Strafrecht

De cel in, uit en weer in: wie stopt de vicieuze cirkel van veelplegers als Erik V.?

Beeld Fadi Nadrous

Drugsverslaafde Erik V. is met dertien veroordelingen in vier jaar tijd een van de naar schatting vijfduizend ‘draaideurcriminelen’ in Nederland. Telkens kreeg hij een korte celstraf, maar viel hij daarna terug in zijn oude patroon. Kan dat niet anders? 

 De enige hulp die hij de afgelopen jaren kreeg, zijn schone spuiten voor zijn drugs, zegt Erik V. Hij is wat cynisch geworden lijkt het, nu hij voor de zoveelste keer voor de rechter staat. 

Er staat veel op het spel tijdens deze rechtszaak. De 46-jarige V. kan twee jaar vast komen te zitten in een zogeheten Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD). De aanklacht? Hij heeft voor dik 345 euro aan producten gestolen bij een Etos in Amsterdam-Zuid.

Nu is die diefstal niet de enige reden dat de officier van justitie wil dat V. een ISD-maatregel krijgt. Die speciale inrichting is een soort laatste redmiddel voor mensen die keer op keer met politie en justitie in aanraking komen. Het gaat er niet simpelweg om het uitzitten van een straf, maar is gericht op het oplossen van onderliggende problemen, zoals een verslaving.

Stelen om aan drugs te komen

Het strafblad van V. beslaat meerdere kantjes. Joren Veldheer, de advocaat die hem al een aantal jaren bijstaat, telt het nog even na. “Dertien veroordelingen sinds 2016. Vooral voor winkeldiefstallen. De straffen: twee weken cel, zes weken, acht weken, waarvan twee voorwaardelijk, nog eens twee weken, een week, enzovoorts. Telkens niet lang genoeg om af te komen van zijn drugsverslaving. Eén keer heb ik zelf gevraagd een langere straf op te leggen dan de officier van justitie had geëist. Ook dat bleek te kort. Binnen de kortste keren na vrijlating zit hij weer in zijn oude omgeving. Hij gaat stelen om aan drugs te kunnen komen.”

Bij de reclassering van het Leger des Heils klinkt dat bekend in de oren. Ze zijn er gespecialiseerd in delinquenten die wat zij noemen ‘een zwakke thuissituatie hebben’. Is er niets geregeld voor iemand die na een celstraf buiten komt, dan duurt het gemiddeld twee uur voordat hij of zij weer contact heeft met zijn oude netwerk, weten ze hier uit ervaring. 

Volgens directeur Cornel Vader is zelfredzaamheid voor deze groep kwetsbare delinquenten een illusie. “Als je te maken hebt met verslavingen, met psychische problemen, dan kunnen mensen daar zelf niet altijd wat aan veranderen”, zegt hij op het hoofdkantoor naast station Almere Centrum. “Deze mensen vertonen overlevingsdrang, ze hebben niets te verliezen, want ze hebben niets.”

V. werd geboren in Litouwen. Tijdens omzwervingen in Europa kwam hij ook regelmatig naar Nederland om te werken. Dat ging goed, tot het moment dat hij voor het eerst met de politie in aanraking kwam. Hij raakte zijn ID-papieren kwijt en belandde volgens zijn advocaat vanaf dat moment in ‘de vicieuze cirkel’. Zelf wil V. ook best over zijn situatie vertellen, maar de gevangenis in Zaanstad waar hij op dat moment vastzit, geeft geen toestemming voor een interview. De directeur beroept zich daarbij op het belang van de slachtoffers en dat van ‘de bescherming van de openbare orde en de goede zeden’.

Te weinig hulpverleners

Tegen de rechter verwoordt V. het zo: “Het is mijn eigen schuld, ik geef niemand de schuld van mijn verslaving. In Amsterdam is een compleet leger van dit soort personen, mensen die jarenlang leven zoals ik. Het is een gesloten cirkel. Er zijn hulpverleners, maar te weinig. Er zijn te weinig mogelijkheden voor mensen zoals ik.”

Hij is inderdaad niet de enige. Volgens de laatste beschikbare cijfers van het WODC, het onderzoekscentrum van het ministerie van justitie en veiligheid, telt Nederland zo’n vijfduizend wat zij noemen ‘zeer actieve veelplegers’. De groep maakt zich vooral schuldig aan ‘lichtere’ vergrijpen, zoals diefstallen zonder geweld, en zorgt zo voor veel overlast.

De veelplegers krijgen meestal een korte gevangenisstraf opgelegd. Hoewel de ISD-maatregel, in 2004 ingevoerd, speciaal voor deze groep is bedoeld, komt maar een klein deel er daadwerkelijk in terecht, constateert het WODC. In 2015 ging het om 7 procent van de veelplegers. Mogelijk komt dat doordat rechters terughoudend zijn om de maatregel op te leggen, omdat het volgt op een relatief klein vergrijp, terwijl de persoonlijke gevolgen door de duur van de straf voor de verdachte groot zijn, aldus het WODC.

Inmiddels houdt Erik V. een van de dik vierhonderd ISD-plekken bezet. De rechter is meegegaan met de eis van het Openbaar Ministerie, omdat de kans klein is dat hij zonder hulp uit zijn neerwaartse spiraal komt, aldus het vonnis.

Ook advocaat Veldheer denkt dat zijn cliënt baat kan hebben bij de hulp in zo’n speciale instelling. Toch is hij ook kritisch.

Geen woning, geen uitkering, geen id-documenten

“De ISD-maatregel komt als laatste redmiddel rijkelijk laat wanneer bij alle vorige zittingen telkens is gevraagd om hulp in andere vormen, zoals reclasseringstoezicht of een verplichte opname in een verslavingskliniek. Maar de reclassering kon niets voor hem betekenen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden: geen woning, geen uitkering en geen officiële identiteitsdocumenten. Hulp om die situatie te veranderen kreeg hij ook niet. Een verplichte opname in een verslavingskliniek was om dezelfde redenen niet mogelijk. Elke keer werd hij weer gewoon buiten de gevangenis gezet en moest hij het zelf maar uitzoeken. Wat resulteerde dat hij terugviel in zijn verslaving.”

Niet alleen zijn cliënt is daar de dupe van, zegt de advocaat. Ook winkeliers hebben er last van, en al die rechtszaken kosten de toch al overbelaste strafrechtketen veel tijd en geld.

Diefstal van 120 euro aan tandpasta

Dat laatste wordt pijnlijk duidelijk in de rechtbank Amsterdam, een paar maanden voor de zitting waar de ISD-maatregel ter sprake komt vanwege de diefstal bij de Etos. Er staat ook nog een andere diefstal open. V. nam in december 2017 voor 120 euro aan tandpasta mee uit een Albert Heijn in de hoofdstad. Dat komt in een aparte strafzaak aan de orde. Waarom, dat lijkt de officier van justitie ook niet goed te weten.

Zelf is V. niet aanwezig bij de zitting. Maar er zitten wel een officier van justitie, een rechter, een griffier en zijn advocaat. Omdat de zaak zo lang op de plank lag en ISD al in de lucht hangt, vindt het OM het niet nodig een celstraf te eisen. De officier van justitie komt uit op één dag cel, met aftrek van de dag dat V. al vastzat in voorarrest. De rechter gaat met die eis mee, al is die volgens haar ‘licht symbolisch van aard’.

Volgens Veldheer zit het probleem vooral in de manier waarop gevangenisstraffen in Nederland worden ingericht. Het is zitten, meer niet, zegt hij, vooral als de straf maar een paar weken duurt. “Niemand komt beter uit de gevangenis dan dat hij erin gaat. En door het huidige politieke klimaat waarin de nadruk ligt op repressie, wordt dat alleen maar versterkt. Het mag er vooral geen hotel zijn.”

Zelfredzaamheid

Daar komt volgens hem bij dat de nadruk in het Nederlandse systeem ook sterk ligt op zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Er is in de gevangenis misschien wel een balie waar je kunt aankloppen voor hulp, bijvoorbeeld bij het vinden van een woning na vrijlating, maar je moet er zelf naar toe, zegt Veldheer. “Mijn cliënt kreeg na het uitzitten van een straf eens een briefje mee met een adres in Amsterdam-West waar hij zich kon melden voor het verkrijgen van een postadres zodat hij een uitkering kon krijgen. Hij heeft dat adres niet gehaald. Erik is ernstig verslaafd, die zelfredzaamheid is daarom te veel gevraagd.”

Veldheer staat niet alleen in die kritiek. Ook Cornel Vader van het Leger des Heils denkt dat er meer moet gebeuren om de groep kwetsbare delinquenten het goede pad op te krijgen. De rechter kan al met een voorwaardelijke celstraf als stok achter de deur iemand bijvoorbeeld verplichten in behandeling te gaan. Houdt de verdachte zich daar niet aan, dan kan de reclassering dat terugleggen bij het OM.

Het Leger des Heils doet dat regelmatig, zegt Vader. “Het OM kan dan besluiten de rechter te vragen de straf alsnog uit te voeren. Maar die zitting laat vaak wel lang op zich laat wachten. Wat gebeurt er in de tussentijd met iemand? Niks. Daar ontstaat een vacuüm. We organiseren zo onze eigen criminaliteit.”

Vicieuze cirkel doorbreken

Wat er moet gebeuren om de vicieuze cirkel eerder te doorbreken? Het eerste probleem is de vaak korte duur van de straffen, zegt Vader. “Soms is er niet eens tijd om iemand te bezoeken als reclassering.” Dat terwijl het volgens hem belangrijk is iemand vanaf het eerste moment te begeleiden, zeker als er sprake is van een verslaving of andere problemen. Het liefste wordt iemand zelfs door steeds dezelfde medewerker bezocht. “Perspectief in de vorm van een mens”, noemt hij dat.

Zijn verhaal moet je niet lezen als een pleidooi voor hogere straffen. Vader ziet liever iets er tussenin: geen gevangenis, maar ook niet de straat. “Wat we belangrijk vinden is dat er een vorm van verplichte begeleiding is. Dat hoeft niet in een kliniek, het kan ook een vorm van begeleid wonen zijn. Zolang het toezicht maar een flinke tijd duurt. Zeker voor mensen die het ingewikkeld vinden om hun eigen problemen in te zien.”

Advocaat Veldheer kijkt vooral naar Noorwegen voor inspiratie hoe het anders kan. “Het idee achter de Noorse gevangenissen is dat iedereen er beter uitkomt als mens. Dat betekent dat een gevangenis er daar heel anders uitziet. Er zijn joggingspaden, een muziekstudio, vrijstaande huizen midden in een bos. Ik zeg niet dat we dat precies zo moeten kopiëren, maar het is wel een hele andere insteek van je straf uitzitten.”

Het Noorse uitgangspunt

Pauline Schuyt, hoogleraar sanctierecht aan de Universiteit Leiden, kent het Noorse systeem. Volgens haar wordt het nog wel eens geromantiseerd. Zo moeten ook daar gedetineerden zelf gemotiveerd zijn. “Maar het klopt dat de Noren een ander uitgangspunt hebben: alleen als het nodig is, krijgen gevangenen restricties opgelegd. Dat je de gevangenis in moet, dat is vrijheidsbeneming en dat is bij de Noren de straf. De tijd die mensen vastzitten wordt gebruikt om zoveel mogelijk problemen op te lossen.”

In Nederland werkt het andersom. Daar begint iemand met restricties. Pas als je het verdient, krijg je meer vrijheid. Dit systeem wordt steeds verder doorgevoerd. Zo wordt de vervroegde vrijlating wat het kabinet betreft ook afhankelijk van goed gedrag, in plaats van de bijna vanzelfsprekendheid dat iemand na twee derde van zijn straf buiten komt. Eerder deze week boog de Eerste Kamer zich over een wetswijziging die dat moeten regelen.

De toenemende nadruk op gedrag in gevangenissen kent ook negatieve consequenties. Zo constateerde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) dat PI-medewerkers inmiddels zo druk zijn met het beoordelen van iemands gedrag en het bijhouden van de administratie daarvan, dat ze steeds minder tijd hebben voor persoonlijk contact en het begeleiden van de gedetineerden. Dat levert spanning op, zeker nu een steeds grotere groep gevangenen kampt met psychische problemen en agressie, aldus de RSJ.

Het is belangrijk te beseffen dat het strafrecht niet gemaakt is om mensen te helpen, zegt hoogleraar Schuyt. Strafrecht is een manier om als samenleving de grenzen aan te geven, om misdrijven te vergelden.

Dat neemt niet weg dat je er wel rekening mee moet houden dat een deel van de gedetineerden extra hulp nodig heeft. Schuyt: “Iedereen krijgt een reïntegratiedocument, met daarin een plan wat er moet worden geregeld rond zaken als werk, schulden, huisvesting, opleiding en verslaving. Maar het mantra daarin is en blijft zelfredzaamheid. Daar zit een denkfout in. We verwachten te veel van sommige gedetineerden.”

Eigen verslavingszorg

De Leidse hoogleraar ziet wel lichtpuntjes. Volgens haar is het gevangeniswezen zich er steeds meer van bewust wat de gevolgen zijn van een verslaving of een beperking bij gevangenen en wordt begeleiding daarop aangepast. Zo zijn er gevangenissen met een eigen verslavingszorg in huis. Maar wil je het overal goed regelen, dan vraagt dat om een flinke investering. “Ik krijg wel eens de vraag: Waarom investeren in dit soort mensen?”, zegt Schuyt. “Mijn reactie: omdat het de samenleving in z’n geheel veiliger kan maken. “

Hoe gaat het ondertussen met Erik V.? Voor hem betekent de ISD-maatregel mogelijk het eindstation in Nederland. De IND is een proces gestart om hem na de straf uit te zetten naar Litouwen. Iets waar hij zich tegen verzet.

Voor wie denkt: mooi, als hij wordt uitgezet, dan is het probleem meteen opgelost, heeft advocaat Veldheer een weerwoord: “Het klopt dat hij hier dan geen winkeldiefstallen meer zou kunnen plegen, maar daarmee los je het probleem nog niet op. Er zijn veel meer mensen zoals Erik. Ze vallen tussen wal en schip. Dát moet worden opgelost.”

Lees ook:

Welke straf is hoog genoeg na onpeilbaar leed?

De zaak van Anne Faber, waarvoor Michael P. werd veroordeeld, roept de vraag op: bestaat er wel een rechtvaardige straf na zulke gruwelijke delicten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden