De Duitse graaf van Schier

Schiermonnikoog was een halve eeuw in bezit van Duitse adel. Na de Tweede Wereldoorlog raakte Bechtold Graf von Bernstorff het eiland kwijt. Hij kreeg het nooit meer terug. Alleen een hotel draagt nog zijn naam.

De anekdote haalde de Schiermonnikoger Dorpsbode in 2005. In de herfst kwam een vrouw langs in jeugdherberg Rijsbergen op het eiland. Ze vroeg om koffie, maar de bar ging net dicht. De vrouw liet zich niet afschepen. “Und wenn meine ­Name Von Bernstorff ist?”

Ja, dat veranderde de zaak. Want de herberg was de woning geweest van haar vader, Bechtold Graf von Bernstorff. Hij was van 1939 tot 1945 de eigenaar van Schiermonnikoog, de derde generatie Duitse graven die het eiland bezat. Veel herinneringen had zijn dochter niet aan wat ooit Slot Rijsbergen was; haar vader had haar moeder ingeruild voor een jongere vrouw, waardoor ‘Mutti sehr böse war mit Vati’. De dochter had pas na de dood van haar vader in 1987 weer voet gezet op eilander bodem.

Alt die Wein, jung die Frau

De aangespoelde eilander Bauke Henstra – correspondent en fotograaf van verschillende me­dia – leerde Bernstorff en diens tweede echt­genote kennen toen de graaf al op leeftijd was. De tweede Gräfin, zegt Henstra, “was mooi en een stuk jonger. De graaf zei: Alt muss die Wein sein und jung die Frau.” Hun huwelijksreis was naar jachtslot Rijsbergen geweest.

De grootvader van Bechtold von Bernstorff had het duineilandje boven de Lauwerszee in 1892 gekocht. Het was een veilige investering, ver weg van de Frans-Duitse spanningen die ­zomaar konden opspelen. Volgens sommigen wil­de hij er als goed christen-filantroop een ‘ko­lo­nie voor dronkaards’ van maken, een afkick­oord. Maar hij mikte vooral op een andere doelgroep: de Duitse en Nederlandse elite. Berns- ­torff kende immers het Duitse Wadden­mirakel. Neem het arme Norderney. Doordat het een Kurort had gekregen, werd het het vaste vakantieadres van de Hannoverse koning, van oude adel en diplomaten. Met expertise van het succesvolle Sylt zou de graaf zijn eiland omtoveren tot een luxe badplaats, met als extraatje een stoeterij.

Al die plannen hadden uiteindelijk één ding gemeen: er kwam weinig van terecht. Wel liet de graaf een productiebos aanplanten en kreeg Schier een aanlegsteiger.

Onkel Bechtold krijgt bezoek van de prinsen Hendrik, Bernhard en Claus 

Met het Nederlandse Koninklijk Huis onderhielden de Bernstorffs intensief contact. Zo zeilde prins Hendrik in 1921 langs en ging na het omleggen van wat zeehonden bij Bechtolds vader op de thee. Ze spraken Duits en hadden meer gemeen: het waren Mecklenburgers. De prins kwam er vaker jagen. Net als diens schoon­zoon, prins Bernhard, de grootvader van koning Willem-Alexander.

Ook Willem-Alexanders andere opa had banden met de Bernstorffs. Sterker nog: Claus von Amsberg sr. stierf in 1953 tijdens een jachtpartij op hun landgoed. De Amsbergs woonden vlak in de buurt. Zoon Claus – gehuwd met prinses Beatrix – noemde graaf Bernstorff liefkozend Onkel Bechtold, aldus Bauke Henstra.

Deze oom Bechtold, de laatste heer van Schier, was een gezien man op het eiland, daar is iedereen het wel over eens. Henstra: “Als Von Bernstorff ging jagen, dan zat hij later in het café ­gewoon tussen de drijvers. Dat deed de Nederlandse adel die op het eiland ook kwam jagen nooit. De graaf was heel geliefd. Na de oorlog hoorde je boeren hier wel zeggen: waren de ­da­gen van de graaf maar terug.”

Een blik in de annalen leert dat Henstra een al te rooskleurig beeld schetst. Zo vertelde in 1966 de schipper van de reddingsboot in Trouw juist blij te zijn dat de graaf weg was. De Neder­land­se regering had na de oorlog geld in het ­eiland gestoken, boerderijen, dijken en afwate­ring waren verbeterd. Zoiets zou Bernstorff nooit gedaan hebben, meende de schipper. Die was ook om een andere reden ingenomen met het vertrek van de graaf: dat was een ‘Duitse landjonker’. “Diens wil was wet.”

Schiermonnikoog was van 1892 – 1945 gräflich bezit, maar geen Duits grondgebied. Die situatie leverde fricties op over taken en plichten. Zo vroeg het college van burgemeester en wethouders in 1910 aan de eigenaar wegen te verbeteren, maar de graaf vond dat de Nederlandse overheid daarvoor moest opdraaien. Het Rijk, dat wel wat percelen in bezit had, wilde af van deze onduidelijke toestand. In 1920 deed het een poging om ook de rest te verwerven. Het ketste af op de prijs.

De graaf wordt onteigend

In 1939 erfde Bechtold het eiland van zijn va­der. Een half jaar later bezette Duitsland ­Nederland. De graaf droeg het Wehrmachtuniform, naar verluidt dat van Oberleutnant. Na vijf oorlogsjaren volgde de bevrijding. Aan de rand van het koninkrijk kwam die verlaat op gang, traag trokken de bevrijders van west naar oost over de eilanden. Te beginnen op Texel (20 mei) en ten slotte op 11 juni 1945 Schiermonnikoog, als laatste gemeente van Nederland.

Voor de Duitser Bernstorff was het pleit toen beslecht. “Krachtens het Besluit Vijandelijk Vermogen is diens bezitting thans aan den Nederlandschen staat vervallen”, berichtten kranten eind 1945. Wat Nederland voor de oorlog niet wilde – betalen voor Schier – hoefde nu niet meer. Het eiland werd gratis Nederlands bezit. Maar bij welke provincie hoorde het?

Als eerste koper meldde zich al snel Groningen. Dat wilde van Schiermonnikoog een ­luxeverblijf maken en zo de grafelijke belofte inlos­sen. Dat initiatief ergerde de Friezen. Ze wendden zich tot de premier. Ook zij wilden wel ko­pen, ze dachten aan 3 ton.

Gerieflijk is Schiermonnikoog uiteindelijk wel geworden, maar het eiland pal boven Groningen bleef Fries.

Er was nog een partij die erop aasde: de ontei­gen­de graaf. Begin jaren vijftig, terwijl zijn jachtslot Rijsbergen afgleed tot jeugdherberg, deed hij een verzoek tot ‘ontvijanding’. Inwilliging was nodig om Rijsbergen en de rest van zijn verbeurdverklaarde bezit terug te krijgen.

Ik ben nooit een verrader geweest

Bernstorff was geen foute Duitser, zegt Henstra nu. Die conclusie trok ook de Raad voor Rechtsherstel in 1954. Daar had Bernstorff aangeklopt toen hem de ontvijanding was geweigerd door een lagere instantie. De Raad stelde vast dat de graaf zich tijdens de bezettingsjaren meermalen afkeurend had uitgelaten over de Duitse bezetting van Nederland en over de bejegening van de bevolking. Dat was prijzenswaardig, oordeel­de de Raad, maar het was bij woorden gebleven. Verzetsdaden had Bernstorff niet gepleegd, gaf hij zelf toe. Hij was al in 1933 toegetreden tot Adolf Hitlers NSDAP en ook tijdens de oorlog een loyale nazi gebleven. In een interview met United Press zei hij: “Hoe had ik de geallieerde zaak moeten dienen, terwijl ik Duitser ben? Ik ben nimmer een verrader geweest.”

Dus kon Bernstorff zijn ontvijanding vergeten, en daarmee zijn verloren bezit. Dat kwam bij grote verliezen die hij al geleden had door toedoen van de Russen. Zijn enige zoon was in Russische krijgsgevangenschap gestorven. Zijn landgoed achter de Elbe was hem door de communisten afgenomen. Hem restte een fractie van zijn grond en gebouwen.

Toch hield de graaf hoop. De afwijzing van zijn ontvijandingsverzoek noemde hij ‘nogal politiek getint’ – en de politiek is veranderlijk. In 1952 was de Europese Gemeenschap voor Ko­len en Staal opgericht, waarin ook Nederland deelnam. Bernstorff rekende op de gepromote handelsgeest. “Wij allemaal, Duitsers evengoed als Nederlanders, zitten nu in hetzelfde schuitje. Nederland moet handel drijven met Duitsland, maar hoe kan men in de toekomst van een Duitser verwachten, dat hij persoonlijk eigendom in de Nederlandse economie zal investeren, wanneer de Nederlanders geen eerbied hebben voor particulier bezit?”

‘Via politieke kanalen’ kon de zaak heropend worden, meende Bernstorff, wellicht via zijn koninklijke jachtvrienden met hun contacten in de hoogste kringen. In de jaren zestig ging het getouwtrek door, maar nooit met het door de graaf gewenste resultaat.

Een open zenuw

Toch kwam hij met zijn vrouw Ursula af en toe naar Schiermonnikoog, niet als landheer, maar als toerist.

Bauke Henstra heeft honderden foto’s van hen gemaakt – over het hele eiland, maar nooit voor Rijsbergen, dat wilde de graaf niet, het was zijn open zenuw. Henstra begrijpt dat wel: “Ze hadden hem op z’n minst dat huis kunnen teruggeven”. Het is tegenwoordig geen jeugdherberg meer, maar het onderkomen van Cisterciënzer monniken.

Uiteindelijk wees de Nederlandse staat naar Duitsland om Bernstorff schadeloos te stellen. De Duitsers betaalden hem in 1983 80.000

D-mark. Henstra: “De graaf noemde dat bedrag een fooi. En dat was het ook. De familie had het eiland toch op een nette manier gekocht? Zijn pech was dat-ie Duit­ser was en de oorlog kwam.”

Eind 1987 stierf Bechtold von Bernstorff. Het jaar erna werd zijn urn bijgezet op Schiermonnikoog – met een rouwkrans van prins Claus. Geen straat draagt zijn naam, maar sinds 1998 wel een hotel, vlak bij het legendarische hotel Van der Werff. De gasten schijn je op de boot al te kunnen schiften: hakjes naar Graaf Bernstorff, laarzen naar Van der Werff.

Een soort van eerherstel

Een postuum eerherstel voor Berns­torff was het promotieonderzoek van juriste Foskea van der Ven in 1993. Zij bekeek de naoorlogse onteigening en concludeerde dat die niet had gedeugd. De graaf had meteen schadevergoeding moeten krijgen. “Nederland wilde gewoon het eiland houden en er niets voor betalen.”

Ursula, de tweede Gräfin, beleefde deze ­klei­ne triomf nog. Na haar overlijden vond ook zij haar laatste rustplaats op Schier.

Een steen houdt de herinnering aan hen ­levend: Den Grafen v. Bernstorff auf Schiermonnikoog 1892-1945 zum Gedenken. 

Lees ook

Wie wil, kan Schiermonnikoog 'doen’ in één dag. Dan passeer je gelijk het hotel dat genoemd is naar de graaf van Schier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden