Architectuur

De commissie die bepaalt welke kleur een huis wordt, blijkt vooral een smaakpolitie

De woningen aan de Amsterdamse Jan Olphert Vaillantlaan zijn alle afwijkend, maar vormen toch één geheel: ze hebben hetzelfde volume en dezelfde rooilijn. Beeld Jean-Pierre Jans

Een bewoonster uit Den Helder moet haar appelgroene woning overschilderen in een neutrale kleur, terwijl een pand in Amsterdam juist een hardgroene kleur kreeg omdat de buurt dat mooier vond. De welstandscommissie blijkt vooral een smaakpolitie te zijn.

Laten we deze discussie over ‘mooi’ en ‘lelijk’ eens beginnen met een voorbeeld waarover iedereen het doorgaans eens is: de Amsterdamse grachtengordel. Het toppunt van stedenbouwkundige eenvormigheid en harmonie, zo lijkt het althans.

“Maar bekijk het nu eens pand voor pand”, zegt Niels Spierings, deskundige op het gebied van de welstand. “Dan zie je opeens grote verschillen. Geen gevel is hetzelfde, alle architectonische genres staan kriskras door elkaar en er blijkt ook een grote diversiteit aan daken, van klok- tot trapgevel.”

Toch vormt dit samenraapsel aan stijlen één gordel. Dat komt volgens Spierings doordat de panden allemaal dezelfde rooilijn (de grens tussen privaat en publiek) hebben, en dezelfde volumes bij elkaar staan. Aaneengesmeed met dezelfde bestrating en straatmeubilair oogt het tóch als één gordel. “De gemeente Amsterdam heeft ooit duidelijke kaders geschapen waarbinnen een grote diversiteit past”, zegt Spierings. Zo zou het ook in 2019 moeten gaan.

Spierings is in 2011 afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht met een handleiding voor gemeenten die hun welstandsbeleid heroverwegen, en sindsdien is hij adviseur ruimtelijke ordening en stedenbouw. De vraag wat er wel of niet kan met het huis van de buren is nog te vaak een kwestie van smaak.

Appelgroen

Op verzoek bekeek Spierings vorige week nog eens de kwestie in Den Helder waarbij een inwoonster is verplicht haar appelgroene woning een gematigder kleur te geven. De rechter stelde de gemeente die de vrouw had aangeschreven in het gelijk. “Als je het mij vraagt, mag de groene kleur op de gevel blijven”, zegt hij. “De woning valt wel op, maar een ander huis is ook al lichtblauw geverfd. Ik denk dat hier sprake is van diversiteit die moet kunnen, binnen een rij huizen die wel allemaal dezelfde vorm hebben.”

De welstand is een soort smaakbeleving, stelt hij, en de manier waarop in Nederland de details gereguleerd worden, voelt als een dwangneurose. Toch denkt Spierings dat er tegenwoordig meer kan dan twintig jaar geleden, terwijl er wat de regels betreft niet veel is veranderd. Gemeenten zijn die regels dus ruimer gaan interpreteren. “Grof gezegd staan in een bestemmingsplan de functies van de bebouwing beschreven, en in een welstandsnota de uiterlijke kenmerken en de eisen daaraan. Die hangen op de eerste plaats af van de locatie. Aan nieuwe gebouwen tussen het historisch erfgoed worden andere eisen gesteld dan aan nieuwbouw op een bedrijventerrein.”

Vervolgens is de massa en vorm van een gebouw punt van discussie. Is het niet te groot of te klein, te hoog of te laag, in samenhang met panden in de omgeving? Daarna wordt gekeken naar de gevelindeling: heeft die een horizontale of verticale geleding? Tot slot komen het gebruikte materiaal (duurzaam?) en de kleur aan de orde. “Die vier elementen in samenhang moeten antwoord geven op de vraag: is het passend wat hier wordt neergezet?”

Steeds meer gemeenten neigen ernaar ruimte te geven aan experimenten, bijvoorbeeld omdat die de grauwheid van de stad doorbreken én omdat gemeenten denken dat burgers die verantwoordelijkheid ook wel aankunnen. Ze zullen uit zichzelf behoudend zijn, is de gedachte, omdat een pimpelpaars huis met witte stippen nu eenmaal onverkoopbaar is. Daarbij komt: hoe minder regels er gehandhaafd hoeven te worden, hoe goedkoper. Er is wel een excessenregeling.

Applaus

Dat vrije beleid heeft afgelopen jaren geleid tot veel discussies, maar ook tot creaties die er mogen zijn. In Amsterdam bijvoorbeeld gaf grafisch ontwerpbureau Thonik zijn kantoor een knaloranje kleur, tot onvrede van de buren die het gevoel hadden dat de zon altijd scheen. Zonder tussenkomst van gemeente en rechter kwamen beide partijen overeen de oranje gevel groen te schilderen, bijna dezelfde kleur als in Den Helder juist verboden is.

In datzelfde Amsterdam kreeg, met een verwijzing naar de systematiek van de grachtengordel, de Jan Olphert Vaillantlaan in de nieuwbouwwijk IJburg de meest afwijkende herenhuizen. Omdat ze hetzelfde volume en dezelfde rooilijn hebben, vormen ze tóch één geheel.

In Rotterdam kunnen ze er ook wat van. Architectenbureau MVRDV zette op een aantal jarendertigwoningen een compleet nieuwe etage, maar dan in knalblauw. Er klonk vooral applaus. De meningen zijn verdeeld over de ‘duikboot’ die op een hoek in het historische centrum van Utrecht terecht is gekomen. De kleur sluit wel mooi aan bij de monumentale buren, maar de vorm wijkt enorm af.

De meeste gemeenten volgen inmiddels de weg van de Brabantse gemeente Boekel, pionier van het ‘welstandsvrij bouwen’. Dat die liberale gedachte ook een andere kant heeft, daar is die gemeente inmiddels achter. Toen ambtenaren een projectontwikkelaar toestemming weigerden appartementen te splitsen, kalkte hij deze tekst op zijn gevel: ‘Een woning zo groot als een joekel, maar een deur noemen ze een splitsing in Boekel’.

Zie dat er maar eens af te krijgen, zonder welstandverordening.

Lees ook:

Leve de moderne architectuur! (Maar Baudet heeft wel een punt)

De architectuur moet bijdragen aan de gemeenschap. Daar heeft Thierry Baudet een punt. Maar zijn recept is erger dan de kwaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden