Het project Functional social distancing van Jolan van der Wiel en Nick Verstand.

Ontwerpen

De Dutch designweek wil de coronawereld nét ietsje leefbaarder maken

Het project Functional social distancing van Jolan van der Wiel en Nick Verstand.Beeld Jolan van der Wiel

Handen wassen en anderhalve meter afstand houden. Dat mantra klinkt al sinds maart, maar blijkt niet zo makkelijk. Helpt het als je je handen niet meer hoeft te gebruiken en je de anderhalve meter speels zichtbaar maakt? Ontwerpers presenteren oplossingen voor corona-problemen tijdens de virtuele Dutch Designweek, die zaterdag begint.

Neo Hygiëne – Govert Flint

In de strijd tegen corona moeten we onze handen ‘stuk wassen’, zei de premier op zijn persconferentie. Want met onze vingers pikken we het virus makkelijk op. Maar waarom gebruiken we die handen eigenlijk zoveel, vroeg Govert Flint (1989) zich af. In de openbare ruimte zou je je eigenlijk handsfree moeten kunnen voortbewegen. In zijn onderzoeksproject ‘Neo Hygiëne’ verzon en verzamelde hij allerlei oplossingen.

Om maar eens met een heel simpel, vies object te beginnen: het knopje om een stoplicht te activeren. Daar drukken honderden mensen op, het liefst nadat ze eerst hun loopneus hebben afgeveegd. Flint bedacht de ‘lean on me-knop’: een fikse schakelaar aan een paal die je activeert door er met je schouder tegenaan te leunen. Handig voor voetgangers en fietsers. Een prototype heeft hij al gebouwd en dat oogt simpel en stevig. Op dezelfde manier kun je ook het openbaar vervoer een stuk hygiënischer maken. Automatische deuren zijn er al, maar daarna klampt iedereen zich de hele dag vast aan stangen die tussendoor niet schoongemaakt worden. “Als je zorgt dat mensen in de rijrichting kunnen leunen tegen een comfortabel kussentje, is dat niet nodig.”

De kleurige schermen van Anna Dienemann.

Studenten van de Design Academy in Eindhoven presenteren ieder jaar hun afstudeerprojecten op de Graduation Show, een hoogtepunt van de Designweek. Ook zij hebben nagedacht over oplossingen voor de anderhalvemeter-maatschappij. Zoals Anna Dienemann die kleurige schermen ontwierp om onderling afstand te houden. Ze werken als die simpele festivaltentjes die je in een beweging open en dicht kunt klappen. Je draagt zo’n schermpje ingeklapt als een ceintuur om je middel. Kom je in een drukke ruimte, dan klap je hem open. Gewoon, als een nieuw mode-item, aldus Dienemann.

Niels Nielsen ging aan de slag met een groot gemis in deze tijd: het samen zingen. Zijn project Voiceful is een soort online karaoke. Iedereen kan op de website webchoir.bureaugoedeideeen.nl een lied inzingen, een volgende bezoeker kan de opname starten en meezingen, een derde zingt weer met die opname mee en zo ontstaat online een koor.
Alle afstudeerprojecten staan op GS20.designacademy.nl.

Veel oplossingen bestaan al, zegt hij. “Soms heel low-tech. In veel benzinestations moet je de kraan in het toilet met een voetpedaal bedienen. Dat principe zou je veel vaker kunnen gebruiken, om verlichting aan en uit te doen of deuren te openen.” Ook voor de pinautomaten en touch­screens zijn al andere technieken beschikbaar. “Leap Motion is een systeem waarbij een sensor je beweging leest. Door met je handen in de lucht te bewegen, kun je iets aanwijzen of swipen op een scherm. Zonder het aan te raken, snapt de computer toch wat je bedoelt. Het zat in de science fictionfilm ‘Minority Report’ van Steven Spielberg, maar het bestaat ook in het echt.” 

De eerste schets voor een ‘Lean on me traffic light’. Een groen licht zonder op het knopje te drukken. Beeld Govert Flint

Als we ons hele lichaam inzetten – schouders, voeten, knieën en ellebogen – hebben we onze handen nauwelijks nodig, zegt Flint. De samenleving wordt er een stuk beweeglijker en vrolijker van. In een paar aanstekelijke filmpjes op zijn website (enrichers.nl) doet hij het voor. Hij hinkelt zich door een keuzemenu op een beeldscherm heen en geeft met vier keer springen aan dat hij met de lift naar de vierde etage wil. Zo extreem hoeft het natuurlijk niet te worden. Een simpel handgebaar moet genoeg zijn.

Het gekke is, zegt Flint, dat ons streven om de boel lekker schoon te houden heeft geleid tot heel veel gladde oppervlakken. Betegelde ruimtes, roestvrijstalen buizen en glazen touchscreens die je goed kunt afsoppen. “Maar het blijkt nu dat het virus juist op de gladde oppervlakken het best overleeft. Dus als je ze niet voortdurend reinigt, zijn ze gevaarlijk. Vroeger waren trapleuningen vaak van hout. Dat is ruwer en daar kan een virus minder goed op overleven.” Ook op andere ruwe of poreuze materialen als papier en katoen heeft het virus minder ‘houvast’. “Het is nu mogelijk om met nanotechnologie de poreuze structuren na te bootsen, maar ze wel uit te voeren in materialen of coatings die heel goed schoon te houden zijn. Hygiënisch materiaal gaat anders aanvoelen.”

Het streven met zijn ‘neo hygiëne’ is dat de openbare ruimte vrij toegankelijk blijft en dat je je er stressvrij kunt bewegen. “Je wilt niet overal bordjes zetten met de waarschuwing ‘niet aanraken’.” 

Al die aanpassingen doen we niet alleen voor deze pandemie, zegt Flint. “Er zijn virologen die voorspellen dat we misschien wel iedere tien jaar te maken gaan krijgen met een pandemie, omdat we zoveel reizen en mens en dier steeds dichter op elkaar komen te zitten door de bevolkingsgroei.” Maar zelfs als dit horrorscenario uitblijft, is er reden genoeg om de publieke ruimte handsfree in te richten. “Ook een simpel buikgriepje of een verkoudheid kan via de handen worden opgepikt. Ziek worden is altijd vervelend en het kost de samenleving veel geld.”

Iedereen in zijn eigen cirkel. Het project Functional Social distancing art van Jolan van der Wiel & Nick Verstand.

Smart Distancing System - Jolan van der Wiel en Nick Verstand

Stel je voor: je loopt een druk station binnen waar mensen chaotisch door elkaar heen bewegen. Op het moment dat je het toegangspoortje doorgaat vormt zich op de vloer een lichtgevende cirkel om je heen – anderhalve meter in doorsnee. De cirkel volgt je door de drukke hal. Alle andere passagiers hebben ook zo’n cirkel. Een medereiziger loopt, turend naar de vertrekborden, recht op je af. De cirkels botsen en beginnen heftig te trillen. Je kijkt elkaar aan, doet een stap opzij en de cirkels komen tot rust. De anderhalve meter afstand is bewaard.

Futuristisch? Nee hoor, ontwerpers Jolan van der Wiel en Nick Verstand (beiden uit 1984) hebben dit ontwerp kant-en-klaar. “Het projectplan is rond, technisch gezien kunnen we het bouwen,” zegt Van der Wiel. “Nu de coronacrisis langer gaat duren, lijken er kansen te ontstaan. We zijn hevig in gesprek met verschillende partners om de software te financieren.”

Virtuele Dutch Designweek

De Dutch Designweek, die op 17 oktober begint, is dit jaar volledig virtueel. Heel jammer, want het is juist een evenement dat je moet ondergaan. Het aanbod is in de loop der jaren zo omvangrijk en veelzijdig geworden, dat je je in Eindhoven maar het best kunt laten verrassen op de diverse locaties. Op een overvolle website werkt dat minder goed. Toch moet de designliefhebber zich ook daar maar gewoon onderdompelen in het thema ‘The New Intimacy’. t/m 25 oktober. ddw.nl

Van der Wiel vond het ontzettend lelijk, al die tape die op de grond verscheen tijdens de eerste lockdown om de anderhalve meter aan te geven. Dat moest beter en mooier. “Ik werk altijd met thema’s die urgent zijn. Social distancing wordt een ijkpunt in de historie en dat begint nu.” Dus sprong hij er meteen al in maart bovenop. “Ik vind het tof als de culturele sector kan bijdragen om de economie op gang te houden.” Hij trok van het begin af aan op met Verstand, die veel ervaring heeft met lasertechnieken. Samen bedachten ze dit systeem. “Een virtueel vlot, waarmee mensen veilig kunnen oversteken op lastige logistieke punten als stations, vliegvelden,  winkelcentra en scholen.”

Het maakt gebruik van motion-tracking camera’s die zijn ontwikkeld om mensenstromen in de gaten te houden. Daaraan worden de laserlampen gekoppeld die ook in een verlichte ruimte goed zichtbaar zijn. “Je moet al die techniek wel onderbrengen in een grid, zodat je mensen kunt blijven volgen als ze van de ene hal naar de andere lopen. Maar dat is technisch goed te doen.” Je kunt er ook voor zorgen dat mensen die dicht bij elkaar lopen samen in een cirkel komen – huishoudens hoeven niet op te splitsen.

Het mooie van deze techniek, zegt Van der Wiel, is dat zo’n lichtstraal heel flexibel is en eenvoudig aangepast kan worden aan nieuwe inzichten. “Moet je aan de voorkant meer afstand houden dan aan de achterkant en is een ei-vorm beter? Is de locatie goed geventileerd en kan de cirkel misschien kleiner? Dat is makkelijk te visualiseren.” 

Met de vormgeving moet je mensen zien te enthousiasmeren om mee te doen. “Ik hoop dat we op een leuke, slimme en poëtische manier afstand kunnen houden”, zegt Van der Wiel. “We zoeken naar vormen die niet te opdringerig of bestraffend zijn. Het mag ook best een beetje speels. Afhankelijk van de locatie, publiek of soort activiteit.”

De vraag is of mensen hun best zullen doen om de cirkel van een ander te ontwijken. De ervaringen met dit soort installaties in musea en bij festivals zijn goed, zegt Verstand. Maar nu is het natuurlijk anders, dit is naargeestige realiteit. Dat beseft Van der Wiel ook. “In hoeverre willen we onze vrijheid prijsgeven?” Verstand: “Het is wel belangrijk om te weten dat dit systeem geen idee heeft wie je bent. Er worden absoluut geen gegevens over je opgeslagen. Het volgt puur anonieme personen zolang ze in een ruimte zijn.”

Verstand ziet in de toekomst meer mogelijkheden voor het systeem. “Ik zou willen dat je niet meer op je smartphone hoeft te kijken om te zien waar je naartoe moet, maar dat dat gewoon zichtbaar wordt gemaakt terwijl je loopt.” Stel je voor dat je de vertrekhal van een vliegveld inloopt en een cirkel of een pijl wijst je de weg naar jouw incheckbalie en je gate. Dat scheelt een hoop nutteloos heen en weer geloop en een hoop bordjes aan het plafond.

Moving Bench van Hesther Melief en Tonny Aerts. Ieder zijn eigen stoeltje. Beeld Jimmy Dustpan

Moving Bench  -  Hesther Melief en Tonny Aerts

Normaal gesproken zouden ze nu met hun straattheater Close-Act ergens in de wereld optreden. Maar dat gaat niet. Noodgedwongen pakte Hesther Melief (1969) haar oude vak weer op: ontwerpen. Ze heeft gestudeerd aan de Design Academy, maar daarna trok ze met haar vriend Tonny Aerts (1969) de wijde wereld in. “Toen corona kwam zaten we thuis niks te doen. Dan zoek je een uitlaatklep om toch creatief bezig te zijn.” Zo ontstond de Moving Bench. Het was eigenlijk niet hun bedoeling om coronaproof straatmeubilair te maken, maar dat werd het per ongeluk wel.

Het ontwerp komt voort uit hun ervaringen met straattheater waarbij ze mensen juist met elkaar in contact proberen te brengen. De Moving Bench is een rails waarop 15 gekleurde stoeltjes bevestigd zijn. Ze kunnen heen en weer geschoven worden, waardoor je groepjes kunt creëren. Maar inderdaad, het omgekeerde is ook mogelijk. Net zo goed kun je je stoeltje juist anderhalve meter verschuiven als er iemand naast je neerploft. Op de rails kun je duidelijk ‘bubbels’ groeperen van mensen uit een huishouden. Maar je kunt ook met een goede vriendin afspreken en op genoeg afstand schuiven, maar wel dichtbij genoeg voor een gesprek in de buitenlucht. En niemand die het in zijn hoofd haalt om er tussen te ploffen. 

Lees ook:

Op de stoel raakt geen designer uitgekeken

Bezoekers zijn dol op design, weten ze bij het Stedelijk Museum. Het 125-jarig bestaan vieren ze met een tentoonstelling waar een royale keuze is gemaakt uit de collectie die maar liefst 50.000 objecten telt. Eén meubelstuk springt eruit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden