Afstandsmoeders / WeggeefkinderenHans van Rijssel

De chaotische en ondoorzichtige Kinderbescherming liet Hans ‘zwemmen’

Hans van Rijssel: “Ik neem mijn moeder niets kwalijk. Maar de kinderbescherming neem ik alles kwalijk. Eigenlijk had ik een ander leven willen hebben.”Beeld Hanne van der Woude

In de jaren na de invoering van de adoptiewet werden moeders en kinderen vermalen in een chaotisch en ondoorzichtig systeem. Waar het gebrek aan toezicht toe kan leiden, blijkt uit het levensverhaal van Hans van Rijssel (64). ‘De Kinderbescherming heeft me laten zwemmen. En ik zwem nu nog.’

Nadat zijn moeder onder druk van haar ouders afstand had gedaan van haar zoon, wordt Hans na zijn geboorte eerst ondergebracht in tehuis ‘De Kloek’ in Leusden. Na vijf maanden gaat hij naar ‘Zonnestraal’ in Bilthoven en daarna woont hij meer dan twee jaar in ‘Huize Aldegonde’. “Ik werd daar aan de hand van de maatschappelijk werkster binnen gebracht”, herinnert hij zich. “Ik sta in die grote hal, ik draai me om, en ik ben alleen. En zo heb ik me sindsdien altijd gevoeld.”

In Huize Aldegonde proberen zijn biologische moeder en de man met wie ze zal trouwen hem op te halen. Voor de deur van het tehuis krijgt het echtpaar te horen dat Hans al bij een gezin woont. Wat ze niet weten is dat hij slechts vijf dagen eerder is weggebracht. Lees hier hier dat ging.

Van Rijssel heeft geen goed woord over voor het gezin waarin hij terecht komt. Officieel woont hij er van zijn 3e tot zijn 18e, maar in feite heeft hij maar 3,5 jaar onder hun dak vertoefd. De jongen wordt tijdens zijn jeugd naar verschillende tehuizen gestuurd omdat hij gedragsproblemen zou hebben. “Ik was dom, deed altijd alles fout”, zegt hij. Al die tijd stond hij onder voogdij van de Hervormde Vereniging Kinderzorg Utrecht. Zijn pleegouders adopteerden hem nooit omdat ze, staat in zijn dossier, ‘alle hieraan verbonden consequenties niet op zich durven nemen’.

Wat zij daarmee bedoelen, wordt uit de papieren niet duidelijk maar pleegouders kregen een vergoeding voor een pleegkind. Die verviel zodra een adoptie werd uitgesproken.

Hans van Rijssel stond onder voogdij van de Hervormde Vereniging Kinderzorg Utrecht. Zijn pleegouders adopteerden hem nooit omdat ze, staat in zijn dossier, ‘alle hieraan verbonden consequenties niet op zich durven nemen’.Beeld Dossier Hans van Rijssel

De Hervormde Vereniging Kinderzorg Utrecht, waar Van Rijssel onder voogdij stond, hield zich van oudsher bezig met de zorg voor kinderen die niet thuis konden wonen. In de loop der jaren krijgen zij echter van de Kinderbescherming ook in toenemende mate de voogdij over kinderen van wie afstand is gedaan.

Geen informatie voor de moeder

Dat draagt bij aan het mistgordijn dat wordt opgetrokken voor ongehuwde moeders. Omdat zij uit de voogdij worden gezet, wordt het voor hen moeilijker hun kind weer op te halen. De voogdijverenigingen vertellen niet altijd vertellen waar hun kind is en het kost tijd om de voogdij te herstellen.

Afstandsmoeders en weggeefkinderen

De adoptiewet lijkt in Nederland een eigen dynamiek tot stand te hebben gebracht, blijkt uit onderzoek van Trouw en Omroep Gelderland. Een waarin ongehuwde vrouwen onder grote druk afstand deden van hun baby of zelfs, decennia later, zeggen gedwongen te zijn hun kind af te staan. Schattingen over het aantal vrouwen dat zijn kind heeft afgestaan tussen 1956 - het moment dat de adoptiewet van kracht werd - en 1984 - toen abortus gelegaliseerd werd - lopen uiteen van 13.000 tot 20.000. Dat terwijl de Fiom (Federatie Instellingen voor Ongehuwde Moederzorg) in de twintig jaren daarvoor bemiddelde voor 328 kinderen van wie afstand was gedaan.

In een reeks artikelen, te raadplegen via trouw.nl/adoptie, onderzoeken we wat er allemaal misging, hoe het zo mis kon gaan, en wat de impact ervan is op de levens van mensen. De verhalen van Omroep Gelderland zijn hier te bekijken. 

De Unie van verenigingen voor ongehuwde moeders (Uvom) in Amsterdam bijvoorbeeld, die ook fungeerde als voogdijvereniging, huldigt het standpunt: hoe minder gegevens de moeder heeft, hoe beter. ‘Men deelt nooit zomaar mede waar het kind verblijft om te voorkomen, dat de moeder het kind in een impuls gaat bezoeken’, staat te lezen in een brief uit 1964 naar Kinderhuis Vliet en Burgh. Ook de voogdijvereniging die verantwoordelijk was voor Van Rijssel liet zijn moeder niet weten waar het jongetje was, hoe het met hem ging en dat hij uiteindelijk nooit werd geadopteerd.

Het systeem maakte en maakt het nog altijd ondoorzichtig wie op welk moment een kind in het vizier had of had moeten hebben. Er is weinig tot geen contact tussen de instellingen voor ongehuwde moeders, die contact hebben met de moeder, en de voogdijverenigingen, die verantwoordelijk zijn voor het kind, schrijft de Fiom in 1965 aan de Katholieke centrale vereniging tot hulpverlening aan niet-gehuwde moeders. 

Er is weinig tot geen contact tussen de instellingen voor ongehuwde moeders, die contact hebben met de moeder, en de voogdijverenigingen, die verantwoordelijk zijn voor het kind, schrijft de Fiom in 1965 aan de Katholieke centrale vereniging tot hulpverlening aan niet-gehuwde moeders.Beeld archief FIOM

Hoewel Van Rijssel nooit geadopteerd is door zijn pleeggezin, komt hij er tijdens het vervullen van zijn dienstplicht achter dat hij wel hun naam draagt. In 1973 heeft de voogdijvereniging daartoe een verzoek ingediend, omdat de jongen dat ‘bijzonder op prijs zou stellen’. Onzin, zegt Van Rijssel. Hij zegt nooit de achternaam van zijn pleeggezin gewild te hebben en heeft daar nooit iemand van de voogdijvereniging over gesproken. “Die mensen hadden twee dochters. Ik denk dat ze hun familienaam via mij wilden doorgeven.”

Zijn achternaam verandert hij eenmaal volwassen zelf terug naar Van Rijssel, de naam van de man die hem op zijn derde erkende. “Dat heeft me veel geld gekost, ik heb er voor moeten overwerken. Maar die man, die had ballen. Die wilde mij erkennen zonder mij ooit gezien te hebben. Daar heb ik respect voor.”

“De Kinderbescherming heeft me laten zwemmen”, concludeert Van Rijssel, terugkijkend op zijn kinderjaren. “En ik zwem nu nog.” De start van zijn leven heeft niet alleen op hem invloed, ook op de volgende generatie. “Ik heb alles fout gedaan wat ik fout kon doen”, zegt hij over de omgang met zijn drie kinderen. “Omdat ik niet wist hoe het moest.”

Hij neemt dat de Kinderbescherming ‘alles kwalijk’, zegt hij. Die had voor hem moeten zorgen. “Ik neem mijn moeder niets kwalijk. Zoals die periode toen was...dat neem ik haar niet kwalijk.” Hij is stil. Op de bank naast hem zit zijn vrouw, zijn dochter, diens schoonvader. “Maar ja, eigenlijk had ik een ander leven willen hebben.”

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie, verantwoordelijk voor de Kinderbescherming, wil inhoudelijk nog niet reageren. Het wacht lopend onderzoek af naar binnenlandse afstand en adoptie. Het Verwey Jonker Instituut is daar op dit moment mee bezig.

Verantwoording

Trouw en Omroep Gelderland deden voor deze verhalen archiefonderzoek bij de Fiom, de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters, en het Gelders Archief en spraken met moeders, kinderen, andere betrokkenen, experts en onderzoekers. Ook is gebruik gemaakt van eerdere onderzoeken over en verkenningen naar afstand en adoptie. Het archief van de Fiom is doorzocht door Sylvana van den Braak. Het slotakkoord van de Centrale Adoptieraad is verkregen dankzij Eugenie Smits-van Waesberghe. 

U kunt de podcast die Trouw maakte over dit onderwerp via onderstaande speler beluisteren, of zoek hem op via de bekende kanalen als iTunes, Spotify of Google Podcasts. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden