snel naar het nieuwe Deltaplan, dat de volgende watersnoodramp moest tegenhouden.”

Ook Lock vreest voor teloorgang van de huizen, al weet ze dat sommige gemeenten de geschenkwoningen hebben opgeknapt. “Maar er zijn er ook veel afgebroken.” De meeste woningen gingen naar Oude Tonge, Stavenisse, Ouwerkerk, Nieuwerkerk, Oosterland, Kerkwerve, Nieuw-Vossemeer en Fijnaart-Heijningen, weet zij. De Oostenrijkse vakantiewoningen gingen naar Haamstede, Renesse en Westenschouwen. “Die zijn bijna allemaal verdwenen.”

Een aantal woningen is volgens haar gesloopt onder het mom van houtrot, terwijl dat er niet was. Ook wilden woningbouwverenigingen in de loop der jaren liever meer woningen op hetzelfde stukje grond. Lock: “In Hank zijn negen Noorse woningen afgebroken waarvoor 32 wooneenheden in de plaats zijn gekomen.” Ze is blij met de inventarisatie van de provincies. “Hopelijk leidt het tot behoud van wat nog over is van dit erfgoed.”

Sommige houten woningen, waaronder die van Lock zelf in Raamsdonksveer, zijn al in musea beland. Dat van haar valt inmiddels in het Arnhemse openluchtmuseum te bewonderen.

Jaap Stooker: ‘Ik heb geen trauma, hoor, maar het was geen leuke nacht’.Beeld Jerry Lampen

‘Het zal moeilijk zijn om hier weg te gaan’

Jaap Stooker (75, voormalig banketbakker) kwam in 1954 aan het Osloplein in Puttershoek wonen. “Ons gezin woonde eerst dichter bij de Oude Maas, hier in Puttershoek. Daar hadden wij in 1953 de watersnoodramp meegemaakt. Daarna kregen wij in 1954 een nieuwe huurwoning aangeboden, die kwam uit Noorwegen. Ik was tien jaar toen we daarin trokken. In 1970 trouwde ik en verhuisde naar het buurhuis, ook zo’n Noorse woning. Daar woon ik nog steeds.

“Ik herinner me die ramp zeker nog wel. Op die 31ste januari kwam mijn oom Hannis nog even langs. Hij zei tegen mijn vader: ‘Teun, zet de plank maar vast klaar tegen de huisdeur, we krijgen hoogwater vanavond’. We hadden wel vaker overstromingen, dan zette je die plank vast, zodat het water niet door de deur kwam. Die nacht stak er een storm op met vlagen van orkaankracht en ook nog springvloed. Wij sliepen beneden, het ging opeens heel snel, het water kwam door de raamkozijnen naar binnen. We probeerden nog wat spullen naar de zolder te sjouwen en wachtten daar. Wonder boven wonder stopte het water met stijgen toen het twintig centimeter vanaf het plafond van de benedenverdieping stond.

“Ik weet dat ik die nacht door het dakraam naar buiten keek en zag dat ons duivenhok was weggespoeld. We hadden ook een houten roeiboot, die is ook door de storm weggeslagen en hebben we nooit meer teruggezien.

“En heel bijzonder was dat ik op een gegeven moment door dat dakraam oom Hannis en tante Adrie op de betonnen ‘beer’ zag staan, een soort muur die door het dorp liep, het water kletste ertegenaan. Ze kwamen kijken hoe het met ons ging. Mijn oom riep nog: ‘Wacht tot het water gezakt is’. Als dat water over die beer gespoeld was, was de ramp nog veel groter geweest.

“Hoe het daarna precies gegaan is, weet ik niet meer. Mijn zus was erg in de war en in paniek. Ze praat er niet graag over. Ik heb geen trauma, hoor, maar het was geen leuke nacht. We hebben het allemaal overleefd, dus bij ons viel het nog mee in vergelijking met andere plekken waar doden vielen. 

“Wij bleven nog maanden in de oude woning, eerst was alles vies en kletsnat enzo. Maar die woning moest weg vanwege de vernieuwing van de dijk. Ik vond het best jammer te moeten verhuizen. Ik woonde liever aan het water. Daar was het zo heerlijk ’s avonds, in de zomer. En ik hield ook van vissen. Maar het was hier wel luxueuzer. We hadden in het oude huis nog een buitentoilet en wassen deed je met een teiltje. Hier kregen we een aparte badkamer en een douche.

“Ik hoop dat ik hier voorlopig kan blijven wonen. Deze huizen zouden worden gesloopt, maar later is de gemeente van gedachten veranderd. Misschien moeten mijn vrouw en ik op een gegeven moment wel kleiner gaan wonen. Ik woon hier al mijn hele leven. Je woont hier lekker vrij, ruime tuin, grote kelder, ja, het zal moeilijk zijn om hier weg te gaan.”

Lees ook:

Ook Texel herdenkt de Watersnoodramp

Verslaggever Harriët Salm ging twee jaar geleden kijken bij de herdenking van de watersnoodramp in Texel. Ook daar brak een dijk en vielen slachtoffers. ‘Het was ieder voor zich. Zodra je een been optilde, werd je meegesleurd.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden