Leerlingen van het Yuverta college in Montfoort. Beeld Werry Crone
Leerlingen van het Yuverta college in Montfoort.Beeld Werry Crone

ReportageOnderwijs

De generatie lockdown moet weer wennen aan school: ‘Ik zette de docent op mute en ging wat anders doen’

Hoe zet je leerlingen na twee jaren met lockdowns weer ‘aan’? Dat blijkt de grootste uitdaging nu scholen zonder beperkingen open zijn. Op het Yuverta in Montfoort zijn ze met man en macht bezig om leerlingen weer bij de les te krijgen.

Joost van Egmond

Jas aan of uit in de klas? Uit natuurlijk, zou je zeggen als leraar. Maar vorige winter, toen wegens corona de ramen open moesten blijven, juist niet. Toen zat iedereen met een jas aan in de klas.

Dat is een onduidelijkheid die je pubers beter kunt besparen, zo blijkt. Het leidt nu tot gedoe met leerlingen die hun jas willen aanhouden en de discussie daarover kost je zomaar weer een paar minuten lestijd. Elke keer weer.

Dat zijn de kleine voorbeelden. De docenten op het Yuverta in Montfoort hebben er allemaal last van. Maar ze wijzen algauw op een onderliggend probleem. En dan bedoelen ze niet de leerachterstanden. De resultaten blijven op het moment weliswaar iets achter, maar daar wordt de leiding niet ongerust van. Niet voor niets prijkt hier op de officiële docentenagenda een tekst van Loesje: ‘Vind je iets leuk, dan leer je het vanzelf’.

Veel belangrijker vinden ze dan ook de persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. Die heeft nu extra aandacht nodig.

“Hoe moet je je tot anderen verhouden? Dat is een vraag waar ze mee zitten”, zegt docent Maaike Vork. “Ze moeten echt weer wennen aan onderwijs in de klas. De groepsdynamiek moet opnieuw plaatsvinden.”

Collega Angelica Ettema zei het vorige week in Trouw stellig: “Voor 60 procent van al onze leerlingen geldt dat ze anders werken, anders denken en anders doen”. Of dat allemaal direct terug te voeren is op de coronabeperkingen kom je nooit achter, maar dat het schoolritme verstoord is door de lockdowns, daar is iedereen het wel over eens, ook de leerlingen. Het zou vooral vreemd zijn als dat niet het geval was.

Ze verschillen alleen van inschatting hoe ingrijpend dat is. Waar veel leerlingen aangeven dat het ‘wel een weekje wennen’ was, bekijken docenten het proces eerder in maanden. “De effecten zijn van heel veel factoren afhankelijk”, zegt Vork. “De leerling zelf, de thuissituatie, de ouders. En nu komt iedereen met al die verschillende ervaringen weer de klas in. Dan moet je schakelen en dat vraagt aandacht.”

Een typische school

Voor de school de dijk, erachter de weilanden, opzij een oud vestingstadje. Als je iemand snel een beeld van een Nederlandse school wilt geven, kun je ze prima meenemen naar het Yuverta in Montfoort. Een middelgrote vmbo-school van achthonderd leerlingen met een regionale functie.

Leerlingen komen vrijwel allemaal op de fiets, soms van vrij ver. Met enige trots vermeldt de schoolleiding dat de meeste leerlingen een andere middelbare school passeren voor ze op hun bestemming aankomen. “Leerlingen en ouders kiezen bewust voor ons. En dat doen ze omdat we hier een veel grotere nadruk op de praktijk leggen.”

Op het Yuverta ligt de nadruk op de praktijk. Beeld
Op het Yuverta ligt de nadruk op de praktijk.

De sleutel is het concept ‘prestatietijd’. Leerlingen krijgen vanaf jaar één opdrachten van echte opdrachtgevers. Dat kan een bedrijf, een vereniging of soms een docent zijn, die bij een groepje leerlingen een bestelling doet. Tijdens het uitvoeren komen ze gaandeweg problemen tegen die ze moeten oplossen met vakinhoudelijke kennis, waarvoor ze bij docenten kunnen aankloppen.

Het is dan ook continu een komen en gaan van leerlingen. Een groepje fietst de dijk op, om spullen te kopen voor een opdracht. Een ander sjouwt door de gang met een flink jassenrek. Een tweetal deelt de smoothies uit die ze bij kookles hebben gemaakt. Die vrijheid is een integraal onderdeel van het leerconcept hier. Maar het is ook een kwetsbaar concept. Tijdens de beperkingen kon dit allemaal niet.

Ritme behouden

De school ging er tijdens de lockdowns voor om de leerlingen vooral iets van schoolritme te laten behouden. Elke dag wilden ze de leerlingen even zien, al was het maar voor 50 minuten. De uren werden gehalveerd, de leerlingen verdeeld in een ochtend- en middagploeg en de docenten draaiden het lesprogramma twee keer op een dag versneld af.

Het vroeg enorm veel van iedereen, vertellen schoolleiders Nico van Brenk en Wilma van Roomen. Maar ze zijn heel blij dat ze het hebben gedaan. “We wilden die ontmoeting gaande houden, die afwisseling in een dag. Heel soms gebeurde het letterlijk dat een leerling voor 50 minuten naar school kwam. Zeker als het dan ook ver fietsen is, kregen we soms ouders aan de lijn met de vraag of dit nou wel nodig was. Maar voor ons was het belangrijk om elke dag in ieder geval iets te bieden. We wilden ze gewoon even zien.”

De lockdowns waren niet alleen kommer en kwel. Het gedwongen experiment leverde ronduit voordelen op. “Veel leerlingen en docenten vonden de kleine groepen prettig. Het is lekker geconcentreerd werken, heel efficiënt. Ook het directe contact tussen leerlingen en docenten via de chat was heel succesvol. Dat blijven we doen.”

Maar, zo zegt Van Brenk, “het hart was uit de school gerukt”. In coronatijd werd het plots eigenlijk de bedoeling om elkaar zo veel mogelijk te ontlopen. Iets tegennatuurlijkers kun je voor een school als deze niet bedenken. “In zo’n halve klas, met afstand van elkaar”, somt Van Brenk op. “Geen gezamenlijke pauzes. Het concept dat je iemand moet zijn in een sociale omgeving, dat heeft echt geleden.”

En dat merk je. Niet alleen hier, in heel Nederland speelt hetzelfde probleem. Toen het ministerie van onderwijs scholen vroeg naar hun zorgen, stonden de verminderde motivatie en concentratie van leerlingen boven aan de lijst, samen met planning en samenwerking. Ze lijken het een beetje kwijtgeraakt.

Ze hebben een zetje nodig

Praktische voorbeelden zijn er te over in de docentenkamer. Waar leerlingen in jaar 3 doorgaans weinig problemen hadden om even rustig een instructie te lezen, was dat dit jaar in het begin echt wel even moeizaam. Ze moesten op gang komen.

“Ik moet meer herhalen”, zegt Marja Stoker, die het vak dierverzorging geeft. “Logisch ook, het eerste wat ik ze leer is hoe je een cavia vastpakt, en dat hebben ze vorig jaar door de omstandigheden veel minder gedaan. En als het kon, moest ik ze op anderhalve meter begeleiden. Dat werkt anders.” Collega Joskine Schippers vult aan. “Ze hebben soms meer een zetje nodig.”

Bij de meer theoretische vakken zijn de verschillen lastiger aan te wijzen. “Ze reageren veel meer op elkaar”, volgens Shirley Velis van wiskunde. “Ze zijn er een jaar uit geweest en dat merk je wel”, zegt docent natuur- en scheikunde Kees Snoek.

Leerlingen kunnen hun docent niet meer 'muten'.  Beeld
Leerlingen kunnen hun docent niet meer 'muten'.

Snoek is ook coördinator van de docenten in het derde leerjaar en peilt regelmatig bij collega’s hoe het in de klassen gaat. “De ene leerling heeft er meer last van dan de ander, maar ze pakken het toch wel weer op. Het is niet zo dat ze helemaal de weg kwijt zijn. Ze zijn goed aanspreekbaar.” Dat beaamt Jill de Haan van Nederlands. “Het is echt wel anders, maar ten opzichte van wat ik verwachtte toen de lockdown begon is het mij meegevallen. Ik zie vooral dat ze heel blij zijn dat ze weer mogen.”

Van feest naar eenzaamheid

Dat is ook het meest gehoorde geluid onder leerlingen. Soms tot hun eigen verbazing. Want dat is óók iets van de lockdowngeneratie. Ze hebben school leren waarderen als iets wat niet vanzelf spreekt. “Ik weet nog dat we de persconferentie zaten te kijken toen de scholen gesloten werden”, zegt Maron uit leerjaar 4. “Dat was echt feesten in de klas. Ik dacht ook: Leuk! Vakantie.”

Maar de lol ging eraf. Er kwam onlineles. “Het was saai, ik zette de docent op mute en ging wat anders doen. En dan gaat het mis op de toetsweek.” Marons cijfers gingen omlaag, en daarmee haar motivatie. “Vroeger was ik altijd de perfecte leerling, maar dat werd snel minder. En als je het dan kwijt bent, dan krijg je ook geen zin meer. Het boeide me niet meer. Ik was best eenzaam.”

Toen ze in de loop van het vorige schooljaar weer deels naar school ging, heerste overal een ‘coronavibe’, zegt Maron. “Iedereen was er veel te veel mee bezig. Op een gegeven moment ben je daar helemaal klaar mee. In september was dat ook nog zo, met die mondkapjes. Pas nu is dat echt over. Iedereen is weer zoals altijd.”

Toch merkt Maron duidelijke verschillen. “Iedereen is heel erg veranderd, ikzelf ook. We gaan vaak niet meer met dezelfde vrienden om. Groepjes zijn uit elkaar gevallen. Maar da’s ook niet zo erg. Ik ben wat relaxter geworden in zulke dingen.” Haar vriendin Resa onderschrijft dat. “Iedereen ging zijn eigen weg, en nu we terug zijn is het niet meer hetzelfde. Niet vijandig ofzo, maar gewoon minder.”

Die stomme mondkapjes

Onlineles was stom, en het gedoe met mondkapjes al helemaal. Celine uit leerjaar 2 zit aan een tafel in de aula en ze is er uitgesproken over. Tuurlijk, ze begrijpt dat het een uitzonderlijke situatie was en ze deed ook haar best, maar ze vond het ‘frustrerend’. “Ik merkte ook dat mijn cijfers wat achteruitgingen. Het was best rustig thuis, maar ik kon me toch moeilijker concentreren.”

Natuurlijk geldt dat niet voor iedereen. Celine’s jaargenoot Jaylen vond het wel best. “Ik vind school niet zo leuk. Met mijn handen werken, dat is het enige dat ik wel miste. Maar ik ben niet blij dat ik terug ben ofzo.”

Celine wel. “Dit werkt veel beter”, zegt ze. “Als de docent recht voor je staat, is het alsof de uitleg ook anders is. Veel uitgebreider.” Wel merkt ze dat haar klas erg druk is. “Er zitten kinderen bij die gewoon niet luisteren en dat leidt me best wel af.”

Hoeveel storm hoort bij de herfst?

Die drukte in de klas, die blijft terugkeren. Het wordt doorgaans geduid als de manier waarop jongeren zoeken naar een plek in een nieuwe groep. In de sociale psychologie staat het bekend als de stormfase, en iedere docent kent die van een nieuwe klas. Een beetje storm hoort nu eenmaal bij de herfst. Dit jaar stormt het door voor de hand liggende oorzaken zeker harder dan gebruikelijk op school, maar is het daarmee ook een echt ander probleem?

De ouderraad maakt zich daar op dit moment niet veel zorgen over. “We zijn er veel mee bezig geweest”, verwoordt raadslid Jacqueline van Veen het, “maar het is nu geen issue omdat het nu goed gaat. Ik heb ook een balend kind thuis gehad, zoals iedereen. Maar nu dat voorbij is, zie je ze ook weer opveren.” De ouderraad hoort ook geen zorgen van andere ouders, zegt voorzitter Ruud Smits.

Praktijkles dierverzorging op het Yuverta. Beeld
Praktijkles dierverzorging op het Yuverta.

Voor docent Maaike Vork is een focus op wat de lockdownleerling anders maakt weinig zinvol. Wat ook de oorzaken zijn, waar het om gaat is dat je de groep weer prettig laat samenwerken. “Wat wij willen is meer nadruk op ‘hoe ga je met elkaar om, hoe ben ik in een groep’. Iedereen is daar altijd bij gebaat, maar door alles wat ze de afgelopen anderhalf jaar hebben meegemaakt is het helemaal goed om dat nog eens te bespreken. Daar slagen we denk ik al aardig in, en we vragen er ook hulp voor.”

Vork was een van de docenten die voorstelden om daar gastsprekers voor uit te nodigen. Binnenkort komt theatermaker en trainer Amar El Ajjouri naar de school (zie kader). “Zoiets kan net iets anders brengen”, denkt Vork. “En het helpt ook dat docenten merken dat ze er niet alleen voor staan.”

Wat kun je met een zak geld?

In de zoektocht naar oplossingen is geld nu even geen probleem. Het ministerie van onderwijs heeft met het Nationaal Programma Onderwijs een enorme zak geld vrijgegeven, acht miljard, zo snel mogelijk te besteden graag.

Van Brenk heeft genoeg voorbeelden van nuttige dingen die hij daar nu al mee kan doen. Kleinere klassen in sommige leerjaren en nieuwe digitale leermethodes helpen om leerlingen maatwerk te bieden als ze leerproblemen hebben. Er is extra werk gemaakt van de eerste week school, zoals een biologie-excursie naar het Scheveningse strand of een stormbaan op het schoolterrein, allemaal om de groepsband te versterken. En er is nog veel meer in de maak. Iedere docent kan plannen indienen en velen doen dat.

Maar wat je kunt doen met geld is eindig. Van Brenk loopt volop tegen die beperkingen aan. In één woord: personeel. Bij de hervatting van de praktijkgerichte ‘prestatietijd’ wilde de school heel graag een extra mentor op de groep zetten, maar dat lukt niet vaak. Er zijn, ook met alle geld van de wereld, nauwelijks docenten te krijgen, zeker voor knelvacatures als wiskunde en Nederlands. “We vissen allemaal in dezelfde vijver”, zegt hij. “Er is in onze regio geen enkele school die níet een vacature open heeft staan voor een docent Nederlands. En dan lukt het ons nog relatief goed om mensen te vinden. Maar dat betekent dat het voor andere scholen nog moeilijker wordt.”

Hoe flexibel is de lockdowngeneratie?

Docent Jos Uffing loopt pleinwacht, of eerder parkwacht in het groene veld achter de school. Ze hebben er zelfs een vijver. Veel is er niet te doen op een druilerige koude novemberochtend. Groepjes leerlingen proberen het even buiten, maar zijn meestal snel weer binnen.

Leerlingen leren hoe ze een omelet moeten bereiden. Beeld
Leerlingen leren hoe ze een omelet moeten bereiden.

Met 29 jaar ervaring waagt Uffing zich echt niet aan een inschatting van het ‘lockdowneffect’. Het is gewoon niet te meten. Maar dat er onrust is, is logisch. “We hadden vorig jaar vier verschillende roosters. Leerlingen die nu in jaar 3 zitten hebben nog geen normaal schooljaar gehad. Dit wordt hopelijk het eerste. Ik heb geen idee wat voor effect dat op ze zal hebben.

Als mentor zag hij leerlingen die het zwaar hadden. “Sommigen heb ik er echt doorheen moeten praten. Ze waren eenzaam. Ik hoop dat die sociale gevolgen met de tijd verdwijnen.”

Goede hoop daarop heeft hij wel. “Toen ze in juni weer met 25 in een klas zaten, waren ze duidelijk veel drukker. Maar sommige van die klassen heb ik nu weer en ik merk dat ze al rustiger zijn. Ze wennen snel, en als we dit jaar wel een kamp, sportdag en schoolfeest kunnen bieden, kan dat veel verschil maken.”

Want die activiteiten horen er echt bij, dat is iedereen eens temeer duidelijk geworden. “Het is zo belangrijk om op een andere manier met elkaar bezig te zijn dan alleen via de lesstof”, besluit Uffing. “Die dingen kunnen het verschil maken.”

Niet meer naar school

Waar de impact van de lockdowns op de meeste leerlingen moeilijk te peilen is, is die voor de zwaarst getroffen leerlingen schrijnend duidelijk. Het aantal kinderen dat ronduit niet meer naar school durft is fors gestegen.

Op het Yuverta in Montfoort is zorgcoördinator Roos Reuver het aanspreekpunt voor die problemen. “We zien nu veel meer leerlingen met angsten en depressies. Leerlingen van wie de ouders ons bellen en echt zeggen ‘dit gaat niet lukken’.” Reuver had voorheen één of twee leerlingen bij wie dit speelde, sinds de lockdown zijn het er algauw twee in elk van de vier leerjaren.

Dit speelt overal, vertelt ze. Van collega’s hoort ze dezelfde verhalen. “Binnen het samenwerkingsverband is het echt een hot topic.” Soms is de link met corona heel duidelijk, zoals wanneer leerlingen wegblijven uit angst het virus op te lopen. In andere gevallen is de oorzaak minder eenduidig, maar de toename is zo fors en plots dat Reuver er niet aan twijfelt dat de lockdowns ermee te maken hebben.

In samenwerking met buurtteams van de jeugdzorg en met bureau leerplicht kijkt Reuver wat er gedaan kan worden om de leerlingen weer bij school te betrekken. Maar de wachtlijsten in de jeugdzorg helpen daar niet bij: “In sommige gevallen loopt die op tot negen maanden”.

We houden van je, en dit zijn de regels

Theatermaker en trainer Amar El Ajjouri werkt al jaren met zowel klassen als docenten aan thema’s als groepsdynamiek en inclusie. Hij komt binnenkort naar het Yuverta, en de school is bepaald geen uitzondering. Hij krijgt dit jaar opvallend veel verzoeken van scholen, ‘soms wel een beetje in paniek’. De ‘stormfase’, de onrustige periode waarin jongeren binnen een groep hun plek zoeken, duurt nu wel heel erg lang, en daar maken scholen in heel Nederland zich zorgen over, zegt hij.

“Scholieren voelen de spanning”, legt El Ajjouri uit, “onder hun ouders, de docenten, de hele maatschappij. En daarnaast hebben ze echt opgesloten gezeten. Dat maakt automatisch dat ze het heel moeilijk vinden zich weer in te passen in een groep. De structuur van die groep is vaak weg en dan gaan ze veel sterker in de overlevingsstand. Dan zijn ze niet leuk voor elkaar.”

Het moet weer veilig worden, daar begint het mee, zegt El Ajjouri. In zijn voorstellingen laat hij de leerlingen voelen hoe het is als mensen over je grenzen heen gaan, en hoe je daar op een goede manier mee om kan gaan. Voor scholen is duidelijkheid het sleutelwoord. “Hoe meer structuur de school biedt, hoe makkelijker het voor die kinderen wordt. We houden van je, en dit zijn de regels, dit is waar je je aan moet houden. Als je dat als team consequent uitdraagt creëer je de duidelijkheid die ze nodig hebben.”

Bij interviews met minderjarigen vermeldt Trouw niet hun achternaam, om hun privacy te beschermen. Deze is wel bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Depressies, leerachterstanden; scholieren zijn ernstig in de problemen geraakt door de lockdowns

Gebrek aan motivatie, vermogen tot samenwerken en depressies bij leerlingen baren docenten zorgen.

Onderwijsmiljarden zetten de concurrentie om leerkrachten op scherp

Grote steden voorzien een snel oplopend lerarentekort op scholen binnen hun gemeentegrenzen

Er komt een menukaart met onderwijsprogramma’s. Maar hoe weet je welk programma werkt?

Vul je een vat, of ontsteek je een vuur; waar draait het om bij onderwijs?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden